Met je kind door het overvolle Amsterdam manoeuvreren is bijna onmogelijk
FOTO DOOR DENNIS DUIJNHOUWER
Identiteit

Met je kind door het overvolle Amsterdam manoeuvreren is bijna onmogelijk

Dankzij mijn dochter ken ik inmiddels elke lift op Amsterdam Centraal vanbinnen – ze stinken zonder uitzondering allemaal naar schraal bier en pis.
17.11.16

Als ik mijn dochter moet verschonen en het café heeft daar geen speciale plek voor, is het dilemma: vouw ik haar over de gesloten wc-bril, trakteer ik mijn mede-cafégangers op de aanblik van een volle poepluier, of haast ik me naar huis? Meestal kies ik voor het laatste.

Dankzij mijn dochter ken ik inmiddels elke lift op Amsterdam Centraal vanbinnen – ze stinken zonder uitzondering allemaal naar schraal bier en pis. Mijn vrienden zonder kinderen hebben geen idee waar de liften op het station zitten, en waarom zouden ze ook? Die liften vallen binnen dezelfde categorie als wiegbumpers, zoogkompressen en BabyTV – dingen waar ik een jaar geleden zelf ook nog nooit van had gehoord.

Sinds ik een kind heb zijn dingen die ik kindloos graag deed – naar een museum gaan, ergens koffiedrinken – ingewikkeld geworden. Als ik in het centrum van Amsterdam een broodje wil eten, en het café waar we gaan zitten blijkt geen kinderstoel te hebben, betekent het dat ik met één hand mijn lunch naar binnen werk, terwijl ik met de andere hand probeer te voorkomen dat mijn dochter haar oog eruit steekt met een los slingerend mes. Als vervolgens het moment komt dat mijn dochter verschoond moet worden, en er is geen speciale plek daarvoor, dient zich het volgende dilemma aan: vouw ik haar over de gesloten wc-bril (goor), trakteer ik mijn mede-cafégangers op de aanblik van een volle poepluier (ook goor), of haast ik me naar huis?

Meestal kies ik voor het laatste – en dat voelt alsof de stad heeft gewonnen: ik laat me verjagen en vlucht naar het kindvriendelijke Amsterdam-Noord, waar ik sinds een jaar woon. En ik ben niet de enige: volgens het CBS verlieten in 2014 en 2015 meer gezinnen met jonge kinderen de vier grote steden dan in de vijf jaren daarvoor. Dit geldt voornamelijk voor gezinnen met kinderen onder de vier jaar. Vooral Amsterdam ziet de laatste jaren meer jonge gezinnen vertrekken: vorig jaar verhuisde ruim 10 procent naar een andere gemeente – in 2012 was dat nog geen 6 procent.

Het is geen nieuws dat Amsterdam langzaam overvol raakt en dat woonruimte bijna onbetaalbaar is. En Amsterdam is niet gebouwd op kinderen en kinderwagens: de stoepjes, steegjes, trappenhuizen en gangpaden zijn simpelweg te smal. Een kennis met een tweeling heeft het na een paar rampzalige pogingen tot koffiedrinken maar helemaal opgegeven – ze wil alleen nog maar naar horeca waar de brede looppaden ruim genoeg zijn voor haar dubbele kinderwagen, waar ze 'niemand tot last is'. En ze weet inmiddels: in het pittoreske Amsterdam zijn er maar weinig van dat soort plekken.

Mijn vriendin Dido (29, zoon van 10 maanden) woont en werkt in de stad, en met haar kinderwagen door het verkeer manoeuvreren is niet eenvoudig. "Ik moet vaak tijdens de spits met mijn kinderwagen in de tram, en het is elke dag maar de vraag of ik ertussen pas. In principe is er maar ruimte voor twee tot drie kinderwagens, maar soms proppen ze er wel vijf in. Het komt ook voor dat ik word geweigerd als er al twee kinderwagens in staan. Het hangt van de chauffeur en diens humeur af of ik mee mag of niet."

Als je me vijf jaar geleden had verteld dat ik ooit vrijwillig uit de binnenstad zou verhuizen had ik je voor gek verklaard, maar nu zucht ik vaak van opluchting als ik van de pont afstap. Hier hoef ik niet elke paar meter "excuse me, excuse me!" te roepen tegen een stel glazig kijkende toeristen als ik erlangs wil met mijn kinderwagen. En ik heb een grasveld (!) voor de deur – iets waar ik in het pre-babytijdperk geen reet aan zou vinden, maar waar ik nu dolgelukkig mee ben.

Een andere vriendin, Aukje (33), woont in hartje centrum en daar zijn bijna geen faciliteiten voor haar driejarige zoontje. Dus bedacht ze iets wat ze de 'stadsdierentuin' noemt: "Eerst gaan we langs de gadgetwinkel voor toeristen, waar ze allemaal rubberen badeendjes verkopen. Daarna gaan we naar een winkel met allemaal spullen in de vorm van koeien, eigenlijk ook voor toeristen. Dat is dan ons recreatieve rondje." Dat de Amsterdamse binnenstad niet zit te wachten op jonge kinderen, is volgens haar duidelijk: "Kinderen krijgen doe je in Noord of in Purmerend, niet in het centrum. Dat stadsdeel is bedoeld voor toeristen."

Amsterdam lijkt verschillende bevolkingsgroepen graag gescheiden te willen houden: moeders bij moeders, hipsters bij hipsters, studenten bij studenten. Als jonge ouder word je geacht uit te wijken naar kindvriendelijke cafés (waar je vaak niet dood gevonden wilt worden) of helse plekken als TunFun, een voormalige tunnel die is omgebouwd tot ondergrondse speeltuin. Je mengen tussen andere, kinderloze stedelingen, kan ik wel vergeten: tegen borreltijd word ik de kroeg zowat uitgekeken.

Dit is heel anders in landen als Spanje en Italië, waar het volstrekt normaal is om je kind overal mee naartoe te nemen, ook als je bijvoorbeeld 's avonds uit eten gaat. Kinderen worden er, in tegenstelling tot in Amsterdam, niet gezien als stoorzender, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van het gezelschap.

Sacha (42, zoontje van 1) noemt Berlijn als een goed voorbeeld van een kindvriendelijke stad. "Ik verbaasde me erover dat alle moeders daar zo'n grote kinderwagen hebben, echt een enorm ding. Ik ben zodra het kon overgestapt naar een lichtgewicht buggy, omdat het anders geen doen is in onze stad. De moeders in Berlijn gaan lekker de hele dag op stap met hun kind, omdat er veel meer voorzieningen voor ze zijn."

Toch zijn mijn moedervrienden en ik het erover eens dat we onze kinderen in de stad, of in ieder geval in de buurt van de stad, willen laten opgroeien: in Amsterdam woon je tussen verschillende mensen met veel verschillende levensovertuigingen en culturen. Dat is belangrijker voor mij dan het feit dat er soms geen plek voor ons lijkt te zijn.

Toen mijn vriend en ik ons huis kochten in Noord, kon onze makelaar (die zelf niet in Amsterdam woont) het niet laten om ons meerdere malen op het hart te drukken dat we voor dit geld toch echt een "paleisje" konden kopen in Deventer. Almelo! Roelofarendsveen!

Hij had natuurlijk gelijk: verhuizen uit de stad zou waarschijnlijk praktischer zijn en vooral stukken goedkoper. In Roelofarendsveen is er is vast genoeg ruimte op de stoep voor drie kinderwagens, maar mij krijg je niet zomaar – helemaal – weg uit Amsterdam.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.