De man die al zijn leven lang nutteloze gebruiksvoorwerpen verzamelt

Van onhandig grote lepels tot omslachtige knijptangen: in de Kunsthal Rotterdam hangen spullen waarvan de functie totaal onduidelijk is, en die juist daarom zo mooi zijn.

|
okt. 31 2018, 3:25pm

In de Kunsthal Rotterdam hangt nu een twintig meter brede wand vol met gebruiksvoorwerpen, die ooit vast en zeker ergens goed voor zijn geweest, maar inmiddels nergens meer voor gebruikt worden. Omdat ze niet meer aansluiten op onze behoeftes bijvoorbeeld, of zijn ingehaald door modernere technologie. Van een oude massageroller tot een geldla voor krantenverkopers, die ze gebruikten in een tijd waarin kranten nog populair waren (en het nog totaal ondenkbaar was dat contant geld misschien ooit zou verdwijnen).

In de meeste gevallen zie je eigenlijk nauwelijks wat voor functie ze hebben gehad, maar dat is juist wat het volgens de 79-jarige Britse verzamelaar David Usborne zo interessant maakt: dan zie je ineens de schoonheid die schuilt in doodnormale gebruiksvoorwerpen. Usborne, die sinds 1969 design doceert aan de Central School of Art en de Kingston University, heeft in zijn leven al talloze vlooienmarkten afgestruind, op zoek naar “combinaties van elegante vormen en raadselachtige functies.”

Om dit plezier ook met andere mensen te delen, exposeert hij nu een deel van zijn collectie in de tentoonstelling Objectivity: The Art of Useful Things. Creators sprak met Usborne over zijn interesse in nutteloze objecten, zijn methode om rommelmarkten af te struinen en zijn afkeer tegen moderne technologie.

Een aluminiumfrees.
Dit is een frees om aluminium mee te bewerken. Beeld: Celine Marchbank.

Creators: Wat waren de eerste dingen die je verzamelde?
David Usborne: Als klein jongetje groeide ik op in New Mexico in de Verenigde Staten. Toen verzamelde ik al Indiaanse pijlpunten van steen die je in de woestijn kon vinden. Later vertrokken we naar Engeland en werd ik door mijn ouders naar een internaat gestuurd, waar ik pas echt werd aangestoken door het verzamelvirus.

Ieder kind verzamelde dingen, van stempels tot vogeleieren. Verzamelen troostte ons van het gemis van onze ouders. Het was een manier om een eigen wereld te creëren. Je verzameling is een kleine wereld waar je zelf de macht op uitoefent, in een wereld waar je geen controle over hebt. Het zorgde dat je een klein beetje minder eenzaam was, dat je je een klein beetje minder triest voelde. Sigmund Freud dineerde ook regelmatig tegenover zijn antieke verzameling als hij geen gezelschap had.

Je collectie is vrijwel volledig afkomstig van vlooienmarkten. Waarom vlooienmarkten?
Wat je in antiekwinkels aantreft, is het resultaat van wat andere consumenten en antiquairs mooi vinden. Terwijl ik zelf op onderzoek wil uitgaan. Ik haal er plezier uit om tegen de kudde in te gaan en op vlooienmarkten vergroot je die kans, omdat de verkoper vaak ook zelf niet helemaal weet wat hij of zij in handen heeft.

Lepel
Een lepel, waarmee je uitsluitend hele grote dingen kunt oplepelen. Beeld: Celine Marchbank.

Zelf raak ik bij rommelmarkten vaak verward door de grote hoeveelheid troep. Hoe haal je daar toch waardevolle dingen uit?
Je bent eigenlijk aan het grazen, zoals dieren gebieden afgrazen op zoek naar voeding. In een soort van trance, half slapend. Als ik een grote rommelmarkt afga, zoals de Jaarbeurs in Utrecht, dan kan ik mijn ogen wel over duizend dingen laten grazen voordat ik iets interessant zie. In The Gleaners, een hele mooie Franse documentaire, zie je hoe mensen op zoek gaan naar waarde in afval, ze zoeken bijvoorbeeld appels die al door appelplukkers zijn weggegooid. Gleanen, noemen ze dat dan. Dat is eigenlijk wat ik ook doe: dat ene interessante object zoeken in een gigantische berg van erbarmelijke rotzooi.

In eerste instantie word ik meestal aangetrokken door de vorm van een object. Ik gaf vroeger technisch tekenen, dus vooral simpele, geometrische vormen vind ik interessant. Het plezier zit ‘m er vervolgens in dat ik niet meteen weet waar het voorwerp voor gebruikt wordt. Het begint als een mysterie dat uitnodigt tot verder onderzoek.

Met dit apparaat kun je je borstspieren trainen.
Met dit apparaat kun je je borstspieren trainen. Beeld: Celine Marchbank.

Je verzameling is heel divers, maar toch lijkt het ook een geheel te vormen. Wat voor verhaal vertelt je collectie?
Toen ik mijn verzameling per functie ging categoriseren, ontdekte ik dat je er de evolutie van de mens in terugziet. Aan de oudste gereedschappen valt bijvoorbeeld op dat de mens vooral dingen gebruikten waarmee ze konden slaan, terwijl er later meer voorwerpen kwamen waarmee je kunt snijden, en daarna weer meer meetgereedschap. De primitieve mens begon met slaan – zelfs apen gebruikten stenen om noten mee kapot te maken. In mijn collectie zitten dus objecten als knuppels en chirurgische hamers. Maar ook snijdende voorwerpen als een sikkel om rijst mee te oogsten, en gereedschappen als een template om cake mee op te meten, voor de metende mens. In totaal heb ik ze opgedeeld in acht functies: slaan, snijden, grijpen, vasthouden, beschermen, wrijven en meten. Dat bleek uiteindelijk handig om als houvast te gebruiken bij vlooienmarktbezoeken. Inmiddels ben ik gestopt met verzamelen, want ik heb gewoon te veel objecten.

Hoeveel dan?
Meer dan duizend. Een groot deel heb ik aan de University of the Arts in Londen geschonken.

Een wat omslachtige knijptang.
Een wat omslachtige knijptang. Beeld: Celine Marchbank.

Wat vind je van de gebruiksvoorwerpen van tegenwoordig? Als je het bijvoorbeeld hebt over het Internet of Things, dan gaat het ook over producten waarbij we de controle een beetje kwijt kunnen raken. Dat zorgt ook voor een andere relatie tussen mens en technologie.
Eigenlijk sta ik vrij onverschillig tegenover moderne technologie. Het is helemaal niet interessant om te verzamelen: dingen als iPhones zijn vooral ontworpen met het doel om je te verleiden. Het gaat me er vooral om dat ik niet wil dat de ontwerper tussen mij en het object in staat. Daarom waardeer ik het ook juist als ik niet weet door wie het überhaupt ontworpen is.

Je mailde voor dit gesprek dat je de gereedschappen in je verzameling even waardevol vindt als een sculptuur van Giacometti. Waarom?
Toen ik dat zei, zat ik net met een hele lange elegante houten stok in mijn handen, die ooit door ruiters werd gebruikt om hun leren schoenen mee uit te trekken. Het is prachtig bewerkt. Die stok gaf me tachtig procent van de esthetische voldoening als een Giacometti-sculptuur, terwijl het een fractie van een Giacometti-sculptuur kost. Waarom zou ik dan een Giacometti aanschaffen als ik dit voor een euro kan kopen?

Ik vind het leuk om subversief te zijn. Om eerst een museum in te lopen en vervolgens op een vlooienmarkt een object tegen te komen waarvan ik zeg: dit heeft evenveel waarde als een schilderij dat in mooi uitgelicht in een museum gepresenteerd staat. Ik heb best een ingewikkelde relatie met kunst, want als ik nooit in een museum zou komen, zou ik ook nooit zoveel waarde in deze voorwerpen zien.

Een metalen luchtkoker van een schip.
En dit een metalen luchtkoker uit een schip. Beeld: Celine Marchbank.

Zie je jezelf als kunstenaar?
Een kunstenaar creëert, ik niet. Maar ik gebruik wel dezelfde drang als een kunstenaar, en net als kunstenaars zie ik metaforen. Ik zie patronen waar geen patronen bedoeld waren, en gezichten in objecten die nooit een gezicht hebben gehad. In het herkennen van schoonheid in objecten die niet de intentie hadden om mooi te zijn, ervaar ik een esthetische voldoening die kunst mij niet geeft. Als de tentoonstelling je beviel, dan heb je die misschien ook wel gekregen.

De tentoonstelling ‘Objectivitity: The art of Useful Things’ is nog tot en met 20 januari in de Kunsthal te Rotterdam te zien. Hier vind je meer informatie.

Een ijzeren vleeshaak.
Een ijzeren vleeshaak. Beeld: Celine Marchbank.
Meer VICE
VICE-kanalen