Tech by VICE

De mysterieuze sekte die in de jaren tachtig werd beschuldigd van satanisme en kindermisbruik

The Finders zouden kinderen misbruiken en banden hebben met met de CIA. De FBI heeft nu nieuwe documenten vrijgegeven over deze groep.

door Lauren Theisen
18 november 2019, 4:54pm

Afbeelding via Getty Images

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Op 4 februari 1987 belde een vrouw in Tallahassee de politie, omdat ze een man in het park had gezien die met zes “onverzorgde” kinderen aan het spelen was. Met haar telefoontje bracht ze onbewust een complottheorie in de wereld, over de betrokkenheid van de overheid bij seksueel misbruik van kinderen. De theorie draait om een mysterieuze groep die zichzelf The Finders noemde, en waar mensen zich tot op de dag van vandaag mee bezig houden. Dat komt mede door de recente complottheorieën over de dood van Jeffrey Epstein en de Amerikaanse pizzeria Comet Ping Pong, oftewel Pizzagate.

Eind vorige maand gaf de FBI meer dan 300 pagina’s aan documenten vrij over The Finders. De groep woonde in Washington D.C. en bestond al sinds voor de Tweede Wereldoorlog, maar werd bij het grote publiek pas bekend door het telefoontje in Tallahassee. En nu komen daar politierapporten, memo’s en krantenknipsels bij – voornamelijk over twee sekteleden, die in 1987 wegens kindermisbruik werden gearresteerd, maar een paar weken daarna alweer vrijkwamen. De vrijgegeven documenten trokken de aandacht van complotdenkers van over het hele internet.

De publicatie van deze documenten is een goed moment om terug te blikken op het voorval dat leidde tot verschillende hedendaagse complottheorieën over kinderhandel. De documenten zijn de afgelopen tientallen jaren enorm vaak aangevraagd, omdat de groep volgens een theorie banden zou hebben met de CIA. Die zou de gruwelijkste activiteiten van The Finders in de doofpot hebben gestopt. Wie verwacht dat dit uit de documenten blijkt, wordt teleurgesteld. Maar de feiten die wél uit de documenten naar voren komen, creëeren weer hele nieuwe mysteries.

The Finders, een zelfverklaarde 'alternatieve commune', bestond rond de tijd van hun arrestatie in 1987 uit twintig volwassenen en zeven kinderen. Aan het hoofd stond de charismatische leider Marion Pettie. Deze man, die op jonge leeftijd met de middelbare school was gestopt, begon in de jaren 30 met het huren van twee appartementen in Washington waar “iedereen die binnen wilde komen, welkom was". Zijn idee daarbij was dat die mensen hem “iets zouden kunnen leren over macht, geld of seks”, zo vertelde hij later in zijn leven.

Uiteindelijk deelde Pettie bevelen uit aan de leden, de 'Finders', die daaraan gehoorzaamden en zo vaak ongebruikelijke experimenten moesten uitvoeren. In 1996 vertelde Pettie aan The Washington City Paper dat zijn levenswerk een “chaotische universiteit” was, waar hij van de “dwazen” leerde die zijn volgelingen werden. Robert Terrell, een voormalige Finder die Pettie in 1971 leerde kennen, omschreef zijn ervaring als volgt:

“Pettie gebruikte de term ‘snelkookpan’. Het idee was dat je jezelf kon verkennen en je ware aard kon ontdekken. Dat kun je niet doen als je altijd maar op kantoor of gewoon op de bank zit. Je moet wat dingen meemaken, en Pettie was er goed in om ervaringen te creëren waar je wat van kon leren. Hij noemde zichzelf ‘game caller’, wat inhield dat hij een spel voor je bedacht waar jij ervaringen mee zou opdoen.”

Terrell moest volgens The Washington City Paper van Pettie bijvoorbeeld tijdelijk eens boekhouder worden bij een advocatenkantoor in de binnenstad. Ook kreeg hij eens twee uur van tevoren te horen dat hij naar Japan moest vliegen om informatie over Japanse bedrijven te verzamelen. Het was een subcultuur vol eigenzinnigheid en intrige. Er heerste tussen de leden een soort stam-achtig gevoel van verbondenheid.

The Finders waren tegen privébezittingen, leerden hun kinderen “praktische” vaardigheden en waren tot 4 februari 1987 in wezen onzichtbaar voor de buitenwereld. De politie reageerde op het belletje, ging naar het park en vond twee mannen van in de twintig die met zes kinderen van twee tot zeven jaar op pad waren. Alle zes kinderen waren vies en ondervoed en zaten onder de insectenbeten. Ze leefden volgens de politierapporten in een stinkend busje. De mannen werden geïdentificeerd als Michael Holwell en Douglas Ammermann, en toen ze ondervraagd werden, gedroegen ze volgens een handgeschreven rapport heel verdacht:

“Schrijver dezes sprak met Verdachte #1, die verklaarde dat Verdachte #2 en hij leraren uit Washington D.C. waren en met de kinderen op weg naar Mexico waren. Verdachte #1 zei dat ze naar Mexico gingen om een school voor briljante kinderen op te richten. Verdachte #1 werd erg ontwijkend toen hem gevraagd werd naar de ouders van de kinderen, en verklaarde dat die in Washington D.C. waren. Verdachte #2 weigerde om schrijver dezes informatie te geven, en deed alsof hij flauwviel toen hem verteld werd dat hij was gearresteerd wegens kindermishandeling. Verdachte #2 viel op de grond en weigerde op te staan. Hij werd door schrijver dezes en twee andere politieagenten weggedragen en in een patrouillevoertuig gezet.”

Een van de agenten sprak ook met Mary, het oudste kind. Haar antwoorden stelden hen ook niet gerust:

1573337319745-Screen-Shot-2019-11-09-at-50822-PM

De rechercheurs begrepen niet wie of wat de “game caller” was en geloofden dat de kinderen mogelijk waren gehersenspoeld. In het rapport staat ook dat de rechercheur Mary vroeg of ze seksueel misbruikt was: “Ze werd erg ontwijkend. Ze ontkende dat ze ‘op een slechte manier was aangeraakt’ en zei dat de volwassenen geen ongepast gedrag hadden vertoond. Ze werd heel onrustig en wilde stoppen met de ondervraging.”

Toen de politie van Tallahassee contact opnam met de politie van Washington D.C. om te vertellen dat ze Finders hadden gearresteerd, werd het verhaal vreemder. Volgens Scott Hunt, een politieagent uit Tallahassee, was hun antwoord: “Holy shit! We zochten deze freaks al!” De politie uit D.C. dacht destijds dat The Finders satanisten en/of survivalisten waren, maar niet per se dat ze criminelen waren. Een paar maanden eerder had een rechercheur al eens een huis van The Finders in de stad onderzocht, op hetzelfde adres dat Mary aan de politie had gegeven. Aan de achterkant van het huis ontdekte de rechercheur het volgende:

“Op ongeveer zestig meter achter het huis is een open plek waar een paar boomstronken in een cirkel lagen. Vlak bij de cirkel lagen een paar ronde stenen – die soms worden gebruikt bij satanistische rituelen. Er was bewijs dat meerdere personen zich onlangs nog op de open plek hadden verzameld. De achterkant van het huis wordt van de steeg gescheiden door bamboe, op een kleine ingang naar de achtertuin na. In de achtertuin stond een kleine grafsteen naast een steunpilaar voor de veranda.”

Het was voor de nationale media een perfecte tijd om de zaak groot uit te lichten. Er heerste in de Verenigde Staten een morele paniekstemming over satanistische rituelen, die werd opgestookt door de bestseller Michelle Remembers (die later in diskrediet is gebracht), mediacircusrechtszaken als de zaak omtrent de McMartin Preschool, en de volledig ongegronde zorg dat bepaalde bands de duivel aanbaden. (Als je geïnteresseerd bent in deze belachelijke periode van Amerikaans conservatisme, kan ik je het programma Devil Worshop: Exposing Satan’s Underground aanraden.)

Hoe meer ontwikkelingen er waren in de zaak over The Finders, hoe meer hysterie er ontstond. Er werden persoonlijke documenten en computers gevonden, die toentertijd nog niet veelvoorkomend waren. Daarop stonden in een vroege versie van een e-mailprogramma esoterische berichten tussen verschillende cultleden. En na de huiszoeking in het huis van The Finders werd er ook een foto gevonden van kinderen met geslachte geiten. In Florida sloot een doktersonderzoek niet uit dat de kinderen seksueel waren misbruikt, maar het werd ook niet bevestigd.

Op de een of andere manier bracht dat agent Hunt ertoe om tijdens een persconferentie te zeggen dat “lichamelijk onderzoek had uitgewezen dat een van de kinderen seksueel misbruikt was.” Uit een retrospectief artikel van City Paper uit 1988 blijkt dat de berichtgeving over de zaak daarna alleen maar gekker werd:

“Mike Buchanan (van het CBS-kantoor in Washington D.C.) meldde dat politiebronnen hem hadden verteld dat The Finders ‘wereldwijde connecties’ hadden, ‘seks en kinderen gebruikten om macht en geld te verkrijgen’ en twee bankrekeningen hadden waar elk meer dan 100.000 dollar op stond. Het huis aan Glover Park was ‘een fokhuis waar de vrouwen enorme controle uitoefenden.’ De kinderen in hechtenis ‘zagen eruit als zombie-achtige, lege hulzen.’”

Politieagent Hunt deed z’n best om niemand te kalmeren. Hij zei tegen Miami Herald dat “wij geloven dat deze kinderen niet zijn gekidnapt, maar dat hun ouders ze hebben weggeven. Een van de overgangsrituelen in deze satanistische organisatie is dat je je ouderlijke rechten moet opgeven en dat de leiders van de organisatie met je kinderen kunnen doen wat ze willen.”

En Hunt zei tegen Tallahassee Democrat: “Wat ons betreft gaat dit van kust tot kust en van Canada tot Mexico. Het lijdt geen twijfel dat dit voor het hele land gevolgen zal hebben, zo niet ook voor het buitenland.”

Maar kort daarop kwamen The Finders met verklaringen die de agenten blijkbaar tevreden stelden. Die kwamen vooral van de biologische moeders van de kinderen, die in Florida werden gevonden en naar Washington D.C. reisden om met de rechercheurs te praten. Volgens de politierapporten zeiden de moeders dat de mannen in de groep de kinderen in december hadden meegenomen naar Kentucky, waar zij in de bouw zouden gaan werken. De vrouwen gingen in dezelfde periode tijdelijk werken in Californië. Maar toen de mannen in Kentucky arriveerden, kwamen ze erachter dat het bouwproject stilstond. Daarop zeiden ze tegen de vrouwen dat ze de kinderen “op avontuur” zouden meenemen naar Florida.

Volgens de documenten snapten de moeders waarom de politie de mannen had ondervraagd. Ze waren het erover eens dat de mannen de situatie slecht hadden afgehandeld door te liegen over Mexico. Maar ze stonden er ook op dat ze niets te verbergen hadden. Ze ontkenden dat ze satanisten waren en zeiden dat de foto met de geslachte geiten vergelijkbaar was met een biologieles. Het was volgens hen onderdeel van een les voor de kinderen over waar vlees vandaan komt. Ze zeiden dat de kinderen goed te eten kregen en geloofden er niets van dat de mannen hun kinderen seksueel hadden misbruikt.

Door deze ondervragingen kwamen de rechercheurs tot de conclusie dat The Finders weliswaar abnormaal waren, maar niet crimineel. “De twee mannelijke verzorgers hadden waarschijnlijk wel voor een betere sfeer voor de kinderen kunnen zorgen en hadden opener kunnen zijn tijdens de ondervragingen,” valt te lezen in het rapport, dat wordt afgesloten met een relatief ruimdenkende alinea:

1573337410864-Screen-Shot-2019-11-09-at-50955-PM

De heisa zou waarschijnlijk helemaal zijn vergeten, maar toen werd er in 1993 een rapport uit 1987 van een jonge douaneagent vrijgegeven. Daarin stond dat het onderzoek van de politie in D.C. werd stopgezet, omdat het “een interne CIA-zaak” was geworden en als geheim was geclassificeerd. Die openbaring leidde tot een onderzoek van het ministerie van Justitie, om te ontdekken of er sprake was van een doofpot. Maar daarvoor werd geen bewijs gevonden en in 1994 werd ook dat onderzoek stopgezet.

De CIA beweert zelf natuurlijk dat het een non-verhaal is en zegt dat er slechts twee connecties zijn tussen hen en The Finders. Ten eerste was Isabelle Pettie, de vrouw van Marion die in 1984 overleed, van 1952 tot 1961 in dienst van de CIA. En ten tweede maakte de CIA gebruik van een bedrijf waar hun agenten computerles kregen, waar toevallig ook leden van The Finders werkten. In de vrijgegeven documenten wordt vooral in één bizar rapport uit 1987 van een politieagent uit D.C. flink gespeculeerd over het verband tussen de CIA en The Finders:

1573337438585-Screen-Shot-2019-11-09-at-51028-PM

Omdat er verondersteld wordt dat er iets groters achter de rare club van Marion Pettie moet zitten, hebben de geruchten over The Finders de daadwerkelijke groep overleefd. Er wordt aangenomen dat de groep samen met Pettie is gestorven. Het overtuigendste argument tegen de CIA-complottheorie komt van een memo van de FBI uit 1993, waarin stond dat er geen inmenging was van de CIA in het onderzoek naar kindermishandeling in Florida.

1573337463638-Screen-Shot-2019-11-09-at-51053-PM

Maar sommige mensen hebben nog steeds twijfels over de waarheid achter The Finders. Dat kan misschien het beste worden verklaard met de vraag: Waarom zouden twee mannen van in de twintig in godsnaam een stel kinderen die niet van hen zijn naar Florida meenemen om een beetje rond te hangen? Omdat mensen zich daar nog steeds mee bezighouden, is de zaak is in wezen een beetje het begin van de vele complottheorieën waarin een verband wordt gelegd tussen hoge overheidsfunctionarissen en seksueel misbruik – zoals Pizzagate en de zogenaamde zelfmoord van Jeffrey Epstein. Als de documenten iets van bewijs hadden geleverd dat de Amerikaanse inlichtingendienst seksueel misbruik in de jaren tachtig in de doofpot had gestopt, zouden ze niet slechts dit onrecht van tientallen jaren geleden onder de aandacht hebben gebracht. Ze zouden ook de broodnodige steun hebben gegeven voor de complottheorieën over de FBI en de CIA van tegenwoordig.

Dat de documenten van de FBI de CIA vrijpleiten van een doofpotaffaire, zal de gedachten van veel complotdenkers waarschijnlijk niet veranderen. Motherboard heeft veel tweets en blogs gevonden van mensen die nog steeds in de complottheorie geloven, en op een bepaalde complottheorie-website staat over The Finders dat er “duidelijk bewijs is dat het onderzoek naar kinderhandel met overduidelijke banden met Amerikaanse militaire organisaties en inlichtingendiensten is onderdrukt.”

Maar aangezien er sinds de oude beschuldigingen niets nieuws is gevonden, lijkt het erop dat mensen gewoon betekenis willen geven aan een onzinnige groep mensen. Wendell Minnick, een schrijver die onderzoek heeft gedaan naar The Finders, zei in 1996 tegen City Paper, toen de groep uit elkaar begon te vallen:

“The Finders zouden heel graag willen dat jij denkt dat ze banden hebben met de CIA, maar ik zou willen zeggen dat ze eigenlijk niets voorstellen. Je zult veel onzin over The Finders horen, omdat ze liegen. Het zijn disfunctionele volwassenen, maar ze werken allemaal erg hard. Ze hebben continu een of ander project waar ze aan werken. Als je een cult hebt, kun je de mensen het beste onder controle houden door ze bezig te houden, zodat ze zich daarop kunnen richten. Als mensen niets te doen hebben, beginnen ze na te denken.”

Als je wilt, kun je gaten prikken in beide kanten van het verhaal, en dat is misschien precies wat Marion Pettie zou hebben gewild. Maar aangezien de hoofdrolspeler van de cult allang is overleden en het hele FBI-dossier nu is vrijgegeven, is het onwaarschijnlijk dat mensen die zich meer afvragen over deze vreemde cult ooit nog een bevredigend antwoord zullen vinden.

Tagged:
FBI
The Finders