Advertentie
Identiteit

Hoe de islam me het zelfvertrouwen gaf om queer te kunnen zijn

“Ik wist dat ik geen vriendje zou mogen hebben, maar niemand had ooit iets gezegd over een vriendinnetje." Wazina Zondon vertelt hoe ze dankzij haar geloof plezier vond in haar seksualiteit.

door Wazina Zondon; zoals verteld aan Leila Ettachfini
10 april 2019, 12:49pm

Wazina Zondon. Eigendom van Wazina Zondon

Wazina Zondon (36) woont in New York, geeft seksuele voorlichting op scholen, en is een van de makers van Coming Out Muslim', een storytelling-performance over de islam, seks en queerness. Ze vertelt hoe de islam haar het zelfvertrouwen gaf om queer te zijn.


Mijn eerste herinnering aan seks was toen ik zes was, en mijn ouders me vertelden over de Dag des oordeels. Ze zeiden dat we op die dag allemaal naakt voor Allah zouden komen te staan, en alle goede en slechte dingen die ik ooit had gedaan zouden worden doorgenomen. En dat voor het oog van de volledige mensheid. Ik vond het best opwindend klinken. Eindelijk zal ik naakt zijn voor de ogen van Paula Abdul, was de eerste gedachte die ik had ik.

Mijn vader zei in datzelfde gesprek dat ik nooit een vriendje mocht krijgen, want daar deden wij nou eenmaal niet aan. Ik wist niet of hij met “wij” doelde op de moslimgemeenschap, Afghanen of allebei, maar ik accepteerde wat hij zei. Ik nam afscheid van het idee dat ik ooit een vriendje zou krijgen.

Ik groeide op in New York, waar mijn Afghaanse achtergrond en islamitische geloof samensmolten tot één identiteit. Hoewel je de moslimcultuur natuurlijk niet over één kam kunt scheren, stond die voor mij gelijk aan de tradities en overtuigingen van mijn familie. Het voelde niet alsof de islam aan mijn broers, zussen en mij werd opgelegd, maar het was wel een onderdeel van onze jeugd. Als kind ging ik naar de moskee om uit de Koran te lezen, en werd ik tegelijkertijd aangemoedigd om goed te integreren. Vandaag de dag is mijn familie nog steeds religieus, al maken we allemaal periodes door waarin we ons meer of juist minder met het geloof bezighouden. Dat geldt ook voor mijn ouders.

Naarmate ik ouder werd, begon ik me ook meer bezig te houden met seks. Ik dacht na over wat er zou gebeuren als ik op een gegeven moment toch een vriendje zou krijgen, en hij seks met me zou willen hebben. Dat zag ik zelf nog niet helemaal voor me – ik worstelde enorm met mijn zelfbeeld – maar wat ik me wel kon inbeelden was hoe de hele wereld er getuige van zou zijn op de Dag des oordeels.

De eerste keer dat ik mijn seksualiteit daadwerkelijk uitte, was rond mijn zevende. Ik speelde een filmscène na, waarbij ik mijn schoenen uittrapte en naar een prachtige fluwelen bank rende waar ik vervolgens mee zoende. Ik kon mezelf amper bedwingen, wat me het idee gaf dat het wel iets natuurlijks moest zijn. Het leek me niet verstandig om er met iemand over te praten, maar ik handelde vanuit mijn gevoel en zag dat niet als iets slechts.

In het begin van mijn tienerjaren hadden mijn nichtjes en ik weleens gesprekken over onze lichamen, aantrekkingskracht en genot. Op een dag waren we door wat tijdschriften aan het bladeren en maakten we een checklist van dingen die je mooi maken: lang haar, geen puistjes, mooie borsten. Ik weet nog dat ik vooral graag over borsten wilde praten. Voor mij waren borsten meer dan slechts een lichaamsdeel: ik kreeg er een verlangend gevoel bij. Weer besefte ik dat het verstandiger zou zijn om hier niet over te praten. Maar alle gevoelens die ik had, alle verlangens die door mijn lijf gierden, zo redeneerde ik, had ik dankzij Allah.

De eerste keer dat ik iemand vertelde dat ik op vrouwen val, was tijdens de middelbare school. Toen ik in de derde klas zat liep er een meisje op me af. Ze was gothic, net als ik, waardoor ik het gevoel had dat er een godin op me afkwam. “Ik ben biseksueel. Jij ook?,” was het enige wat ze tegen me zei. Ik zei dat ik ook op meisjes viel, en dat was het. Ik moest het gewoon een keer hardop zeggen. Na haar had ik op de middelbare school nog een ander vriendinnetje, met wie ik een stuk intiemer was op fysiek vlak.

Mijn ouders hadden nooit enig vermoeden dat ik iets met deze meisjes had, en dat vond ik opwindend. Ik wist dat het niet de bedoeling was dat ik een vriendje zou hebben, maar niemand had ooit iets gezegd over een vriendinnetje.

Dat ik pas wat later seksueel actief was heeft niet eens zoveel te maken met mijn geloof, maar eerder met het feit dat ik me lelijk en ongewenst voelde. Naarmate ik meer zelfvertrouwen kreeg, besefte ik ook dat mijn negatieve houding ten opzichte van seks te maken had met wat mij is aangeleerd. Er heeft bijvoorbeeld nooit iemand aan mij verteld dat een clitoris groot of klein kan zijn. Door mijn queer-zijn leerde leerde ik seks en haar geheimen te ontrafelen, en ik leerde de seks kennen waarvan ik dacht dat ik het niet zou mogen hebben. Praten over voorbinddildo's maakte het bijvoorbeeld minder eng om aan penetratie te denken. Want als mijn ouders zeiden dat ik geen vriendje mocht hebben, bedoelden ze eigenlijk vooral dat penetratie verboden was.

Toen ik aan mijn studie begon, had ik het gevoel dat ik moest kiezen tussen moslim-Wazina en queer-Wazina. Voor ongeveer een jaar of twee koos ik voor die laatste versie van mezelf, en sprak ik niet over mijn geloof. Ik was nog steeds moslim, maar uitte alleen het queer-gedeelte van mijn identiteit. Dat kwam grotendeels neer op zoeken naar de bevestiging dat ook witte queers zich tot me aangetrokken voelden.

Tijdens het tweede jaar van mijn studie vond 9/11 plaats, wat voor mij een keerpunt was. Ik besloot om opener te zijn over mijn geloof. Tegelijkertijd raakte ik ook steeds meer betrokken bij de seksuele voorlichting op mijn school. Ik realiseerde me dat de bevestiging die ik kreeg door openlijk queer te zijn niet genoeg was. Er waren nog zoveel andere gevoelens en ervaringen die me in de weg stonden, zoals racisme, xenofobie en het gevoel ‘anders’ te zijn.

Ik ben queer en draag geen hijab, en ik denk dat mensen daardoor al snel allerlei aannames over mij en mijn geloof maakten. In hun ogen was ik een ‘goede’ moslim omdat ik zo westers was, oftewel lesbisch. Ik voelde me volledig op mijn gemak met mijn identiteit, wat verwarrend was voor mensen die ervan uitgingen dat ik het juist moeilijk zou vinden om zowel islamitisch als queer te zijn. Maar ik heb mijn eigen interpretatie van de Koran en zit helemaal niet verstrikt in een diepgeworteld conflict. Ik heb gedatet en relaties gehad met christelijke vrouwen, die zelf nooit vragen kregen over hun geloof. Desondanks kwam ik vooral mensen tegen die zich niet konden voorstellen dat er queermoslims bestaan, of dat de islam openstaat voor meerdere seksuele voorkeuren.

Momenteel heb ik een islamitische partner, en ik heb nog steeds het gevoel dat de islam me steunt in alles wat ik doe. Het helpt me om mezelf te leren vergeven. Ik weet zeker dat Allah me ook zal vergeven – niet omdat ik iets fout heb gedaan, maar vanwege alle keren dat ik iets deed dat ik niet wilde doen, of in relaties bleef hangen waar ik eigenlijk uit wilde ontsnappen. Ik vergeef mezelf daarvoor, en de islam helpt me daarbij. Een groot deel van de zorg en liefde voor mezelf komt tot uiting in de vorm van tasbih , dhikr en mijn vertrouwen in het gebed. Dat is wat me zeker maakt van mijn seksualiteit.