Alleen door paling te blijven eten, kunnen we de paling redden

FYI.

This story is over 5 years old.

Alleen door paling te blijven eten, kunnen we de paling redden

Omdat het slecht gaat met de palingstand in Nederland hebben de meeste palingvissers hun netten aan de wilgen gehangen. De overgebleven vissers helpen de mysterieuze vis een handje. Ik ging mee met de laatste beroepspalingvisser van het Friese Heeg om...
7.9.15

Een goudkleurige paling siert het stadswapen van het Friese Heeg. Ze zijn hier rijk geworden met paling. Vanaf de zeventiende eeuw tot 1914 werd vanuit hier paling geëxporteerd naar Londen, waar ze er gelatinetaarten van maakten. Op bevel van de koning hadden de palingvissers zelfs een vaste ligplaats aan de Thames vlakbij waar later de Tower Bridge zou komen. Inmiddels exporteert de laatste palingvisser uit Londen juist al zijn 'eels' naar Nederland, waar de vis als een van de weinige landen als delicatesse wordt gezien.

Het gaat slecht met de palingstand in Nederland en in Heeg is nog maar één palingvisser over: Freerk Visserman. Wie denkt aan een kromgetrokken oud mannetje met een pijp in de mond heeft het mis. Freerk is 35 maar oogt jonger, heeft krullend lang blond haar en een hoed op zijn hoofd. Hij scheurt rond in iets dat lijkt op een klein kek vrachtwagentje en ziet er meer uit als een surfer dan als een traditionele visser.

Freerk Visserman bij de vrachtwagen

Nomen is omen, getuige palingvisser Freerk Visserman. Alle foto's door de auteur.

Volgens Freerk moeten we juist paling blijven eten als we de paling willen redden. "Alleen dan heeft de paling ook een economische waarde en is het de moeite waard om geld in een reddingsplan te stoppen." Palingvissers zijn voor wetenschappers en biologen de enige bron van informatie over hoe het ervoor staat met de paling.

Freerk vertelt graag over paling. Hij heeft zijn palingvisserij uitgebreid met excursies over de Friese meren, een bezoek aan het houtbouwmuseum waar een replica ligt van een oude palingaak (zoals die vroeger in de Thames lagen). Maar ook een palingrookfeest op het Hegemer eiland behoort tot de mogelijkheden. Hij verdient een beetje aan deze excursies, maar hij vindt het vooral mooi om het verhaal van de paling en de Nederlandse traditie van het palingvissen te vertellen.

Ik bel Freerk omdat ik ook graag met hem op excursie wil. Palingvissen als toeristische attractie, dat lijkt wel wel wat. Hij heeft echter nog iets leukers voor me. "We gaan duizend palingen uitzetten in het Veluwse randmeer. Dat is heel bijzonder," zegt hij enthousiast over de telefoon.

Om de wankele toestand van de paling te verbeteren, worden ze een handje geholpen door Dupan (Stichting duurzame paling Nederland). De Nederlandse regering heeft anderhalf miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld om dat voor elkaar te krijgen. Elk jaar worden er op verschillende plekken in Nederland palingen uitgezet aan het einde van het visseizoen (tussen 1 september en 30 november is de palingvisserij gesloten).

nieuwoud-heeg-friesland

Ik spreek af met Freerk in de haven van Harderwijk, bij het visbedrijf van Jan Foppen. Die heeft een grote boot waarmee we het Veluwse randmeer op kunnen. Ook Jan Foppen is palingvisser, al combineert hij het met import en export van zalm.

In Harderwijk tref ik naast Freerk en Jan Foppen ook nog Magnus van der Meer en Dirk Meijvogel. Dirk blijkt gewoon een vriend van Jan Foppen en gaat net als ik mee om te helpen met het uitzetten van de paling. Ooit was hij ook visser, afstammeling uit een oud Katwijks vissersgeslacht, maar een jaar geleden riep God en sindsdien is hij predikant. Een klein ankertje, dat hij op zijn veertiende zelf met een naald op zijn onderarm heeft gezet, herinnert nog aan het ruige vissersbestaan.

Magnus van der Meer is adviseur visserijbeheer en heeft verstand van visvoer. Hij doet momenteel klussen voor Dupan. "Nederland is een dichtgesnoerde delta waar niets meer in of uit kan. Daarom helpen we de paling een handje. Ze worden gevangen in zee en dan in zoetwater vetgemest. Een deel wordt opnieuw uitgezet, zodat ze terug kunnen zwemmen naar de Bermudadriehoek, waar ze voortplanten."

ontsnapte paling

Van rechts naar links: Freerk, Jan Foppen en Dirk Meijvogel.

Het ging jarenlang slecht met de paling. De oorzaken hiervan zijn complex. Volgens Jan Foppen hebben we vijfentwintig jaar lang vanuit Nederland tussen de honderd- en honderdvijftigduizend jonge palingen naar Azië verscheept. Dat heeft de palingstand geen goed gedaan en de export is inmiddels op Europees niveau verboden. Een andere oorzaak is het schone water. Dat klinkt merkwaardig, maar Amsterdam loosde jarenlang op het IJsselmeer en ook de boeren mochten nog onbekommerd hun mest uitrijden over het land. Die voedingstoffen maken het water vruchtbaar. Er groeien algen, daar komen weer beestjes op af, daar weer kleine visje zoals spiering, die de paling graag lust.

Magnus vertelt dat het pas echt goed ging met de paling nadat de Afsluitdijk ervoor zorgde dat het IJsselmeer zoeter werd. "Op het moment dat je iets in het ecosysteem verandert, nemen de opportunisten het over," zegt Magnus. "Niet alleen de paling profiteerde van de verandering, ook enorme muggenplagen teisterden het land."

Laat de jonge paling nou weer erg van muggenlarfjes houden. In de jaren zestig en zeventig bereikte de palingstand een hoogtepunt. Dat is het niveau waar Dupan naar streeft. De paling mag dan last hebben van de delta, in zekere zin heeft hij ook zijn succes daaraan te danken. De paling is bij uitstek een poldervis. Nergens in Europa vinden we hem zo lekker als hier.

Het is dus niet vreemd dat er op veel plaatsen geprobeerd wordt de paling in gevangenschap te kweken. In Volendam zijn ze er mee bezig, in Duitsland en in Denemarken. "Ik hoorde dat ze in Volendam inmiddels een heel eind zijn," zegt Jan Foppen. "Daar hebben ze al jonge larfjes kunnen maken die hun eigen eierschalen opeten, maar daarna vreten ze niks meer. Geen enkele andere vis weigert zo hardnekkig. Een zalm hoeft maar uit z'n ei te komen of hij begint te eten. Je weet precies wat je moet doen om op datum x een bepaalde hoeveelheid zalm te hebben. Dat lukt niet met paling."

"Ik vind het wel een beetje ver gaan, dat project in Volendam," zegt Freerk. "Ze stoppen er miljarden in. Ze experimenteren in laboratoriumsituaties met licht-donker effecten en stroomversnellingen en weet ik wat, maar het lukt ze niet. Om je dood te lachen, als het niet zoveel geld zou kosten."

Ik vraag Freerk wat het verschil is tussen een paling die in gevangenschap wordt grootgebracht en eentje die gekweekt is. "Smaakverschil," zegt hij resoluut. "Een beetje zoals het verschil tussen de eieren van een scharrelkip en die uit een legbatterij. Niet iedereen zal het verschil proeven, maar een kenner wel. De wilde paling moet zijn eigen kostje bij elkaar zoeken en krijgt daardoor een gevarieerd dieet. Ook de grond en het water zorgen voor verschil in smaak."

Intussen is de vrachtwagen met paling uit Duitsland gearriveerd. Terwijl we naar de vrachtwagen lopen, gaat de vader van Jan Foppen, Jan Foppen senior, paling roken in een houtgestookte stenen kast. Het was zijn vader – ook een Jan Foppen – die in 1918 een vergunning kreeg om gerookte paling te venten.

jan foppen jr met paling

Jan Foppen junior kreeg een dag vrij van school voor het uitzetten van de alen. Jan Foppen heeft door de jaren een stevige greep voor de paling ontwikkeld.

Ineens duikt er een klein mollig mannetje op in een oliepak en laarzen. Het is de achtjarige zoon van Jan Foppen en heet uiteraard ook Jan Foppen. Het duizelt me een beetje, al die Jan Foppens. Hij heeft net als zijn vader het haar opgeschoren met een kuif erbovenop. Jantje heeft vrij gekregen van school omdat hij het uitzetten van paling nog nooit heeft gezien.

We laden de paling vanuit de tankwagen aan boort van een kotter. De zon schijnt, het water is kalm en we bevinden ons op het Veluwse randmeer. Iedereen draagt een oliejas. Met mijn stadse kleren en leren schoenen val ik enigszins uit de toon.

Vanuit de grote boot laden we de jonge paling over in een kleiner bootje en dan varen we richting de oever. De paling wordt met schepnetten over de rand gekieperd. Het is net alsof ik mijn netje in een gigantische bewegende knoop plant. De kabelachtige beestjes kruipen in slow motion over en onder elkaar door. Bij het uitscheppen klotst water over de bak en al gauw zijn mijn schoenen doorweekt.

Ik vraag Freerk wat hij nou zo leuk vindt aan palingvissen.

"Ooit werkte ik als monteur, dat vond ik leuk werk. Toen het allemaal te gemakkelijk werd, met zo'n computer, dat je precies ziet wat er mis is, vond ik er niks meer aan. Ik zoek blijkbaar iets ambachtelijks. Na een tijdje rondreizen ging ik naar mijn vader en vertelde hem dat ik de zaak over wilde nemen. Dat verbaasde hem wel."

We varen een paar keer heen en weer. Het gaat om duizend palingen en dat past allemaal niet in het kleine bootje. Gelukkig is het mooi weer. Ik knoop een gesprekje aan met de getatoeëerde predikant. Hij is vooral actief in de binnenscheepvaart. 'Ik vaar een stukje mee aan boord met zo'n familie, verricht pastoraal werk en dan stap ik een eind verderop weer van boort en rij terug met de motor." Geen idee wat dat is, pastoraal werk, maar het klinkt romantisch.

opafoppen-rookt-paling

Terwijl wij op het water zaten, werd er door Jan Foppen senior het een en ander gerookt.

Bij een volgende ronde paling uitzetten blijf ik achter op de grote boot met kleine Jan. We gaan een beetje toeren. Vanaf een hoge kruk, waar hij met zijn knietjes op zit, bestuurt het achtjarige ventje de enorme kotter alsof het een fiets is. Hij heeft de hele klas al eens aan boord gehad. We varen keihard tegen de bodem en ik schrik me kapot. "Niks aan de hand," zegt Jantje en zet de kotter brullend in zijn achteruit. Daar komen de anderen. We zijn klaar voor vandaag en stomen naar de haven.

Terug aan de kade roept Jan Foppen senior dat er gegeten kan worden.

We strippen de ambachtelijk gerookte paling van zijn vel en happen het vlees van de graat. Er is een overvloed en we eten als barbaren.