Advertentie
Student Guide

Waarom pretstudies nou juist zo belangrijk zijn

Studenten die zich bezighouden met kunst, cultuur, sociologie, filosofie, politicologie en media zijn geen nietsnutten!! Laat mij je haarfijn uitleggen waarom.

door Billie Nuchelmans
10 september 2018, 4:00am

foto door Ewout Lowie (uit het artikel De ontruiming van het Bungehuis van binnenuit)

Van katers tot kamernood en studieschuld tot soa's: VICE sleept je door je studententijd heen. Check de komende weken de Student Guide hier.

Geen zin om dit verhaal te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

De term ‘pretstudies’ klinkt als een belediging die alleen bedacht kan zijn door een extreem verbitterde calvinist. Iemand die meent dat iets dat leuk is onmogelijk goed voor je kan zijn. Zwoegen zal je, student, en waag het niet plezier te beleven aan je geploeter.

Er zijn genoeg mensen die zich, misschien niet gierend van het lachen, maar toch zeker behoorlijk vrolijk, in de natuurkunde of biologie storten. Toch worden die meestal geen 'pretstudeerders' genoemd. Welke studies precies in de beklaagdenbank worden gezet verschilt van keer tot keer, maar in de regel zijn het alfa’s en gamma’s die de belediging in ontvangst mogen nemen: de studenten die zich bezighouden met kunst en cultuur, sociologie, filosofie, politicologie, media, en andere ‘zachte’ wetenschapsgebieden. Die studies zouden geen economisch nut hebben, en – terwijl de bèta’s de mensheid op sleeptouw nemen – studenten vooral klaarstomen voor werkloosheid. De wereld zit er, in de woorden van Annabel Nanninga, gewoon ‘niet op te wachten.’

Geregeld leidt dit idee zelfs tot plannen om deze ‘pretstudies’ dan maar af te schaffen. Pieter Duisenberg, huidig voorzitter van de Vereniging van Universiteiten, streed in een vorig leven als VVD-kamerlid tegen studies die economisch ‘niet relevant meer waren’.

Als alfa of gamma ben je ondertussen bijna meer tijd kwijt met het bestaan van je studie verdedigen dan met studeren zelf. Voor wie toch nog tijd over wil houden voor het volgen van z’n pretstudie, noem ik graag enkele belangrijke argumenten voor het behoud van deze vakgebieden.

Om te beginnen het Jurassic Park-argument. Vernoemd – door mij, nu, maar hopelijk slaat de naam aan – naar een uitspraak van het door Jeff Goldblum gespeelde personage in Spielbergs dinoklassieker: “Your scientists were so preoccupied with whether or not they could, they didn’t stop to think if they should.” Harde wetenschap kan medicijnen maken, maar ook mosterdgas. Om ontwikkelingen richting te geven zijn disciplines nodig die nadenken over ethiek, maar ook, bijvoorbeeld, over de politieke gevolgen van een Twitter-algoritme. Problemen die je niet op een rekenmachine of in een reageerbuis op kan lossen. Voor wie z’n popculturele verwijzingen liever recenter heeft dan de jaren negentig – ik zag dit argument onlangs, tijdens een demonstratie, worden samengevat als: “bèta’s zonder alfa’s bouwen een Black Mirror-wereld”.

1536317238446-betaaas
Foto door Christopher Pugmire

Nu hoef je niet fulltime filosofie te studeren om te bedenken dat een themapark vol met uit de genetische vergetelheid opgediepte dinosaurussen nadelen kan hebben. Zo zwart-wit is de realiteit meestal ook niet. Maar toch: hoe moet een zelfrijdende auto beslissen wat hij doet als hij een ongeluk alleen kan voorkomen door een ander ongeluk te veroorzaken?

Sociale- en geesteswetenschappen zijn bovendien meer dan een ethische scheidsrechter. Zo is een ander argument voor het belang van deze studiegebieden dat zij hun studenten opleiden in Krities denken – om er even wat ouderwets progressieve spelling tegenaan te gooien. Misschien krijg je bij het zien van die term subiet zin om nieuwe provokaatsies te bedenken met je aksiegroep, maar ook als dat niet zo is blijft het hartstikke belangrijk er bij stil te staan dat om de wereld te veranderen meer nodig is dan technologische ontwikkeling. Het oplossen van problemen kan niet zonder kritische wetenschappers die onze samenleving, de ideeën of structuren die we als vanzelfsprekend beschouwen, andere wetenschappers, en, last but not least, zichzelf, streng doorlichten.

Zelfs naast die noodzaak van kritiek zouden veel huidige onderwerpen van (politiek) debat ongetwijfeld baat hebben bij wat meer aandacht voor de wetenschappelijke disciplines die nu in een ondergefinancierd verdomhoekje zitten. Neem vaccinaties. We hebben ze. Eeuwige dank daarvoor aan de bèta’s; door alleen op een muffe zolder Kant en Hegel te lezen waren ze er vast niet gekomen. Toch zijn er desondanks mensen die ze niet aan hun kinderen laten geven, en dat lijkt vooralsnog niet ongedaan te kunnen worden gemaakt met stapels aan empirisch onderzoek. Om vaccinatieweigeraars ervan te overtuigen dat polio voorkomen een goede zaak is – iets dat simpel klinkt, maar dat in de praktijk niet altijd blijkt te zijn – is het nodig ze te doorgronden. Het is nodig te begrijpen hoe samenzweringstheorieën werken. Hoe vertrouwen in de overheid heeft kunnen afnemen. Hoe het kan dat de herinnering aan relatief recent uitgebroken epidemieën sommige mensen toch niet aanzet tot vaccineren. Het soort zaken, dus, waar ‘pretstudies’ onderzoek naar doen.

1536317480271-demo
Een demonstratie in Amsterdam tegen (o.a.) bezuinigingen op het hoger onderwijs, eerder dit jaar. Foto door Christopher Pugmire.

Ook andere debatten zouden best bij wat meer alfa- of gammakennis gebaat zijn. Iedereen en z’n kankerende oom heeft een mening over de islam, maar bij werkgroepen religiestudies blijven de stoeltjes leeg. Ik heb zelf weleens het idee dat de alomtegenwoordigheid van onderwerpen die door ‘pretstudies’ worden onderzocht juist een van de redenen is dat mensen die studies niet serieus nemen. Als over een bepaald onderwerp vrijwel iedereen een soort van onderbouwde mening heeft, zal een hele studie aan zo’n onderwerp wijden wel zinloos zijn. Terwijl het tegenovergestelde waar is: juist als iedereen ergens iets van denkt te weten, is het belangrijk dat er mensen zijn die er daadwerkelijk een beetje – of liever zelfs een hoop – verstand van hebben.

Door alleen op de korte termijn naar direct economisch nut te kijken, worden veel gebieden van wetenschap niet op hun waarde geschat. Welke specifieke disciplines van groot belang zijn is van tevoren vaak nauwelijks vast te stellen, en soms wordt dat pas duidelijk nadat een vakgebied al jarenlang richting het randje van de afgrond is bezuinigd.

Neem bijvoorbeeld moderne vreemde talen. Hoewel aan universiteiten dan misschien meer en meer onderwijs in het Engels wordt gegeven, is voor de kleine taalopleidingen aan geesteswetenschappenfaculteiten juist steeds minder geld beschikbaar. Die onderwaardering van taalonderwijs heeft bijzonder concrete en merkbare nadelige gevolgen gehad. Zo sprak er, op het moment dat plots een enorme opleving voor aandacht aan het Midden-Oosten ontstond na de aanslagen van 11 september 2001, bij de toonaangevende westerse persbureaus bijna niemand behoorlijk Arabisch. En toen in 2014 vlucht MH17 boven Oekraïne werd neergehaald had men er op de Nederlandse ambassade grote moeilijkheid mee zicht te houden op wat er op de rampplaats gebeurde: niemand op de Nederlandse ambassade in Kiev sprak Russisch of Oekraïens.

Tijd dus voor minder neerbuigend gesnauw over ‘pretstudies’ en een herwaardering van de sociale- en geesteswetenschappen. Dat wordt waarschijnlijk niet morgen nog per decreet afgeroepen, en in de tussentijd zal je er dus als student in die vakgebieden van worden beschuldigd dat je te veel pret hebt. Die belediging kun je je dus het beste maar toe-eigenen. Lach jezelf helemaal kapot in de universiteitsbibliotheek. Kom fluitend de collegezaal binnen. Om op de valreep nog snel een van de favoriete bezigheden van alfa’s en gamma’s te beoefenen en een Franse filosoof te parafraseren: De enige manier om met gezeur over pretstudies om te gaan is met zo veel pret te studeren dat alleen al je bestaan een daad van rebellie is.

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief .