Advertentie
Identiteit

De grootste tegenstanders van sekswerk maken het leven van sekswerkers alleen maar onveiliger

Volgens abolitionisten kan sekswerk onmogelijk een vrije keuze zijn. Ondertussen strijden deze mensen hard voor regels waardoor sekswerkers alleen maar meer risico's zullen moeten nemen.

door Yvette Luhrs
05 september 2017, 1:24pm

Foto door Jovo Jovanovic via Stocksy 

Yvette Luhrs (31) maakt porno, zit regelmatig achter een webcam, is mediawetenschapper en gespecialiseerd in Porn Studies. Ook is ze voorzitter van PROUD, de belangenvereniging voor mensen die in de erotische industrie werken in Nederland. Maandelijks vertelt ze ons over het wel en wee in de wereld van seks als werk.

Activisme is hard werken. Je probeert een groep gelijkgestemden bij elkaar te brengen en te houden, acties te organiseren, zorgen dat de achterban het met je eens is en dan maar hopen dat je effect hebt, zoals een wet die niet doorgaat. Maar activisme is in zekere zin ook een luxeproduct: je inzetten voor iets wat je aan het hart gaat betekent vaak dat je veel energie kwijt bent aan iets dat geen of nauwelijks geld oplevert. Als je thuis twee kinderen hebt en moet zorgen voor een zieke tante én 40 uur per week werkt, dan kun je wel iets willen doen tegen discriminatie, maar waarschijnlijk heb je andere prioriteiten.

Toch voelt mijn activisme vooral erg persoonlijk en noodzakelijk.

Binnen PROUD, de belangenvereniging voor sekswerkers in Nederland waar ik voorzitter van ben, houd ik me vooral bezig met de pers. En wanneer media-uitingen een direct gevolg hebben op het welzijn van jezelf en je collega's, mensen die ik liefheb, dan is het voor mij onmogelijk om aan het einde van de werkdag de deur achter mij dicht te trekken.

Een krantenartikel over nieuw lokaal beleid kan als gevolg hebben dat een thuiswerkende vriendin geen aangifte gaat doen nadat ze bedreigd wordt. En slecht geformuleerde wetgeving heeft als gevolg dat de partner van een collega kan worden aangemerkt als mensenhandelaar, wanneer ze samen de huur betalen. Veel nieuws over sekswerk is voor mij niet alleen nieuws – het is ook werk én het raakt me privé. Inmiddels slaap ik slecht, krijg ik last van een existentiële crisis als ik naar mijn to-do-lijst kijk én huil ik bij elke Star Trek: Voyager-aflevering waarin Seven of Nine de hoofdrol heeft. Daarom besloot ik het deze zomer wat rustiger aan te gaan doen.

Veel nieuws over sekswerk is voor mij niet alleen nieuws – het is ook werk én het raakt me privé.

Maar natuurlijk heb ik wel mijn mobiele telefoon aanstaan, waarop ik de sociale media in de gaten blijf houden. Ik heb een vrij strikt beleid ingevoerd: mijn twitter is voor activisme, mijn facebook is voor mijn sociale kring, en als je wilt weten wat ik eet moet je de tumblr van mijn partner volgen. In de praktijk betekent dit dat ik, ook als ik niet aan het werk ben, altijd aan het werk ben. Zo zag ik dat er eindelijk een uitspraak kwam over het schenden van privacyrechten van sekswerkers door de gemeenten Den Haag en Utrecht. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde dat deze gemeenten illegaal sekswerkers registreren, en dat ze daarmee moeten stoppen, iets waar PROUD enorm hard tegen vecht.

Dat was goed nieuws, maar verdrietig werd ik van een opiniestuk in de Volkskrant. Het stuk opent met een expliciete, zeer pornografisch omschreven verkrachting en maakt de claim dat er in Nederland een te positieve houding tegenover sekswerk heerst. Aangezien het stuk is geschreven door een van Nederlands bekendste abolitionisten hoef ik het stuk niet uit te lezen om te weten waar het eindigt: abolitionisten zien prostitutie namelijk als slavernij. Het feit dat er betaald wordt voor de seksuele handeling betekent dat de seks onmogelijk vrijwillig kan zijn, en dus is er sprake van verkrachting én uitbuiting. Abolitionisten maken daarbij geen onderscheid tussen zelfstandige sekswerkers en daadwerkelijke slachtoffers van seksuele misdrijven. Sekswerk kan in hun ogen dus ook geen werk zijn: omdat er betaald wordt, is het niet vrijwillig – en dus is het aanbieden van een seksuele service geen werk maar verkrachting. Of zoiets. Ondertussen strijden de abolitionisten hard voor allerlei regels die het leven van sekswerkers onveiliger zal maken. Het strafbaar stellen van klanten is daar een voorbeeld van, ook al weten ze dat dit als gevolg zal hebben dat sekswerkers meer risico's moeten nemen om voldoende klanten te vinden om hun huur van te kunnen betalen. Ook schrijven de abolitionisten boeken en opiniestukken om de wereld te vertellen dat alle sekswerkers gered moeten worden. Het feit dat deze mensen gepubliceerd worden in de zaterdageditie van een grote, Nederlandse krant betekent dat mijn gemeenschap onder hun boodschap lijdt.

Het idee dat media altijd positief zouden zijn over sekswerkers en dat dit misbruik in de hand werkt, is nonsens.

Het idee dat media altijd positief zouden zijn over sekswerkers en dat dit misbruik in de hand werkt, is overigens nonsens. In 2015 deed Zondares, het blog met 'informatie uit de eerste hand over hoe het is om een hoer te zijn', onderzoek naar positieve media-uitingen over sekswerk. Daaruit bleek dat verreweg de meeste berichtgeving rondom sekswerk over ellende, nog wat ellende en toch ook wel veel ellende in de branche gaat. Gemiddeld gaat zo'n 95 procent (!) van alle persberichten, interviews, nieuwsitems, liedjes etc. over narigheid als dwang, uitbuiting en misbruik. Dat druist rechtstreeks in tegen de opvatting dat Nederland een romantisch beeld over sekswerk zou hebben.

Nu wordt Zondares geschreven door een sekswerker, en daar hebben abolitionisten geen boodschap aan. Want wanneer sekswerkers opkomen voor hun recht om te werken, of wanneer ze zich verzetten tegen regressieve wetgeving, dan vinden abolitionisten dat je onderdeel uitmaakt van de "pimplobby": een verzonnen groep pooiers die sekswerkeractivisten zouden betalen om te lobbyen vóór het prostitutievak. Dat is slim, want daarmee maak je sekswerkers die opkomen voor hun rechten monddood. Je ontkent hun bestaan. En zo maken de abolitionisten hun eigen punt sterker; zelfstandige sekswerkers zouden namelijk niet bestaan. Ook zetten ze sekswerkers niet zelden als slachtoffer neer; mijn collega Hella Dee ging op twitter eens de discussie aan met een abolitionist, en benoemde het feit dat ze zelf sekswerker was, en het niet eens was met deze persoon. Haar gesprekspartner antwoordde daarop: "Heel goed dat je inziet dat je prostituee bent, dat is stap 1, nu is het zaak dat je gaat inzien wie je pooier is."

Ine Vanwesenbeeck, professor in 'Sexual Development, Diversity and Health' aan de Universiteit van Utrecht, haalde een week later in dezelfde Volkskrant gelukkig fel uit naar het eerdere opiniestuk. Hierin zegt ze dat er helemaal geen wetenschappelijke grond is voor de hetze tegen een positief geluid rondom sekswerk. En nog belangrijker: we kunnen seks niet los zien van het sociale construct , en het idee dat de vrouw dienstbaar is en de man altijd wil en dus mag. Dat idee zien we in heel veel relaties naar voren komen, en het is niet zo dat sekswerkers daar per se slecht vanaf komen. Het structureel uitsluiten en discrimineren van sekswerkers maakt hen wél kwetsbaarder. Abolitionisten, die zich vermomd hebben als journalisten, dragen daar dus direct aan bij. Na deze nuance plaatste Volkskrant echter een ingezonden brief van wéér een andere stem in het anti-prostitutiedebat. De schrijfster van deze brief noemt een nuancerende reactie van professor Vanwesenbeeck een 'straatgevecht'. Naar wetenschappers luisteren abolitionisten namelijk ook niet. Wat typerend is aan deze abolitionistische opiniemakers is dat ze altijd kritisch zijn over de seksindustrie en continu het debat rondom sekswerk bekritiseren, maar daarbij nóóit verwijzen naar organisaties die geleid worden door sekswerkers of slachtoffers van mensenhandel. Alsof de mensen waar het over gaat geen eigen stem hebben. En voor wie doe je het dan eigenlijk?

Het is dus een nogal drukke zomer voor iemand die een pauze probeert te nemen. Ik ga wederom een poging doen mijn telefoon uit te zetten, voordat er nog meer artikelen verschijnen die sekswerkers verder stigmatiseren. Mocht je me zoeken; waarschijnlijk lig ik op een yogamat, zit ik masturberend voor mijn webcam, of ik ben in de tuin een nieuw kippenhokaan het bouwen. Tot later.

Tagged:
Media
column
Yvette Luhrs