Volition Immanent maakt fabrieksmuziek aan de lopende band
Foto door de auteur

Volition Immanent maakt fabrieksmuziek aan de lopende band

Een interview met Parrish Smith en Mark van de Maat, die vlijmscherpe EBM met punkethos maken. Ze sluiten vanavond het programma van Dekmantel in Shelter af.
2.8.18

De eerste keer dat Parrish Smith en Mark van de Maat samen muziek maken, is het meteen raak. Hun allereerste muzikale samenwerking resulteert in het nummer Swarm Behaviour, dat wordt uitgebracht op het Schotse label Contort Yourself. Pak ‘m beet drie jaar, een berg shows en een album later tref ik de twee leden van het industrial techno-duo Volition Immanent in de zolderkamerstudio van Smith in Geuzenveld. Als ik uitstap bij de laatste halte van tram 13, voorbij het winkelcentrum loop en aanbel, doet Smith open in alleen een korte broek. Even denk ik dat ik hem wakker heb gemaakt, maar hij mompelt iets over de hitte. Ik volg de producer de trap op en inderdaad, het is warm. Boven zit Van de Maat, de vocalist van Volition Immanent en oprichter van het label Knekelhuis, waar ook de platen van Smith op uitkwamen. Ze zijn al de hele dag aan het repeteren voor hun optreden dat vanavond plaatsvindt tijdens Dekmantel Festival in club Shelter.

Noisey: Parrish, je woont nu sinds een half jaar in Geuzenveld. Bevalt het een beetje?
Parrish Smith: Ja, het is rustig. Niemand let op me.

De meeste mensen die naar Amsterdam verhuizen willen per se binnen de ring wonen. Jij zit er nu zo ver mogelijk vandaan.
Parrish: Ja, maar ik zit nu centraal voor de dingen die ik wil doen. Schiphol is dichtbij, de stad ook.

Advertentie

Wat is dit voor buurt?
Parrish: Het is een buitenwijk van Amsterdam met een grote Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Maar ik zie nu dat overal de huizen worden gerenoveerd, en de gezinnen moeten eruit. Het is een beetje raar, maar ik ben er nu zelf ook gekomen. Verder is het een hele chille buurt.

En je kan hier thuis gewoon muziek maken.
Parrish: Zeker. Nooit problemen mee.
Mark: Nooit geen last hè?

De plek waar je woont, is dat belangrijk voor je?
Parrish: Nee. Ik kan overal muziek maken.

Waar woon jij, Mark?
Mark: Ik woon al vijf jaar in Bos en Lommer. Ook rustig, met een voetbalveldje voor de deur.
Parrish: Je gaat helemaal nooit voetballen.
Mark: Nee, dat is waar, maar het is wel rustig en groen.

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Parrish: Ik kwam terecht bij het agency van Knekelhuis via Ron van de Kerkhof, en daarna maakte ik kennis met Mark, die daar ook achter zat. Toen kwam eigenlijk gezamenlijk het idee om samen te werken. Ik zocht een punkvocalist en bij Mark was het andersom.

Waarom was je daarnaar op zoek?
Parrish: Ik zocht naar iets wat meer uitdagend was. Iets wat nu in deze tijd nog niet gedaan was, in een nieuwe vorm. Vanuit mijn perspectief als maker van experimentele techno vond ik dat er wat miste. Ik ben toen met Mark gaan werken en de eerste sessies waren meteen al superhard.
Mark: We wisten nog niet meteen wat we wilden gaan doen, maar we voelden wel meteen dat het klopte qua connectie.
Parrish: De stijl was vanaf de eerste track al wel gemaakt, dat rauwe, primitieve. Met teksten die persoonlijk zijn, maar toch ook resoneren bij anderen.
Mark: Ik vond zijn aanpak, van hoe hij omging met geluid en VHS-tapes, heel interessant. Het mocht rammelen. Dat was precies wat ik interessant vond aan elektronische muziek. Ik speelde altijd in punk- en blackmetalbands, tot ik op een punt kwam waarop ik zelf iets met elektronische muziek wilde gaan doen. Zijn manier van spelen met imperfecties, daar kon ik me heel erg in vinden.

Advertentie

Duurde het lang voordat er iets uitkwam toen jullie voor het eerst samen begonnen te spelen?
Parrish: Nee. Ik zette gewoon mijn gear aan en begon iets te maken. Wat was de eerste track? Swarm Behaviour?
Mark: Volgens mij wel.
Parrish: Die hebben we gelijk opgenomen.
Mark: In één take.
Parrish: Uitgebracht op Contort Yourself. Daarna hebben we Oorlog is Vrede opgenomen.
Mark: We gingen vooral ook experimenteren op het zoldertje.
Parrish: Ja, maar het werden wel meteen composities. Vanuit een jam werd het uitgebouwd tot een vol nummer.

Foto met dank aan Volition Immanent

Mark, je vertelde net al dat je vroeger in metalbands zat. Daar schreeuwde je nog wel harder dan hier. Is deze muziek wel hard genoeg voor je?
Mark: Haha, ja. Ik hoef me niet meer helemaal te laten gaan. Ik vind het juist mooi om te spelen met het veld daartussen, waar je iets met gevoel ook op een andere manier kan uiten. Metal en punk is natuurlijk vrij extreem, maar we willen ook dat het prettig is in een club. Het moet zich ergens begeven tussen een dansavond en een intense live-sensatie.

Wat is voor jullie de aantrekkingskracht van die harde geluiden?
Parrish: Het is gewoon hoe ik vanbinnen ben. Uitdagend en grensverleggend.
Mark: Als ik naar mezelf kijk: ik heb altijd wat moeite gehad om met mijn
gevoelens om te gaan. Ik koos voor een extreme uithoek om echt
iets te kunnen voelen. Boosheid was een goede katalysator om alles
binnen te laten. Extreme dingen komen bij mij echt binnen, of dat
nou muziek is, film of kunst.
Parrish: Het is industriële muziek. Fabrieksmuziek, weet je. Het is hetzelfde als iemand in een staalfabriek – dat heb ik nu in mijn hoofd: heel primitief, één op één, harde geluiden. Dat voel je.

Advertentie

Moet jij niet gewoon in een fabriek werken?
Parrish: Deze studio is mijn fabriek.

Zonder lopende band.
Parrish: Jawel, mét lopende band.

Ik was benieuwd wat er zou gebeuren als jullie de rollen om zouden draaien. Mark, jij produceert en Parrish zingt.
Mark: Tsja, ten eerste: ik kan absoluut niet met deze machines omgaan zoals Parrish dat kan. Ik zou het echt niet weten. Het is een goede vraag, maar ik denk niet dat het de kracht zou hebben die het nu heeft.
Parrish: Nou, ik leer wel heel veel van wat Mark doet op het podium. Hij heeft iets unieks. Hij kan een zaal helemaal inpakken met de frequenties die hij raakt. Dat is leerzaam: hoe kan je op een podium staan? Maar volgens mij is heel veel toch wel intuïtief. Onze liveshow is heel strak, maar wat ertussen gebeurt is heel vrij.

Hoe zijn jullie vlak voor een optreden? Ben je dan stil en geconcentreerd?
Parrish: Ja, alles voorbereiden. Sowieso alles goed doornemen. Dan lopen we naar de stage, kijken hoe de sfeer is.
Mark: Elkaar even vrijlaten ook, zodat je je mentaal kan voorbereiden.
Parrish: Dan kijken we hoe we de eerste track gaan beginnen. Rustig, gelijk op de stage, of even de muziek laten lopen. Dat ligt aan de vibe en hoe het publiek erbij staat.

En na afloop van een optreden?
Mark: Adrenaline. We geven alles, allebei, dus daarna is het echt even tot rust komen. Daarna ligt het aan de sfeer, maar vaak gaan we nog even een feestje vieren. We evalueren ook altijd, maar niet op de avond zelf. Soms gaan dingen minder goed, dan is het belangrijk om te bespreken.

Advertentie

Parrish, jij hebt nog een ander project op Dekmantel Festival. Je hebt voor een project van RE:VIVE een nieuwe soundtrack gemaakt voor een experimentele animatiefilm van Walter Ruttmann, een Duitse kunstenaar die later propagandafilms maakte voor de nazi’s. Had je die film zelf uitgezocht?
Parrish: Nee, dat hadden zij voor me uitgezocht. Ik denk dat ik het langste segment heb. Maar het is wel interessant met mijn achtergrond, dat ik een filmmaker heb die nazipropaganda maakte. Ik geloof trouwens niet zozeer dat hij die politieke voorkeuren had, maar dat hij zich daarin begaf. Hij was natuurlijk een grafisch vormgever en zijn stijl was heel belangrijk.

Kende je hem al?
Parrish: Nee.

Dus dan krijg je die naam, en dan kom je erachter…
Parrish: Hoe belangrijk hij is geweest.

Dat, maar ook dat het een nazi was.
Parrish: Dat maakt me niet zoveel uit.
Mark: Dat is wel interessant: wanneer is kunst goed of fout?
Parrish: Voor mij zal iemand zijn politieke of religieuze voorkeuren nooit mijn keuze veranderen. Ik zie alleen de kunst. Die kunst van hem is ook geen nazistische kunst. Het is niet in die vorm gemaakt, het was geen propaganda. Zijn film was pure abstractie. Je kan daar elk gevoel aan geven.
Mark: Je ziet het ook met mensen als Roman Polanski. Er zijn mensen die hele vervelende dingen hebben uitgevreten, maar ik probeer dat zelf altijd los van iemands werk te zien. Vaak besef je pas achteraf dat iemand nogal gekke stappen of keuzes heeft gemaakt, wat dan weer afbreuk doet aan de kunst. Zo kan je er naar kijken, maar ik probeer dat niet te doen.

Advertentie

Maar het wordt misschien wel moeilijker om iets te waarderen als je weet dat diegene hele erge dingen heeft gedaan.
Mark: Ja, ik heb ook vaak naar metalbands geluisterd van mensen die best rare, vreemde ideeën hadden.

Gebruiken jullie niet ook samples van Burzum in jullie muziek?
Parrish: Ja. Hard.
Mark: Ja, een perfect voorbeeld van iemand die gestoord is.
Parrish: Dat is het mooie, we zijn niet zozeer links of rechts. Toch?
Mark: Vroeger misschien wel, maar nu probeer ik die twee zienswijzen… ik probeer me daar niet in te mengen.

Zijn er naast muziek maken eigenlijk nog meer dingen die jullie samen doen?
Mark: Nee, niet echt. Ik denk dat we elkaar vooral in de studio zien en onderweg op tour en af en toe naar een club of zo. Hij komt weleens langs op m’n verjaardag. Voor de rest niet echt.
Parrish: We zien elkaar al vaak genoeg.

Maar altijd om muziek te maken?
Mark: Nou ja, we gaan niet samen naar het zwembad.
Parrish: Het kan wel.
Mark: Maar we doen het niet.

Misschien dat als je dat afspreekt, je dan toch muziek gaat maken.
Parrish: Ik zit vaak in de studio, ja.

Heb je naast muziek nog een baan, of leef je van muziek?
Parrish: Nee, dat is het. Gewoon: in de studio, muziek maken, wat ik in me heb eruit laten komen.

Je begint elke dag gewoon ’s ochtends?
Parrish: Dat ligt eraan. Soms ga ik eerst naar een museum. Niet om inspiratie op te doen, maar om tot rust te komen. Je krijgt zoveel impulsen in deze tijd. Dus even tot rust komen, op nul, en dan ga ik aan de slag. Dingen proberen. Soms lukt het niet, zit je vast. Dan zit ik alsnog zes uur in de studio. Kleine stapjes maken. De volgende dag gaat het dan weer sneller. Dat moet ook, weet je. Investeren. Meer kan ik niet doen toch? Ik kan alleen maar sicke shit blijven maken. That’s it.