Kunst

De dingen die je leert als je een psychiatrisch patiënt portretteert

Anno Dijkstra zat drie maanden in een instelling, maar niet voor een behandeling.

door Yoran Custers
07 december 2017, 12:00pm

Al het beeld: Anno Dijkstra

Psychiatrische instellingen prikkelen de verbeelding. Misschien vooral omdat we amper iets weten over wat er in zo’n gebouw gebeurt, en ons beeld erover gevormd wordt door dingen als films, en akelige berichten in het nieuws. Waarschijnlijk ga je er niet vanuit dat een echte kliniek vol zit met gevaarlijke gekken à la The Joker – en als dat wel zo is moet je echt nodig minder films kijken – maar dat neemt niet weg dat er makkelijk vooroordelen ontstaan over psychiatrische patiënten.

Om deze vooroordelen te bestrijden, en psychiatrische patiënten een gezicht te geven, organiseerden de stichtingen Beautiful Distress en Het Vijfde Seizoen de Beautiful Distress Kunstmanifestatie over Waanzin. Dat bestaat ook uit een tentoonstelling, waarin het werk te zien is van kunstenaars die zelf ook in een psychiatrische instelling hebben gezeten – om inspiratie op te doen, niet voor een behandeling. Die tentoonstelling is te bezoeken in Amsterdam, deels in Nieuw Dakota en deels in De School, waar vandaag ook een symposium is.

Een van deze kunstenaars is Anno Dijkstra, die in de winter van 2012 drie maanden verbleef in het voormalige psychiatrische zorgcomplex Willem Arntsz Hoeve, in Den Dolder. We vroegen hem hoe hij terugkijkt op deze tijd, en hoe hij op basis van gesprekken met een psychiatrisch patiënt een werk maakte dat nu in de tentoonstelling te zien is.

Anno Dijkstra: “Toen ik er aankwam wist ik al ongeveer wat ik wilde doen. Al die mensen die daar rondlopen zijn min of meer onzichtbaar voor de buitenwereld, dus ik wilde hen juist zichtbaar maken, door een driedimensionaal portret van iemand te creëren. De inrichting bracht me vervolgens in contact met een man die behandeld werd in een gesloten afdeling voor zwakbegaafde mensen met psychische problemen, die soms ook vanuit hun ziekte met justitie in aanraking zijn gekomen.

Hij zat in het laatste deel van zijn traject, dus ik ontmoette hem niet op het zwaarste moment van zijn verblijf. Hij kwam twee keer per week langs om model te staan, en ondertussen zijn verhaal te vertellen. In de rest van de week schreef ik die gesprekken uit, sprak ik een aantal hulpverleners en las ik over psychiatrie.

1512646835901-pag-4

Samen kletsten we heel wat af. Ik hoopte na een tijdje de beleefdheidsgrens te kunnen passeren, zodat ik ook wat dieper op de situatie in kon gaan, en dat lukte. Eerst was hij vrij politiek correct, maar het was mooi om die schillen langzamerhand weg te zien vallen. We kregen een steeds gelijkwaardigere en oprechtere band. De traagheid van het hele proces werkte in ons voordeel.

In zekere zin is hij zowel dader als slachtoffer. Hij heeft iets misdaan vanuit zijn psychiatrische ziekte – anders zat hij hier niet – maar hij is vroeger ook zelf mishandeld. In het begin kon hij vooral daar makkelijk over praten, het slachtofferverhaal. Dat is misschien ook een makkelijker verhaal om te vertellen dan het daderverhaal, want om jezelf als dader neer te zetten komt wel wat meer verantwoordelijkheid kijken. Maar dat deed hij na een tijdje.

Wat mij raakte, was dat hij tijdens zijn jeugd het heft in eigen handen nam – wat dapper is – maar dat wel op de verkeerde manier deed: hij raakte verzeild in de drugshandel. Hij probeerde er dus echt wat van te maken, en hij verdiende ook sloten met geld. Maar hij ontmoette de verkeerde mensen, die misbruik maakten van zijn zwakbegaafdheid. Hij kon ook vrij agressief zijn; mensen werden bang voor hem. Pas toen het mis ging en hij behandeld werd, leerde hij met die agressie om te gaan.

Zelf heb ik hem leren kennen als gezellige, openhartige jongen, met de lach aan z’n kont. Echt een geitenbreier, met ontzettend veel daadkracht. Hij heeft misschien zijn beperkingen, maar is niet slecht in zijn hart. Als hij een andere jeugd had gehad, was het misschien een heel andere kant opgegaan.

Uiteindelijk heb ik twee werken gemaakt: een installatie en een publicatie. In de publicatie zie je hoe de sculptuur zich langzamerhand heeft ontwikkeld, samen met tekstfragmenten uit zijn levensverhaal. In de installatie zie je het half voltooide beeldwerk, en op de grond ligt gereedschap en restjes materiaal. Daarnaast staat een monitor op een tafel, waarin dezelfde tekstfragmenten te zien zijn.

1512646897564-pag-49

Het ging me erom dat mensen zich af zouden vragen wie deze persoon is. Bestaat hij wel echt, en heeft hij deze heftige dingen inderdaad meegemaakt?

Het is een botsing tussen twee verhaallijnen. Aan de ene kant een verhaal van maakbaarheid, een hoopgevende blik richting de toekomst. We proberen die man door middel van therapieën geschikt te maken voor de samenleving, en hij doet ook zelf zijn best om iets van zijn leven te maken. Door middel van het beeldwerk krijgt hij langzamerhand letterlijk een gezicht. Dat heeft iets optimistisch.

De teksten die je leest, zijn dat juist weer niet. Ze gaan over erge dingen uit het verleden. Je vraagt je haast af waarom dit beeld überhaupt gemaakt is. Normaal gesproken maak je beelden van helden, en niet van iemand die met justitie in aanraking is gekomen.

1512646935139-IMG_2657

Het beeld zelf staat nu in mijn atelier. Voor Beautiful Distress heb ik er een videowerk van gemaakt, dat wordt afgespeeld op een monitor van 1.80 meter hoog. Daarop zie je beelden van het maakproces, terwijl de tekstfragmenten daar doorheen lopen. Ik denk dat het contrast tussen die twee verhalen zo nog duidelijker tot uiting komt.

Over het algemeen denk ik dat kunst veel voor mensen zoals hij kan betekenen. Je vliegt de situatie net even wat anders aan: doordat ik geen psychiater of hulpverlener ben, is er een andere invalshoek. Juist omdat ik niet per se iets op hoef te lossen, krijgen we ook een ander gesprek, en kan ik uiteindelijk ook een andere kant van hem laten zien. Mensen zoals hij worden hard op hun daden afgerekend – wat tot op zekere hoogte ook terecht is – maar ook de speling van het lot kan een grote rol spelen. Waar begint je verantwoordelijkheid, en waar stopt het? Dat is de vraag die je jezelf dan gaat stellen.

Drie maanden nadat ik de Willem Arntsz Hoeve verliet, mocht hij naar buiten. Ik ben daarna nog een keer samen met hem naar het Rijks gegaan, hij wilde leren schilderen.”

Het werk van Anno Dijkstra is tot en met 23 december te zien in De School. Het andere deel van de tentoonstelling, in Nieuw Dakota, is tot en met 7 januari te bezoeken. Vandaag, op donderdag 7 december, vindt in De School ook een symposium plaats, waarbij kunstenaars, ervaringsdeskundigen, beleidsmakers en het publiek samen oplossingen bedenken om de zichtbaarheid en acceptatie van psychiatrische patiënten te verbeteren. Kun je daar niet bij zijn, dan organiseert De School ook nog twee verdiepingsavonden op woensdagavond 13 december en woensdagavond 20 december , genaamd Het Klaslokaal.

Als jij of iemand in je omgeving worstelt met angsten, depressieve gevoelens of andere psychische problemen, kun je contact opnemen met MIND Korrelatie op 0900-1450 of via mindkorrelatie.nl