Hoe het is om te verdwalen op zee
Interview

Hoe het is om te verdwalen op zee

Josh Marsh overleefde 52 uur op een gekapseisde boot, vlakbij de kust van de Filipijnen.
18 september 2017, 2:20pm

Josh Marsh ging in 2012 op vakantie in de Filipijnen, toen de boot waar hij in zat kapseisde vlakbij de kust van Manila. De volgende 52 uur zaten Josh, zijn vriend Tom en de vader van Tom op de omgeslagen boot zonder overkapping en zonder eten en drinken. Hun gids, Ruben, probeerde naar de kust te zwemmen om hulp te halen. Het was midden in december, met temperaturen rond het vriespunt. Schepen voeren voorbij zonder te stoppen. Ze dachten dat ze zouden sterven.

Een paar jaar na deze huiveringwekkende ervaring, sprak VICE Josh over overleven op zee. We praatten over uitdrogingsverschijnselen en de hallucinaties die hij ervan kreeg, haaien en waarom hij besloot om een fles Tanduay-rum te bewaren.

VICE: Hey Josh, een aantal jaar geleden ging je naar de Filipijnen met je vriend Tom en zijn vader. Waarom besloot je die dag de boot te nemen?
Josh Marsh: We verbleven in Banton, een eiland vlakbij Manila. Het plan was om naar Marinduque te gaan, wat een oversteek van veertig kilometer is. We werden gewaarschuwd voor slechte weersomstandigheden en hoge golven, maar onze gids overtuigde ons dat het veilig genoeg was om de oversteek te maken. Toen we op de boot zaten, draaide het weer plotseling om en kwam er veel water in de motor. Uiteindelijk viel de motor uit en moesten we het water met emmers uit de boot scheppen. De boot kwam zijwaarts te liggen en werd toen geraakt door een enorme golf, waardoor-ie kapseisde. We dreven in de oceaan en probeerden te beseffen wat er gebeurd was. Meteen daarna grepen we naar alle spullen die we zagen ronddrijven. Het eerste wat ik greep was een fles rum.

Een fles rum?
Ja. Het was goede rum en het was het eerste wat ik in het water zag dobberen.

Was het hele dure rum?
Een dollar of zes had die fles me gekost.

Links: een oversteek naar Marinduque terwijl de zon opkomt | Rechts: Een kalme zee bij het eiland Banton

Wat hebben jullie nog meer kunnen pakken?
Ruben, onze gids, pakte een keukenmes en dook onder water om de overkapping van de boot los te snijden, zodat wij er niet in meegesleept zouden worden. Toen klommen we naar de romp van de boot en probeerden we te bedenken wat we het beste konden doen. Ruben pakte een jerrycan, bond het aan zijn pols (zodat hij bleef drijven) en wilde naar de kust zwemmen om hulp te halen. De afstand naar het eiland was op dit moment best ver. Wij vonden het geen goed idee, maar hij was vastbesloten. Toen hij richting het eiland zwom, verloren we hem niet uit het oog, totdat hij verdween tussen de golven.

Dacht jij er ook over om naar het eiland te zwemmen?
Ik heb erover nagedacht. De andere optie was namelijk eveneens niet erg aantrekkelijk - op een boot zitten en wachten tot je gered wordt. Het eiland was ver weg, maar het leek niet onmogelijk. Toch besloot ik samen met Tom en zijn vader op de boot te blijven wachten.

Dus jullie zaten met zijn drieën op de boot?
Ja.

Wat ging er toen allemaal door je hoofd?
We waren vooral aan het wachten op Ruben. Totdat Ruben contact zou hebben gemaakt met iemand. We hoopten dat hij het eiland bereikt had en hulp had kunnen inschakelen.

"We hadden geen telefoons, geen reddingsvesten en niets om mee te seinen. Ruben was de enige die wist waar we waren"

Wat is er met Ruben gebeurd?
Hij is nooit gevonden. Hij is verdronken in zee.

Hoe was het toen de zon onderging?
De eerste nacht was verschrikkelijk. Er was geen maanlicht, het was stervenskoud, we hadden honger en we hadden bovendien geen idee wat er allemaal in het water zwom. We hoorden de golven, maar zagen ze niet. Dat was waarschijnlijk het engste: je weet dat zodra een golf je van de boot af smijt, je waarschijnlijk de kracht niet hebt om er weer op te klimmen. Lichamelijk waren we helemaal uitgeput. We wisten dat als we voor zonsondergang niet gered werden, we sowieso moesten wachten tot de volgende ochtend. Als er überhaupt al hulp zou komen. Hoewel het stikdonker was, lichtte het water rondom de boot op door bioluminescentie. We hadden er weinig aan, maar het was wel prachtig. Al die kleine wezentjes in de oceaan straalden een gloed uit. Echt betoverend.

Hoe ging het fysiek met jullie?
Mijn been deed erg veel pijn door een ongeluk dat ik eerder op het eiland had gehad. Mijn been had een open wond, dus ik maakte me nogal zorgen om haaien. Maar zodra de zon weer opkwam, kregen we de hoop weer terug dat we gered zouden worden.

Kwamen er geen andere boten voorbij?
Ja, twee. We probeerden hun aandacht te trekken met het flitslicht van een kleine camera, maar helaas zonder resultaat. We werden steeds weer in de geulen van de golven gesmeten. Dat was wel echt een domper, mentaal gezien.

Was het niet bloedheet toen de zon weer opkwam? Ik kan me voorstellen dat de zon erg fel was, zonder enige overkapping.
Ik was enorm verbrand en het was onmogelijk om gehydrateerd te blijven aangezien we geen water hadden. De hitte gecombineerd met het slaapgebrek maakte het erg moeilijk om grip op de realiteit te houden.

Je raakte de realiteit uit het oog?
Na de zonsondergang op de tweede avond, begon ik te hallucineren. Ik zag parkbankjes, palmbomen en mensen in het water. Ik zag auto's en havens. Dingen die ik wilde zien - beelden van onze redding. Ik bleef maar denken: als ik gewoon naar dat parkbankje zwem, komt alles goed. Ook viel ik telkens in een soort microslaap, waardoor ik een keer in het water viel. Ik dreef een tijd in de oceaan totdat ik een hand in mijn nek voelde. Het was Tom. Hij had me horen vallen en trok me boven water.

Enkele foto's genomen vanaf de boot, met de camera van Josh.

Had je nog meer hallucinaties?
De meest levendige hallucinatie was die van een haven. Ik dacht dat onze boot een haven in dreef. Er waren twee grote stenen muren aan beide kanten. In de verte zag ik een auto met zwaaiende mensen. De koplampen waren heel fel. Ik schreeuwde om hulp. Het was ongelofelijk, ik dacht echt dat we gered waren. Maar toen we dichterbij dreven, veranderden de golven in een enorme stenen muur. Ik dacht dat we er tegenaan zouden varen en dat de muur onze boot zou verwoesten. Toen de zon weer opkwam werden de golven wat rustiger. Ik dacht ook dat we die nacht contact hadden gehad met een conciërge van een hotel, en dat hij hulp zou sturen. Ik dacht dat we waren aangemeerd bij een hotel. Ik draaide me richting Tom, maar hij zei: "Kijk om je heen. We zitten midden op de oceaan." Dat was het moment dat ik helemaal brak. Ik gaf alle hoop op en worstelde met het idee dat ik hier zou sterven.

Wat gebeurde er de volgende ochtend?
Er verscheen plotseling een enorm vrachtschip voor ons neus. We schreeuwden als gekken, en probeerden de aandacht te trekken door met een oranje zeil te zwaaien. Het leek alsof het schip voorbij voer. We konden het niet geloven, maar toen begon het schip te plotseling te toeteren, en draaide zich richting ons. Ze gooiden een net uit, wij doken van de boot af en klommen aan boord van het schip. De bemanning was fantastisch. Ze gaven ons kleding, eten en brachten ons naar de dichtstbijzijnde haven. Ze hebben onze levens gered.

Heb je de fles rum nog?
Nee. Ik heb de fles op een gegeven moment overboord gegooid. Maar Tom heeft een paar jaar later een fles uit de Filipijnen voor me meegenomen. Die staat hier nog steeds op de plank.