Een dagje wifi-loos leven met stralingsvluchtelingen in Brabant

Zilveren imkerpakken en caravans beplakt met aluminiumfolie: sommige mensen beweren allergisch te zijn voor alle soorten straling.

|
11 november 2017, 10:57am

Geen wifi en geen bereik: het is één van mijn grote frustraties, en ik heb ontelbare keren met mijn telefoon in allerlei moeilijke kamerhoeken gestaan om toch maar een streepje binnen te krijgen. Hoe moet ik anders mijn eindeloze behoefte aan digitale prikkels bevredigen, en mijn superinteressante belevenissen delen met de rest van de wereld? Een goede verbinding is van levensbelang, en gelukkig zijn er steeds minder plekken waar je van de online beschaving verstoken bent.

Toch is niet iedereen hier blij mee. Sommige mensen zijn namelijk allergisch voor wifi en andere straling. De dochter van Michael Jackson-producer Quincy Jones, Jolie, heeft een tijdje op een berg in Zwitserland gewoond omdat ze onder de straling leed, en in Amerika zijn er hele communities die vrijwillig de internetloze woestenij intrekken. Ook Chuck, uit de Breaking Bad-spinoff Better Call Saul zat continu onder een straling-afwerende deken.

Maar het is geen ver-van-mijn-bed-show. In oerhollandse achtertuinen wonen mensen in tuinhuizen en met aluminiumfolie beplakte caravans om zich te beschermen tegen de onontkoombare wifi en andere internetstraling waar ze allerlei vage klachten van zeggen te krijgen. Zelf voel ik me ook wel eens onverklaarbaar klote, maar meestal attribueer ik dat aan naweeën van het afgelopen weekend. De online wereld helpt dan juist me af te leiden van de ellende. Een dag zonder telefooninternet lijkt dus puur masochisme, maar omdat ik wil proberen deze mensen te begrijpen, ga ik een dagje in Wifi-retraite.

Ik had geruchten gehoord over mensen die in imkerachtige pakken door Eindhoven liepen om mensen bewust te maken van het fenomeen stralingsallergie. Na wat speurwerk kwam ik in contact met de vriendinnen Nanny en Martine, die hier allebei onder lijden. Ze wilden mij graag meer vertellen en ik ging ze opzoeken.

Na een lange reis tot aan het eind van het openbaar vervoer, word ik in het Brabantse Steensel met de auto opgehaald door Martine. Als ik instap vraagt ze of ik mijn telefoon wil uitzetten “of in ieder geval op vliegtuigstand”. Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van mijn non-stop online leven. Martine had een paar jaar geleden nog een goede juridische baan in Amsterdam bij een vluchtelingenorganisatie, totdat ze zelf de stad ontvluchtte. Niet vanwege de toeristentsunami of de absurde huurprijzen, maar door een permanente overdosis wifi- en andere straling. “Het is net zoals met een burn-out, je kunt heel lang doorgaan en dan gaat het fout. Maar dit is geen burn-out. Het heeft een fysieke oorzaak, de straling.”

Martine is één van de weinige mensen in Nederland bij wie de stralingsgevoeligheid echt medisch onderkend is. Nu staat ze anderen juridisch bij om ook die erkenning te krijgen. Maar het is een lange, Don Quichotiaanse strijd. De medische wereld en de overheid rekenen de zogenaamde ‘electrohypersensitiviteit’ of electrostress tot Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke klachten. Omdat het moeilijk aangetoond kan worden dat de klachten (waarvan iedereen het erover eens is dat ze echt zijn) door straling komen, laten ze in het midden wat de oorzaak is. De fysieke klachten zouden volgens sommige experimenten erger worden door ze aan straling toe te schrijven. Dat wordt een nocebo-effect genoemd: de angst dat straling ongezond is zou zelf ongezond zijn. Maar er zijn er ook wetenschappers die denken dat straling wel degelijk de oorzaak is. Volgens Martine zijn er vele peer-reviewed onderzoeken die de schadelijkheid ervan aantonen, en is ook het nocebo-effect in een recent onderzoek weerlegd. De Raad van Europa heeft, omdat er dus zoveel discussie is over electrostress, in 2011 preventief een resolutie aangenomen om straling te beperken.

Ik ben zelf niet zo geïnteresseerd in de oorzaak van de aandoening, ik wil vooral weten hoe een leven zonder wifi en 4G eruitziet. We komen aan bij het houten huis van Martine, dat naast het perceel van haar ouders staat. Haar vader, een natuurkundige, heeft ook last van de aandoening en weet precies hoe het allemaal werkt. Het huis ziet er heel normaal uit, maar is voorzien van afgeschermde kabels en 24-voltsverlichting. Martine heeft al een paar dagen haar vriendin Nanny als logé. Zij heeft ook electrostress en richtte de website EHS-zichtbaar op, waarmee ze probeert mensen bewust te maken van de ongezonde bij-effecten van wifi, die volgens haar niet alleen gelden voor hypersensitieve mensen. Haar man helpt haar daarbij, al moet hij zich wel soms zijn over zijn liefde voor gadgets heen zetten. “John had als één van de eersten een smartwatch. Maar ik word er helemaal ziek van, hij nu ligt in een kastje.”

Foto door Wiebe Kiestra | Wiebe Kiestra Fotografie

Het is overigens niet zo dat Nanny een hekel heeft aan nieuwe techniek: ze denkt dat wifi en andere straling een overgangsperiode vormen totdat er iets beters en gezonders is gevonden. Om de bewustwording verder aan te wakkeren ging Nanny tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven de straat op. Ze wil ook jonge ontwerpers inspireren om mee te denken met mensen die aan EHS lijden en samen naar oplossingen te zoeken.

Nanny kan alleen de straat op in een beschermend, imkerachtig pak met zilverdraad dat ze met veel moeite heeft besteld, omdat ze niet achter de computer kan en na een telefoongesprek een halve dag plat moet liggen, zo vertelt ze. Om bij te komen van alle straling die ze ondanks dat pak heeft opgelopen in de stad, is ze nu een tijdje in het huis van Martine.

Meteen na aankomst maak ik met Nanny een boswandeling, dat is goed voor haar herstel. Ze vertelt me waarom er maar zo weinig mensen van mijn leeftijd last hebben van de ziekte, en zelfs, zoals ik, half verslaafd zijn aan wifi. Volgens haar zou het weleens de nieuwe asbest kunnen zijn. “Veel mensen gaan ervan uit dat het veilig en getest is, anderen willen er niet eens over nadenken, en dat snap ik ook. Er hangen al zoveel doemscenario’s boven ons hoofd. Milieuverontreiniging, dingen die je niet meer mag eten. Ik denk dat sommige mensen daar immuun voor geworden zijn. Die denken: laat me lekker leven, ik hoef er niks van te horen. En al die angsten zijn natuurlijk ook niet goed.” Halverwege het bos keren we om en lopen terug. “Straks verdwalen we.” zegt Nanny. Even op Google Maps kijken zit er natuurlijk niet in.

Terug bij het huis gaan we lunchen. We praten over electrostress, over de negatieve sociale gevolgen van altijd online zijn en over hoe lekker de soep is. Op een gegeven moment wordt Nanny een beetje zenuwachtig, en er wordt een meter tevoorschijn gehaald om te kijken of er misschien toch ergens wat ligt te stralen.

De meter is een grijze kast vol ingewikkelde natuurkundige tekens, met een groene kerstboomachtige antenne. Ook ik word zenuwachtig als ze de meter bij mijn spullen houden. “Toch even kijken voor de zekerheid,” zegt Nanny. Ik hoop niet dat mijn laptop per ongeluk straalt en ik nu een stralingsbron het huis heb binnengehaald. Gelukkig blijkt het loos alarm, maar ik mag van Martine wel even testen of het werkt door buiten mijn telefoon aan te zetten met de meter erbij.

De auteur zwaaiend met een stralingsmeter

Als ik mijn telefoon van de vliegtuigstand haal maakt een warm gevoel van opluchting zich van me meester als de appjes uit de bewoonde wereld weer binnenstromen. Maar die gelukzaligheid wordt verstoord door de meter, die al snel hysterisch hoog en schor begint te piepen. Alle ledjes staan op rood. Ik zet mijn 4G van schrik weer uit, en de herrie stopt. Ik herhaal het nog een keer stiekem om te kijken of Martine niet zelf op een knopje heeft staan drukken, en ook nu weer een heleboel herrie. Ik ben overtuigd: de meter meet inderdaad straling. Ik heb alleen geen flauw idee hoe het paniekerige alarm in verhouding staat met het eigenlijke gevaar. Het voelt in ieder geval alsof er twintig brandweerwagens met loeiende sirenes voor de deur komen staan omdat je een sigaretje hebt opgestoken. Ik ga nog voor de fun nog wat straling meten in het bos, met een stralingwerende hoed op. Het voelt spannend, maar ook een beetje kut, omdat ik slechts een toerist ben in de wereld van de stralingsgevoeligheid.

Nanny gaat na haar vijfdaagse retraite weer naar haar eigen huis toe om haar familie weer te zien. Ik mag mee, en Martine brengt ons met de auto. Hoewel de heenweg nog een onschuldig ritje leek, voelt het nu ineens heel heroïsch om de veiligheid van het stralingvrije huis te verlaten en de boze wereld in te trekken. We rijden over binnendoorweggetjes, om zoveel mogelijk de zendmasten te vermijden. “Je krijgt op een gegeven moment een oog voor masten,” zegt Martine. De gezellige Brabantse dorpjes krijgen ineens een postapocalyptische Tsjernobyl-vibe in de schaduw van al die straling spuwende metalen bouwsels.

foto door de auteur

Nanny woont met haar man, twee tienerdochters en hond Joep in een gezellig rijtjeshuis in Geldrop. Haar schoonmoeder is op bezoek. “Niet daar gaan zitten, Nanny, bij die laptop.” zegt ze. “John en ik hebben alles doorgemeten vandaag en dat is de ergste plek van het huis.” Ik krijg koffie met een chocoladekoekje en daarna laat Nanny me het hele huis zien. Op alle muren zit speciale anti-stralingsverf, de keuken is beplakt met aluminiumfolie en al het internet gaat via de kabel. Maar dat is niet genoeg, want “er zit een electromagnetisch veld in de meterkast”. Dus woont Nanny in een caravan achter het huis, al komt ze voor het avondeten gewoon naar binnen. “In het begin was het nog wel leuk, een beetje kamperen. Maar nu zou ik toch wel graag terug willen.”

Het met folie beplakte caravannetje waar Nanny in slaapt (foto door de auteur)

Het is best gezellig in de wifi-arme zone, maar toch mis ik de online wereld. Ik heb intense behoefte aan de eindeloze stroom info van Facebook, de doelloze mededelingen en willekeurige pornofilmpjes uit de groepsapps en vooral ook de fashionkannonade van Instagram. Alsof ze merkte dat ik ernaar verlangde haalt Nanny ineens de fashionlijn tevoorschijn die ze met haar man maakte. Shirts met zeker niet onaardige bewustwordingsslogans voor de jeugd als: “Want kids, don’t fuck with your phone” en “Feeling Blue-tooth”.

foto door de auteur

Als ik even later toch echt op huis aan ga, stuurt Nanny haar dochters mee om mij de weg naar de bushalte te wijzen. Ik vraag ze onderweg hoe ze het vonden dat hun moeder vijf dagen weg was. “Het was wel fijn om even een paar dagen de wifi aan te hebben. Maar uiteindelijk wil je toch liever je moeder in de buurt.”


Bekijk ook de video 'De Alienaanbidders'