Features

Een gesprek met de naar Nederland gevluchte Monzer over het gevaar dat hij als metalhead in Syrië liep

Monzer Darwish is 25 jaar en begon drie jaar geleden aan de documentaire 'Syrian Metal Is War', maar het project ligt stil nadat hij is gevlucht.

door Fiona Fortuin
11 mei 2016, 12:16pm

Als metalfan opgroeien in Syrië was voor het uitbreken van de oorlog al bepaald geen pretje; de muziek, lange haren, tatoeages en duistere metalshirts duiden op een voorliefde voor de duivel, is de overtuiging. Metalheads werden er regelmatig geïntimideerd en door de politie opgepakt. Maar sinds de oorlog zijn ze hun leven zelfs niet meer zeker. De Islamitische Staat houdt er een nog extremere kijk op metal op na.

Monzer Darwish is 25 jaar en begon drie jaar geleden aan de documentaire Syrian Metal Is War, over de strijd die metalheads in zijn thuisfront Syrië moeten leveren. In oktober 2014 vluchtte Monzer uit Salamiyah (in Hama) met alleen zijn camera en de al gemaakte opnames, waarna hij via omzwervingen in Nederland terechtkwam. Samen met zijn vrouw woont hij sinds een paar maanden in een dorp niet ver van Amsterdam – uit veiligheidsoverwegingen zegt hij liever niet precies waar.

Ik zocht hem op in zijn appartement en daar spraken we uitgebreid over zijn leven in Nederland, het gevaar dat metalheads in Syrië lopen, en hoe het nu verder moet met de documentaire: door geldgebrek staat het project al een tijdje stil. Zijn laptop is een oud wrak, dus daarop monteren is zinloos. Gelukkig krijgt hij hulp uit onverwachte hoek en is er vanuit Zwitserland een crowdfunding campagne gestart, die nog tot morgen loopt (dus aarzel niet).

Noisey: In eerdere interviews gaf je aan dat je onder geen beding Syrië zou verlaten. Wat is er gebeurd dat je toch bent gevlucht?
Monzer Darwish
: Na een enorme explosie in mijn buurt besloot ik dat het tijd was om te gaan. Eerst reisde ik naar Istanbul, waarna mijn vrouw me achterna kwam. We zijn er vijf maanden gebleven, maar ik voelde me er niet welkom. We woonden in een buurt met veel aanhangers van de CHP die niet bepaald dol zijn op Syriers. Op een dag hebben we alles achtergelaten, ons huis en onze spullen. Door smokkelaars zijn we met 35 anderen op een rubberboot naar Griekenland gezet. Acht uur lang dobberden we rond, de situatie werd steeds penibeler. Maar de Turkse kustwacht lachte ons uit en gooide spullen naar ons, en ook de Griekse kustwacht leek zich niet om ons te bekommeren. We hebben ons leven te danken aan een wat oudere vrouw die zich expres in het water liet vallen terwijl ze niet kon zwemmen. Toen zijn ze in actie gekomen.

Hoe ben je uiteindelijk in Nederland terechtgekomen?
In Griekenland kwamen we het opvangkamp niet in, en burgers die ons wilden helpen kregen een boete. Nadat we een tijdje op een heuvel hadden geslapen, wisten we dat er nog maar twee opties waren: of ons door smokkelaars voor een hoop geld naar de grens laten rijden, of een vals identiteitsbewijs regelen. We gingen voor het laatste. Op het ontwerp stond overal ‘genuine’ vermeld, om maar aan te tonen dat het zeker niet nep was. We kwamen ermee in het vliegtuig van Athene naar Schiphol terecht, maar daar stonden de douaneambtenaren ons op te wachten. Na het politiebureau werden we naar Ter Apel gestuurd en vanuit daar hebben we in asielzoekerscentra in Dronten, Gilze en Almere gewoond. Sinds onze papieren in orde zijn, wonen we in dit appartement vlakbij Amsterdam.

Hoe is het leven hier?
Iedereen is heel vriendelijk. Bij aankomst stonden er al spulletjes in huis, zoals een bank en een tafel. Die waren door de buren gebracht. Ze stonden ons zelfs op te wachten. We zijn inmiddels vrienden met de buurt.

Kun je de situatie van metalheads in Syrië van voor de oorlog omschrijven? Kon je met een Metallica-shirt zoals je nu aanhebt over straat?
Dat kon wel, maar de kans was groot dat je door de politie mee naar het bureau. Dan stelden ze vragen als: ben je een satanist? Ga je naar begraafplaatsen, offer je je kat? Het is mij overkomen toen ik vijftien was. Zelfs mijn vrouw, hoe lief ze er ook uitziet, werd ook een keer opgepakt. Hun beredenering: je hebt tatoeages, dus je moet wel satanist zijn. Het hangt ervan af wanneer ze je weer vrijlaten – soms is dat pas wanneer je genoeg geld betaald. Het lastige is ook: metal is niet verboden, maar wordt tegelijkertijd niet getolereerd. Dat geeft ze de vrijheid om er hun eigen regels op na te houden. Bashar Haroun, een belangrijke speler in de metalgemeenschap, is in de gevangenis terechtgekomen omdat men ervan overtuigd was dat hij met zijn band Orion een duivelse sekte was begonnen.

Tot aan de oorlog ging het niet verder dan ondervragen en intimidatie. Na de oorlog veranderde dat. In de ogen van de Islamitische Staat ben je goddeloos, ze vermoorden je. Van veel metalfans is onduidelijk waar ze zijn en of ze nog leven. De meeste van mijn hechte vrienden uit de scene zijn dood, en dat alleen maar vanwege hun tatoeages, lange haren en metalshirts.

Herinner je je de eerste keer dat je met metal in aanraking kwam?
Ik was net veertien en ik deed samen met een vriend mee aan een computerprogrammeer-wedstrijd. Het was in Hama, in een zeer conservatieve stad. Ik droeg een korte broek, waardoor ik niet werd toegelaten. Het was voor het eerst dat iemand vanuit zo’n radicaal, conservatief perspectief me aansprak. Ik werd boos en weigerde iets anders aan te trekken omdat ik vond dat ik niets verkeerds had gedaan. Een vriend van me had een cassettebandje van Metallica bij zich, waar Battery op stond. Ik had nog nooit zoiets gehoord: zo snel en zo vol woede. Vanwege de staat waar ik me in begaf, wist metal zich voorgoed in mijn hoofd en lichaam te nestelen.

Heb je hier al gelijkgestemde metalfans ontmoet?
We zijn nog niet veel uit geweest, we vinden dat we eerst de taal onder de knie moeten krijgen. Maar we zijn naar een metalfestival geweest, Epic Metal Fest in Eindhoven. Daar hebben we Mark van Epica ontmoet en Anneke van Giersbergen. Het was te gek om haar te leren kennen.

Hoe heb je je eerste metalconcert in een vrij land ervaren?
Het was gek, bijna surreëel. Er was alle tijd om het concert te bekijken, zonder een gevoel van haast en onveiligheid. In Syrië heb je maximaal een uur om iets op te zetten en er zijn niet eens locaties voor iets als dit. Natuurlijk zijn er wel concertzalen, maar niet voor metal: dat wordt niet getolereerd. Maar om eerlijk te zijn: ik kon er niet van genieten. In Syrië zijn veel metalheads overleden, en ik had veel liever met hen samen naar metal in mijn oude woonkamer geluisterd. De muziek is voor mij niet los te koppelen van mijn thuisfront en de metalgemeenschap daar. In Syrië heb je aan een kort gesprekje al genoeg als je een andere metalhead ontmoet, dan ben je vrienden voor het leven. Dat is hier niet het geval.


Monzer en zijn vrouw bij hun allereerste metalconcert in Nederland

Metal heeft hier een andere betekenis dan in Syrië?
De gemeenschap is ongelooflijk hecht. In Turkije bezocht ik een concert van Opeth, en ook daar beleefde ik het al anders. In Syrië gaan mensen naar de gevangenis enkel omdat ze naar Opeth luisteren, die urgentie voel ik nergens anders.

In 2014 werd er een metalconcert georganiseerd in Aleppo. Iemand kwam erachter en dreigde zich op te blazen tijdens het concert. Het ging toch door en er kwamen iets van tweehonderd mensen opdagen. Er werden covers gespeeld, waaronder Sepultura’s Territory, een nummer dat precies verhaalt wat er in Syrië gaande is. Dat is zo’n bijzondere ervaring.

Luister je nog wel met plezier naar metal?
Natuurlijk. Ik en mijn vrouw doen niets anders dan naar metal luisteren, de hele dag. Maar de beleving van bijvoorbeeld een concert als Opeth of een metalfestival is heel anders geworden. In Syrië is metal zoveel meer dan alleen muziek. Het is een manier van leven, het is een verbondenheid. In het Westen is het zeker niet mainstream, maar in Syrië is het echt underground. Het is heel moeilijk om aan de muziek te komen, helemaal in de tijd van vóór internet. Cassettebandjes werden via Libanon naar binnengesmokkeld.

Hoe zou je het geluid van Syrische metalbands omschrijven?
Sommige bands verschillen niet veel van andere bands buiten Syrië, maar er zijn ook bands die oosterse elementen toevoegen, zoals Slumpark Correctional doet. Zij gebruiken de Tubular, een percussie-instrument waardoor er een Oriëntaalse sfeer ontstaat. Wat dat betreft kun je wel stellen dat er een specifieke metalsound bestaat.

Je hebt je leven geriskeerd voor de documentaire Syrian metal is War. Waarom is het zo belangrijk voor je dat dit verhaal wordt verteld?
Sinds mijn tienerjaren ben ik al bezig met metal. Ik vond het zo bijzonder, en mijn vrienden ook. Metal was alles voor ons en het was ook een manier om ons af te zetten. Maar de meeste van die mensen zijn er niet meer. Voor hen die nog wel leven en nog altijd, ondanks de moeilijke omstandigheden, doorgaan met het maken van metal, opnames blijven maken en concerten blijven organiseren – voor hen wil ik dit verhaal maken. Ik wil dat de wereld van deze mensen afweet. Als iemand van buitenaf – een label of organisatie – ervan wist, hadden ze misschien nog gered kunnen worden. Met deze film hoop ik de mensen die nog leven en doorzetten de erkenning te kunnen geven die ze verdienen voor hun werk – ook van de wereldwijde metalgemeenschap.

Wat is er nog over van de metalscene in Syrië?
Er zijn geen speelplekken meer maar nog wel mensen die hoop houden en actief zijn. Laatst heeft Mahmoud Mohammed van de band Chained nog een EP uitgebracht. Hij heeft alles zelf gedaan: de muziek gemaakt, opgenomen en uitgebracht. Het is zo bijzonder dat je alsnog doorzet terwijl je dagelijks moet vechten voor basisbehoeften als water en eten. Maar er zijn ook veel mensen gevlucht, zoals ik, en op verschillende plekken terechtgekomen.

Drie jaar geleden begon je met de opnames. Hoe ver ben je in het proces?
De trailer die online staat is van acht jaar geleden. Ik heb een tijdje in Algerije gezeten waar ik op een professionele computer kon werken. Daar is een ruwe edit van een half uur uit ontstaan die op een filmfestival in Bern in Zwitserland is getoond. Maar daarna heb ik niet meer zo’n kans gehad, en de oude laptop die ik heb is hopeloos, daar kan ik niet op verder werken.

Wat hoop je met de documentaire te bereiken?
Ik hoop echt dat de metalgemeenschap erkenning krijgt. En dat muzikanten die zijn gevlucht niet alleen als vluchteling worden gezien, maar ook als muzikant, als de persoon die ze zijn. Ze hebben moeten lijden voor de muziek die ze maken, ik wil dat daar aandacht voor komt: voor hun talent en hun passie. En hopelijk lukt het om, als de film af is, iedereen weer bij elkaar te krijgen voor een screening. Dat wordt moeilijk, maar ik blijf optimistisch.

Er is een crowdfundingcampagne geïnitieerd door betrokken Zwitsers, om geld op te halen voor de benodigde apparatuur. Deze actie loopt bijna af, dus doneer zolang het kan.
Update: het beoogde bedrag is gehaald.