Advertentie

Ik liet mijn poep testen om te zien of het ‘superpoep’ is

Poeptransplantaties gebeuren steeds vaker – en alleen de beste drollen komen in aanmerking.

door Sophie Wilkinson
28 mei 2019, 1:37pm

Alle foto’s door de auteur.

Ik zit in een kamer zonder ramen met een man die ik nauwelijks ken. Hij is bezig om mijn poep door elkaar te mengen in een bekertje. Kort daarvoor heb ik thuis in een plastic bak gekakt, het deksel erop gedaan, mijn kont afgeveegd en ben ik in de metro gesprongen. Ik had twee uur om bij het ziekenhuis te komen, omdat de bacteriën in mijn poep daarna dood zouden gaan. En die bacteriën zijn van belang: ik wil weten of mijn poep ‘superpoep’ is.

De fecale microbiota transplantatie (FMT) – waarbij gezonde poep van de ene persoon in het lichaam van een ander, minder gezond persoon wordt gestopt om de darmgezondheid te verbeteren – werd voor het eerst in het jaar 300 in China uitgevoerd. Iets recenter kreeg de behandeling een deftige naam en werd-ie door sommige westerse landen goedgekeurd voor medische doeleinden.

In Nederland wordt FMT sinds mei 2016 toegepast bij patiënten met een terugkerende bacteriële infectie. Tot aan juni 2018 zijn er meer dan 100 patiënten behandeld, met een succespercentage van 87 procent. In 2014 werden er Britse richtlijnen voor FMT opgesteld. In de Verenigde Staten heeft het proces om het medisch gebruik van poep goedgekeurd te krijgen zes jaar stilgestaan. Maar FMT werkt wel degelijk, zegt Simon Goldenberg, microbioloog en infectiebeheersingsarts bij het Guy's and St Thomas' Hospital in Londen, waar ik mijn bakje poep naartoe bracht.

“Clostridium difficile is een bacterie die meestal wordt opgepikt door ouderen die veel antibiotica hebben gehad,” zegt hij. Antibiotica ontdoen de darmen van hun goede bacteriën, waardoor de slechte hun plaats kunnen innemen. “Patiënten krijgen ernstige diarree en vallen veel af. Meestal zorgt antibiotica ervoor dat ze beter worden, maar bij een paar patiënten keert de bacterie terug. Om die mensen beter te maken, moet je hun microbioom herstellen, en poeptransplantaties werken daarvoor heel goed.”

hospital poo
Het ziekenhuis.

Ik wil echter niet alleen weten of mijn darmen goed werken; ik wil weten of ik ‘superpoep’ heb. Ik hoorde daar voor het eerst van in januari, toen microbiologen van de Universiteit van Auckland in een medisch tijdschrift schreven dat er ergens ter wereld iemand poep kan maken met zo’n breed scala aan microben dat het kan helpen om “twee keer zoveel mensen te genezen.”

Ik eet gevarieerd en heb een prima stoelgang, dus ik dacht dat het een makkie zou zijn om me te laten testen op superpoep. Dat bleek niet zo te zijn. Aan het begin van dit jaar kreeg ik een amandelontsteking en moest ik aan de antibiotica. Daardoor verdwenen alle bacteriën uit mijn ingewanden en bleek dat ik tot drie maanden na de kuur geen goede poep kon doneren. Ik wachtte af, at gevarieerd en liet de bacteriële culturen in mijn darmen weelderig groeien als blauweregen op een grachtenpand.

Na drie maanden was ik terug van weggeweest. De screening bestond uit monsters van mijn ontlasting, een vragenlijst en een bloedtest. Goldenberg stuurde me toestemmingsformulieren voor mijn poep, een soort hangmat van toiletpapier waar ik op kon kakken en drie kleine flesjes. Toen ik eenmaal wat poep in elk flesje had geschept – wie had gedacht dat stront zo stug zou zijn? – spoelde ik de wc-papierhangmat en de drol door en veegde ik mijn kont af. Ik zette de flesjes in een gewatteerde envelop een nachtje in de koelkast.

De volgende ochtend nam ik de envelop mee naar Goldenberg. Het maakte niet uit dat de bacteriën in elk flesje waren gestorven, omdat deze poep op andere dingen werd getest, zoals hiv en hepatitis.

Goldenberg nam bloed af en stelde wat vragen, wat achteraf gezien minder persoonlijk was dan toen hij letterlijk door mijn poep zat te zeven. Hoeveel drink ik? Heb ik tatoeages? Acupunctuur gehad? In de gevangenis gezeten? Op exotische plekken geweest? Ik vroeg hem waarom deze controle bestaat. “We moeten ervoor zorgen dat FMT effectief is, maar het kan er ook voor zorgen dat mensen met hepatitis dat aan andere patiënten geven, en dat zou een enorm schandaal zijn.”

Mijn antwoorden op de vragen waren prima en ik mocht weer naar huis. Twee weken later kwamen de testresultaten van mijn poep terug, waar helemaal niks mee aan de hand was. Goldenberg sprak een datum en tijd met me af voor het moment dat ik mijn donatie langs kon komen brengen. Er waren een stuk of tien donateurs en hij zei dat ze “voornamelijk tussen 8 en 9 uur ’s ochtends langskwamen, op weg naar het werk.”

1558532402554-shitblur1
Het proces.

Dus hier ben ik, in het ziekenhuis, met een bakje stront in mijn handen. Nadat mijn recente stoelgang is besproken en er is vastgesteld dat ik nog aan de goede kant van de Bristol-stoelgangschaal zit, neemt Goldenberg me mee naar een kamertje. Daar gaat hij voor een bioveiligheidskast zitten. Dat is in wezen een glazen doos op een tafel, met aan de bovenkant een afzuigkap. Hij doet mijn bruin-beige klompjes samen met een zoutoplossing in een shakebeker, die ik eerder heb gezien op foto’s van gladde, gespierde influencers.

“We hadden bedacht dat dit zou werken om de poep te mengen en de klonten eruit te krijgen, en het bleek te werken!” zegt hij, waarna hij met mijn poep schudt alsof hij een espresso-martini maakt.

1558532417243-shitblur2
Het proces vervolgd.

De keutels worden door het zoute water geklotst, waardoor er een bruisende, runderbouillon ontstaat. De afzuigkap strijdt dapper tegen de geur. Het poep-zoutmengsel met de dikte van een milkshake wordt daarna gefilterd door een plastic zeef bovenop een plastic kan, en overgegoten in een potje van 200 milliliter. Goldenberg voegt glycerol toe, “als antivriesmiddel dat de bacteriën beschermt.”

De pot wordt bevroren en bewaard op -80 graden Celsius, samen met een ruw monster – voor het geval dat ze een nieuw organisme ontdekken dat ze nog nooit eerder hebben gezien.

1558532431709-shitblur3
Het einde van het proces.

De donaties voor de poepbank van Guy’s and St Thomas’ Hospital mogen ook gebruikt worden in het King’s College Hospital, vijf kilometer verderop. Debbie Shawcross, ereadviseur hepatologie in het ziekenhuis, zegt dat het gebruik van FMT om clostridium difficile te behandelen “in deze setting een genezingspercentage van 98 procent heeft.” Ze is ook de hoofdonderzoeker van een medisch onderzoek dat probeert te achterhalen of FMT patiënten met een gevorderde chronische leverziekte kan helpen, die zonder een levertransplantatie zullen doodgaan. Hoewel het onderzoek nog niet is afgerond, zijn de onderzoekers tot nu toe nog niet tegen belangrijke problemen aangelopen.

“We waren bang dat het idee van een poeptransplantatie voor patiënten misschien ‘onsmakelijk’ zou zijn,” zegt Shawcross. “Dat lijkt niet het geval te zijn. Het is waarschijnlijk het enige onderzoek dat ik tot nu toe heb uitgevoerd, waarbij de patiënten mij schrijven met de vraag of ze eraan kunnen meedoen.” Dat is best verrassend, als je bedenkt dat het ontvangen van een drol pijnlijker klinkt dan de bureaucreatie van de donatie.

Mijn poep is de komende zes maanden beschikbaar als iemand in de twee ziekenhuizen het nodig heeft. Het zal naar het bed van een patiënt worden gestuurd, waar het drie uur lang zal ontdooien. Daarna wordt het ingebracht “met een sonde die via de neus en door de maag naar het eerste gedeelte van de dunne darm leidt,” zegt Goldenberg.

“Kan het niet via de kont?” vraag ik. “Het kan rectaal,” antwoordt hij. “Maar je hebt een verdoving nodig voor de colonoscopie. En je darmen moeten voorbereid worden, dus je moet veel laxeermiddelen nemen. Het is ongemakkelijker om het aan de dikke darm te leveren, maar het is wel effectiever.”

Voor de toediening via de neus heb je alleen wat antacida nodig, om ervoor te zorgen dat de maagzuren geen vitale microbiomen doden.

Goldenberg zegt dat het hele proces op dit moment nog in de kinderschoenen staat, want wetenschappers weten nog niet welke soorten bacteriën goed zijn, totdat ze de perfecte poep vinden. “Wat we wel weten is dat een breed scala aan bacteriën wordt geassocieerd met een goede gezondheid,” zegt hij. “Maar niemand heeft het nog gekarakteriseerd. Elke donor heeft een ander microbioom, en zelfs bij dezelfde donor zal er tussen een maandag en een donderdag een verschil zijn.”

Dus hoewel mijn lichaam geen slechte shit bevat, en het waarschijnlijk goede shit bevat, is het moeilijk om te zeggen of het supershit bevat. Ik leer wel dat mijn donatie te klein is. Goldenberg was zo aardig om het preparatieproces te demonstreren, zodat ik foto’s kon maken, maar de minimale donatiegrootte is 60 gram, en met mijn 43 gram kom ik 17 gram tekort. Sommige monsters wegen meer dan 180 gram, “wat betekent dat we meer dan drie afzonderlijke monsters kunnen maken,” volgens Goldenberg.

Ik schaam me en beloof terug te komen met een grotere en betere lading. Goldenberg geeft me een nieuwe plastic bak, terwijl ik bedenk hoe ik nog meer vezels in mijn dieet kan krijgen.

Ondanks mijn te kleine kakje ziet de toekomst van FMT er goed uit. Wetenschappers onderzoeken op dit moment of het proces de symptomen van – of zelfs het bestaan van – zeer uiteenlopende aandoeningen, ziektes en syndromen kan verlichten. Dan hebben we het over zaken als autisme, overgewicht, hart- en vaatziekten en psychische problemen als angststoornissen en bipolaire stoornissen. En nu het stigma minder wordt, lijkt het erop dat er alleen maar meer onderzoek naar de mogelijkheden van FMT zal komen.

Misschien was mijn droom om een superpoepdonor te worden succesvoller geweest als ik voor mijn monster was betaald, zoals in de Verenigde Staten, waar je 40 dollar per donatie krijgt. Maar Goldenberg zegt dat het riskanter is om te betalen voor donaties, ondanks dat de reiskosten voor alle donors wel worden vergoed. “Als je mensen betaalt, zullen ze eerder liegen over hun risicofactoren,” zegt hij.

Nu ik dat weet, laat ik liever een te lichte lading in de pot achter, dan dat ik voor een heuse shitstorm in de medische wereld zorg.