Advertentie
nieuws

De priester, de pianist, een kat en een zelfgebouwde sauna: een week in de vergeten oorlog van Oekraïne

We brachten een week door met soldaten van het Oekraïense leger in Donetsk, die het gevoel hebben dat ze vergeten zijn door hun landgenoten en de rest van de wereld.

door Jack Losh
01 december 2015, 8:39am

Foto door Jack Crosbie

De zon gaat onder, de dag wordt donker. De nacht brengt het geluid met zich mee van een staakt-het-vuren dat niet werkt. De eerste mortiergranaat landt vlak bij de kantine van het peloton. Het is een krappe metalen doos, vol muizen, diep onder de koude grond. Door de explosie kijken twee soldaten op van hun kommen goulash. Hun gezichten worden verlicht door een kale gloeilamp. Het daaropvolgende mitrailleurvuur moedigt de jongste van de twee, pas negentien jaar oud, aan om de deur te sluiten. Zo verraadt het licht hun positie niet. Een tweede explosie kondigt het einde aan van het avondeten. "Ik denk dat we moeten gaan," zegt de oudere van de twee. Ze lopen met hun hoofden gebogen terug de loopgraaf in. Er vliegen steeds meer kogels over.

Ken je de Oekraïense nacht? Dat vroeg Gogol, een Russische schrijver, in zijn lyrische tekst over het ooit zo fijne stuk Slavische steppe. De mannen van het tweede peloton kennen de Oekraïense nacht, en er is weinig betoverend meer aan.

Urenlang zaten ze vast onder een dodelijke hagel van kogels en granaten. Ze hebben dit kleine stuk van het front in het industriële oosten van hun land al maanden in handen. Al meer dan anderhalf jaar zitten hun geallieerde eenheden van het Oekraïense leger vast in deze verwoestende oorlog. De intensiteit verandert met ieder bestand.


Twee mannen van het tweede peloton passeren elkaar in de smalle loopgraaf tijdens een gespannen moment. Foto door Jack Crosbie

Op 1 september werd de laatste vredesovereenkomst getekend. Een aantal weken was het een opmerkelijk succes. Er werd gehoopt dat het misschien het begin van het einde van de oorlog was. Het is het grootste conflict in Europa sinds de Balkanoorlog in de jaren negentig.

Maar die hoop is snel aan het vervliegen. Na een tijdelijke stilte van twee maanden, werd er deze maand weer intens gevochten. De geloofwaardigheid van het kwetsbare bestand is vernietigd. Aanvallen en raketbeschietingen, veldslagen en een loopgravenoorlog. Alles komt steeds vaker voor in de door oorlog verscheurde uithoek van Europa. Er zijn al meer dan 8000 doden gevallen, en 2,2 miljoen mensen zijn verjaagd sinds het conflict begon in april 2014.

VICE News ging zeven dagen mee met de mannen van het tweede peloton. Het is een hechte en diverse groep dienstplichtigen, beroepssoldaten, nationalistische vrijwilligers, Sovjetveteranen, ex-gedetineerden en een veldprediker. Ze zitten aan het front aan de rand van Pisky. Eens was dat een welvarende buitenwijk van Donetsk. Nu is het bijna volledig verwoest door onophoudelijke artilleriebombardementen.

Ze hebben niet genoeg voorraden, en ze leven in de smerigheid. De soldaten vechten een vergeten oorlog. Ze hebben het gevoel verwaarloosd te worden door hun eigen land en het Westen, en ze vinden het staakt-het-vuren waardeloos. Ze hebben zin in een nieuwe aanval. Terwijl de gevechten weer oplaaien langs het 450 kilometer lange front, bieden de modderige loopgraven van dit peloton een goed uitzicht op Europa's nieuwste brandhaard. Het is duidelijk dat het voorzichtige Oekraïense bestand wederom op instorten staat.

***

De gehavende Opel rijdt richting het front in het zuidoosten. Hij is van een ongewoon stel Russische journalisten, volledig gehuld in militaire kleding. Ze boden ons een lift. De naam van het wifinetwerk ( Putin Khuylo) in de auto verraadt waar hun trouw ligt. Netjes vertaald betekent het 'Poetin is een lul'. Achter het stuur zit Slava, een GVR die vaak een hoog lachje uitstoot. Naast hem zit Anna, haar haar zit opgestoken, en ze heeft een elvengezicht.

"We leiden een pro-Oekraïens kanaal op YouTube," zegt Slava. "Mijn ouders steunen me, maar voor Anna ligt het ingewikkelder." Zijn vriendin springt hem bij: "Ze snappen het niet echt. Mijn broer heeft me op de Russische versie van Facebook geblokkeerd. We spreken elkaar niet meer."

Het stel leeft in ballingschap. Ze kunnen niet terug naar Rusland. Het westen beschuldigt dat land al tijden van het actief steunen van de rebellen in het oosten van Oekraïne. "We kunnen niet naar huis. Dat is verboden," gaat Slava door. "We verplaatsen ons constant langs het front en slapen in naburige dorpen. Dit is nu ons thuis. We zijn hier om de waarheid te vertellen."

"Over tien, twintig jaar is Putin dood. Misschien wordt het dan wat beter."

De dag begon koud en grijs, maar tegen de middag brandt de zon door de mist heen. We melden ons bij een basis achter het front, en springen in een gele Citroën Berlingo om naar het front te racen. Onze chauffeur, Yarik, is een jonge soldaat met een hanenkam en een rustige grijns. Hij zet de pastorale symfonie van Beethoven hard aan. Onderweg ontwijken we met 120 kilometer per uur gaten en bomkraters in de weg. Langs de weg liggen platgeschoten hutjes, half verlaten dorpen, staan jeeps van het Rode Kruis, en af en toe staat er iemand in het land te werken.

We benaderen het laatste checkpoint, en een paar soldaten seinen ons erdoor. Het laatste stuk is een offroadpad naar de loopgraaf van Kuprum (Koper). Zo noemen ze het tweede peloton van de zevende compagnie van het derde bataljon van de drieënnegentigste brigade van het Oekraïense leger.

Hun positie ligt aan de rand van het niemandsland, een overwoekerd stuk land vol mijnen en onontplofte munitie. De rebellen zitten een paar kilometer verderop. Kuprums netwerk van loopgraven, bunkers en vuurposities is het thuis van een dodelijke groep mensen die hun burgerleven achter zich lieten om een kleurrijke reeks oorlogsnamen op zich te nemen. Casper en Conan bijvoorbeeld, of Boar, Dragon, Pianist, Papa, Primus, Sabre en Skeptic.


Dragon maakt zijn AK schoon bij een wachtpost in de loopgraven. Foto door Jack Crosbie

De laatste man, die eigenlijk Yevgeny Pakhomov heet en vijftig jaar is, is de commandant. Het is een zacht sprekende eerste luitenant. Voor de oorlog was hij dierenrechtenactivist en voerde hij campagne voor de bescherming van dolfijnen. Zijn hoop op vrede kraakt onder de realiteit. "Er zal meer gevochten worden. Dan komt er weer een staakt-het-vuren, daarna weer moorden, enzovoorts. Deze oorlog stopt niet," vertelt hij. "Over tien, twintig jaar is Poetin dood. Misschien wordt het dan wat beter."

Twee gepantserde voertuigen staan als bewakers boven de loopgraaf. Hun kanonnen staan richting het niemandsland. Bouwmateriaal ligt overal verspreid, en sigarettenfilters worden over de beschutting gegooid. Het labyrint van loopgraven vol modder en omgewoelde aarde biedt karige bescherming tussen elke versterkte positie. Verveling en gevaar hebben de overhand.

Zelfs hier, in dit karige bestaan tussen het vuil, is er een onwennig beetje luxe. Elke bunker heeft een compleet eigen sfeer.

Gedurende de week is een ondergrondse, rechthoekige kamer ons thuis. De muren zijn bedekt met planken. Tegen een muur staan drie stapelbedden achter elkaar. Een houtkachel pompt warmte de ruimte in, een wifirouter geeft een betrouwbare internetverbinding, en op een grote televisie in de hoek worden elke dag het nieuws, actiefilms en spelshows uitgezonden. 's Nachts gaat de generator uit.


Casper, een jonge Oekraïense dienstplichtige, houdt zijn kat vast in de bunker. Casper zegt dat Shlyoma, de kat, na de oorlog met hem mee naar huis gaat. Foto door Jack Crosbie

In een kleine keuken staat een magnetron, een koelkast, een ketel en kastjes vol koekjes, chocola, koffie en kruidenthee. Naast stapels kogelwerende vesten staat een schaaltje melk voor Shlyoma, de rode kater van het peloton. Overal liggen laarzen, camouflagespullen, medische noodsets, helmen en militaire radio's. Er is zelfs een houtje-touwtjesauna bij een bunker iets verderop. Hij kan alleen weinig gebruikt worden, omdat er niet altijd genoeg water is.

Deze mannen weten duidelijk wel hoe ze voor zichzelf moeten zorgen. De bijnaam van het peloton, Kuprum, zouden ze gekregen nadat ze een vrachtlading koper uit het uitgestorven dorpje hadden gehaald om te verkopen.

"Geloof is niets zonder daden."


Een van de meest gastvrije en charismatische strijders is Pianist. Hij is de veldprediker van de groep. Hij heeft een dikke rode baard en een groot metalen kruis aan een ketting om zijn nek. Hij roept het beeld op van een middeleeuwse Slavische krijger.

"Geloof is niets zonder daden," zegt hij. "Als ik een wapen moet pakken en separatisten moet doodschieten, dan doe ik dat. Ik ben ten eerste een soldaat, daarna pas prediker."

Ondanks dat er een man van God aanwezig is, zijn er zo min mogelijk formele diensten. "We doen niets speciaals op zondag. Elke dag ben ik voor deze mannen beschikbaar. We hebben orthodoxe christenen, protestanten, moslims... Ik help iedereen, welk geloof hij ook heeft, als hij het nodig heeft."

Als de zon ondergaat, komt er een soldaat naar ons toe. "Het is etenstijd," zegt Boar. Zijn echte naam is Ruslan. "Volg mij." Hij leidt ons door de duisternis een modderige helling af. We bereiken de uitgegraven kantine. Officieel is de potige man van eind dertig een mitrailleurschutter, maar de mannen hier waarderen hem zeer als kok.


Ruslan kookt in de kleine, donkere keuken van het peloton. Het is een metalen hutje in een diepe loopgraaf vol muizen. Foto door Jack Crosbie

Na even snel de aardappelen te hakken, eieren te breken en alles te bakken, zitten we gebogen over een pan met een grote omelet. Sigarettenrook vult de schemering en muizen lopen tussen de zakken achter ons. Af en toe horen we een geweerschot, en Boar vertelt zijn verhaal.

"Al mijn vrienden vechten nu met de separatisten. Toen ze vorig jaar Kramatorsk innamen [een dorp dat nu in handen is van de regering], gingen ze het dorp rond, op zoek naar mensen die Oekraïne steunden.

Ik kreeg een telefoontje van een oude vriend die nu een separatistencommandant is. Hij zei dat ik op hun lijst stond. Ik pakte mijn dochter en een paar bezittingen, en reed zo snel ik kon het dorp uit. Ik hoorde later dat ze een paar minuten na mijn vertrek de deur van mijn huis hadden ingetrapt.

Ik begon in Poltava, verderop in het westen, een nieuw leven. Ik heb al mijn geld uitgegeven om alles op orde te krijgen. Uiteindelijk wilde ik terug naar de oorlog. Ik was van plan me aan te sluiten bij Right Sector (een ultranationalistische Oekraïense militie). De 93 e brigade bood me een contract aan, en zo kwam ik bij ze. Sindsdien ben ik hier."

Het moet moeilijk geweest zijn om zijn oude vrienden niet meer te zien. Ik vraag hem of hij ze wel eens spreekt. "Zeker. Soms sturen we elkaar berichten," zegt Boar. "Ze zeggen dat ze me zullen opsporen en mijn keel gaan doorsnijden." Hij glimlacht flauwtjes. "Maar ik krijg ze eerder te pakken."

Een zeer felle reeks schoten klinkt over het veld. "Hoor je dat?" vraagt hij, terwijl hij mij in de schemering schuin aankijkt. "Zo klinkt een staakt-het-vuren."

***

Als je een reisje naar het front maakt, kijkt niemand je vreemd aan als je denkt dat de oorlog nooit gestopt is. Tijdens de afgelopen weken is de intensiteit gegroeid van rustig naar sporadisch geweld. De laatste tijd begint het weer echt verontrustend te worden.

De vredesonderhandelingen in februari van dit jaar leidden tot het bestand van september. Het zorgde ervoor dat de vuurstorm enigszins gedempt werd. Na het toenemende geweld van afgelopen zomer leek het erop dat Rusland het conflict wilde stabiliseren, omdat het zich meer wilde richten op de militaire campagne in Syrië.

De oorlog in Oekraïne lijkt nu echter uit de hand te lopen. De internationale waakhond die het conflict in de gaten houdt, de Europese Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking (OVSE), zegt dat er steeds meer Gradraketten en mortieren worden gebruikt. Beide zijn tijdens de onderhandelingen van februari verboden. De afgelopen weken zijn er volgens de OVSE massaal automatische granaatwerpers, grote mortieren en luchtafweergeschut gebruikt in de regio van Donetsk en Luhansk.


SPG-9 antitankgeschut. De soldaten schieten overdag salvo's om hun wapens goed af te stellen op de rebellenposities. Zo kunnen ze ze 's nachts ook raak schieten. Foto door Jack Crosbie

Tientallen howitzers en andere artilleriewapens zijn vermist bij Oekraïense bewaarplaatsen, ondanks dat ze zware wapens niet meer zouden gebruiken. De OVSE meldt ook dat er een "aanzienlijke" hoeveelheid militaire goederen verplaatst wordt voorbij beide linies.

De laatste aanvallen lijken geen uitzonderingen te zijn. Het lijkt ook geen actie van een losgeslagen rebellenleider. Het past eerder in een groter patroon van escalerend geweld dat de vredesbesprekingen bedreigt.

Tijdens een dag dat VICE News aanwezig was, berichtte het Oekraïense leger dat er in negen verschillende dorpen aanvallen werden gepleegd door de rebellen. Daarnaast waren er explosies en snipervuur in de gedemilitariseerde zone bij Shyrokyne. Die stad aan de zee wordt al lang gezien als een mogelijke springplank naar de havenstad Mariupol. De Amerikaanse ambassadeur van de OVSE, Daniel Baer, waarschuwt voor het terugvallen in "complete oorlog". Hij voegt toe: "De zorgwekkende toename van het geweld kan het staakt-het-vuren compleet om zeep helpen."

In de afgelopen maanden heeft het Oekraïense leger enkele successen geboekt, of is het er in ieder geval in geslaagd om niet meer grondgebied te verliezen aan de Volksrepubliek Donetsk en de Volksrepubliek Loegansk. Het is het leger ook gelukt om in één jaar meer dan tweehonderdduizend troepen te mobiliseren – een relatief groot aantal in een relatief korte tijd.

Maar er zijn nog steeds problemen, vooral met de omslachtige organisatiestructuur, een overblijfsel uit de Sovjettijd. De hoge piefen benadrukken graag dat het Oekraïense leger zich wel aan het staakt-het-vuren houdt, en dat de troepen alleen zware wapens inzetten als ze daartoe gedwongen worden. Veel van de strijders zijn echter gefrustreerd door de beperkingen die hen worden opgelegd. Ze klagen over de bureaucratie waar ze mee te maken krijgen als ze een tegenaanval willen uitvoeren. Kortom, ze hebben een hekel aan de huidige wapenstilstand.

"We zijn niet zomaar gefrustreerd, we zijn boos. We zouden terug moeten kunnen vuren wanneer we willen. Ze kunnen wel wat anders zeggen, maar het is nog steeds oorlog," zegt de 45-jarige Doc – die eigenlijk Alexander heet. Hij is een voormalige psychiater en huidige commandant van het achttiende peloton van Pisky, een noordelijke buitenwijk van Donetsk. "Er is geen diplomatieke oplossing mogelijk. Deze oorlog eindigt pas als de voeten van Oekraïense soldaten onze grens met Rusland raken."

Hij staat in een loopgraaf in een deel van de stad dat compleet verwoest is, en kijkt met een verrekijker uit over het niemandsland. "De wapenstilstand is eenzijdig," zegt Doc. "Zij zijn zware wapens en materieel aan het aanslepen, recht tegenover ons." Vanuit een van de posities van de rebellen is het geluid van een tank te horen.

"Eerst waren we helden. Nu zijn we niemand meer."


De Oekraïense president Petro Porosjenko heeft de "escalatie van het conflict" veroordeeld en legt de schuld ervan bij "de stijging in het aantal aanvallen" van pro-Russische troepen. Hij heeft ook een presidentieel bevel uitgevaardigd dat soldaten toestemming geeft om terug te schieten "zodra de levens van onze troepen in gevaar komen." Hoewel dit ervoor zorgt dat de inefficiënte bevelstructuur iets gestroomlijnder wordt, komt de wapenstilstand hierdoor op nog lossere schroeven te staan dan hij al deed.

Na weken van relatieve rust zei Porosjenko deze maand dat het Oekraïense leger opnieuw in hoge staat van paraatheid wordt gebracht: "We hebben de staat van paraatheid aanzienlijk verhoogd en het Oekraïense leger zal stappen nemen om zich voor te bereiden op de verdediging." Hij deed deze uitspraak enkele uren nadat Kiev de dood meldde van vijf soldaten, die omkwamen bij directe aanvallen van de separatisten — het hoogste aantal doden op één dag sinds de wapenstilstand in september van kracht werd.

Toch voelen de troepen zich vergeten, zowel door hun landgenoten als door buitenlandse bondgenoten. "Eerst waren we helden. Nu zijn we niemand meer," zegt Viktor, die ook wel 'The Priest' wordt genoemd. "De rest van het land wil ons niet kennen."

Viktor 'The Priest'. Foto door Jack Crosbie

De donkerharige vader van een kind van twee dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij een gebombardeerde kerk aan het front tot zijn huis heeft gemaakt. Ondanks zijn bewering dat het land hem in de steek laat, blijft hij positief: "We hebben werk te verzetten."

Sinds maart 2014 heeft de VS meer dan 236 miljoen euro aan (niet-dodelijke) hulpmiddelen aan het Oekraïense leger geschonken. Van kogelvrije vesten tot nachtkijkers, geavanceerde radarsystemen en een reeks voertuigen. De komende weken begint daarnaast het volgende Amerikaanse trainings- en bewapeningsprogramma. Maar wat de soldaten echt willen zijn wapens; van onderhandelingen willen ze niets weten.

"Er is maar één oplossing en dat is een militaire," zegt Arthur, die samen met andere soldaten op deze heldere en koude ochtend voor de kerk van Viktor thee drinkt en een sigaretje rookt. "Iedereen die voor een diplomatieke oplossing kiest is een watje."

Maar, vraag ik hem, zou een offensief niet juist een goed excuus zijn voor de Russen om over te gaan tot een grote aanval? Daar is hij het niet mee eens: "We zijn er klaar voor om door te drukken tot de grens. We pakken de Russen aan."

Een paar nachten later, tijdens een onverwacht gevecht, blijkt dat toch niet zo gemakkelijk te zijn.

***

Het avondeten wordt snel gestaakt als de tweede explosie klinkt. Mortieren en RPG's exploderen in het donker. Bogen van rood tracervuur kleuren de nachtelijke hemel boven een crescendo van zware machinegeweren. Beide kanten, groepen van honderden strijders, bestoken elkaar urenlang met explosieven en munitie.

De mannen lijken gewend geraakt te zijn aan de toonhoogte en klanken van de dodelijke aanvallen. De snelle staccato van een licht PK-machinegeweer. De zware dreunen van een DShK .50–kaliber. De terugslag op hun borst en de aanhoudende piep in de oren terwijl ze de explosieve ladingen van de SPG-9's afvuren.

"Welkom bij Disco Partisan."

In de loopgraven van het tweede peloton, een paar honderd meter van het epicentrum van de strijd, klinken heftige berichten uit de radio: "Zwaar inkomend vuur", "Het achttiende peloton wordt geraakt", "Vijandige eenheid rukt op richting Lynx". Ondertussen duiken de soldaten bijna met tegenzin terug in de geulen onder het gezoem van terugkaatsende kogels.

Ze slepen zich kettingrokend door het ergste heen, afwisselend lachend en vloekend als er weer een bom dichtbij ze landt en de aarde trilt. Een man steekt zijn hoofd uit een bunker tijdens een woeste kogelregen. Te midden van de schaduwen en herhaaldelijke flitsen grapt hij: "Welkom bij Disco Partisan."

Een paar honden – achtergelaten toen de oorlog uitbrak en nu geadopteerd door het peloton – volgen commandant Skeptic trouw, terwijl hij zich tussen de gevechtsposities in de geul beweegt. Ze krimpen ineen bij elke explosie, maar janken nauwelijks als de bommen op minder dan honderd meter van de geul inslaan.


Skeptic, de commandant van het peloton, samen met zijn trouwe metgezellen Misha en Mukha. Voor de oorlog was hij een dierenrechtenactivist. Foto door Jack Crosbie

Viktor Bogan, een 46-jarige infanterist die voordat hij de wapens vorig jaar oppakte timmerman was, blijft doorsleutelen in zijn geïmproviseerde werkplaats aan de rand van het niemandsland. Hij raakte tijdens eerdere gevechten de helft van zijn gehoor kwijt en lijkt onverschillig onder de laatste geweldsuitbraak. "Ik ben hier alleen maar zodat mijn kinderen en kleinkinderen de oorlog niet zelf hoeven mee te maken," zegt Viktor.

Hij draagt een leren vest, een bandana, versleten handschoenen, en – om het Mad Max-achtige uiterlijk af te maken – een enorm zelfgemaakt mes in een schede van hertenvel. Zijn grijze gezicht schiet tijdens de lichtere momenten in een gulle lach, en dan vertelt hij over zijn droom om de kerk in zijn geboortestad weer op te bouwen, die werd verwoest tijdens de Russische Revolutie van 1917.

"Alleen de oudere mannen zouden hier moeten zijn," zucht hij. "Het was beter geweest als de jongere jongens nooit naar dit front waren gestuurd."

Als de ochtend grijs en koud aanbreekt zijn de gevechten – de hevigste in weken – bedaard. De posities zijn onveranderd, maar de broze wapenstilstand in Oekraïne lijkt in duigen te liggen.

***

"Ik droomde twee nachten geleden dat de oorlog over 121 dagen weer zou beginnen. Ik weet niet waarom ik aan dat getal dacht. Het is eigenlijk een beetje dom, maar ik heb deze oorlogsvisioenen bijna iedere nacht. Op dit moment zijn de gevechten niet voorbij – het is gewoon even pauze en het blijft niet zo."

In de steeds donker wordende middag praten we over dromen, de dood en de naderende winter. Anatoliy en Svetlana, beiden bijna 70 en al 46 jaar getrouwd, zijn fatsoenlijke mensen die vervloekt zijn door de oorlog, maar nog niet bedorven. Ze trotseren de bezetting van hun thuis in Pisky en weigeren weg te gaan. Svetlana vertelt ons over haar vreemde voorgevoel, terwijl we genieten van huisgemaakte bessenwijn,eindeloze kopjes thee en beschuitjes met honing uit hun bijenkorven.

Op de een of andere manier staat hun huis nog overeind, ondanks de verwoesting om hen heen, ondanks de artilleriestormen, ondanks de haat. Het is moeilijk voor te stellen.

"God," zegt Svetlana. "Dat is de enige reden. Er is geen andere manier waarop we het overleefd hebben."

Svetlana en Anatoliy, 46 jaar getrouwd, hebben de hele oorlog doorgestaan in hun huis in Pisky. Foto door Jack Crosbie

Nog steeds vult gelach hun bescheiden huisje, maar er zijn ook vluchtige herinneringen aan de duisternis. Ik ontmoette het paar in augustus, toen hun tuin nog in bloei stond, aan het einde van een warme, bloedige zomer. Hun hechte band blijft duidelijk zichtbaar, maar de afgelopen maanden heeft de vermoeidheid hun gezichten getekend.

"De rest van Oekraïne is ons vergeten," zegt Svetlana. "Ze kunnen zich niet voorstellen wat wij ervaren. We hebben meer verloren dan een politicus, aan welke kant dan ook, ooit zou kunnen."

Ons gesprek duurt een uur, misschien twee. Herinneringen aan het Pisky van voor de oorlog en aan verre familieleden vermengen zich met de gesprekken over angst, politiek en verlies. Poetin wordt genoemd, net zoals Porosjenko. Het koppel beschrijft hun hoop om hun zeventigste verjaardagsfeest in het nieuwe jaar te houden.

Tot slot staat Anatoliy op uit zijn houten stoel en schenkt nog wat wijn in onze bekers – de laatste ronde van de dag. De schemering valt en de dreiging van de strijd hangt nog steeds, als altijd, over deze kleine Europese stad.

Hij heft zijn glas. "Za mir," zegt hij. "Op de vrede."