Los Angeles

De abstracte celstructuur van hout is voor conservators een goudmijn aan informatie

Conservatoren doen er echt alles aan om erachter te komen van welk hout een kunstobject gemaakt is
21.6.16
Deze foto werd genomen door een polarisatiemicroscoop waardoor de celstructuur van het met Japanse lak bewerkte houten paneel van een achttiende-eeuwse Franse kast zichtbaar werd. Afbeelding met dank aan het J. Paul Getty Museum

Als je verschillende stukjes hout onder een microscoop legt zal je eindeloze variaties cellen ontdekken. Toch zijn ze niet alleen maar mooi, want voor conservators bevatten deze patronen belangrijke stukjes data. Ieder onderdeel kan bijdragen aan het identificeren van het soort hout dat gebruikt werd bij het maken van een kunstobject. “In sommige gevallen kan hout met het blote oog worden geïdentificeerd,” legt Arlen Heginbotham uit. Hij is de conservator voor decoratie en sculpturen bij het Getty Museum in Los Angeles. “In andere gevallen kun je gissen, maar echt zeker weet je het niet.”

Advertentie

Eik, beuk en iep zijn makkelijk te herkennen volgens Heginbotham. Net als mahonie en walnoot, “maar er zijn andere soorten hout die minder vaak voorkomen en vaak met deze soorten worden verward,” merkt hij op. “Als het aankomt op tropisch hout wordt het helemaal ingewikkeld. Niemand weet het precieze aantal maar er zijn zeker meer dan veertigduizend verschillende soorten bomen, vooral in tropische klimaten."

Vierhonderd maal vergrote afbeelding van de celstructuur van het gekleurde plataanhout dat werd gebruikt om de sokkel van Paul Gauguins “Head with Horns” te construeren. Afbeelding met dank aan het J. Paul Getty Museum

Als conservators geconfronteerd worden met een houtsoort die ze niet kennen, komen ze voor de keuze te staan of ze een klein stukje hout uit het kunstwerk moeten halen. Het identificeren van de houtsoort kan ze bijvoorbeeld helpen een missend onderdeel op de juiste manier te vervangen. Het kan er ook toe leiden dat ze meer te weten komen over het gebruik van een specifieke soort hout in een bepaalde periode, en soms kunnen ze door meer onderzoek het houtgebruik in het oeuvre van een kunstenaar beter duiden. “Ook kan het identificeren van het hout juridische gevolgen hebben,” zegt Heginbotham. “Braziliaans rozenhout is beschermd omdat de boom met uitsterven wordt bedreigd. Voor alle objecten uit onze collectie waar dit hout in verwerkt zit hebben we speciale toestemming en documenten nodig. Anders mogen we de kunstwerken niet in bruikleen geven voor internationale tentoonstellingen.”

Als het herkennen van de houtsoort belangrijk genoeg wordt geacht voor onderzoeksdoeleinden gaan de conservators verder. “De monsters die we afnemen hebben meestal de vorm van kleine vierkantjes van twee tot drie millimeter. Ze worden uit het kunstwerk verwijderd met een scalpel of een juwelierszaagje. We vriezen de monsters daarna in om ze in positie te houden en snijden ze dan in ongelofelijk kleine plakjes met een microtoom. Deze plakjes worden dan op glazen plaatjes gelegd en onder de microscoop bestudeerd,” legt Heginbotham uit.

Advertentie

Om precies te weten te komen waar ze door de lens naar kijken, maken de conservators gebruik van online databases zoals Inside Wood, of raadplegen ze de “List of Microscopic Features for Hardwood Identification” van de International Association of Wood Anatomist. Dit 116 pagina’s tellende boekwerk gaat in op vatverdeling, spiraalvormige verdikkingen en prismatische kristallen, “vezels met duidelijk begrensde putjes,” en axiale parenchymen – om maar even met wat houtjargon te smijten.

Paul Gauguin (Frans, 1848 - 1903). Head with Horns, 1895 - 1897, Sandelhout met sporen van polychromie op een sokkel van plataanhout. The J. Paul Getty Museum

Maar zelfs met zulke uitgebreide naslagwerken zijn de resultaten soms niet overtuigend genoeg. In sommige gevallen wordt er gebruik gemaakt van extra gereedschap om tot betere antwoorden te komen: gepolariseerd licht kan bijvoorbeeld specifieke typen kristallen in de structuur onthullen, en hele fijne kenmerken kunnen worden opgemerkt als er door een elektronenmicroscoop naar wordt gekeken. “Als ook dat niet genoeg is worden er specialisten geraadpleegd, zegt Heginbotham. “Maar zelfs voor hen is het soms onmogelijk om uitsluitsel te geven.” Dit was ook het geval toen het Getty probeerde de sokkel van het Head with Horns van Gauguin te duiden. Experts concludeerden dat het hout tot de Proteaceae-familie van tropische planten behoorde, maar ze zijn nog steeds niet zeker van de exacte soort.

Misschien kunnen toekomstige technologieën het mysterie onthullen – maar dat duurt misschien nog wel even. Heginbotham legt uit: “Er zijn nieuwe methodes om de identificatie makkelijker te maken, zoals door middel van DNA en chemische analyse. Maar sommige methoden zijn nog niet volledig ontwikkeld en dus nog niet klaar voor het analyseren van kunstwerken.”

Advertentie

Gelukkig kunnen we ons ondertussen blijven verbazen over de prachtige microscopische foto’s die uit de onderzoeken naar boven komen. Hieronder vind je een paar voorbeelden van het werk van Damian Lizun, een conservator uit Ierland.

Fotomicroscopisch beeld van een Noorse spar (Albies alba) door Damian Lizun. Dwarsdoorsnede, honderd keer vergroot.

Fotomicroscopisch beeld van een valse acacia (Robinia pseudoacacia) door Damian Lizun. Dwarsdoorsnede, honderd keer vergroot.

Fotomicroscopisch beeld van een witte populier(Populus alba) door Damian Lizun. Dwarsdoorsnede, honderd keer vergroot.

Volg de serie #artunderthemicroscope van het Getty op Tumblr en bekijk hier meer van de foto’s van Damian Lizun.