Identiteit

40 mensen keken via Facebook Live naar een groepsverkrachting en niemand belde de politie

De politie denkt dat meer dan 40 mensen live meekeken naar een groepsverkrachting van een meisje uit Chicago. We vroegen een demograaf waarom mensen aarzelen om in te grijpen als het om seksueel geweld gaat.

door Kimberly Lawson
04 april 2017, 1:45pm

Foto door Guille Faingold via Stocksy 

Een van de jongens die beschuldigd wordt van betrokkenheid bij een groepsverkrachting van een tiener uit Chicago, die live te volgen was via Facebook, is afgelopen weekend gearresteerd. De veertienjarige is veroordeeld voor meerdere strafbare feiten: voor het aanzetten tot seksueel geweld en voor het maken en het verspreiden van kinderporno. De politie zegt naar verwachting meerdere aanhoudingen te kunnen doen, inclusief degene die het incident heeft gefilmd.

Het meisje werd opgegeven als vermist op 19 maart, en twee dagen later werd ze in de buurt van haar huis gevonden. Volgens de politie is de 15-jarige naar een plek "gelokt" bij iemand die ze kent, waar ze vervolgens door zes mannen seksueel misbruikt werd. De volgende dag vertelde familieleden van het meisje aan de politie dat ze de aanval van de jongens hadden kunnen volgen via een livestream op Facebook. Ze lieten screenshots zien als bewijs.

De politie denkt dat er minstens 40 mensen hebben gekeken naar het gewelddadige incident, maar dat niemand de autoriteiten heeft ingeschakeld.

Ook nu het meisje weer terug is bij haar familie wordt ze nog lastiggevallen, zegt de politie. "Ze heeft het heel moeilijk, alleen al met het in woorden kunnen vatten van wat haar precies is aangedaan," zei commissaris Brendan Deenihan afgelopen zondag. "Wij hebben inderdaad een video van het incident, dus we hebben tastbaar bewijs van wat er precies is gebeurd met deze jonge vrouw; ze heeft het momenteel erg zwaar. En daarbovenop komt dan nog de sociale-mediamachine – het pesten [van het meisje] en het ridiculiseren van wat er is gebeurd."

Het is niet de eerste keer dat sociale-mediagebruikers via Facebook Live getuige zijn van verschrikkelijke misdaden, en het is ook niet de eerste keer in Chicago. Afgelopen januari werden vier mensen vervolgd voor een 'haatmisdrijf', waarbij ze een gehandicapte man ontvoerden en mishandelden, wat ze online zouden hebben gestreamd. De video zou meer dan 62.000 keer bekeken zijn voor-ie werd verwijderd.

Een van de grootste problemen is de mythe of de aanname dat vrouwen er 'eigenlijk om vragen' als ze zich op een bepaalde manier gedragen.

"In de nasleep van dit soort verhalen verbazen mensen zich over de harteloosheid van Amerikanen: geven ze dan niks om de medemens?" zei Arthur Lurigio, professor in de psychologie aan de Loyola University Chicago vorig jaar in een interview. "Dat is vaak de eerste reactie: hoe kun je toekijken, hoe kun je niets doen terwijl iemand geweld wordt aangedaan?"

Maar Lurigio denkt dat het gebrek aan actie ook kan komen door onzekerheid. "Er is een zekere mate van ambiguïteit als het gaat om de morele of maatschappelijke noodzaak om in te grijpen bij dit soort situaties, en er zit ook een element van zelfbescherming in."

Volgens een onderzoek dat vorige maand werd gepubliceerd in de Journal of Interpersonal Violence, zegt slechts een derde van de ondervraagden dat ze in sprongen toen ze getuige waren (of zouden zijn) van seksueel geweld. "Dat betekent dat het merendeel van de bevolking zulk soort situaties niet ervaart als een noodsituatie – misschien omdat ze plaatsvonden in een afgesloten verleden, of omdat het slachtoffer niet in onafwendbaar gevaar lijkt te zijn, of misschien is de grens om daadwerkelijk in te grijpen hoger dan de voordelen die dat kan opleveren."

"En wat er ook nog bij komt," zegt Abigail Weitzman, researcher bij het bevolkingsonderzoeksbureau van de Universiteit in Michigan en een van de auteurs van het onderzoek, "het gemiddelde individu is ongeveer 5 tot 10 keer meer geneigd om in te grijpen als het om iemand gaat die ze kennen (een kennis, familielid of vriend) dan bij iemand die ze niet kennen. Dat betekent in de praktijk dat veel mensen niets doen als ze diegene niet of vaag kennen."

Weitzman geeft tal van redenen waarom mensen kunnen aarzelen om in te grijpen. "Een van de grootste problemen wordt veroorzaakt door mythes over verkrachtingen – over de geloofwaardigheid ervan, over de overtuiging dat vrouwen er 'eigenlijk' om vragen als ze zich op een bepaalde manier gedragen," legt ze uit aan Broadly.

"Deze overtuigingen kunnen bijdragen aan de onzekerheid of verwarring op het moment dat iemand getuige is of hoort van een specifiek incident. En een ander groot probleem is het gebrek aan kennis over hoe te reageren: veel mensen weten niet precies wat ze moeten doen, en ze ervaren een gevoel dat het niet hun plek is om iets te doen, omdat ze het slachtofferschap zien als iet persoonlijks, als iets dat privé is." Of ze schrikken volgens Weitzman af door verhalen over structurele discriminatie vanuit de politie tegenover bepaalde gemeenschappen, of door het gebrek aan maatschappelijke ondersteuning voor de mensen die zich er wel mee bemoeien.

"Eerder onderzoek heeft laten zien dat hoe meer omstanders er zijn bij een incident, hoe minder kans er is dat iemand ingrijpt," zegt Weitzman. "Een interpretatie van deze conclusie is dat hoe meer mensen getuige zijn, hoe meer elk individu denkt dat de ander wel iets zal doen (waarbij ze hun eigen verantwoordelijkheidsgevoel teniet doen). En omdat sociale media gebruikt worden als een wijdverspreid publiek forum, zou deze aanname ook kunnen gelden voor dit geval in Chicago."