FYI.

This story is over 5 years old.

EEN FIETSTOCHT NAAR TSJERNOBYL

1.10.10

Bjørn Harvig is een Deense gast die graag fietst. En dan hebben we het niet over dat stukje naar zijn ouders of werk. Denk eerder aan tochten van Kopenhagen naar Iran, Mongolië of Uzbekistan. Onlangs stuurde Bjørn ons het verhaal van een tocht die hij maakte naar Tsjernobyl en omgeving, waar hij onder andere te horen kreeg dat een veel grotere, op de loer liggende ramp 35 ton radioactieve stof over de wereld zou kunnen uitkotsen.

"Voordat ik wegging uit Kopenhagen bezocht ik Viktoria en haar man. Zij komen oorspronkelijk uit Kiev, maar wonen sinds 1987 in Denemarken. Viktoria vertelde me dat ze 26 april 1986 nooit zou vergeten. Ze was uitgeweest met vrienden toen ze op de terugweg naar huis een aantal militaire busjes volgepakt met mensen tegenkwam. In eerste instantie ging ze er vanuit dat deze mensen op weg waren naar een feest of een trouwerij, dus ze juichte en zwaaide naar ze. Maar de busjes bleven maar komen, wel een stuk of honderd. Duizenden op elkaar gepropte mensen passeerden hen met lege gezichten. Op dat moment was Viktoria ervan overtuigd dat er ergens in de Sovjet-Unie een oorlog was uitgebroken. Het was de nacht dat Tsjernobyl's vierde reactor explodeerde, die 90 keer de hoeveelheid radioactief materiaal de lucht in zou blazen als de atoombom op Hiroshima.

Een bord langs het verontreinigde gebied. Deze vertelt dat je geen paddestoelen of bessen moet plukken zonder de juiste uitrusting, wat dat dan ook moge zijn.

Toen ik besloot dat ik de omgeving van de kerncentrale aan wilde doen, vroegen veel Oekraïners me wat ik daar eigenlijk dacht te gaan doen. Elke Oekraïner heeft op welke manier dan ook de gevolgen van de explosie ondervonden, en de meesten vinden het geen goed idee om slapende honden wakker te maken. Misschien komt het omdat de ramp mijn leven niet heeft beïnvloed, maar ik denk dat het juist belangrijk is om niet te vergeten wat er gebeurd is. Ik had het idee dat naar de centrale gaan me zou helpen begrijpen wat er nu eigenlijk precies gebeurde die bewuste nacht in april. Wat ik wilde, was een gebeurtenis begrijpen die niet te omschrijven valt. In het boek van Mad Eskesen, "Chernobyl, 20 years–20 lives" vraagt hij zich af hoe lang een explosie duurt. Is het voorbij zodra de laatste schokgolf wegebt? Zodra de laatste brandjes zijn geblust? Of als de media niet meer gehinderd worden bij het rapporteren over de omvang van de lokale verwoesting? Ik wilde het met eigen ogen zien.

Twee kinderen.

Onderweg naar Tsjernobyl reed ik door kleine dorpjes vol krotjes - het soort gehucht dat alleen oude mensen en kleine kinderen als bewoners lijkt te hebben. De kleding die ik soms aan een waslijn zag hangen en de bloemen die ik nu en dan op een balkon aantrof, waren de enige aanwijzingen dat er ook daadwerkelijk mensen woonden achter de gesloten ramen. Gezinnen in dergelijke kleine dorpen overleven zonder warm water of centrale verwarming strenge Oekraïense winters.

Meer kinderen.

Mijn maag draaide om toen ik het eerste verkeersbord zag dat Tsjernobyl aangaf. Na zoveel over het gebied gelezen te hebben, voelde het bijna als een soort déjà-vu. Hoe dichterbij ik kwam, hoe meer verlaten de dorpen werden. Het was alsof ik een oorlogsgebied naderde.

Nadat de ramp zich voltrokken had, duurde het enkele dagen voordat de Sovjet-regering de buitenwereld informeerde. Een paar Zweedse onderzoekers had de Zweedse regering ingelicht toen ze een abnormaal radioactief gehalte in de lucht van noordelijk Zweden hadden gemeten. De overheid wist van niets, dus werden de ogen op het buurland gericht. De explosie in Tsjernobyl bleek een radioactieve wolk te hebben veroorzaakt die heel Europa overtrok. Ik las dat er in de gebieden ten noorden van Tsjernobyl de eerste dagen na de explosie groene regen viel. De Sovjet-regering had chemicaliën in de lucht gelaten in een poging de sterk radioactieve wolken op te lossen, om zo te voorkomen dat deze zich konden uitbreiden naar grotere Sovjet-steden.

Ik zette mijn tent een tiental kilometers buiten de verboden zone op, een ruimte ongeveer de grootte van Luxemburg. Ongeveer 300 inwoners zijn teruggekeerd naar hun huis, ondanks ontmoediging van de overheid. De mensen die terug zijn gekomen zijn meestal bejaard, woonden hun hele leven in het dorp en zijn niet in staat om een nieuw huis te kopen.

Het gebied is netjes afzet en militairen controleren er de papieren van iedereen die komt of gaat. Adviezen over de gevaren voor de gezondheid van een bezoek aan Tsjernobyl lopen sterk uiteen. Sommigen beweren dat er een verhoogd risico is op het ontwikkelen van kanker, terwijl anderen verkondigen dat er niet meer straling is dan tijdens een vlucht van New York naar Londen. Misschien hield ik mezelf voor de gek, maar ik vond het bos waarin ik sliep vreemd ruiken en de grond rondom mijn kamp was dood.

Langs de oever van de rivier Pripyat lagen verroeste boten waarmee vroeger materialen en voorraden van en naar Tsjernobyl werden vervoerd.

Ik werd vroeg wakker en voelde me een beetje nerveus. De wetenschap dat je over niet al te lange tijd oog en oog zult staan met iets dat een krankzinnige vernietiging heeft veroorzaakt, is best een beetje angstaanjagend.

Als toerist kun je het gebied niet alleen in, dus ik parkeerde mijn fiets bij de eerste militaire post die ik tegenkwam en gaf de hoofdofficier een fles wodka in ruil voor zijn verzekering dat hij "er een oogje op zou houden". Toen kon ik met een enigszins gerust hart verder om mijn gids Dennis en onze chauffeur Boris te ontmoeten.

Een overzichtsfoto van de verlaten stad Pripyat, waar ooit 60.000 mensen leefden.

Zo gauw ik op zijn achterbank was neergeploft, vroeg Boris me wanneer we wodka gingen drinken; een opmerking die mijn reisgezelschap goed samenvat. Ik legde Dennis uit dat ik niet per se intens geïnteresseerd was in Tsjernobyl zelf, maar vooral in Prypyat. Pripyat is een aantal kilometer van de centrale en was voor de catastrofe de thuisbasis van 60.000 mensen, veelal arbeiders die in de centrale werkten.

De overblijfselen van een pretpark in Pripyat.

De aanblik van Pripyat maakte me misselijk. Het is fascinerend om te zien wat er gebeurt met een stad als er geen mensen meer wonen. Pripyat werd een paar uur nadat Tsjernobyl ontploft was geëvacueerd door de Sovjet-regering, en de inwoners werd opgedragen om alleen hun belangrijkste spullen mee te nemen. Er werd hen beloofd dat ze de rest van hun spullen later zouden kunnen gaan halen, maar de straling was -en is nog steeds- zo krachtig dat niemand terug mocht komen.

Een uitgeleefde sportschool in Pripyat.

In de dagen na de explosie reden mensen uit Kiev naar het volledig onbewaakt achtergelaten Pripyat, en plunderden daar alles wat los en vast zat. Isolatiematerialen, wc-brillen, gloeilampen - alles dat ook maar een beetje waarde had werd gestolen en vervolgens verkocht op Oekraïense markten. Zo verspreidden verontreinigde objecten zich als kabbelend water door de hele Sovjet-Unie.

Een plein in het centrum van Pripyat.

Er zijn geen auto's in Pripyat. Het is er doodstil. Uit een betonnen trappenhuis op het belangrijkste plein van de stad groeide een boom.

Een crèche in Pripyat.

Ik ging naar een theater, een vrijetijdscentrum, een school en een verlaten appartementen. In een huis zag ik een klok die om 1.23 uur had besloten stil te gaan staan; het precieze tijdstip van de explosie. In een crèche zag ik met stof bedekte poppen in verroeste kinderbedjes.

De kerncentrale van Tsjernobyl in haar bouwvallige betonnen sarcofaag.

Tsjernobyl was enorm en lelijk. Het is bizar als je je bedenkt dat de centrale pas in 2001 voorgoed gesloten werd, of dat de sarcofaag die na het ongeluk om de centrale heen is gebouwd in 2004 uit elkaar begon te vallen. Er is een nieuwe gebouwd, want, zo legde Dennis me uit, "als het compleet instort zal de 35 ton radioactieve stof die in de reactor zit zich razendsnel over de wereld verspreiden en dan zal zich een ramp voltrekken die vele malen groter is dan die in 1986."

Toen Tsjernobyl explodeerde waren er nog maar vier reactoren, maar de vijfde en zesde waren bijna af. In zijn tijd was Tsjernobyl een van de grootste kerncentrales in de Sovjet-Unie, en volgens Dennis zijn er vandaag de dag nog twee andere operationele installaties in Rusland die uit hetzelfde hout gesneden zijn. Een van deze kerncentrales is slechts een paar uur rijden ten zuiden van St. Petersburg.

Een vriendelijke kruidenier.

Op de terugweg naar Kiev stopte ik bij een kruidenierszaak in Priborsk, een kilometer of vijftien van Tsjernobyl. Na een hoop koffie en verschillende pogingen om met de plaatselijke bevolking te praten, kwam ik terecht bij Tanya en haar man Mikhali. Ze wonen in een bakstenen huis een stukje van de hoofdweg af en we moesten over een groot, zanderig veld lopen voordat we bij de voortuin aankwamen. Een hond blafte naar me en een autoradio speelde Russische popmuziek.

Eenmaal binnen kwam ik in een kleine keuken, verbonden met de woonkamer. De vloer van de woonkamer was bedekt met kleurrijke tapijten en voor de ramen hingen gordijnen met weelderige bloempatronen. Tanya had een blik in haar ogen die verraadde dat ze geen gemakkelijk leven had gehad. Een blik waaruit diep verdriet en gruwelijke herinneringen spraken. Haar man, Mikhali, doodde de tijd met drank.

Ik zat op hun bank met fotoalbums op mijn schoot. Ik zag opvallend veel foto's van twee jonge kinderen in een land ver van waar we waren, en het duurde even voordat ik me realiseerde dat deze kinderen de zoons van Tanya en Mikhali moesten zijn. Op dat moment begreep ik waar Tanja's droevige blik vandaan kwam.

Toen Tsjernobyl naar de knoppen ging, was hun oudste zoon Sasha (Alexander) een jaar oud en was Tanya in de verwachting van Vasia (Vasily). Om een betere toekomst voor hun kinderen te verzekeren, werden de twee jongens naar een pleeggezin in Zwitserland gestuurd. Veel 'Tsjernobylkinderen' zijn in de jaren na de ramp elders ondergebracht. "We zijn hen onze levens verschuldigd," zei Mikhali toen ik hem naar het pleeggezin vroeg. Zoals ik het heb begrepen, zagen ze hun kinderen veertien jaar niet en gaven de foto's hen weinig troost. Sasha kwam een paar jaar geleden terug en woont nu in Kiev, maar ze missen hun kinderen.

Tanya en Mikhali hielden me wakker tot diep in de nacht. We zaten met z'n drieën op het bed in de logeerkamer een beetje naar muziek te luisteren toen ze me vroegen hen te vertellen over mijn fietstocht. Op dat moment verdween de taalbarrière, ook al sprak ik nauwelijks Russisch en Oekraïens en zij geen Engels.

De volgende ochtend stelde Mikhali voor om me met de auto naar Kiev te brengen, maar ik legde uit dat ik mijn tocht uit principe liever per stalen ros vervolgde. De echte reden was denk ik dat ik het gevoel had dat ze al genoeg voor me hadden betekend. Ze hadden een vreemdeling in hun huis uitgenodigd en me alles gegeven. Ik was dan ook behoorlijk ontroerd toen we elkaar gedag zwaaiden. Ik keek een paar keer over mijn schouder. Ze bleven daar maar staan, zwaaiend, tot ze twee kleine stipjes waren en uiteindelijk in de horizon verdwenen."

TEKST EN FOTO'S: BJORN HARVIG