Investeringen in het milieu zijn een mogelijkheid om heel veel geld te verdienen

Economische groei en klimaatbescherming gaan juist zeer goed samen.
22.9.16
Beeld: Sarah Lee voor The Guardian

Klimaatverandering is geen last, maar een kans. Tot dit verlichte inzicht ben ik gekomen door Nicholas Stern, een Britse academicus en econoom die aan het hoofd heeft gestaan van de Wereldbank en nu voorzitter is van het Grantham Research Institute on Climate Change and the Environment. Vorige week donderdag gaf hij op uitnodiging van het Tinbergen Instituut een lezing aan de Vrije Universiteit over duurzame groei.

Advertentie

In het kort gezegd komt zijn boodschap neer op het volgende: een voorwaarde voor een gezonde economie is dat de klimaatopwarming stopt, en met de juiste investeringen kunnen we er zelfs geld mee verdienen. En daarbij denkt hij niet alleen aan het bruto binnenlands product, maar vooral ook aan het welzijn van mensen.

In de twintigste eeuw hebben we de natuur uitgeput voor economisch gewin. Maar dat wil niet zeggen dat dit in de toekomst ook zo is. "Het is ontzettend belangrijk dat klimaatbescherming een positief verhaal is over groei en niet uitsluitend een verhaal is over gedeelde lasten," zegt Stern.

Het bedrag van de benodigde investeringen is hoger dan samengevoegde waarde van alle bestaande infrastructuur

175 landen hebben vorig jaar afgesproken de opwarming onder de twee graden te houden. Daarvoor moet de wereld in 2080 een jaarlijkse uitstoot hebben van nul. Volgens velen is dit niet haalbaar, maar Stern behoort tot de school der relatieve optimisten.

Volgens Stern is het haalbaar als de wereldleiders de komende vijftien jaar zo'n negentig biljoen euro in infrastructuur investeren – het meeste daarvan in transport-, communicatie- en energiesystemen, en in stedelijke planning. Dit bedrag is zo groot dat het nietszeggend wordt, maar ter indicatie: het is meer dan de samengevoegde waarde van alle bestaande infrastructuur.

Dit klinkt niet erg prettig, maar het is toch niet alleen maar kommer en kwel. Nu is het perfecte moment om te investeren, zegt Stern, want de rente is ontzettend laag. Bovendien is er volgens Stern genoeg geld in omloop in de wereld om de benodigde infrastructuur te financieren; het wordt momenteel alleen niet op de juiste manier gebruikt. Zo bezitten grote corporaties als Shell samen tientallen biljoenen aan investeerbaar kapitaal, waarvan veel meer aan infrastructuur kan worden uitgeven dan nu het geval is.

Advertentie

Het grootste gedeelte van de taak ligt dus bij overheden en corporaties – maar ook de financiële sector speelt een essentiële rol. De meeste mensen zullen een nare smaak in de mond krijgen bij het woord 'bank', maar zij beheren een groot deel van het kapitaal dat gebruikt zal moeten worden voor duurzame projecten. Ze zijn dus onmisbaar bij het oplossen van de puzzel van het klimaatprobleem.

Zo moeten ontwikkelingsbanken volgens Stern sterker worden, zodat ze meer geld kunnen uitlenen. Dit soort banken zijn opgericht voor infrastructurele projecten in opkomende economieën en kunnen een belangrijke rol spelen door groene projecten in arme landen te financieren. Sinds de jaren negentig zijn dit soort banken een steeds minder belangrijke rol gaan spelen vanwege ingewikkelde procedures en teruglopend animo voor infrastructurele mega-projecten. Maar ze zouden hun rol weer kunnen vervullen als ze intern de boel omgooien.

Wat overheden betreft is het essentieel dat ze stoppen met het direct of indirect subsidiëren van fossiele brandstoffen, en in plaats daarvan duurzame privaat-publieke projecten opstarten. Het gaat hier niet alleen om duurzame energiebronnen als wind- en zonne-energie, maar ook om energie-efficiëntie in de vorm van bijvoorbeeld energiezuinige huizen.

"Treuzelen of niets doen is ontzettend dom en gevaarlijk"

Veel landen hebben al een groen investeringsprogramma, maar dit is bij lange na nog niet genoeg. Zo streeft de overheid van ons eigen landje ernaar om in 2020 veertien procent van de totale energie uit duurzame bronnen te halen, maar tegelijkertijd geeft de Nederland elk jaar indirect tien miljard euro (!) subsidie aan fossiele brandstoffen.

Daarnaast zullen er systemen aangelegd moeten worden die een negatieve uitstoot hebben en dus CO2 absorberen. Het is onwaarschijnlijk dat de CO2-uitstoot volledig teruggedrongen zal worden, dus als we in 2080 een netto uitstoot van nul willen hebben, moet die uitstoot gecompenseerd worden door bijvoorbeeld het aanplanten van bossen.

Advertentie

Deze 'groene' infrastructuur is niet alleen beter zijn voor het klimaat, maar zorgt met name in ontwikkelingslanden voor welvaart, banen en een hogere levensstandaard. Een ander positief gevolg is dat kapitaal zich verspreid – uit de handen van grote, machtige olie- en gasbedrijven naar meerdere kleine producenten, zoals huishoudens met een zonnepaneel. Zo kan klimaatbescherming de wereldeconomie op verschillende manieren stimuleren.

Stern richt zich in zijn betoog vooral tot grote bedrijven en overheden, maar toch valt er in zijn verhaal ook een taak voor ons te ontdekken, namelijk ervoor zorgen dat onze politici duurzame groei serieus nemen en voldoende maatregelen nemen om de klimaatverandering te stabiliseren. Nederland (en Europa als geheel) staat er niet heel fraai op als het op duurzame groei aankomt. Zo heeft de EU heeft het klimaatakkoord van Parijs nog steeds niet geratificeerd, en heeft onze regering recentelijk vrolijk nieuwe kolencentrales geopend.

Klimaatsceptici en fossiele brandstof-minnende politici ten spijt, lijkt Stern in ieder geval genoeg hoop in de mensheid te hebben om positief te zijn over onze kansen om de Parijs-doelen te halen. "Treuzelen of niets doen is ontzettend dom en gevaarlijk," zei hij tijdens zijn lezing.

Toch valt het te bezien hoe realistisch zijn optimisme is en hoe effectief zijn adviezen zijn. Als de overheid stopt met het indirect subsidiëren van fossiele brandstoffen bijvoorbeeld, zal dit betekenen dat de prijzen voor gas en licht stijgen, en daar zullen vermoedelijk maar weinig kiezers blij mee zijn. Het klimaat beschermen is dan wel ecologisch en economisch verstandig, maar politiek gezien kan het bijzonder onaantrekkelijk zijn.

Dat er geld geïnvesteerd moet worden is in ieder geval zeker, net als zijn claim dat deze investeringen het dubbel en dwars waard zullen zijn. Het is simpelweg geen optie om te denken: het is te ambitieus en duur, het gaat toch niet lukken. We moeten geloven dat het mogelijk is om de opwarming van de aarde op tijd te stoppen, anders gaat het allemaal sowieso falen.

Hierbij is het ontzettend belangrijk om te beseffen dat we het niet alleen voor het klimaat doen, hoe vreemd dat ook klinkt. Duurzame groei gaat ook over het verhogen van de levensstandaard in arme gebieden, het verbeteren van de leefbaarheid van steden, het redden van ecosystemen en het verdienen van geld. Het serieus nemen van klimaatverandering zal de mensheid een hoop ellende besparen en zowel op de lange als korte termijn economische en sociale vooruitgang brengen.