Advertentie
Dit artikel is meer dan vijf jaar oud.
Stuff

Je kan gigantisch rijk worden van potvissenpoep

Christopher Kemp vertelt ons alles over het gewilde en kostbare ingrediënt voor parfum, ambergris, ofwel potvispoep.

door Michael Zelenko
08 mei 2014, 12:00pm

Een potvis poept in de oceaan. (foto door Strange Ones; alle andere foto's zijn van Christopher Kemp)

Met ongeveer zeven miljard mensenkonten en ontelbare vogel-, vis- en dierenanussen produceert onze wereld een immense hoeveelheid poep per dag. Een paar van deze drollen zijn net zoveel waard als de mysterieuze en zeldzame bolussen die worden uitgekakt door potvissen.

Eind januari vond de Britse Ken Wilman, tijdens een strandwandeling met zijn hond, een berg potvisschijt van ongeveer 2.75 kilo. Een franse handelaar bood hem voor dit gesteente, wat eigenlijk niets meer is dan een hoopje kak, bijna een halve ton. Wilman is niet de eerste die rijk is geworden van potvispoep: in 2012 vond een achtjarige jongen tijdens een strandwandeling met zijn vader een stuk potvispoep ter waarde van ongeveer 45000 euro. En nog daarvoor, in 2006, stuitte een Australisch stel op een bonk van ongeveer vijftien kilo met een geschatte waarde van bijna 220000 euro.

Wat de fuck is hier aan de hand? Hoe komt het dat potvisschijt zo teringduur is?

De prijs is zo hoog omdat ambergris al generaties lang een erg gewild en belangrijk ingrediënt is voor de parfumindustrie. Bedrijven als Chanel en Lanvin gebruiken deze opmerkelijke substantie vanwege de unieke geur en het vermogen van het spul om luchtjes te binden aan de menselijke huid.

En natuurlijk wordt vandaag de dag het gebruik van potvis voor industriële doeleinde alom verafschuwd. In 1973 verbood de VS het bezitten en verhandelen van ambergris onder de ‘Endangered Species Act’ en Australië voerde een zelfde soort maatregel door in 1999. Dit alles dreef de ambergrishandel diep naar de ondergrondse trajecten.

In een poging om meer te weten te komen over deze heimelijke en absurd winstgevende potvispoepmarkt, nam ik contact op met twee internationale handelaren — de een afkomstig uit Frankrijk, de ander uit Nieuw-Zeeland. Allebei weigerden ze een interview, de Fransman verklaarde: “we willen geen informatie geven die onze concurrenten kan bereiken, of zelfs nieuwe kan creëren.”

Ik besloot te gaan voor mijn tweede beste optie: ik belde de man die een boek heeft geschreven over potviskak. Christopher Kemp is een moleculair bioloog die woonde en werkte in Nieuw-Zeeland toen er in 2008 een mysterieus object aanspoelde in de buurt van de hoofdstad, Wellington. “Niemand wist wat het was”, vertelde Kemp toen ik hem opbelde. “Sommigen dachten dat het een groot stuk kaas was. Anderen dachten dat het een meteoriet was.” Maar nadat iemand voorstelde dat het misschien wel een stuk potvispoep was, stroomde de mensen naar het strand, ze hakten stukken uit de poepbrok met tuingereedschap en namen ze mee naar huis. Totdat er niks meer van de poep over was.

 “Ik was zo geïnteresseerd en verward, ik wilde precies weten waarom ambergris zo speciaal was”, vertelde Kemp. Maar hoe meer antwoorden hij vond, des te meer vragen hij kreeg. De bioloog schreef zijn zoektocht op en publiceerde in 2012 zijn boek Floating Gold: A Natural (And Unnatural) History of Ambergris

Ik belde Kemp om alles te horen over deze ‘grote boodschap’, en om erachter te komen hoe je een potvispoepgoudzoeker kan worden.

VICE: Wat is de beste manier om ambergris te omschrijven?

Christopher Kemp: Ambergris is een soort walvispoep. Het is niet echt poep, maar het heeft veel gemeen met poep — voornamelijk dat het uit hetzelfde ‘kanaal’ komt. Het wordt alleen gemaakt door potvissen, en ook maar door een klein percentage van de potvissen. De schatting is dat maar één procent van de totale populatie van de potvissen ambergris produceert. Potvissen leven eigenlijk volledig op een dieet van octopussen. Men denkt dat de grootste potvissen ongeveer een ton aan octopus per dag eten. En octopus is bijna helemaal verteerbaar. Het enige dat niet verteerd kan worden door de potvissen is een binnenste bot, de ‘pen’, en de bek, wat erg veel lijkt op een papegaaiensnavel—hard en duurzaam.

Een normale walvis verteert een octopus gewoon en braakt daarna alle niet-gebruikte onderdelen weer uit, terug de zee in, en zwemt daarna vrolijk verder. Maar er is maar een klein deel van de potvissen dat ambergris produceert. Sommige van die octopusbekken gaan door de maag en bereiken de dunne darm, hier irriteren zij het gevoelige slijmvlies. Bij deze gevallen produceren de ingewanden van de potvis een dikkige, cholesterolrijke afscheiding waarmee de bekken worden bedekt zodat ze de binnenkant van de dunne darm niet beschadigen. Dit samen vormt uiteindelijk de substantie die wij ambergris noemen.

Dat is eigenlijk de hele productiecyclus van ambergris. Het doorloopt dezelfde weg als de rest van de uitwerpselen van een potvis, en daarna drijft het gewoon rond in de oceanen. Als het uit de potvis komt is het zwart, erg plakkerig en ruikt het erg onaangenaam en poepachtig. Het is op dat moment ook nog niet echt veel geld waard. Het ondergaat vervolgens een reis waarin het wordt ‘aangetast’ door zeewater: het wordt op moleculair niveau afgebroken tot iets heel waardevols. Het verandert met de tijd tot een witte, wasachtige klomp met een waarde tussen de 700 en de 3700 euro per pond, afhankelijk van de kwaliteit (hoewel er aanwijzingen zijn dat sommige stukken nog veel meer waard zijn).

Heeft iemand ooit een potvis ambergris uit zien poepen?

Nee. Potvissen zijn op veel vlakken nog een mysterie. Omdat ze de meestal ongeveer anderhalve kilometer onder water leven weten we nog maar weinig over hun leven. We weten niet hoe ze paren, wat hun migratiestromen zijn, waar ze heen gaan en hoe ze daar komen. We weten niet hoe ze met elkaar communiceren. We weten niet hoe ze erin slagen om zoveel octopussen te vangen, en of ze een speciale  jachttechniek gebruiken. En we weten al helemaal niet of ze de ambergris op een normale manier uitscheiden, of dat ze er altijd aan dood gaan. Wat we wel zeker weten is dat ze er soms aan dood gaan, er zijn gevallen waarbij een aangespoelde walvis dood is gegaan door een obstructie in zijn ingewanden dat werd veroorzaakt door een groot brokstuk ambergris.

Hoe lang is er al vraag naar ambergris?

We weten uit geschreven bronnen dat het op zijn minst al zo’n duizend jaar gebruikt wordt, maar waarschijnlijk zal dat wel al langer zijn. Er bestaan data uit de achtste en negende eeuw waarin vermeld wordt dat het verruild werd door Arabische handelaren. De geschiedenis leert ons dat het voor veel verschillende doeleinden gebruikt werd. In de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende werd het gebruikt als medicijn. Bijvoorbeeld als een tonicum (versterkend middel), en het werd gebruikt voor zwangere vrouwen als medicijn tegen impotentie en hoofdpijn. In het Midden-Oosten werd het aangestoken als een soort wierook en het werd gebruikt als een kruidenmiddel in China. En in de meeste gevallen werd het ingezet als bewijs van welvarendheid—vorsten in Europa gebruikten het om de geboorte van een kind te vieren, ze gaven dan stukken ambergris aan elkaar door.

Kan je uitleggen wat ambergris zo aantrekkelijk maakt?

Nou, ten eerste komt het uit een potvis, hoewel ik niet weet of dat wel aantrekkelijk is. Het heeft een beetje de geur van schapenmest. Maar zodra het dat hele proces ondergaat—de zeebehandeling—verdwijnen de sterke aspecten van een uitwerpsel en komen de complexere geuren naar de voorgrond. Hoe ouder een stuk ambergris, hoe meer verschillende moleculaire samenstellingen het heeft. Dus als je een heel oud stuk ambergris hebt, ruik je een hele verzameling aan moleculaire samenstellingen. Het begint dan erg lekker te ruiken. Het ruikt naar oud hout en frisse lucht—je weet wel, die lucht die je ruikt na een onweersbui. Het ruikt grasachtig, zeeachtig. Elk stuk ambergris heeft een unieke geur omdat ze allemaal een verschillende reis hebben gemaakt.

Ik kan me één stuk nog erg goed herinneren—het paste precies in de palm van mijn hand. Het had ongeveer het formaat van een appel. Het rook als een perfecte weerspiegeling van de zee. Het was alsof de hele oceaan gevangen zat in dat kleine, solide ding. Je rook de geur van zeelucht, je rook de lucht van de pekel uit de zee. Het was heel, heel eigenaardig. Een erg bijzondere ervaring. Als ik meer geld had gehad, had ik het gekocht.

Hoeveel wordt ambergris nog gebruikt in de parfumindustrie?

Vroeger werd het veel meer gebruikt dan nu. Of de grote parfumbedrijven zoals Chanel en andere in Frankrijk gevestigde bedrijven het nog gebruiken, is een beetje een mysterie. Ze zullen beweren dat ze het niet meer gebruiken. Maar in mijn boek heb ik een Franse handelaar weten te bereiken die over de hele wereld ambergris opkoopt. Hij stapt niet op het vliegtuig voor minder dan vijfenveertig of vijftig pond. Hij vertelde dat hij deze dan verkoopt aan mensen die werken voor Chanel. Het is erg geheimzinnig allemaal. De parfumindustrie is sowieso een erg geheime wereld omdat ze allemaal hun eigen formule willen beschermen. En er rust ook een stigma op zowel het gebruiken van natuurlijke producten, het gebruiken van walvisproducten en op het gebruiken van poep. Je stuit uiteindelijk gewoon op een muur. Ambergris wordt nog steeds voor immens hoge bedragen verkocht, dus iemand zal het nog wel gebruiken.

Bestaan er professionele ambergrisjagers of is het iets wat je toevallig tegen moet komen?

Er zijn wat mensen in Nieuw-Zeeland die erop jagen— dat zijn vaak mensen die zich aan de rand van de samenleving bevinden. Omdat het vinden van ambergris zo onvoorspelbaar is, weet ik niet of je er echt vanuit kan gaan dat je genoeg geld zal verdienen om er je gezin mee te onderhouden. Maar er zijn zeker wel mensen voor wie ambergris een belangrijke bron van inkomsten vormt. Er zijn best veel van dat soort mensen, en dat zijn meestal erg norse types. En als je al een stukje vindt, zal het een klein stukje zijn. Maar er zijn wel mensen geweest die stukken vonden met een waarde van een half miljoen dollar.

Als iemand zou willen beginnen met het zoeken naar ambergris, waar moet hij dan beginnen met zoeken?

Als iemand ambergris probeert te vinden dan moet hij of zij op zoek gaan naar stranden waar veel zeedrift aanspoelt; al met al is ambergris gewoon erg waardevolle, aangespoelde rommel. De grootste kans om ambergris te vinden is na een periode van hoge golven en landinwaartse gekeerde wind, of nadat er een storm over het land is getrokken. Je moet dan gaan kijken nadat het vloed is geweest en langs de vloedlijn lopen, op de plek waar de lichtere objecten liggen. Ambergris heeft een net iets minder grote dichtheid dan zeewater, het drijft dus wel, maar gedeeltelijk onderwater—een beetje als een kleine ijsberg.

Is er een land op de wereld waar bijzonder veel ambergris aanspoelt?

Nieuw-Zeeland is een hotspot. Maar ook de Malediven, de Bahamas, de Cariben en de Filippijnen zijn goede plekken. 

Tagged:
Chanel
geld
Parfüm
poep
Schijt
rijks
Vice Blog
potvis
walvis