Advertentie
Drugs

Qat is ongeveer even gevaarlijk als koffie, toch is het verboden

Somalische vluchtelingen kauwden graag op bladeren van de qat-plant en werden dan soms luidruchtig. Zulke overlast was genoeg reden om de plant te verbieden.

door Tom Kiel
11 oktober 2019, 10:51am

Foto via Wikimedia Commons, krantenkoppen met dank aan NOS.nl, De Groene Amsterdammer, Trouw, NRC

Op 4 oktober 1919 werd de eerste Opiumwet aangenomen in Nederland. Honderd jaar later blikken we terug op de geschiedenis, en kijken we naar de gevolgen én toekomst van drugswetgeving. Lees de komende weken meer hier .

Aan het begin van de jaren negentig ontvluchten miljoenen Somaliërs hun land nadat er een burgeroorlog uitbreekt. Ook in Nederland zoeken tienduizenden mensen uit Somalië asiel. De vluchtelingen nemen niet alleen hun vrouw en kinderen mee, maar ook een voor ons onbekende drug: qat.

Qat is al eeuwenlang een populair middel in het oosten van Afrika. Als je een tijdje op de bladeren van de qat-plant (catha edulis) kauwt, sijpelt de werkzame stof cathinon langzaam via je speekselklieren naar de bloedbaan. Eenmaal in het brein aangekomen veroorzaakt de stof een stimulerend effect. Juist vanwege die activerende werking worden gebruikers soms luidruchtig. En dat wordt niet getolereerd van de kersverse nieuwkomers.

“Er is geen aanleiding om het gebruik te verbieden”, staat duidelijk in een risicoschatting uit 2007 van het RIVM. Het gevaar is volgens de onderzoekers “min of meer vergelijkbaar met ‘verslaving’ aan koffie.” Maar na aanhoudende media-aandacht voor overlast van ‘luie’ en ‘agressieve’ asielzoekers die op straat verslavende drugs gebruiken, wordt de plant een paar jaar later toch verboden.

“Mensen kauwen qat meestal in groepsverband,” vertelt Mohamed Elmi, die als 7-jarig jongetje vanuit Somalië naar Nederland vluchtte. “Ze praten veel en krijgen een euforisch gevoel.” Tegenwoordig werkt Mohamed als mensenrechtenadviseur voor de Verenigde Naties in Somalië. Daar is het nog altijd legaal en heel populair, vertelt hij in een telefoongesprek. “Dagelijks vliegen er vanuit Kenia drie tot vier sportvliegtuigjes richting de hoofdstad Mogadishu die volgepropt worden met qat.

De plant wordt in alle lagen van de Somalische bevolking gebruikt. “Maar het zijn vooral mensen uit de lagere sociale klassen die het dagelijks gebruiken,” legt Mohamed uit. Anderen nemen het wekelijks tijdens speciale sociale evenementen. Er worden bijeenkomsten gehouden waarbij iedereen qat kauwt. Tijdens de qatkauwsessies praten ze veel, wordt er flink geroddeld, er worden vriendschappen gevormd, huwelijken gesloten en banen uitgedeeld.

Het is dus niet zo gek dat er begin jaren negentig ladingen qat via de luchthaven Schiphol ons land in beginnen te stromen. Somalische vluchtelingen zijn gewend om qat te kauwen, en dat willen ze in Nederland graag blijven doen. Al snel landen er meerdere vrachtvliegtuigen per dag op de Nederlandse luchthaven, volgepakt met het verse plantmateriaal. Hoe verser de bladeren hoe beter, want de werkzame stof cathinone begint al snel af te breken. Twee dagen na de oogst is de kwaliteit al dusdanig gekelderd, dat de meeste qatkauwers de bladeren al niet meer willen gebruiken.

Omdat de versheid zo belangrijk is, wordt het direct bij aankomst verhandeld op een parkeerplaats bij het vliegveld. Grote balen met gebundelde twijgjes worden vanuit de kofferbak van auto’s verkocht aan handelaars die het vervolgens door het hele land verspreiden. Maar het bestuur van luchthaven Schiphol is niet zo gecharmeerd van die levendige handel op de parkeerplaatsen. Zo is er sprake van geluidsoverlast en op een gegeven moment sneuvelt er een autoruit van een geparkeerde auto, vertelt een woordvoerder van de luchthaven in mei 1994 aan de Telegraaf. “Momenteel gedogen we het met tegenzin”, kopt de krant de dag erna.

De bezorgdheid over het nieuwe middel herinnert de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Hedwig d’Ancona, eraan dat de werkzame stof uit qat op een lijst van een VN-verdrag staat waarin allerlei gevaarlijke middelen worden opgesomd. Dat is voor de toenmalige minister genoeg reden om de werkzame stof cathinone direct op lijst 1 van de Opiumwet te plaatsen.

De politie neemt direct meerdere partijen in beslag. Maar er ontstaat onduidelijkheid over de vraag of de hele plant nou verboden is, of alleen de werkzame stof die erin zit. Het leidt tot een serie rechtszaken, waaruit uiteindelijk de conclusie wordt getrokken dat inderdaad alleen de stof cathinone verboden is, en niet de plant. De inmiddels bedorven partijen worden daarom teruggegeven aan de handelaren.

Klachten over geluidsoverlast steken daarna met enige regelmaat de kop op. Zo zendt het tv-programma TweeVandaag in 2003 een reportage uit waarin een CDA-raadslid van de gemeente Tilburg oproept om de plant voor eens en voor altijd te verbieden. Bewoners van het Verdiplein zouden bang zijn voor Somaliërs die luidruchtig in qat handelen. Als de asielzoekers daarop worden aangesproken, reageren ze agressief, luidt de klacht van de buurtbewoners.

Toch ziet het kabinet destijds nog geen aanleiding voor een verbod. “De schadelijkheid van qat is beperkt en vormt geen reden om de plant zelf op te nemen in de Opiumwet,” zegt minister Piet-Hein Donner tegen de Tweede Kamer. “Problematische gebruikers zijn vooral gekenmerkt door sociaal-maatschappelijke en financiële problemen.” Daarom vindt de toenmalige minister van Volksgezondheid het een beter idee om hulpverlening aan te bieden en drugsvoorlichting te geven “om problematisch gebruik te voorkomen.”

Daar neemt de gemeente Tilburg geen genoegen mee. Buurtbewoners blijven klagen over lawaai, mensen die op de grond spugen en in groepjes rondhangen in portieken. Daarom voert de gemeente in 2010 zelfstandig regels in om het gebruik aan banden te leggen. Het wordt verboden om de plant te bezitten of te gebruiken in woonwijken waar sprake is van overlast. Tegelijkertijd wordt er een gedooglocatie aangewezen aan de rand van de stad, waar een persoon maximaal drie bosjes voor eigen gebruik mag bezitten. Die gedooglocatie is veel te ver uit de buurt, vonden de Somalische Nederlanders. Dus blijven ze gewoon op straat qat kauwen.

Voor die kleine groep gebruikers op straat is relatief veel media-aandacht. “Qat is niet alleen enorm verslavend, gebruikers zijn ook nog eens lui en doorgaans werkloos”, zegt Dominique Weesie van Pownews in een nieuwsitem over de overlast van qat-gebruikers. Ook andere nieuwsmedia zoals de Telegraaf en het Brabants Dagblad focussen op de overlast die Somaliërs op straat veroorzaken.

Er wordt een nieuw onderzoek ingesteld, dit keer door het Trimbos-instituut. Opnieuw luidt de conclusie dat veruit de meeste qatkauwers geen problemen veroorzaken. “Een relatief kleine groep die vaak en veel bundels kauwt, ervaart wel veel problemen”, staat in de conclusie van het rapport. Volgens het onderzoeksinstituut gaat het om een groep van dertig à veertig Somalische gebruikers per gemeente die last hebben van psychische problemen en verslaving aan middelengebruik. “Hierin speelt met name alcoholgebruik en ander middelgebruik een grote rol”, vertellen de onderzoekers er nog bij.

Toch grijpt het toenmalige kabinet het onderzoek van het Trimbos-instituut aan om te stellen dat de plant voor eens en voor altijd verboden moet worden. “We doen te weinig aan de sociale problematiek en laten die versloffen om vervolgens met een verbod te komen,” probeert Vera Bergkamp van D66 er nog tegenin te brengen. Maar het mag niet baten. De kersverse minister van Justitie Ard van der Steur is vastbesloten om het te verbieden. “Dat verbod is nodig omdat qat als product zelf een al kwetsbare groep in onze samenleving nog kwetsbaarder en zelfs vleugellam maakt en omdat Nederland de grootste qatdealer is van Europa.”

In die tijd groeit Nederland samen met Engeland uit tot een belangrijke hub voor de Europese handel in qat, vertelt drugsonderzoeker Ton Nabben, die voor het Bonger-instituut het verbod evalueert. “Zo kon het gebeuren dat het legaal was bij aankomst in Nederland, maar illegaal werd zodra het de grens overging. Er was dus een wens om de strafstatus van qat voor heel Europa te laten gelden.”

Zodra minister Van der Steur het verbod heeft doorgevoerd, mag de douane weer balen met twijgjes en bladeren in beslag nemen. Dat heeft direct effect: de hele markt stort in. Binnen twee jaar vertienvoudigde de prijs van een bundeltje met bladeren, blijkt uit het onderzoek dat Ton Nabben deed. Het middel wordt voor de meeste Somaliërs onbetaalbaar. “Het verbod was eigenlijk een veel te zwaar middel voor een relatief klein probleem,” blikt Ton terug. “Maar het heeft wel gewerkt. Veruit de meeste mensen die qat kauwden zijn daarna gestopt.”

Het verbod heeft zelfs zoveel succes dat het weerslag heeft op de markt in Kenia, waar veruit de meeste qat vandaan komt. Een deel van de Keniaanse bevolking mist daardoor een belangrijke bron van inkomsten. Niet iedereen spreekt dus van een succes. “Wij vinden dat mensen recht hebben op traditioneel gebruik van middelen,” zegt Pien Metaal van het Transnational Institute (TNI). “Een verbod is niet de beste oplossing voor problemen.”

Correctie 14/10/2019: In een eerdere versie van dit artikel werd de medewerker van het Transnational Institute opgevoerd als Pien Staal. Haar naam is Pien Metaal. Deze fout is aangepast.

Tagged:
vluchtelingen
drugsverbod
Qat