Een jaar of tien geleden verhuisde ik van het Zeeuwse hoofdstadje Middelburg naar Tilburg. Dat was een verademing – van de verstikkende ons-kent-ons-mentaliteit, een soort grauwe leegte waar weinig te beleven viel, naar ‘de grote stad’, waar je, als je wilde, gewoon op een maandagavond bier kon drinken in een kroeg. In Middelburg waren de cafés enkel enigszins gevuld op vrijdag of zaterdag, en je werd er om twee uur ’s nachts resoluut uitgesmeten. Dat nooit meer!Inmiddels ben ik ouder en wijzer, weet ik dat Tilburg niet per se een ‘grote stad’ is, en mijd ik cafés over het algemeen als de onderbroeken van incontinente daklozen. Ook realiseer ik me nu dat ik het in Zeeland zo slecht nog niet had. Ik bracht mijn halve jeugd namelijk door in Kaffee ’t Hof. Dat is, zo weet ik nu, waarschijnlijk mijn lievelingscafé in de hele wereld. Altijd als ik op bezoek ben in Middelburg, zo ongeveer twee keer per jaar, breng ik een bezoekje aan ’t Hof. En negen van de tien keer als ik daar binnenloop, speelt er een bandje. Dat klinkt nog niet direct heel spannend, of al iets dat een artikel als dit rechtvaardigt, maar als je dat denkt, vergis je je. In ’t Hof spelen namelijk uitsluitend de vreemdste bands. Zo zag ik er een keer een one man band, een vent in een soort astronautenpak, die zowel drumde als gitaar speelde terwijl er twee dikke vrouwen bij hem op schoot zaten. Of iemand (ook eenmansband) met een batterij aan absurde, zelfgebouwde instrumenten, waaronder een fietswiel. Er spelen relatief gezien veel eenmansbands in ’t Hof, maar dat is prima, want het podium is erg klein.’t Hof bestaat sinds 1999, en wordt uitgebaat door de op de foto hierboven geportretteerde Hayo Duinkerken, die zo’n beetje z’n hele leven al in cafés werkt. Hij begon in 1988, achter de bar van een café honderd meter verderop, omdat hij geen idee had wat hij na de middelbare school moest gaan doen, en een half jaartje moest overbruggen tot hij in militaire dienst moest. Hij werd nog gewaarschuwd: als het horecavirus je eenmaal te pakken heeft, kom je er niet meer vanaf. Dat bleek te kloppen, want zeventwintig jaar later staat Hayo nog altijd achter de bar. Na zijn militaire dienst ging hij vrolijk verder met werken in het café en schopte het tot bedrijfsleider. Toen kwam het pand waar nu ’t Hof in zit leeg te staan, en Hayo greep zijn kans, samen met zijn compagnon Bo Wesdorp.Als je vandaag de dag ’t Hof binnenloopt, zou je denken dat er in de afgelopen honderd jaar niets veranderd is. Veel bruiner kan een kroeg niet zijn. In het midden van de zaak staat de bar, met een grote achterkast, en twee knoeperds van kroonluchters erboven. Het fijne van ’t Hof is dat je op een barkruk kan gaan zitten, en jezelf prima een uurtje of wat kunt vermaken, gewoon door een beetje rond te kijken. Overal staan beeldjes, en er hangen gekke oude affiches en vergeelde posters. Toch was dat niet altijd zo. Toen Hayo het café begon, was alles paars en geel geverfd. Samen met Bo brachten ze alles terug in de staat zoals het vroeger was, met behulp van foto’s en verhalen van mensen die nog wisten hoe het er vroeger uitzag.In het begin deden ze nog niks met bandjes, dat kwam pas toen Bo stopte en Hayo in z’n eentje verder ging. Hij kende wel wat muzikanten en kreeg soms een bandje aangeboden, maar lokale bandjes boeken zag hij niet zo zitten. Dat waren vaak coverbands, en die had je overal al, daar viel geen eer aan te behalen. Maar toen kwam hij in contact met een band die bij het Zwitserse label Voodoo Rhythm zat, en ging het spreekwoordelijke balletje rollen.Toen het pand naast ’t Hof leeg kwam te staan, kocht Hayo het op, en het café werd twee keer zo groot. Nu is er een vast podium en wat meer ruimte, wat prettig is voor bands die uit meer dan twee personen bestaan. Bandjes die in ’t Hof speelden, vertelden dat weer door aan andere bandjes, die er vervolgens ook graag wilden optreden. Het zal komen omdat ze door Hayo goed ontvangen worden, met lekker eten en een relaxte ambiance. Dankzij die mond-tot-mondreclame komt het nu weleens voor dat een tourende band twee shows in de Benelux speelt, waarvan eentje in Middelburg. Niet gek, voor een stadje waar verder niet veel gebeurt.En misschien nog wel het mooist van alles: je hoeft nooit entree te betalen. De optredens zijn altijd gratis. Bands worden betaald met de baropbrengst, of Hayo betaalt ze uit eigen zak. Dat getuigt van passie, en het zorgt er ook voor dat de drempel om een show te zien laag blijft. Dat alles maakt dat ’t Hof voor mij het mooiste café van Nederland is. En waarom je, ondanks dat het ongetwijfeld een teringeind reizen is, absoluut eens een bezoekje moet brengen aan Middelburg. Je zult er geen spijt van krijgen.
Advertentie
