Identiteit

Deze radicale feministen riepen vrouwen op om (politiek) lesbisch te worden

De leden van Paarse September vonden de problemen van feministen uit de jaren zeventig, over kinderen en echtgenotes, heterogezeik.

door Amarens Eggeraat
02 augustus 2019, 3:41pm

De blote billen van Maaike Meijer – foto  door Chris Voets

Pride is niet alleen maar party. We ontmoeten de lhbt-activisten die nog steeds de barricaden op gaan om te strijden voor gelijkheid. Lees hier alle stukken van Pride is Protest.


Als je als vrouw in Nederland in de jaren zeventig zin had om te emanciperen, dan ging je naar een praatgroep. Daar zat je dan met gelijkgestemde vrouwen in een kringetje, en kon je vrijuit ervaringen delen over het vrouw-zijn. Je kon er je benarde positie in de maatschappij bespreken, en vooral ook flink je hart luchten. Veel vrouwen vonden in zo’n praatgroep troost, nieuw zelfbewustzijn en zelfverzekerdheid. In de woorden van de beroemde feminist Joke Kool-Smit: “(..) we zijn sterker geworden, jonger en vrolijker, we zitten niet meer dof bij de pakken neer en we gaan onszelf en de wereld veranderen.”

Toch waren er ook vrouwen voor wie zo’n praatgroep na een tijdje een beetje beklemmend werd. Want maar al te vaak gingen de gesprekken over ongelukkige huwelijken, vervelende peuters en nukkige echtgenoten; over Hans die nooit zijn urinespetters van de wc-bril veegde, of over de botte liefkozingen van Jan die maar niet kon onthouden wat een clitoris was. Kortom: heteroproblemen.

Veel lesbische feministes kregen langzaamaan het gevoel dat er niet echt plaats voor hen was binnen de vrouwenbeweging, waar de heteroproblematiek domineerde en lesbiennes soms zelfs met argwaan werden benaderd, alsof ze alleen maar naar de praatavond kwamen in de hoop na afloop een seksueel gefrustreerde huismoeder mee naar huis te kunnen nemen. De oplossing voor het meeste heterogeklaag leek voor hen bovendien eenvoudig: waarom niet gewoon lesbisch zijn?

Paarse September

In 1972 begonnen twintigers Maaike Meijer, Stephanie de Voogd, Noor van Crevel en Nel Hermans daarom actiegroep Paarse September, met een gelijknamig tijdschrift dat ze zelf volschreven en -tekenden. En Paarse September ging er vol in. Dat begon al met de naam, een verwijzing naar terreurgroep Zwarte September (“nu vind ik dat uitgesproken smakeloos”, zegt Maaike Meijer later in een interview met Andere Tijden met een klein lachje op haar gezicht, “maar het werkte wel.”)

Paarse September voorzag alles van kritiek: het patriarchaat, natuurlijk, maar ook de in hun ogen eenzijdige vrouwenbeweging. Het feministische tijdschrift Opzij kreeg er bijvoorbeeld flink van langs: “…we vrezen dat de bedoeling is dat goed opgeleide, middle-class vrouwen de macht gaan delen met goed opgeleide, middle-class mannen en dat lijkt ons nauwelijks een verbetering van de bestaande toestand.”

Ze hadden het ook niet op feministische vrouwen die er naast hun huwelijk een homoseksuele relatie op nahielden, maar die hun ‘vriendinnetjes’ vervolgens net zo behandelden als de gemiddelde man dat zou doen. Om die reden werd ook Joke Kool-Smit bekritiseerd: “Joke Kool-Smit beschrijft zichzelf (…) als ‘iemand die soms verliefd is op een vrouw en ’t dan ook doet; als die ander dat wil natuurlijk.’ Een merkwaardige toevoeging, vind ik. Als ’t zo natuurlijk is, Joke, waarom zeg je het er dan speciaal bij?”

Verplicht lesbisch

Maar Paarse September maakte zich vooral onsterfelijk door een interview met universiteitsblad Folia, waarin ze stelden dat lesbisch zijn een politieke keuze is. Daar kwamen natuurlijk erg veel onthutste reacties op. Het idee dat homoseksualiteit een keuze is, daar wilde men juist vanaf. Ook ging het voor velen veel te ver om mannen volledig buiten te sluiten.

In de tweede editie van hun krantje legden de vrouwen van Paarse September daarom uit wat ze precies met die uitspraak bedoelden. Het ging er niet zozeer om dat vrouwen geen seks meer met mannen mochten hebben, maar dat ook liefdesrelaties doordrongen zijn van politiek en machtsverhoudingen. “Zolang het feminisme erop uit is de bestaande machtsverhouding tussen de seksen op te heffen, kan onze conditionering – en dus heteroseksualiteit als norm – niet buiten schot blijven.” aldus Stephanie de Voogd. Ze waren niet principieel tegen heteroseksuele relaties, maar wel tegen het feit dat alleen een heteroseksuele relatie voor normaal door kan gaan.

Onbekommerd okselhaar

Politiek lesbisch zijn betekent dus niet zozeer dat je uit principe piemels mijdt: het betekent dat je bewust bent van de machtsverhoudingen in de samenlevingen, en dat je de heteroseksuele norm erkent en problematiseert. En met die norm leven we nog steeds. We groeien in de meeste gevallen op met het idee dat heteroseksualiteit de standaard is, en dat een relatie bestaat uit een man en een vrouw die daarbinnen elk hun eigen rol hebben. Die ideeën zijn hardnekkiger dan we willen toegeven: ondanks goede bedoelingen, blijken vrouwen in heterorelaties nog steeds veel meer tijd kwijt te zijn aan het huishouden en zorg voor kinderen.

Ik ken bovendien een schokkende hoeveelheid vrouwen die er pas later in hun leven achter komen dat ze (ook) op vrouwen vallen – en ik reken mezelf daar ook toe. Al wordt queerness nu véél beter geaccepteerd dan in de jaren zeventig, de meesten van ons moeten toch eerst hun heteroseksuele identiteit van zich afstropen voordat ze echt kunnen gaan uitzoeken wie ze zijn. En daarbij gaat het om veel meer dan alleen met wie je uiteindelijk seks hebt – het gaat ook om de relatie met je eigen lichaam, of je onbekommerd je oksel- en beenhaar kunt laten groeien bijvoorbeeld, of wat je rol binnen het huishouden is en hoe je dat huishouden vormgeeft.

Lesbische vrouwen (al dan niet uit politieke overweging) eisten hun plaats op binnen de vrouwenbeweging, en maakten deze met hun felle kritiek beter en inclusiever. En inderdaad hebben queer vrouwen een belangrijke en invloedrijke plaats binnen het feminisme gekregen.

Een soortgelijke strijd wordt nu gevoerd door Nederlandse feministen van kleur, die onvermoeibaar wijzen op de tekortkomingen van het witte feminisme. Toen Anousha Nzume twee jaar geleden het boek Hallo Witte Mensen uitbracht, waarin ze witte Nederlanders uitnodigt stil te staan bij hun geprivilegieerde positie in de maatschappij, kreeg ze ook veelal woedende reacties. Vaak wordt haar en andere activisten verweten dat ze hun jargon en standpunten klakkeloos overnemen uit de VS, maar dat verwijt gaat voorbij aan de geschiedenis van de radicaalfeministen in Nederland. Of zoals sociaalwetenschapper Linda Duits in haar boek Dolle Mythes (2017) het stelt: “Blijkbaar weten hun critici niet dat Nederlanders al in de roerige jaren zeventig kampioenen waren in het bedrijven van politiek op identiteit.”

Paarse September bestond maar kort. In 1974 hieven ze zichzelf alweer op omdat ze steeds meer als karikatuur werden neergezet. In hun afscheidsnummer bedankt Stephanie de Voogd alle mensen en media die aan die beeldvorming bijdroegen: niet alleen de NOS en de Volkskrant (“ik denk aan een krantbericht waarin vermeld stond dat wij op revolutionaire gronden anti-beha zouden zijn, terwijl de waarheid is dat geen van ons zich ooit beha-loos in de zaal bevindt en wij de modegrillen waaraan dit artikel onderhevig is steeds op de cup volgen”), ook Annie M.G. Schmidt en plaatselijke ‘telefoonmasturbanten’ komen daarbij voorbij. Het radicaalfeminisme doofde uit in de jaren tachtig, in de collectieve herinnering vervaagde Paarse September tot een malle uitwas.

Dit jaar herdenken we dat Pride begonnen is als rel, en dat lijkt me een goede gelegenheid om het politiek lesbisch zijn nog een kans te geven. Want we zijn nog lang niet klaar met het omverwerpen van de heteroseksuele norm.