Advertentie
Social Media

Je smartphone is een gevangenis

De schrijver van ‘Psychopolitics’ legt uit hoe wij onze vrijheid via social media opgeven.

door Kit Caless
24 januari 2018, 4:18pm

Trapped (Afbeelding via Anchorman: The Legend of Ron Bugundy, DreamWorks Pictures)

In juni 2017 kondigde Facebook aan dat het de grens van twee miljard gebruikers had gepasseerd. Het is met afstand het grootste sociale netwerk, hoewel Twitter (300 miljoen) en Instagram (800 miljoen) ook een flink deel van de wereldbevolking onder hun hoede hebben.

We vinden het misschien niet prettig om persoonlijke gegevens aan bedrijven te geven, maar toch doen we het wel. Om overal toegang tot te krijgen, gaan we blind akkoord met de algemene voorwaarden. Volgens Byung-Chul Han, de schrijver van Psychopolitics: Neoliberalism and New Technologies of Power, een boek over digitale communicatie, geven we hierdoor vrijwillig onze vrijheid op. Han vindt privacy en de privéwereld van essentieel belang voor onze vrijheid. Hij ziet dat we “uit eigen wil alle mogelijke informatie over onszelf op het internet zetten, zonder dat we ook maar een flauw idee hebben over wie wat weet… het idee van onze privacy beschermen is verouderd.”

Ik deel foto’s van de boeken die ik koop. Ik geef soms mijn politieke mening en ik praat over mijn werk op Twitter. Ik geef meer informatie op social media vrij dan ik zou doen in een bedrijfsenquête of een volksonderzoek. Vrijheid is de mogelijkheid om je vrije wil uit te oefenen. Maar als ik een facebookaccount wil, zodat ik op de hoogte kan blijven van de activiteiten van mijn vrienden en familie en van evenementen, moet ik mijn privacy opgeven voor Facebook’s Big Data. In hoeverre ben ik dan mijn vrije wil aan het uitoefenen?

Han beweert dat dit het geniale is aan het digitale rijk. We worden er afhankelijk van en het maakt het ons onmogelijk om het niet te gebruiken. “De vrije keus,” zegt hij, “is verdwenen om de weg vrij te maken voor een vrije selectie van de producten die aangeboden worden.”

Han ziet de digitale wereld als een gevangenis (een “digitaal Panopticum”), waarin je een geïsoleerde gevangene bent. Je zit in je cel te staren naar je telefoon, maar je kan worden gemonitord door een flinke groep bewakers, zoals Google, Facebook, enzovoorts. Maar de digitale gevangenis staat het toe om met de andere gevangenen te communiceren, wat in een normale gevangenis niet kan. Communicatie wordt juist aangemoedigd. Je moét het zelfs doen: je mening geven, liken, delen, retweeten, meedoen. We geven vrijwillig onze persoonlijke gedachten en data weg aan de bewakers; de “Digitale Big Brother besteedt activiteiten uit aan zijn gevangenen.”

Han ziet het internet als een alziend oog, dat alles kan opnemen en al onze zonden kan herinneren. Facebook is een moderne kerk, een plek om samen te komen onder een toeziend oog. Hij meent dat smartphones “godsdienstige” objecten zijn: “De smartphone werkt als een bidsnoer,” je scrollt door het scherm alsof je je duimen door de kralen heen laat gaan; je biecht dingen op, deelt, vereert via je smartphone. “Een Like is,” volgens Han, “het digitale Amen.” Toen Twitter haar “favoriet” embleem (een ster) veranderde naar de “like” (een hart), veranderde de functie. De “favoriet” was in eerste instantie bedoeld om Tweets te bewaren (vaak links naar artikelen en video’s). Nu wordt “like” gebruikt om te laten zien dat je het ergens mee eens bent en werkt het precies als een “Amen.”

Als overheden een onderzoek doen, kijken ze naar demografische gegevens. Dat betekent dat ze data zoeken die gerelateerd is aan de fysieke wereld: waar je woont, je leeftijd, etniciteit, gender, baan, enzovoorts (de enige uitzondering is het vragen naar je geloofsovertuiging). De informatie die via Big Data wordt verzameld gaat veel verder dan dit. We geven onze persoonlijke verlangens, consumptiegebruik, angsten en relaties vrijwillig weg. Han zegt dat geen enkele reguliere gevangenis “toegang heeft tot onze innerlijke gedachten of behoeftes… geen toegang tot de psychische gevoelens,” en dat, “demografie niet hetzelfde is als psychografie (de data van gedachten.)” Dit betekent dat oude statistieken en Big Data mijlenver uit elkaar liggen. Het peilen van traditionele meningen is gelimiteerd, Big Data heeft geen limieten. Han beweert dat “Big Data de middelen biedt om niet alleen een individuele, maar ook een collectieve psychogram te geven.” Daarmee kunnen ze dus onze collectieve verlangens en angsten in kaart brengen. Je moet erg veel geloof hebben in democratie, kapitalisme en goedaardige bedrijven, wil je je hier geen zorgen over maken.


De Westerse consumptiemaatschappij draait bijna volledig op emotie. Merken en reclames gebruiken deze emotie om producten te verkopen. Televisie gebruikt emotie om ervoor te zorgen dat je blijft kijken. In de socialmediasfeer is dit niet anders. Er komt onmiddellijk dopamine (het ‘geluksstofje’) vrij wanneer je digitale media gebruikt. Je post iets en het wordt populair — mensen delen het, je krijgt likes, er wordt op gereageerd. Soms is dat goed, maar het kan ook destructief werken.

Han denkt dat we richting een “dictatuur van emotie” gaan. Hij zegt dat versnelde communicatie emotionalisering aanmoedigt. “Rationaliteit is langzamer dan emotie, het heeft geen snelheid.” Ik denk niet dat ‘rationaliteit’ per se het grootse goed is; vooroordelen en psychopathie kunnen zich verstoppen achter zogenaamd ‘rationeel’ denken.”

In een interview met de Guardian vertelt Hannah Anderson — die werkt bij de meme-fabriek Social Chain — dat “weinig opwindende emoties zoals tevredenheid en ontspanning nutteloos zijn in de virale economie.” Ze zegt dat je mensen pas echt raakt als je ze gefrustreerd, boos of verbaasd laat voelen. Facebook is op weg naar een oorlog van emoties, waar alleen de meest intense en onmiddellijke menselijke reacties zullen overwinnen.

Ik ben niet van plan Twitter op te geven. Ik heb goede dingen geleerd van de mensen die ik volg, die ik misschien niet in mijn echte leven zou hebben geleerd — voornamelijk wat betreft identiteit, gender, literatuur en muziek. Daarentegen is Han hier, met geen enkel digitaal profiel, een scherp betoog aan het houden over hoe we ons digitale leven leiden en dwingt hij me om hier wat kritischer te kijken. Er zijn dingen aan de gang die digitale privacy promoten, zoals het “recht om vergeten te worden”, en de Me2B-beweging die ervoor zorgt dat we eigenaar worden van onze data. Maar dit zijn geen directe oplossingen. Na het lezen van Psychopolitics ben ik me meer bewust van mijn socialmediagebruik en de filosofische problemen achter mijn online bezigheden. Misschien geldt voor jou hetzelfde.