Music by VICE

Waarom muzikanten zich geen vakantie kunnen permitteren

De meeste mensen vinden muziek net zo onmisbaar als bier, koffie, sigaretten of chocolade, maar in de huidige economie is het voor de muziek veel lastiger.

door Timo Koren; illustraties door Sander Ettema
16 januari 2019, 12:24pm

Coverbeeld door Sander Ettema.

Met Eurosonic Noorderslag voor de boeg hebben we het de komende week weer uitgebreid over de mallemolen van de muziekindustrie. Onze stukken vind je allemaal op een overzichtelijke pagina.

Benny Rodrigues vertelde pas geleden aan Resident Advisor dat hij z'n eigen administratie doet. Op de vraag waarom hij geen assistent inhuurt, zei hij: “Draaien voelt niet als werk, dus vond ik het nodig iets te doen dat ik niet leuk vindt, maar moet doen, zodat ik het gevoel heb dat ik het verdien.” Het laat een bescheiden dankbaarheid zien, een schuldgevoel bijna, van iemand die al sinds hij jong was professioneel muzikant wilde worden. Het stelt ook de vraag of iets doen waar je van houdt telt als een baan, of eigenlijk niks meer is dan een geprofessionaliseerde hobby.

De muziekindustrie herstelt nog steeds van de mp3-crisis, streamingopbrengsten zijn nog steeds relatief laag, bezuinigingsmaatregelen brokkelen de infrastructuur af en de meeste muzikanten zijn voor hun dagelijks onderhoud afhankelijk van optredens. In deze onzekere tijden is het de liefde voor muziek die muzikanten ertoe beweegt te accepteren dat vergoedingen nu eenmaal laag zijn, er niet echt sprake is van een onderscheid tussen werk en vrije tijd, en dat de toekomst onzeker is. Is er onder deze omstandigheden eigenlijk nog wel tijd om zonder schuldgevoel te ontspannen, om bijvoorbeeld eens op vakantie te gaan?

Dit stuk is geen zelfhulpboek dat muzikanten uitlegt hoe ze moeten ontspannen. Het is vooral een overzicht dat laat zien waarom het onder de huidige omstandigheden voor muzikanten steeds moeilijker wordt om een dag helemaal vrij te nemen, om een keer niet dat vervelende stemmetje in je hoofd te horen dat zegt dat je eigenlijk moet werken. Hoe, in feite, een nog precairder arbeidsmilieu ervoor zorgt dat muzikanten de huidige situatie niet alleen accepteren, maar zelfs internaliseren. In een onderzoek uit 2014 naar onafhankelijke muzikanten in Toronto, leggen economisch geografen Brian Hracs en Deborah Leslie uit hoe de mp3-crisis die in de late jaren negentig begon het werk in de muziekindustrie heeft veranderd. Hoewel streamen illegaal downloaden grotendeels heeft vervangen, zijn deze veranderingen nog steeds relevant. De wetenschappers merken op dat het idee van een muzikant die in dienst is bij een label inmiddels als archaïsch wordt gezien en dat eigenlijk alle muzikanten tegenwoordig freelance werken. Internet biedt bovendien de middelen om je muziek onafhankelijk te produceren, promoten en distribueren, hoewel veel muzikanten er nog steeds voor kiezen om bij een label te tekenen.

De beperkte streamingopbrengsten zorgen ervoor dat vrijwel alle muzikanten financieel afhankelijk zijn van touren en optreden. Daarnaast wordt aanwezigheid op sociale media als essentieel gezien voor wie een muziekcarrière nastreeft. Hracs en Leslie stellen dat, hoewel uiterlijk en podiumpersoonlijkheid altijd al belangrijk waren, deze twee ontwikkelingen ervoor zorgen dat het imago van acts ook achter de coulissen constant wordt gepromoot, bijvoorbeeld door updates op sociale media. Muzikanten hebben vaak een manier om met het verschil tussen op en achter het podium om te gaan, bijvoorbeeld door bepaalde kleren alleen tijdens optredens te dragen of een extravagante podiumpersoonlijkheid te ontwikkelen die contrasteert met hun meer introverte, alledaagse zelf. Met de komst van sociale media, moeten artiesten nieuwe manieren vinden om werk van vrije tijd te onderscheiden.

De studie van Hracs en Leslie bouwt voort op die van cultuursociologen Joanne Entwistle en Elizabeth Wissinger naar de modeindustrie. Laatstgenoemden onderzochten het constante werk dat modellen verrichten om ervoor te zorgen dat ze er goed uitzien. Door de hoge eisen die de modeindustrie stelt, betekent dit dat modellen nooit écht een dag vrij hebben, omdat hun lichaam, dat constant onderhoud vereist, het product is. Voor veel muzikanten, met name zangers en soloartiesten, zijn hun looks ook onderdeel van hun aantrekkingskracht. Entwistle en Wissinger omschrijven dat werk als esthetische arbeid, voortbouwend op het concept emotionele arbeid dat de Amerikaanse socioloog Arlie Hochschild in de jaren tachtig introduceerde, toen ze observeerde dat van stewardessen op lange vluchten altijd verwacht wordt dat ze blijven glimlachen en aardig doen tegen passagiers, zelfs als ze zich eigenlijk slecht voelen.

Deze voorbeelden laten zien dat het vervaagde onderscheid tussen werk en vrije tijd bij lange na niet uniek is voor muzikanten, maar velen zullen het toch herkenbaar vinden, zeker als ze op tour zijn. Opkomende bands die in kleine zalen spelen zullen vaker de druk voelen om zich na de show in het publiek te mengen, merchandise te verkopen en op de foto te gaan met fans. Die druk om een publieke persoonlijkheid te zijn zorgt ervoor dat het werk na het optreden nog niet gedaan is. Gezien alcohol altijd beschikbaar is, is de verleiding groot om ongezonde eet- en drinkgewoontes aan te nemen. Art Brut-zanger Eddie Argos omschreef touren in een interview met Stereogum treffend: “Je springt anderhalf uur in het rond, drinkt heel veel, eet een pizza en gaat knock-out.” Veel muzikanten kunnen zich tegenwoordig helemaal geen rocksterleven meer permitteren, gezien ze zo veel tijd kwijt zijn aan administratie en marketing, en het niet bezwijken voor de verleidingen van het tourleven.

Omdat de middelen om muziek uit te brengen veel democratischer zijn geworden, is er meer muziek beschikbaar dan ooit tevoren, wat het nog moeilijker maakt voor nieuwe acts om een reputatie op te bouwen. Want hoewel er meer muziek beschikbaar is, zijn de mogelijkheden om geld te verdienen niet toegenomen: streamen en de hernieuwde populariteit van vinyl compenseren de daling in cd-verkoop nog niet en er is geen reden om aan te nemen dat er ineens veel meer poppodia bijkomen. Je zou dus kunnen beargumenteren dat de concurrentie is toegenomen, wat betekent dat onder veel muzikanten het gevoel heerst dat je je het niet kunt permitteren om een dag vrij te nemen, omdat er onder het enorme aanbod aan nieuwe acts altijd wel iemand is die je plaats inneemt.

Of, zoals dj The Black Madonna pas tweette: “Ik ben zo’n vijf jaar niet zo lang vrij geweest. Ik ben vergeten wat mensen eigenlijk doen als ze thuis zijn. Ik raakte gisteravond in de war en zette *zelf* het fornuis aan en heb een maaltijd bereid!” De tweet laat zien hoe muzikanten het gevoel internaliseren dat ze altijd aan het werk zijn of zouden moeten zijn. Dat kan ervoor zorgen dat ze geen kans kunnen laten liggen, gedreven door het gevoel dat hun succes over kan zijn voor ze er erg in hebben. Zoals sociaalwetenschapper Andrew Ross stelt: voor de zoektocht naar autonomie, om de muziek te maken die je wil maken en het werk te kunnen doen waar je van houdt, moet je grote offers brengen.

Vandaag de dag wordt concurrentie in de muziekwereld als zo vanzelfsprekend beschouwd, dat het doet denken aan wat de cultuurtheoreticus Mark Fisher ‘capitalist realism’ noemde, verwijzend naar het idee dat het onmogelijk is een wereld zonder kapitalisme voor te stellen. De belangrijke vraag die overblijft: is er een alternatief? Ik denk dat er een aantal belangrijke lessen uit bovenstaande wetenschappelijke bevindingen te trekken zijn. De eerste is om het maken van muziek altijd als werk en niet als hobby te zien; je jezelf eraan te blijven herinneren dat zelfs wanneer je van je werk houdt, je exploitatie niet zou moeten accepteren. De tweede is om actief te lobbyen voor meer publiek geld voor de kunsten, bijvoorbeeld voor betere, op de kunsten toegeruste sociale zekerheid waardoor de (financiële, gezondheidsgerelateerde en sociale) kosten van een muziekcarrière nastreven afnemen. De meeste mensen zullen muziek net zo onmisbaar als bier, koffie, sigaretten of chocolade vinden, maar in de huidige economie heeft muziek het veel lastiger, waardoor er overheidssteun nodig is. De derde is om samenwerking te verkiezen boven competitie. Door muzikanten geleide ondersteuningsnetwerken kunnen helpen bij het opzetten van duurzame carrières. Laten we hopen dat deze strategieën tot meer vakantiedagen kunnen leiden.

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.