Advertentie
Stuff

Hoe het is als je partner en jij allebei psychische problemen hebben

"Mijn vriendin en ik woonden zes maanden samen toen ik het bekende spook van depressie in mijn ledematen voelde trekken en zij zware paniekaanvallen kreeg."

door Emily Sargent
12 augustus 2016, 8:36am

Illustratie door Marta Parszeniew

Mijn vriendin en ik woonden zes maanden samen toen ik het bekende spook van depressie in mijn ledematen voelde trekken en zij zware paniekaanvallen kreeg.

Eerst probeerde ik het voor haar te verbergen. Ik wilde niet dat ze dit deel van mij zou leren kennen. Ik staarde in het donker naar het plafond terwijl ze naast me lag te slapen, niet wetend dat de tranen in mijn keel brandden. Ik voelde me compleet alleen, het soort eenzaamheid dat je in je buik voelt als een vreemd soort honger, en waar je botten zwaar van worden.

Ik had geen keuze meer, ik moest haar vertellen wat er gaande was. Ik ging er met haar voor zitten en vertelde haar dat ik last had van zware depressie. Ze reageerde lief, uiteraard, maar op een bepaalde manier dacht ik nog steeds dat het makkelijker is om zulke dingen alleen te beleven — al is het maar omdat er dan geen getuigen zijn.

Als je je kut voelt wil je dat niemand je ziet, want andermans herinneringen aan jouw slechtste momenten worden een tastbaar deel van wie je bent. De duistere taal en drogredenen die je op zo'n moment uitslaat zitten dan niet alleen in je eigen hoofd, ze staan ook geregistreerd in dat van een ander.

Je kunt die dingen niet terugnemen.

Gedeelde smart was voor mij geen halve smart, en haar viel het ook zwaar. Ze voelde zich belast, verward, verdrietig, bang. Ze kende me niet meer. Ik trok me terug in mijn schulp omdat ik dacht dat mijn giftige gedachten haar zouden schaden. Ze had altijd last van angsten gehad, maar kreeg nu voor het eerst te maken met zware en onvoorspelbare paniekaanvallen.

Het is echt een test voor je partner als de persoon van wie ze houdt zo fundamenteel verandert. Hun motivaties zijn anders, hun gedachten aangetast; hun woorden worden de stem van iemand anders.

In het begin hadden we nooit tegelijkertijd psychische problemen, dus als een van ons in de rats zat dan konden we dat wel aan. Als de een down was dan was de ander high genoeg voor allebei. Maar als we samen down waren dan was dat veel moeilijker. We begonnen los van elkaar te leven, in onze eigen gedachten. We gaven niet minder om elkaar, maar ieder van ons trok een muur op om zich heen. In die tijden wilde ik haar geruststellen, maar de depressie had elk gevoel van stabiliteit bij me weggenomen. Ik was er niet zeker van dat we veilig waren.

Zij probeerde haar angstaanvallen te negeren, en beredeneerde dat de pijn die ze in haar borst voelde niet serieus was, terwijl ik naast haar lag en probeerde mijn hoofd boven het zwarte water te houden. Als we geen woorden meer hadden dan vertrouwden we op onze huid. Ik lag dan slapeloos met mijn kin op haar schouder en legde mijn hand op haar hart om te proberen het tot rust te brengen.

Soms waren we gefrustreerd. Ik wilde dat zij redelijk deed, zij wilde dat ik optimistischer was. Ik was voor haar een bron van troost geweest, haar anker, maar genegenheid was niet langer intrinsiek aanwezig. We stonden machteloos. Het besef dat je op zo'n moment niet iemands tegengif kunt zijn voelt een beetje als rouwen.

Na drie maanden waarin we ons wanhopig geïsoleerd voelden, deden we ons best om elkaar te vertellen hoe we ons voelden. Terwijl ik mezelf openstelde realiseerde ik me hoe belangrijk het is om open te zijn over je geestelijke gezondheid. Tegenover mijn droevige woorden stond iets authentieks. Het had makkelijker geleken om het in mijn eentje te doen, maar dat was een illusie. Eenzaamheid vermomd als bekwaamheid.

We praatten, en ontdekten dingen die de symptomen van de ander verminderden. Als ik me rot begon te voelen nam ze me mee naar de boulevard van Brighton. Ze wist niet waarom het werkte, maar toch ging ze met me in de kou op een bankje zitten en aten we ijs en zagen we de lucht veranderen. Ik kreeg door hoe ze keek als ze in paniek raakte, en dan nam ik haar hand en leidde ik haar uit drukke ruimtes weg.

Zonder anderen om je heen is het makkelijk om te geloven dat je gedefinieerd wordt door je psychische problemen. Zij en ik zagen de wereld niet door dezelfde bril, maar door erover te praten bouwden we een brug over de stilte. Ik maakte haar aan het lachen in wanhopige momenten, zij geloofde in geluk als ik zwartkeek. We zijn uit elkaar gegaan om andere redenen, maar ik zal nooit betreuren dat ik eerlijk tegen haar ben geweest. En ik denk dat zij dat ook niet doet.

Het leven is hol en leeg als we niet eerlijk tegen elkaar zijn. Niemand kan een ander redden, maar we kunnen elkaar wel hoop geven in bange tijden.