We voelden wat proletariërs aan de tand over de staat van het Marxisme

We spraken arbeiders over het kapitalisme en revolutie, in de stad waar hij een deel van Das Kapital schreef: Zaltbommel.

|
mei 4 2018, 1:38pm

Linkerfoto door John Jabez Edwin Mayal via Wikimedia Commons

Gefeliciteerd met Karl Marx’ tweehonderdste verjaardag! De schrijver van Das Kapital, de vader van het communisme is op deze dag in 1818 in het Duitse Trier geboren, waarna hij zijn leven besteedde aan het ontwikkelen van ideeën over klassenstrijd, vervreemding, kapitalisme en communisme. Die ideeën hebben de wereldgeschiedenis direct beïnvloed, samen met een hele reeks aan filosofen, economen en andere denkers. Marx was een linkse messias, en zijn ideeën worden nog altijd bestudeerd.

Marx zelf dacht in de negentiende eeuw echter dat niet de intellectuelen de macht van het grootkapitaal zouden breken, maar dat het kapitalisme zélf stuk zou lopen en dat de werkende klasse (de onderdrukten, het proletariaat) in opstand zou komen om uiteindelijk de communistische heilstaat te stichten. Dat schreef hij onder meer op in Das Kapital, het boek dat hij voor een gedeelte schreef in Zaltbommel, waar zijn nicht Nanette woonde.

Ter ere van Marx' verjaardag maakte ik een pelgrimstochtje naar het huis waar Marx in 1863 en 1864 heeft gezeten, om te zien hoezeer het Marxisme nog leeft onder de mensen van Zaltbommel. Zo’n beetje de enige Marxisten die ik vandaag de dag nog tegenkom zijn studenten of afgestudeerden met dure dr. Martens en goedkope doch smaakvolle bovenkleding. Daarom probeerde ik tijdens mijn tocht vooral mensen aan te spreken waarvan ik vermoedde dat zij zich onder de werkende klasse zouden scharen. Hoe liep dat af? Lees maar snel verder!

Ben en Willem van de reizigersinformatie

In Utrecht stapte ik over op de sprinter richting Zaltbommel, maar er was vertraging. Twee mannen met gele hesjes stonden informatie uit te delen voor mensen die met de bus moesten reizen. Ze zagen eruit als noeste werkers. Gingen deze kameraden Marx’ verjaardag vieren? “Ik ben wel links, maar geen communist”, zei Willem. “Ja, het communisme moeten we nu niks meer van hebben,” zei Ben.

Maar voelt u zich arbeiders, wilde ik weten. “Jawel hoor,” zei Willem.

“Ja ik ook,” zei de ander, ben. “Wel was ik ooit de baas van mijn eigen schoonmaakbedrijf.”

“Wat vindt u van de kloof tussen arm en rijk?” vroeg ik. Dat vonden de mannen niet goed, onrechtvaardig. “Maar mijn tijd zal het wel lijden,” zei Ben. “Die kloof is te groot. Alleen Rutte of de regering kan dat oplossen, maar dat doen ze toch niet.” En solidariteit tussen werkers onderling, kan dat niet helpen bij het tot stand brengen van wat meer rechtvaardigheid? “Ja ach, weet u, ik had een schoonmaakbedrijf en ik had Marokkaanse werknemers in dienst. Maar toen ze zich langere tijd ziek meldden bij me, ging ik naar Marokko om ze daar op te zoeken. Ze bleken gewon te frauderen! Dus tja."

Ok, en solidariteit met de busstaking? “Nee, die mannen hebben het best goed. Die willen gewoon wat meer voor zichzelf. Dat kan wel wezen, maar het gaat er toch niet van komen.”

De mannen van de roltrap

Ik nam afscheid en zag toen mensen aan de roltrap sleutelen. “Identificeert u zich met proletariaat?” probeerde ik. "Meneer, wij werken," zeiden ze, en ze roltrapten van mij weg, wat al met al een bevredigend antwoord was.

De Volendamse ondernemer die op een arbeider leek

Op station Zaltbommel waren, zo te zien, twee echte werkmannen bezig. “Dan heb je met ons echt de verkeerden te pakken,” zei de ene toen ik over Karl Marx’ verjaardag begon. “Het communisme heeft miljoenen doden veroorzaakt. En het werkt gewoon niet he.”

En de kloof tussen arm en rijk, probeerde ik, maar de man zei: “Ik kwam van niks en heb mijn hele leven keihard gewerkt – nu ben ik bijna miljonair. Dat kan iedereen,” zei hij. “U bent ondernemer,” zei ik, en hij knikte. Toen beseften we dat we geen kameraden waren – hij als vertegenwoordiger van het grootkapitaal en de bourgeoisie, ik als berooide, dolende schrijver. Veel meer affiniteit voelde ik met de bedremmeld kijkende man die zijn chauffeur was in het bedrijfsbusje waarin hij wegreed van het station, terug naar Volendam. De machtsverhouding tussen baas en werknemer werden duidelijk in de gezichtsuitdrukkingen van de twee mannen, de ene voldaan en tevreden, de andere wat angstig en bezorgd. Marx schreef veel over vervreemding: het kapitalisme leverde volgens hem een kleine groep mensen buitensporig veel geld op, maar zorgde er tegelijk voor dat arbeiders zowel van hun werk, hun naasten, als zichzelf vervreemdden.

Het best wel bourgeois stadje Zaltbommel

Terwijl ik richting het centrum van Zaltbommel liep kon ik niet anders dan opmerken dan dat het stadje zo bourgeois is als een ijsklontje in je rosé bij een strandtent waar je met je vaders dikke auto heen bent gereden. Door en door verdorven en decadent. Waar mensen zó trots zijn op hun bezit, dat ze hun huizen namen geven. Waar mensen twee-onder-een-kapwoningen opkopen voor één gezinnetje, en waar ze dan onder afkappingen zowel Range Rovers als toch nog altijd heel aardige Fords parkeren, die laatste waarschijnlijk ‘voor de boodschappen’. En waar binnen oogafstand twee fonteinen te zien waren, die allebei in werking waren. Het mag wat kosten. Zéér decadent. Misschien dat Marx het trouwens daarom ook zo'n fijne plek vond, want hij was zelf van oorsprong zo burgeois als de pest, met een vader die advocaat was en een wijngaard had.

De licht fatalistische Jack en Bianca

Op straat kom ik Jack en Bianca tegen, die een boodschapje doen. Jack heeft altijd gewerkt, vertelt hij, met name in de zuivering van vervuild water. Hij voert vooral het woord, als ik naar hun waardering van Marx vraag. Bianca kijkt vragend toe. Ze hebben weinig met Marx, moet Jack eerlijk bekennen. “Meneer, wij zijn gewoon gelukkig en tevreden,” zegt hij. Maar de kloof tussen arm en rijk, bijvoorbeeld, moet die dan niet worden opgeheven, desnoods met een revolutie? “Jawel meneer, die kloof is niet goed,” zegt Jack, “Maar die kloof zal ook nooit verdwijnen, want die rijke mensen geven hun rijkdom toch nooit op. Fijne dag.” 😞

Elliz in Company, heilstaatje

Ik dacht: Marxisme is dood in Zaltbommel, socialisme ook, maar toen! Toen liep ik tegen een pand aan waar ‘Elliz in Company, Social Factory’ op het raam stond. Binnen zaten mensen aan een grote tafel, met koffie en thee. “Kameraden, wat is hier zoal aan de hand?” zei ik op luide toon. De mensen zeiden dat ik maar moest gaan zitten en gaven me koffie. “Ik wil weten hoe het is gesteld met jullie Marxisme,” zei ik. Elliz in Company bleek een ‘sociaal naai-atelier’ te zijn, een plek waar mensen zichzelf konden zijn, vertelde een vrouw die jarenlang bij een bank had gewerkt, maar er na een burnout uit was gewipt. Vervreemding! “Ik help mensen met schulden. Hoe we in Nederland met mensen met schulden omgaan is niet goed." Ik vroeg haar naar haar solidariteit met het proletariaat elders in de wereld, maar "de wereldpolitiek is me verder te groot," zei ze. Ze vertelde dat ze Nederland verschrikkelijk rechts is gaan vinden, dat mensen te individualistisch zijn om in klassen te denken en dat ze dit eigenlijk niet meer zo’n leuke wereld vindt om in te leven.

Deze jongen kwam uit Syrië. Helaas was zijn Nederlands en Engels niet vloeiend genoeg en mijn eigen vragen iets te lollig-ironisch, waardoor we maar vriendelijk naar elkaar lachten maar geen strijdkameraden zijn geworden.

Elze Frie is de meest rechter

Elze Frie bleek de oprichter van de onderneming. “Wij zijn eigenlijk hartstikke communistisch,” vertelde Elze, “want hier is iedereen hetzelfde waard. Wij willen de vervreemding terugdringen door naar elkaar om te kijken. Werk zien we als middel tot ontwikkeling, niet als middel om zoveel mogelijk geld te vergaren.” Ik knikte driftig en schreef mee. Hehe, eindelijk!

“Mensen zijn te veel met zichzelf bezig. Er is emotionele armoede door overconsumptie. Je moet maar eens met je zoon of dochter naar de Primark gaan. Dat gevoel als je dan terugkomt... Dat is vervreemding. Er is emotionele armoede door overconsumptie. Mensen voelen zich echt minderwaardig. Met deze plek proberen we dat recht te zetten.”

Ik legde haar voor dat dit een lovenswaardig initiatief is, maar dat het amper radicaal te noemen is, dat ik het vuur van de revolutie zo niet voelde branden. “Over een jaar kom ik terug en dan wil ik het hier graag wat militanter zien,” zei ik, en we lachten. Ik vroeg om haar nummer en ze antwoordde met of ik haar soms mee uit vroeg. Marxisme is ook flirten, blijkt.

“Maar wij doen aan zachte radicaliteit,” zei Elze. “We proberen bedrijven mee te krijgen om deze plek te steunen en de andere sociale projecten die we doen.” Ze zet het grootkapitaal in om het proletariaat te steunen. Een kameraad rijker neem ik afscheid. Het is tijd om naar het huis van Marx te gaan.

Het huis waar Marx zat

In de Gasthuisstraat staat naast pizzeria Perla di Cairo het huis waar Marx heeft gezeten. Een plakkaat naast de deur vertelt dat de nicht van Marx – die hier dus woonde – uit dezelfde familie stamde als die van de grondlegger van het bedrijf Philips, die het kapitalisme natuurlijk ongeveer heeft uitgespeeld. Noem mij een geschiedenisnerd, maar ik hou dus enorm van dit soort verhalen.

Het leukste aan bij deze plek zijn vind ik dat er een kleine buste van Marx in de goot is gebouwd, en dat hij standbeeld een boekje voor zich uithoudt waar ‘DAS KAPITAL’ op staat, en dat dat volgens het plakkaat een ‘gootspook’ is. Marx is een gootspook. Het gootspook kijkt deze dagen uit op een kantoor waar je afvalcontainers kan huren en ook op een beautysalon.

Ik heb honger en ga naar de snackbar aan het plein. Een Vietnamese familie runt hem. Terwijl ik met een vette buik naar buiten tuur, bestelt een man in een gewatteerd blauw jack zijn friet. Hij praat hard en langzaam, alsof hij tegen een zwakzinnige spreekt. Zijn vrouw, die buiten zit te wachten, heeft ook al zo’n gewatteerd, volkomen bourgeois jack aan. Zij hebben zeer goed verdiend, en zij vinden dat zij het volkomen terecht verdiend hebben. Zo voelt het in ieder geval.

Dan is het welletjes geweest en wandel ik richting trein. Onderweg zie ik deze man in zijn tuin wroeten.

"LEEFT MARX HIER IN DIT DORP?" bries ik tegen hem, volkomen onterecht. Ik weet niet waarom ik me zo narrig voel. “Nee, eigenlijk niet. O ja, er is iets met hem he?” zegt de man. “JA, ZIJN VERJAARDAG,” zeg ik. “Nou, het wordt wel weer eens tijd,” zegt de brave man. “Wat wordt tijd?” - “Voor een revolutie,” zegt hij. “Leid jij de revolutie maar, alles wordt veel te rechts,” zegt hij. "Oké," zeg ik. Het nummer ‘68 staat op zijn huis. "Revolutie," zeg ik. "Revolutie," zegt hij.

Wees een kameraad en volg @jvt op twitter

Meer VICE
VICE-kanalen