Beeld via Michel Doodeman.

Hoe ik als Football Manager faalde bij een echte Franse voetbalclub

Ik wens de spelers veel succes toe voor de rest van het seizoen.

|
07 mei 2019, 9:00am

Beeld via Michel Doodeman.

Net als veel van mijn generatiegenoten ben ik opgegroeid met Football Manager, de levensechte game waarin je zelf een club traint en werelddominantie probeert na te streven (Of als je iets minder ambitieus bent: poogt om met een club als FC Groningen in het linkerrijtje te eindigen.) Als manager kun je alles helemaal zelf bepalen, van spelsysteem tot stadionuitbreiding. Dus eigenlijk precies zoals Louis van Gaal het in de echte wereld ook graag zou zien.

De aantrekkingskracht van het spel is simpel te verklaren: je zit prinsheerlijk in je luie stoel opstellingen te maken, spelers uit te kafferen en Brazilianen te scouten, zonder dat je daar verantwoording voor hoeft af te leggen of bang moet zijn dat er een groep supporters in je tuin staat als je een keer verliest. Want laten we eerlijk zijn: met overslaande stem een groep testosteronbommen met capuchons toespreken is voor niemand leuk.

Al jarenlang vroeg ik me af hoe het zou zijn om Football Manager in het echt te spelen, om alles achter m’n laptop te bepalen, van spelers tot formatie. Dat leek een utopie, totdat ik een artikel vond op de website van Le Monde, waarin gerept werd over een revolutionaire Franse voetbalclub met de veelzeggende naam Avant Garde Caennaise (kortweg AG Caen). Deze club, die uitkomt op het zesde niveau van Frankrijk, heeft in samenwerking met start-up United Managers een systeem bedacht waarbij supporters online de opstelling, het systeem, de wissels en andere essentiële zaken kunnen bepalen. De trainer van AG Caen kan een aanbeveling doen (“Met zes aanvallers spelen lijkt me niet heel verstandig, jongens!”), maar uiteindelijk zijn het de supporters die beslissen.

1556883777632-caen1

Ik raakte gefascineerd door het concept en besloot om me aan te sluiten bij de ‘Umans’, zoals de ruim tweeduizend supporters die deelnemen aan dit experiment worden genoemd. Dat bleek verbazingwekkend makkelijk: na het kosteloos invullen van m’n persoonlijke gegevens stond ik geregistreerd en kwam mijn droom uit: ik werd (een soort van) trainer van een (soort van) voetbalclub.

Het duurde even voordat ik de website en de bijbehorende mogelijkheden begreep. Ik kon stemmen op het spelsysteem (de trainer speelde zelf het liefst in een 3-5-2 systeem, stond er) en de tactiek. Ook kunnen alle leden kiezen welke elf spelers ze in de basis willen hebben – ik besloot zelf meteen om verdediger Benjamin Morel op de bank te zetten, z’n hoofd stond me niet aan. Zelfs over de standaardsituaties hebben de Umans de regie. Hou je van lange-halen-gauw-thuis-voetbal en ben je als enige sportliefhebber ter wereld fan van korte corners? Dan kan je dat zonder schaamte aangeven.

Het misschien wel meest surreële onderdeel heet ‘The Team’. Hier staan de profielen van alle spelers, die zichzelf kort voorstellen. Verdediger Axel Busnot (27 jaar, 81,2 kilo schoon aan de haak) vertelt bijvoorbeeld dat hij vroeger ‘Kleine Dwerg’ als bijnaam had, wat ikzelf niet per se een aanbeveling vond. Zijn afsluitende zin geeft de presentatie een hoog The Voice of Holland-gehalte: ‘’Ieder succes begint met de bereidheid om te proberen, dus stem op mij!”

1556883829819-caen3

Spits Victor Guerrier (1 meter 75, kalend) besloot daarentegen om een subtiel, maar dwingend stemadvies te geven: “Ze zeggen vaak dat ik een goede aanvaller ben. En ik sta inderdaad altijd op het juiste moment op de juiste plek.” Ik maakte een denkbeeldige notitie dat spelers die zichzelf onnodig ophemelen niet passen bij mijn Totale Mens-principe, en dus op de bank thuishoren.

De Umans kunnen van elke voetballer ook hun carrièreverloop en sterke en zwakke punten zien, evenals adviezen van de technische staf (waarvan iedereen zich vast afvraagt waarom ze in godsnaam werken bij een club die geleid wordt door een groepje nobodies met een snelle internetverbinding). Zo las ik dat keeper Jean-Daniel Hartel niet erg sterk en atletisch is, maar wel goed kan meevoetballen. Zoals het een echte Nederlander betaamt besloot ik hem gelijk in de basis te zetten.

Ik kreeg door dat we in mijn eerste wedstrijd – een oefenpot tegen AJS Ouistreham – in een 3-5-2-formatie gingen spelen. Ik was nog net op tijd om mijn opstelling in te leveren; zeven minuten voor de deadline was ik klaar. Toegegeven, het was een beetje giswerk, aangezien ik de jongens niet goed kende en ze eigenlijk ook nooit had zien voetballen. Wat gelukkig hielp, was dat de spelers en de staf zelf hun wedstrijden grondig evalueren. Zo gaf rechtsback Anthony Simon eerlijk aan dat hij in zijn vorige wedstrijd aanvallend gezien te weinig had bijgedragen, en vaak in z’n rug werd verrast door de tegenstander. Op de bank ermee.

Na ook de statistieken van alle trainingen te hebben bekeken – die week hadden onze jongens onder meer getraind op uithoudingsvermogen, ondanks dat het al laat in het seizoen was – dacht ik dat ik alles wel zo’n beetje had gezien. Toch stuitte ik op nóg een nieuw onderdeel: de ‘Tribune’, een soort forum voor de fans om te discussiëren en te overleggen. Ik las gedetailleerde verslagen van de training (inclusief trainingsbeelden), nieuwtjes over een geblesseerde jeugdspeler (‘’Get well soon Benoît!’’) en updates over nieuwsberichten over de club, zoals een verhaal van de BBC.

1556883867270-caen4
Zelfs de beelden van de training zijn voor alle managers beschikbaar.

In het BBC-artikel vertelt AG Caen-hoofdtrainer Julien Le Pen hoe het is om een revolutionaire voetbalploeg te coachen: “Eerst koos ik m’n team met twee assistenten, nu werk ik samen met duizenden anderen (…) Ik heb m’n trots dus wel een beetje opzij moeten zetten.” Volgens middenvelder Nicolas Suzanne zorgen de priemende ogen van de groep zolderkamermanagers ervoor dat de spelers harder trainen. Hij is best tevreden met het project: “Persoonlijk ben ik het nog niet vaak oneens geweest met de beslissingen van de Umans, behalve als ik gewisseld werd.”

Nadat ik nog een tijdje op de website had rondgezworven, begon het me te duizelen. Er bleken zelfs heatmaps van alle wedstrijden te zijn, waarop je tot in details de looppatronen van de spelers kon zien. Ik klapte vermoeid m’n laptop dicht.

De dag daarna logde ik in om het resultaat van de oefenwedstrijd tegen AJS Ouistreham te bekijken. Mijn eerste wedstrijd als trainer was geen succes: we hadden met 1-2 verloren. Gek genoeg voelde ik wel enige opluchting toen ik zag dat Jean-Daniel Hartel, mijn meevoetballende keeper, op de bank zat. Het was dus in ieder geval niet zijn schuld. Tegelijkertijd was ik ietwat ontmoedigd, aangezien mijn zorgvuldig gekozen opstelling volledig in de wind werd geslagen. Ik had enorm veel tijd en moeite gestoken in het kiezen van mijn basisteam, maar werd alsnog keihard overruled door tweeduizend andere laptoptrainers.

Dat mijn tips genegeerd werden, bleek wel een reden te hebben. Het leek alsof iedereen zich zo gratis kon inschrijven, maar als je echt invloed wil hebben moet je toch echt betalen: voor dertien euro kan elke Uman vier wedstrijden lang onbeperkt stemmen. Wil je die trage linksback in de basis, spelen met vijf libero’s en kiezen voor een kamikazetactiek? Dat kan, maar dan moet je er wel voor dokken.

1556883976798-caen2

Dus dat deed ik dan maar. Na nog een oefenwedstrijd, een karig gelijkspelletje tegen de Onder 19 van SM Caen, volgde de grote test: een bekerwedstrijd tegen FC Equeurdreville-Hainneville. Ik besloot om mijn Nederlandse roots enigszins naar de achtergrond te drukken en te kiezen voor een 4-4-2-opstelling, met zonedekking achterin. Ik selecteerde de op het oog meest logische spelers, en duimde dat mijn collega’s dezelfde keuzes zouden maken.

Een paar dagen later speelden we de derde wedstrijd onder mijn bezielende, digitale leiding. Het werd een afgang zonder weerga: we verloren met 4-1. Tot overmaat van ramp zag ik dat de uiteindelijke opstelling precies dezelfde was als die ik had gekozen – zelfs de meevoetballende keeper Hartel stond opeens in de basis. Ik wachtte niet totdat het bestuur het vertrouwen in mij uit zou spreken – de Judaskus van het voetbal – en besloot de eer aan mezelf te houden: ik stapte op. Althans, ik logde uit.

Ik heb helemaal geen zin om elke dag te controleren of Axel Busnot goed getraind heeft, of te bekijken welke jeugdspelers geblesseerd zijn geraakt (nogmaals, get well soon Benoît). Op papier leek het leuk, maar in werkelijkheid was het vooral vermoeiend om alles te moeten bepalen voor een elftal. Na drie wedstrijden een echte Football Manager te zijn geweest, hing ik mijn trainersjas dus aan de wilgen. Misschien geef ik binnenkort nog een uitgebreid interview in de weekendbijlage van een krant om verder uit te weiden over mijn vertrek (met als kop: “Ik heb de processen onderschat”), maar voor nu treed ik weer terug in de anonimiteit. Ik wens de spelers veel succes toe voor de rest van het seizoen. Zelfs Benjamin Morel.