Quantcast
Palestina

Een korte geschiedenis van de posters van Palestijnse martelaars

Al sinds de jaren zeventig worden mensen die zijn omgekomen tijdens het conflict met Israël geëerd met posters die in de Palestijnse straten hangen.

Alaa Daraghme

Alle foto's door Alaa Daraghme

Een paar uur nadat de 19-jarige Mohammed Atta Lafi in juli 2015 stierf, verschenen er posters met zijn foto vlakbij zijn huis in het vluchtelingenkamp Qalandiya, bij Jeruzalem. Atta Lafi was een Palestijnse strijder van de al-Aqsa Martelarenbrigade. Volgens lokale media werd hij mishandeld en vermoord tijdens een Israëlische inval in het kamp.

Je ontkomt er niet aan: de posters waarop Palestijnen die omkwamen tijdens het langdurige conflict met Israël worden herdacht. Ze hangen in alle straten en steegjes in Palestijnse steden. De martelaarposters vind je overal: op winkelruiten, voordeuren, monumenten en publieke gebouwen.

De poster voor Mohammed Atta Latif


Dat begon ergens in de jaren zeventig. In die tijd werden de posters met de hand getekend. De overledene werd samen met andere symbolen uit het gevecht afgebeeld, zoals Palestijnse vlaggen of militaire slogans.

Tijdens de eerste grote opstand tegen de aanwezigheid van Israëlische troepen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, eind jaren tachtig, werden de posters op grote schaal verspreid. Plotseling doken ze overal in de regio op. De overheid van Israël beschouwde de posters als propaganda. De productie en verspreiding ervan werd verboden. Maar ondanks dat de makers van de posters een gevangenisstraf riskeerden, gingen ze gewoon door met produceren.

“Nadat het vredesakkoord van Oslo in 1993 werd getekend, konden de Palestijnen weer zonder toezicht van Israël verspreiden en drukken wat ze wilden,” vertelt Muhammad Abu Latifa, prominent lid van het bestuursorgaan in het Qalandiya-kamp. “Omdat de angst om opgepakt te worden was verdwenen, werden er meer posters dan ooit geproduceerd.”

[Een poster in het vluchtelingenkamp Jalazone, ten noorden van Ramallah


Volgens een ontwerper van posters – die alleen wilde praten op voorwaarde van anonimiteit – is het ontwerpproces de afgelopen jaren enorm veranderd. De Palestijnse vlag maakte plaats voor specifiekere politieke afbeeldingen, zoals die van de voormalige president vande regio, Yasser Arafat, of teksten uit de Koran.

Ook logo’s en kleuren van de politieke beweging waar de strijder toe behoorde kwamen erop te staan. “Op posters van Hamas-strijders stonden bijvoorbeeld oprichters Ahmed Yassin en Abdel Aziz al Rantisi. Ook werd de kleur groen veel gebruikt, de kleur van Hamas.”

De posters worden op winkels en huizen in veel Palestijnse steden geplakt


Niet alle Palestijnen zijn het eens met de boodschap die de posters verspreidt. “Aan het begin van de Palestijnse revolutie zagen mensen de posters als een manier om een individu en zijn actie te vereeuwigen,” vertelt Dr Walid Al Shurafa, professor Media en Journalistiek aan de Birzeit Universiteit op de Westelijke Jordaanoever.

“Maar tegenwoordig worden de posters ook gebruikt om het conflict te romantiseren. Een voorbeeld daarvan is het feit dat op recente posters vaak een hoop wapens worden afgebeeld.” Al Shurafa gelooft ook dat sommige politieke bewegingen de posters gebruiken voor hun eigen agenda. “Partijen die een hoop nationale invloed kwijt zijn geraakt, betalen voor de posters en laten ze afdrukken met hun eigen afbeeldingen, zodat ze relevant blijven.”

Op de posters worden vaak wapen afgebeeld, samen met het logo en de kleuren die horen bij een bepaalde politieke overtuiging


Aan het begin van de tweede Palestijnse opstand, in september 2000, werd het een gewoonte dat Palestijnse strijders hun eigen posters ontwierpen. Voordat ze stierven zochten ze een foto, teksten en kleuren uit. Mahdi Abu Ghazele, een voormalig leider van de al-Aqsa Martelarenbrigade, herinnert zich dat zijn vriend Fadi hem het ontwerp voor zijn eigen poster liet zien: een foto waarop hij naast een hoop zelfgemaakte bommen staat. Na Fadi’s dood in juni 2008, op dertigjarige leeftijd, liet Mahdi de posters afdrukken.

Ghazi Bin Ode werkt voor MADA, het Palestijnse Centrum voor Ontwikkeling en Mediavrijheid. Hij zegt dat Israëlische militairen nog steeds proberen om het printen van de posters te stoppen en dat er beslag wordt gelegd op apparatuur en voorraden. In 2016 meldde MADA dat erop zeven printlocaties werd ingebroken, en dat vier locaties permanent werden gesloten.

Toch lijken sociale media de voornaamste reden waarom de posters in de toekomst uit het straatbeeld zouden kunnen verdwijnen. Jonge Palestijnse strijders worden liever online herinnerd dan op muren in de stad. Het is moeilijk om te voorspellen hoe de toekomst eruit zal zien, maar het zal ongetwijfeld lastiger zijn om de posters te verbieden of verwijderen als ze op internet staan.