Advertentie
Cultuur

Ik zat een tijdje in de maag van een seriemoordenaar

Twee Rotterdamse kunstenaars maakten een vlezig eerbetoon aan de arme mensen die Jeffrey Dahmer heeft verminkt en opgegeten.

door Tim Fraanje
26 augustus 2019, 3:05pm

Illustraties: Gees Voorhees en Johan Kleinjan

De maag van Jeffrey Dahmer, de kannibalistische seriemoordenaar, is een van de laatste plekken op aarde waar je zou willen zijn, maar nu ik er ben is het er prima toeven. Ik zie weinig meer dan een vaag pulserend schijnsel, ik hoor wat rommelende lichaamsgeluiden en af en toe een overduidelijke boer. Het is rustig en geruststellend. Het heeft wat weg van zo’n donkere watertank in de wellness, het baarmoedergevoel.

Misschien zou ik anders piepen als dit écht de maag van Jeffrey Dahmer was. Waarschijnlijk zou ik dan helemaal niet meer piepen. Maar dit is een enorme replica van zijn maag, in de Amsterdamse kunstgalerie Fleur en Wouter. De eerste paar slokken van mijn welkomstsangriaatje hebben me rozig gemaakt, het is een zonnige vrijdagmiddag en als ik weer behoefte krijg aan menselijk contact kan ik zo naar buiten kruipen om verder te converseren over de mooie dingen in het leven, zoals de getekende zwart-witportretten van Dahmers slachtoffers, die ook bij deze expo horen. Het illustratorenduo Gees Voorhees en Johan Kleinjan maakten deze portretten en Dahmers maag als een eerbetoon aan de vermoorde slachtoffers, die vaak in de schaduw van hun slachter blijven.

1566831374897-image2

Veel mensen vinden seriemoordenaars fascinerend, en er is dan ook een gigantische hoeveelheid cultuur gebaseerd op de levens van deze ongure types. Zo zat Charles Manson in de laatste Tarantino-film en kreeg Ted Bundy een eigen Netflix-docuserie en een fictiefilm, waarin hij er volgens sommigen net iets te goed vanaf kwam. Hele volksstammen zwijmelden weg bij Zac Efron, terwijl hij een van de beruchtste moordenaars ooit speelde. Maar waarom zou je eigenlijk ook maar een minuut van je leven aandacht geven aan kwaadaardige zielen die ervan genieten onschuldige mensen dood te maken, puur en alleen voor hun eigen genot?

Dat vroegen Gees en Johan zich ook af, toen ze eindeloos naar true-crimepodcasts luisterden en seriemoordenaar-filmpjes op YouTube bekeken. Jeffrey Dahmer, die in de jaren tachtig en negentig zeventien mannen van straat plukte, ze vermoordde en allerlei ongein met hun lijken uithaalde, vonden ze de meest fascinerende seriemoordenaar. “We hebben alles gezien en gelezen wat er te vinden is,” zegt Gees. “Of nou ja, er staan ook veel van die crime-scenefoto’s online, daar trek ik wel de grens. Jij niet hè?” vraagt ze Johan. “Een soort mensenslachterij,” noemt hij het.

“Op Etsy kun je allerlei Jeffrey Dahmer-dingen voor ‘fans’ kopen,” vervolgt Gees. “Hij heeft zelfs zijn eigen museum. Ze hebben zijn keuken nagemaakt, en zijn koelkast, waar hij al die lichaamsdelen in bewaarde. Zó grimmig.” Wat zijn slachtoffers betreft, was het enige dat ze konden vinden meestal een of een paar foto’s – wat op zich genoeg kan zijn, voor een portret. “Dahmer had ze goed uitgezocht, niemand ging zijn best doen om uit te zoeken wie dit gedaan had,” zegt Gees. “Ze waren superghetto,” vat Johan het samen.

Gees: “In een interview heeft hij een keer gezegd dat niemand er wat van zei, en hij daarom maar gewoon doorging. De politie heeft ook weleens gevraagd: ‘Wat zit er in die tas, een lijk of zo?’ en dan zei hij: ‘Ja, er zit inderdaad een lijk in.’ En dan moesten ze lachen.” Johan: “Omdat Dahmer wit was. “Maar ook charmant,” voegt Gees toe. Johan: “Sommige van die mannetjes waren dertien, en aan het cruisen op straat. Soms zie je ook in onze tekeningen terug hoe vaag sommige foto’s waren: Jeremiah ziet er bijvoorbeeld zo uit omdat de foto zo grainy was.”

1566831400579-image1

De illustratoren zijn niet de eersten die de overleden ghettoboys hebben vereeuwigd, al is het maar omdat Dahmer zelf ook een manier zocht om zijn slachtoffers te conserveren. Hij wilde ze vangen in een bewegingsloze toestand, en ze veranderen in willoze geliefden die voor altijd bij hem zouden blijven. Door zijn slachtoffers te drogeren en zoutzuur in hun hersenen te injecteren maakte hij kortlevende sekszombies van hen, en als ze dan alsnog doodgingen bewaarde hij hun schedels en legde hij de afgehakte ledematen in de koelkast. Hij was bezig er een altaar van te maken.

“We hebben er nog over nagedacht om dat na te bouwen,” zegt Johan. “Hij had er een uitgebreid ontwerp voor gemaakt,” vult Gees aan. “Echt een crisisschets, maar wel heel gedetailleerd. Met blauw licht, plaatjes van de slachtoffers, getallen, en hij had speciale slachtoffers uitgekozen waarvan hij het skelet wilde neerzetten. En een stoel voor zichzelf, zodat hij ernaar kon kijken.” Johan: “Een lekkere leren stoel.” Gees: “Maar het is wel echt walgelijk, ik ben blij dat we nu zijn maag hebben gebouwd. Als je hem dan wil verheerlijken, ga dan lekker in zijn maag zitten."

Ik vraag me af of er nu in de galerie ook daadwerkelijk wordt gemediteerd op de arme jongens die door Dahmer zijn verminkt, vermoord en opgegeten. Enkele reacties van de bezoekers:

“Het is best ontspannen in die maag, alsof je onder een bladerdak ligt.”

“Als je erin ligt is het heel awkward om er weer uit te komen.”

“Het was lekker warm. Ik dacht niet echt na over de slachtoffers van Dahmer. Meer over hoe ik op de foto stond. Ik ben heel ijdel.”

“Ik ben er nog niet in geweest. Het is heftig, ik moet even aan het idee wennen. Maar ik kan het handelen, ik kom net van een waxprocedure.”

Kan kunst het inlevingsvermogen vergroten? Zijn mensen anders gaan nadenken over hun fascinaties? Er hangt hier niet echt een serene herdenkingssfeer. Er worden vooral veel jolige instastories gemaakt, van voeten die uit Dahmers maag steken. De bezoekers zijn vooral zélf het middelpunt van de aandacht.

Toch is het allesverzengend narcistische internet ook nog ergens goed voor, volgens Johan. “Het is nu moeilijk om zo anoniem te werk te gaan als Dahmer.” Google houdt al je dubieuze zoektermen bij, en er zijn ook online burgerbewegingen die de politie scherp houden. “De communities die true-crimepodcasts volgen zijn echt enorm, en heel hecht,” vertelt Gees. “Ze helpen elkaar als er iemand vermist is, dat gaan ze dan delen op hun facebookgroepen.”

Het internet kweekt wel weer een ander soort moordenaars. “Nu heb je meer knalpartijen, van boze, gefrustreerde pipo’s,” zegt Johan. “Dahmer vond het moorden zelf vreselijk – hij moest altijd straalbezopen zijn om het te doen. Maar hij wilde zo graag van die knuffelpoppen hebben dat hij er maar mee doorging.” Volgens Gees is Dahmer eigenlijk de enige seriemoordenaar die je zielig zou kunnen noemen. “Hij had gestopt kunnen worden, daar is iedereen het eigenlijk wel over eens. Als ze hem niet hadden laten vereenzamen in zijn jeugd, dan was hij misschien niet zo ontspoord. In Nederland werkt het systeem niet fantastisch voor mensen met geestelijke problemen, maar je wordt wel meer in de gaten gehouden.”

1566831456101-image5

En daar staan we dan toch maar weer, te sympathiseren met een seriemoordenaar. Ik maak nog even een rondje door de expositieruimte en kijk even goed naar de tekeningen van de slachtoffers. Deze kunst, die ver weg, onder relatief comfortabele omstandigheden tot stand is gekomen, kan niks meer voor ze doen. Maar dat mensen tussen het instagrammen door misschien aan hen gedacht hebben, is toch een mooi idee. Ik raad vooral alle onverschillige politiemensen en seriemoordenaar-fans aan om even langs te gaan bij Galerie Fleur en Wouter.

De expo ‘Dahmers dates and other sex stories’ is nog tot 29 september te zien. De andere “sex stories” zijn werken van Sam Andrea en Anton Martineau, die hun fascinatie voor de vleselijke lusten op een wat minder gewelddadige manier botvierden dan Dahmer. Meer info vind je hier .

1566831497385-image3
Tagged:
Galerie
Kunst
illustraties
jeffrey dahmer
seriemoordenaar