FYI.

This story is over 5 years old.

Een eerlijk gesprek met Paul McCartney over niets in het bijzonder

Wat kan je aan Paul McCartney vragen dat hem niet al honderd keer is gevraagd?

Het is een beetje gek om Paul McCartney te interviewen. Er is een datum en een tijd afgesproken, de mobiele nummers zijn uitgewisseld. De weken daarna vertel je het aan iedereen, van vrienden tot willekeurige mensen in een rookruimte. Iedereen kent Paul McCartney. Iedereen houdt van Paul McCartney.

Twee weken later word ik gebeld door een onbekend nummer. Ik neem op. Een stem zegt: “Hey Joe, met Paul.” Dan besef je het ineens. “Holy shit, ik heb Paul McCartney aan de telefoon.” Je praat met een levende Beatle, iemand die 21 Grammy’s heeft gewonnen, iemand die belangrijker is geweest voor de hedendaagse muziek dan de draaitafel. Hij wacht tot je iets zegt, maar al je vragen zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Het opschrijven van de vragen was eerlijk gezegd nog lastiger dan ze stellen. Voorafgaand aan het interview zocht ik naar informatie. Eerst kwamen de vier albums van Paul McCartney, waaronder zijn nieuwe compilatiealbum met 67 van zijn beste nummers: een blauwdruk voor de moderne popmuziek. Toen ontving ik een boek met de titel: Paul McCartney, De Biografie, geschreven door Philip Norman. Een bescheiden 853 pagina’s. Het boek lag een tijdje op mijn bureau en wierp een donkere schaduw op alles binnen vijf meter afstand. Toen kwam er ook nog een diepte-interview van uur, van BBC Radio, waar Paul uitgebreid ondervraagd werd over zijn carrière. Als laatste kwam er een een zesdelige virtual reality-documentaire met verhalen en anekdotes over zijn muzikale oeuvre. Ik noem nu alleen maar dingen die dit jaar uitkwamen. Ik laat alles sinds Love Me Do uit 1962 achterwege.

Advertentie

Wat blijft er dan nog over? Moet Engeland in de EU blijven, Paul? Wat bestel jij bij Domino’s? Kijk je weleens stiekem naar mensen in de weerspiegeling van treinramen? Geloof je in spoken? Na twee weken research en angstig staren naar het plafond, kwam ik erachter dat er niks was om over te praten met Paul McCartney. Alles was al besproken. Het enige wat ik kon bedenken, was praten over niks. Een gesprek met Paul McCartney over niets in het bijzonder: het viel te bezien of zoiets interessant was, of überhaupt publiceerbaar.

Paul, 1979, by Linda McCartney

Noisey: Hoi Paul. Heb je weleens het gevoel dat je niks meer te melden hebt aan mensen?
Paul: Jazeker. Voor elke situatie heb ik een verhaal. Ik doe het ook bij mijn optredens, ik praat wat, en er komt een verhaal bij me naar boven. Dan denk ik bij mezelf: als iemand al eens bij een optreden van me is geweest, hebben ze dit allemaal al eens gehoord. Er is maar één verhaal over hoe ik John heb ontmoet. Ik kan best een ander verhaal bedenken als je wilt, maar iedereen weet dat het dan gelogen is. Ik denk altijd: ik heb dit echt al een miljoen keer verteld.

Zo’n beetje alles wat je zegt wordt opgeschreven. Zitten daar ook positieve kanten aan? Heeft er weleens iemand iets opgerakeld wat je compleet vergeten was? Of hebben we je compleet uitgemolken?
Ja, dat komt weleens voor, en ik geniet ervan. Een paar jaar geleden bracht ik een poëziebundel uit. Later moest ik een lezing geven, en ik vroeg Adrian Mitchell, een bevriende dichter, wat ik moest doen. Hij zei dat ik gewoon moest vertellen hoe het gedicht tot stand kwam. Ik was van plan om Blackbird voor te dragen, maar toen dacht ik aan hoe dat liedje tot stand was gekomen. Het was in de jaren zestig, tijdens de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Ik herinnerde me dat ik het nummer schreef om mensen hoop te geven in die moeilijke periode. Daar had ik al heel lang niet over nagedacht. Als ik dat nummer nu speel, vertel ik er altijd bij waarom ik het schreef. Je bent al zo’n vijftig jaar belachelijk beroemd. Je hebt jezelf nog niet publiekelijk voor schut gezet, moeten afkicken van een verslaving of mysterieus lang afwezig geweest. Hoe overleef je zoiets onvoorspelbaars als beroemd zijn?
Dat heb ik mezelf vaak afgevraagd. Ik denk dat het te maken heeft met mijn familie in Liverpool, die is heel erg nuchter. Als ik daar ben, is het net alsof ik niet beroemd ben. Ik ben gewoon Paul. Het gaat vaak zo: “Hey Paul, hoe gaat het met je? Oké, top.” Dan herinner ik me weer dat ik gewoon een mens ben, uit Liverpool. Zolang je je maar blijft herinneren wie je…

Advertentie

Wanneer je beroemd wordt, herinnert het je eraan dat je ook gewoon een mens bent uit Liverpool. Ja, uiteindelijk kom je altijd weer terug bij dat ‘beroemd zijn’ ding, maar zolang je je maar blijft herinneren wie je… [Er klinken een aantal gekke geluiden en een zachte gil. Daarna wordt de verbinding verbroken. Na een paar seconden begon ik te denken: oh nee, wat als ik Paul McCartney zojuist heb horen sterven? Na twaalf seconden voel ik de leegte van een wereld zonder hem. Ik zie de nieuwsberichten al voor me, de tweets, herdenkingsfeesten in de straten van Liverpool, de nationale rouw. Na vijftien seconden nemen zelfzuchtige gedachten het over en zie ik kranten voor me die mij allemaal willen interviewen. “We spraken de man die aan de telefoon was met McCartney toen hij het loodje legde.” In het artikel word ik gequote: “Ik kon het niet geloven, het ene moment waren we gewoon aan het praten en toen ineens: bam.” Toen ging mijn telefoon, en het was Paul weer.] Paul: Sorry, ik liet mijn telefoon vallen en de batterij viel eruit… Enfin, ik groeide op met een goed idee van hoe je alles normaal houdt. Ik was niet altijd succesvol, en meestal gedraag ik me zoals ieder ander. Ik ga gewoon met het openbaar vervoer. Heb je mensen kapot zien gaan aan roem?
Ja, dat gebeurt nou eenmaal. Als je ziet hoe andere, ermee omgaan, houdt dat je wel scherp. Zodra je het ‘weet je wel wie ik ben’-syndroom in levende lijve hebt gezien, weet je genoeg. Dat wil je echt niet. Heb je weleens anderen geholpen die er niet mee om konden gaan?
Ja, ik heb wel geprobeerd om mensen te helpen, door met ze te praten. Dat was niet altijd succesvol. Sommige van hen zaten erg aan de drugs. Ik zei dat ze voorzichtig moesten zijn en misschien wat moesten minderen, maar soms had het geen zin meer. Sommigen zijn er nu niet meer.

Advertentie

Is het nu anders om op een podium te staan dan toen je een tiener was?
Heel anders. Vroeger was ik onzeker over wat mensen van me vonden. Dat is de basis van podiumangst. Je denkt dat ze je gaan haten als er iets verkeerd gaat. Helemaal in het begin was ik altijd heel erg nerveus. Ik herinner me dat ik het wilde opgeven, helemaal in het begin van de Beatles-tijd. Het verschil is dat ik nu tegen mijn promotor zeg: “Gooi de verkoop voor dat optreden maar online, we zien wel wat er gebeurt.” Soms belt hij terug met: “Chicago was binnen twee minuten uitverkocht!” Daar word je wel zelfverzekerder van. Is er een plek waar muziek je niet zo ver heeft gebracht als je zou willen?
China. Ik ben nog nooit in China geweest. Veel mensen wel, maar ik nog nooit. Misschien dat ik binnenkort maar eens ga, dat zou wel cool zijn, denk je niet? Ben je ooit je liefde voor muziek kwijtgeraakt?
Nee. Voordat ik je belde, was ik een beetje aan het tokkelen op een van mijn gitaren. Ik pak hem gewoon op, speel wat, en ineens ben je een nummer aan het schrijven. Dat is het opwindende eraan: op magische wijze maak je iets wat daarvoor niet bestond. Dat is erg verslavend. Waar haal je de meeste voldoening uit? Als je iets maakt, of wanneer je het voor duizenden mensen speelt bij een optreden?
Er zijn drie momenten waar ik voldoening uit haal: als ik een liedje schrijf, als ik het opneem, en als ik het voor de eerste keer speel voor mensen.

Paul, 1991, door Linda McCartney

Wat heb je geleerd van je tijd op deze aarde?
Dat is een moeilijke vraag. Het eerste wat me te binnen schiet, is dat je niemand moet onderschatten. Als je vroeger mijn familie had gezien, zou je denken dat het een zooitje ongeregeld is. Maar als je ze leert kennen, zie je allemaal verborgen dingen. Een van mijn oudere neven maakte de kruiswoordpuzzels voor The Times, The Guardian en The Telegraph. Dat zijn de moeilijkste kruiswoordpuzzels ter wereld! Zeker.
Hij is gewoon een knul uit Liverpool, hij zou nooit opvallen in een groep mensen. Dat is waarom ik zo graag met verschillende mensen praat. Ik vraag waar ze vandaan komen, wat ze doen. Het klinkt nu alsof ik me bemoei met mensen, maar ik ben gewoon benieuwd. Soms ontdek je namelijk de meest geweldige kanten van een persoon. De wereld heeft me geleerd om nooit aan te nemen dat iemand onbelangrijk is. Het kan goed zijn dat je ze compleet onderschat. Wat zou je tegen de zestienjarige Paul McCartney zeggen, als je de kans zou hebben?
Ga niet de muziek in. Wow.
Geintje! Wat zou ik zeggen? Wees voorzichtig, knul. Doe het rustig aan. Blijf bij jezelf en geniet ervan. Dus je zou niks veranderen?
Je hebt spijt van bepaalde dingen, net als iedereen. Er zijn momenten dat ik terugkijk en denk dat ik niet cool genoeg was in een situatie, of dat ik onaardig was tegen iemand. Maar zo is het leven. Terwijl je opgroeit ben je niet altijd ontvankelijk voor mensen. Afgezien daarvan, zou ik het allemaal weer doen. Wat maakt je bang?
Dat je het leven nooit helemaal onder controle hebt. Je groeit op met het idee dat je alles op een rijtje krijgt als je maar genoeg leert. Je denkt dat je dan zult begrijpen wat er allemaal gebeurt. Maar je ontdekt dat de regels veranderen, de wereld verandert. Als dat gebeurt, merk je dat je nog steeds geen flauw benul hebt. Je denkt: ik heb niet de informatie die ik nodig heb om hiermee om te gaan. Dat maakt me bang.

Ik denk vaak: als ik nu gewoon dit ene boek lees… Of dit project afmaak… Of drie maanden ga hardlopen… Dan zal ik het leven aankunnen.
Dan lees je dat boek, je maakt je project af, en iemand verandert de regels. De onvoorspelbaarheid van het leven. Verder gaat het best oké, ik leid geen angstig leven. Heeft het internet je leven beter of slechter gemaakt?
Ik vind het wel handig. Zeker qua muziek werd het saai om alles op de traditionele manier te doen. Een plaat uitbrengen was het stomste deel van het maken van een plaat. Je creëert het uit liefde. Je hebt je best gedaan, prachtig gitaar gespeeld. Dan is het ineens alsof je een examen hebt gemaakt en moet wachten tot de leraar het nakijkt. Ik maak geen muziek om beoordeeld te worden, ik maak het omdat er heel erg veel van hou. Ik kan me de pre-internet muziekindustrie niet eens herinneren.
Een van de grappigste clichés over de oude muziekindustrie was ‘naar Keulen gaan.’ Ze stuurden je altijd naar Keulen. Ze nodigden iedereen uit. Mensen uit Frankrijk, Italië, Zweden, Zwitserland en Duitsland. Dan deed je een hele zooi interviews, zo ongelofelijk saai. We hebben het eerder gehad over het geven van dezelfde antwoorden op dezelfde vragen, toch? Nou, dat deed je dan de hele dag. Ik weet nog dat ik zei: “Ik ga nooit meer naar Keulen.” Het Keulensyndroom. Maar, om je eerste vraag te beantwoorden, ik vind het cool dat het internet alles open heeft gegooid voor muzikanten. Ik denk alleen niet dat ik zomaar een album online zou gooien. Lijkt Snapchat je wat?
Ja natuurlijk! Maar ik ben niet zo technisch. Ik ben amper technisch op de gitaar. Als iemand tegen me zegt: “Hey Paul, ik heb een L130,” heb ik geen idee waar het over gaat. Zou het een trein zijn? Ik weet het niet. Dat geldt ook voor computers en het internet. Ik kijk wat op mijn iPad, ik maak wat foto’s op mijn iPhone, maar ik ben geen, eh, gamer. Denk je ooit een gamer te worden?
Ik wou dat ik er tijd voor had, maar ik moet altijd zoveel doen. Zoals dit interview. Als ik nu geen interview had, zou ik misschien gaan gamen.

Heeft opa worden je iets geleerd wat je nog niet wist van toen je vader werd?
Alles komt weer terug, alle herinneringen. Het ding is: je kleinkinderen zijn anders dan je kinderen. Tijden veranderen. Nu kijkt iedereen naar schermpjes. Is het goed dat kinderen de hele tijd naar een scherm kijken? Er zijn allemaal dingen die er nog niet waren toen ik kinderen kreeg. Dus dat is wat je leert van opa worden: hoe een computer werkt. In een van de afleveringen van je nieuwe virtual reality-documentaire zeg je dat je de betekenis van het leven ontdekte op de hotelkamer van Bob Dylan. De volgende dag vond je een papiertje met daarop: “Er zijn zeven levels.” Eerste vraag: had je drugs op, Paul?
Oké, eerste antwoord: Ja! Ik denk dat het de eerste keer was dat we gingen blowen. Ja! Het antwoord is ja! We gaan verder. Tweede vraag: is je interpretatie van de betekenis van het leven sindsdien veranderd?
Ik ben er nooit achter gekomen wat ik bedoelde die nacht, maar het gekke is dat ik weleens mensen ben tegengekomen, die zeiden dat ze er iets aan hadden. Ze gingen kijken in oude geschriften en blijkbaar waren er meer mensen die zoiets zeiden, over levels. Ik weet alleen nog dat ik er toen van overtuigd was. Ken je dat? Dat als je iets geweldigs hebt meegemaakt, dat je niet kunt wachten om het aan je vrienden te vertellen? Zo van: ik heb net die en die ontmoet! Of: ik was gisteren in Disneyland! Nou, ik dacht dat ik de betekenis van het leven had gevonden, dus ik kon niet wachten om het aan iedereen te vertellen. Je weet het niet hè? Misschien klopt het wel gewoon van die zeven levels. Op die ene nacht leek het alleszins te kloppen. Pure McCartney is nu uit.