
Advertentie

Thomas van Aalten: Nouja, is schrijven ooit leuk? Nee, het is eigenlijk roofbouw. Ik heb nu ook heel veel zin om een boek te schrijven dat wél echt leuk is om te schrijven. Waarin niet teveel hysterische dingen gebeuren. Iets goedmoedigs.
Advertentie
Ik vond het karakter Sheila – de moeder - heel leuk om te schrijven. Dat was een heel dankbaar personage. Het was voor het eerst dat ik vanuit het perspectief van een vrouw geschreven heb. Dat vind ik fantastisch om te doen, zo bleek. Eindelijk kon ik mijn gang gaan als overjarig secreet. Gemeen zijn, en zuipen. Ik had ook echt een soort Patsy uit Absolutely Fabulous in mijn hoofd. Iemand die zich overal door laat meeslepen. Misschien kwam dat plezier ook wel doordat ik denk dat ik van alle karakters zelf het meest op Sheila lijk.Hoezo?
Die hysterie van haar. Ze heeft nogal buien, ze is wreed en obsessief. Dat herken ik wel.‘Hysterisch’ is sowieso wel een treffende term, voor dit boek. In de beste zin van het woord.
Als ik het nu teruglees valt het me nog mee met de hysterie. Ik had een soort Wagneriaanse, apocalyptische arena als decor voor ogen, eigenlijk. Maar misschien moet ik dat boek nog een keer gaan schrijven.Zou je ook een nauwelijks hysterisch boek kunnen schrijven?
Ja, dat vraag ik me wel eens af. Ik probeer het iedere keer. Ik denk dat mijn vorige boek, De Onderbreking, iets ingetogener was. Nou ja, daarvan was de verhaalstructuur uiteindelijk toch ook weer gebaseerd op de Ring van Möbius. Maar nu, nu ga ik echt een ingetogener boek schrijven.Maar wil je dat wel? Die zijn saai soms, hoor!
Ik neem het me altijd voor, maar uiteindelijk gaat het verhaal toch met me op de loop. Het is een beetje alsof het boek een vliegtuig is, en de duivel is de piloot. Ik ben de kaper en de redacteur is de stewardess die de passagiers weer op de grond moet krijgen. En die passagiers zijn de lezers dan, dus. Het verhaal gaat altijd als vanzelf een volstrekt verkeerde, kwaadaardige kant op, en ik ga ook nog eens tegenaan raggen. Ik weet nog niet zeker of ik dat wel anders wil.
Advertentie

Ter afwisseling van de reeks 'Thomas van Aalten op en nabij een bankje': de cover van zijn boekDe karakters in je boek zijn nogal hedonistisch aangelegd. En ze geven bijna een nieuwe betekenis aan de term ‘ordinair’. Komt dat voor hier, in Nederland?
God ja, heel erg. Overal waar er een partytent staat en harde muziek van een boot schalt. Nederland is juist tomeloos ordinair. Plat ook, gewoon. Ik vind die platheid wel verschrikkelijk lelijk, maar wat is het alternatief? Dat Nederland alleen maar totaal gemiddelde steden als Amersfoort heeft? Die ordinaire realiteit van Gordon en witlinnen broeken en nepmarmeren villa’s aan de Vinkeveense plassen, die is zo monsterlijk. En precies díe mensen willen naar Dubai, en in resorts zitten. Het bestaat, en dat is maar goed ook. Eigenlijk is het vooral interessant sociologisch materiaal.In het boek leg je een interessante link tussen de financiële sector en de kunstwereld.
De financiële sector is zo abstract en het enige dat we niet snappen. Het is één van de weinige dingen die volstrekt onbegrijpelijk zijn, maar wel van wezenlijk belang voor ons allemaal. En ik heb aannemelijk proberen te maken dat de financiële sector ook een soort kunst is.Hoe dat?
Niemand weet wat er precies gebeurt. Zo’n Israëlische student die op het Sandberg Instituut ongelofelijk op de vierkante millimeter zit aan te kutten, en dat zijn docent ook niet even zegt van, ‘wat maak je nou eigenlijk’? Die mensen houden zichzelf voor de gek, en dat doen mensen bij in de bankwereld ook. Kijk, de medische wereld, dat snappen we ook niet precies. Maar we snappen wel dat als een hart dankzij een machine blijft kloppen, dat dat best heel knap is. Of een schedel van Damien Hirst echt zoveel waard is, dat valt niet te snappen. En of we het nou mooi of lelijk vinden, dat snappen we ook niet. Als je bij een kantoor komt om zo’n ingewikkelde hypotheek aan te schaffen, dan word je ook maar geholpen door iemand met een klikstropdas die een cursus heeft gedaan. Die is voortdurend bang om door de mand te vallen. Een chirurg kan niet door de mand vallen. Die kan ergens goed in zijn of niet, die kan een dodelijke fout maken, maar die is niet bang om door de mand te vallen. En als je een vliegtuig bouwt, tja, het is echt wel heel knap als die in één stuk aan de andere kant van de wereld terecht kan komen. De waarde van dingen in de kunst en in het bankieren is vaak op willekeur gebaseerd. De financiële sector en de kunstsector, die kunnen elkaar de handen schudden.
Advertentie
Bij mijn vorige boek had ik ook nog een soort kaartenactie, maar uiteindelijk denk ik: als alles tot stof vergaan is, dan moet het verhaal overeind blijven. En al die online activiteiten en transmediale storytelling-concepten: allemaal leuk en aardig, maar het gaat uiteindelijk gewoon om een boek. Dat blijft een kaft met letters erin, letters die gelezen moeten worden. Daar moet je even moeite voor doen.

Eigenlijk wilde ik een hele site van de fictieve Trianabank maken en bijvoorbeeld bij station Zuid WTC een hele dag aan langswandelende bankiers en brokers vragen waar het hoofdkantoor van de Trianabank of Bank of Dubai zit, en daar dan een filmpje van maken. Maar ja, ik wist wel hoe het dan weer zou gaan, want dan ben je een dag kwijt aan het maken van een ludiek filmpje dat 99 views op YouTube krijgt. Dus ik heb het maar zo gedaan. Op deze luldebehangermanier.En de drukproef van je boek is eerst gratis voor de iPad uitgekomen. Heb je jezelf daarmee inkomsten door de neus geboord?
Nou, ik dacht: als je het al niet gratis wil hebben, dan rot je maar op. Het is zo’n gedoe altijd, met dat gratis downloaden versus de verkoop. Ik wil niets liever dan dat schrijvers goede boeken schrijven. Als dat boek eerst gratis is en ik vind het goed, dan koop ik het daarna toch wel. Auteurs – zeker van onze generatie – moeten zich veel meer profileren en aardiger voor elkaar zijn. Als iemand een goed boek heeft geschreven, moet je dat ook hardop zeggen.Grijp die kans. Hier. Nu.
David Pefko, bijvoorbeeld. Die heeft een ontzettend tof boek geschreven. Het Voorseizoen, heet het. Dat wil ik dan ook graag tegen iedereen zeggen. Arjan Peters zegt het toch niet, dus dan moet je het zelf maar doen.WIEGERTJE POSTMA