Advertentie
Film

Ik keek ‘The Lion King’ en kon alleen maar denken aan dood en verderf

Die circle of life is misschien toch niet zo oneindig.

door Patrick Marlborough
26 juli 2019, 1:24pm

Foto: Getty Images

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

We maken op dit moment de zesde massa-extinctie in de geschiedenis van de planeet mee, en dat komt door de mensheid. Door de antropogene klimaatverandering, bevolkingsgroei, habitatvernietiging, jacht en de ontelbare skeletten op het olifantenkerkhof van het hyperkapitalisme liggen, gaat de hoeveelheid dierenpopulaties sneller omlaag dan Mufasa van een klif kan donderen.

Toen ik The Lion King (2019) keek, kon ik alleen maar denken aan de ecologische instorting. De geanimeerde beelden van Simba en de rest zijn zielloze afspiegelingen van diersoorten die op de rand van de afgrond staan. In de toekomst zullen neushoorns, olifanten, giraffen en leeuwen alleen nog maar in het collectieve geheugen van onze kleinkinderen bestaan.

Toen ik Simba weer “Wacht maar af totdat ik koning ben” hoorde zingen, dacht ik: koning van wat? As? Want Apple heeft een kobaltmijn in de Pridelands gekocht, waar kinderen van zeven noodgedwongen moeten werken. De mijn zorgt voor een watertekort in de omgeving, wat weer leidt tot sektarisch geweld.

Misschien ligt het aan mijn klinische depressie, maar de remake van The Lion King maakte me niet nostalgisch, maar nihilistisch. Veel shots van de film zijn bijna identiek zijn aan het origineel, maar de thema’s die de originele film zoveel leven gaven, geven deze remake een angstaanjagend gevoel van dood.

Ik was vier jaar oud toen ik The Lion King in 1994 in de bioscoop in Perth zag. Ik was een raar jochie en zei tegen mijn ouders dat ik een paleontoloog, zoöloog of komiek wilde worden – of een combinatie van die drie. Daarom voelde The Lion King – met zijn monolithische rotsformaties, cartoondieren en Rowan Atkinson – op maat gemaakt voor mij.

Net als de dinosaurussen van Jurassic Park verankerden de dieren van The Lion King zich in mijn geheugen – en die van mijn generatie. Ik leerde de liedjes uit mijn hoofd, ik schetste schriften vol met tekeningen van Timon en Pumbaa en ik speelde het spel op de Super Nintendo obsessief. Mijn oma gaf me een abonnement op de dierentuin cadeau. We gingen er om de week heen om met Tricia, een oude olifant, te praten.

Toen ik zeven was ging ik met mijn ouders naar Afrika. In een hotel in Zimbabwe gaven ze me een checklist met alle personages uit The Lion King. Had ik Timon al gezien? Zag je Pumbaa daarnet bij het openluchtbuffet? De golfbaan is dicht, omdat Scar op de green van de negende hole ligt te slapen. Mijn zevenjarige ik kon de postkoloniale gestoordheid van het Zimbabwaanse hotelpersoneel, dat regelmatig “Hakuna matata” (een Swahili-uitdrukking) zei, niet begrijpen.

Afrika voelde vreemd genoeg aan als Disneyland.

De film uit 1994 was een wereldwijd fenomeen, zelfs volgens de standaarden van Disney. Het bedrijf had een ecosysteem gebruikt voor de kunst en de winst – net zoals ze met Bambi hadden gedaan. De film had invloed op het natuurbeschermingsbeleid, milieuactivisme en toerisme binnen en buiten Afrika. De zaadjes van deze impact waren al geplant in de productie van de film.

Disney had oorspronkelijk meer een natuurdocumentaire in gedachten voor de film, in plaats van het Bambi-Hamlet-avontuur dat het uiteindelijk werd. De crew reisde naar Afrika om de bezienswaardigheden, geluiden en geuren van de savanne te onderzoeken. Net zoals gebeurde toen Walt zelf nog aan het roer stond, werden er levende dieren – een welp en een volwassen leeuw – naar de studio gebracht, zodat de animators die konden bestuderen. De observationele en de traditionele aspecten van het onderzoek kwamen samen in de tribale ontwerpen, patronen en kleuren die werden verwerkt in de film. Die fusie werd nog versterkt door de fenomenale soundtrack, een samenwerking tussen componist Hans Zimmer en de Zuid-Afrikaanse producent Lebohang “Lebo M” Morake.

De uiteindelijke film schetste een soort mythisch pan-Afrikanisme en sprak een publiek van verschillende westerse mensen aan: zowel consumenten als natuurbeschermers.

The Lion King gaf ons innemende mascottes om de grimmige realiteit mee te verbergen. In het westen heerste een verkeerd en homogeen beeld van armoede, hongersnood en conflicten in Afrika. Ineens konden westerlingen daar zonsopgangen, spiritualisme en showmuziek bij optellen. The Lion King liet een wereld zien die niet was aangetast door het kolonialisme en alle narigheden die daarbij horen. Een wereld die zelfs niet aangetast was door de huidige zachte vorm van kolonialisme: neoliberalisme.

De dieren in The Lion King leefden en stierven volgens het principe van de ‘circle of life’, waarmee de chaos van leven en dood kosmisch verzacht werd. De film verzachtte daarmee op soortgelijke wijze ook de schuld van de bezoekers van de film, die de pracht en praal van de geanimeerde savanne vanuit het comfort van een bioscoop met airconditioning bekeken. Je hebt een plek in de cirkel en die moet je maar gewoon accepteren.

Disney verdiende het eerste jaar na de verschijning van de film ongeveer 1 miljard dollar met Lion King-merchandise, waaronder alleen al 214 miljoen dollar met de verkoop van speelgoed tijdens de kerst van 1994. Volgens Disney bracht de originele Lion King meer dan 8 miljard dollar op. Van geen enkele andere film werden meer videobanden of dvd’s verkocht: maar liefst 47.500.000 stuks.

Maar volgens Disneys ‘Protect the Pride’-website, is “sinds The Lion King 25 jaar geleden verscheen, meer dan de helft van de Afrikaanse leeuwen verdwenen.” Disney heeft anderhalf miljoen dollar aan het Lion Recovery Fund gedoneerd (en nodigt fans uit om dat te verdubbelen). Naar schatting hebben ze ongeveer 0.002 procent van hun winst van de Lion King-franchise besteed aan natuurbehoud. In 2015 schatte de IUCN dat er nog maar 20.000 leeuwen in het wild zijn, waarvan er slechts 2000 in West- en Centraal-Afrika leven. Ze zullen waarschijnlijk rond 2050 uitgestorven zijn.

In een nieuw onderzoek dat in Proceedings of the Royal Society werd gepubliceerd, wordt voorspeld dat stokstaartjes over vijftig jaar door de klimaatverandering zijn weggevaagd. Er wordt te veel jacht gemaakt op mandrils als Rafiki, voor hun vlees. De Kordogangiraffe en Nubische giraffe staan sinds vorig jaar op de lijst van ernstig bedreigde diersoorten, onder andere omdat meer mensen zijn gaan jagen en omdat de Amerikaanse importregulering door president Trump is afgeschaft. Er worden per dag honderd Afrikaanse olifanten door stropers gedood, voor hun ivoor, vlees, of – in het geval van Donald Trump Jr. – als souvenir. De westelijke zwarte neushoorn, zoals degene die op Zazu gaat zitten, is in 2016 uitgestorven verklaard.

Een van mijn favoriete momenten uit The Lion King is nog steeds dat Simba beseft dat hakuna matata – oftewel: geen zorgen – inherent egoïstisch is. Hakuna matata is absoluut een prachtige uitdrukking, maar de betekenis ervan is veranderd, net als ons klimaat. Je geen zorgen maken, niet handelen, betekent namelijk in dit geval vernietiging: van je thuis, je familie en jezelf.