Een boot van Greenpeace in Antarctica
Alle foto's door Andrew McConnell / Greenpeace
klimaatverandering

De strijd van Greenpeace tegen wanpraktijken in Antarctica

Ik ging met milieuactivisten mee op volle zee, waar de organisatie strijdt tegen 'overslag', een ernstige bedreiging voor onze oceanen.
08 april 2020, 9:56am

Een team van tien onderzoekers, campagnevoerders en technici zit aan een tafel in een geïmproviseerd maritiem kantoortje. Iedereen buigt zich naar een klein televisieschermpje toe.

Sophie Cooke informeert de groep internationale activisten – uit China, Rusland, Turkije, Mexico en Groot-Brittannië – over hun aankomende missie. We grijpen allemaal af en toe gedwongen naar een boekenplank als een grote golf de boot hevig laat schommelen.

Al wekenlang volgt Cooke vanaf het Greenpeace-schip MV Esperanza de schepen die in en uit de wateren rondom de Zuidelijke Orkneyeilanden komen. Dat is een eilandengroep die in een afgelegen hoek van Antarctica ligt.

1585150229353-GP0STUMVO_PressMedia

Hoofdonderzoeker Sophie Cooke volgt een ‘reefer’, een gekoeld vrachtschip. Het schip bevindt zich in de Zuidelijke Oceaan en is op weg naar de Zuidelijke Orkneyeilanden. De MV Esperanza vaart op dat moment in de Straat Drake

Ik ga met Greenpeace mee voor de laatste loodjes van een project dat een jaar lang duurde. De organisatie reisde van de Noordpool naar de Zuidpool om de aandacht te vestigen op de existentiële bedreigingen waar onze oceanen – die maar liefst 71 procent van onze planeet beslaan – mee te maken hebben. Door een combinatie van onderzoek en directe acties kwam Greenpeace achter de grootste uitdagingen waarmee de oceanen worden geconfronteerd, zoals klimaatverandering, plasticvervuiling, diepzeemijnbouw en olieboringen.

Er wonen veel pinguïns, walvissen en zeehonden op Antarctica. Het gebied is de laatste, vrijwel ongerepte wildernis op aarde, die nauwelijks door de mensheid is aangeraakt. Maar de beschutte baaien van de Zuidelijke Orneyeilanden zijn in de afgelopen jaren een knooppunt geworden voor iets wat ‘overslag’ heet. Dat is een grotendeels ongereglementeerd proces, waarin vissersboten hun vangst naar vrachtschepen overbrengen en in ruil daarvoor weer bevoorraad worden. Greenpeace wil het met deze expeditie onder de aandacht brengen.

Overslag is namelijk een complex en ondoorzichtig proces – en vormt in kwetsbare ecosystemen zoals Antarctica risico's voor het milieu en de mens. Het lijkt er nu op dat Greenpeace eindelijk een doelwit in hun vizier heeft.

“We merkten dit overslagschip – de Taganrogskiy Zaliv – een paar dagen geleden op,” zegt Cooke, terwijl ze een korrelige foto van het 143 meter lange schip laat zien. “Toen het gisterochtend de Falklandeilanden passeerde, wisten we dat ze hierheen zouden komen.”

Cooke haalt een digitale kaart tevoorschijn, met lijnen erop die de wereld doorkruisen. Ze laat het team zien waar het schip de afgelopen maanden naartoe is gevaren – van West-Afrika naar Brazilië en nu door de oceaan langs de kust van Argentinië. “Als ze deze koers aanhoudt”, vervolgt Cooke, “komt ze rechtstreeks op ons af.”

Ik word eraan herinnerd dat er geen aanwijzingen zijn dat de Taganrogskiy Zaliv illegale activiteiten heeft ondernomen. Sterker nog, er is geen reden om te vermoeden dat het schip ook maar één wet heeft overtreden. Maar dat is volgens Greenpeace juist een deel van het probleem. Ze zeggen dat ons internationale systeem voor het bewaken en beschermen van onze oceanen gewoon niet geschikt is. En ze hopen dat zo snel mogelijk te veranderen, door acties te ondernemen die ik straks ga meemaken.

De Taganrogskiy Zaliv staat geregistreerd bij het lege vennootschap Delia Navigation Corp, op 80 Broad Street in Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Het is een adres dat keer op keer terugkomt in documenten van de Paradise Papers en de Panama Papers. Liberia is een belastingparadijs dat populair is voor scheepsregistratie. Buitenlandse eigenaren registreren er hun schepen vaak om de hogere belastingen en strengere arbeidswetten in hun eigen land te ontwijken. De Taganrogskiy Zaliv voert ook nog eens de vlag van Panama, wat betekent dat de eigenaren, als ze dat zouden willen, hun werknemers minder kunnen betalen en aan lossere regels hoeven te voldoen. Ook kunnen de eigenaren op deze manier zelf inkomstenbelasting ontwijken.

De Taganrogskiy Zaliv wordt beheerd door de familie Laskaridis, een van de rijkste families van Griekenland. Panos en Thanasis Laskaridis, twee broers, richtten in 1977 een scheepvaartbedrijf op. Daarna bouwden ze hun imperium uit en investeerden ze niet alleen in schepen, maar ook in hotels, casino's en zelfs een luchtvaartmaatschappij. Tegenwoordig woont Thanasis Laskaridis in Londen. De familie Laskaridis wilde aan VICE niet bevestigen of ze het schip daadwerkelijk bezitten, maar ze waren in het verleden wel de uiteindelijke begunstigden van minstens drie schepen met dezelfde naam.

1585152668308-GP0STUM2E_PressMedia

Will McCallum schildert de woorden ‘Ocean Destroyer’ op een fender die hij op Elephant Island vond

Op 15 december 2019 om vijf uur ’s middags vertrok de Taganrogskiy Zaliv vanuit Rio de Janeiro. Vier dagen later kwam het schip aan in een gebied voor de kust van Argentinië dat bekendstaat als het blauwe gat: een uitgestrekt stuk oceaan met een uniek ecosysteem. Uit satellietgegevens blijkt dat het schip er meer dan twee maanden bleef, en gedurende een lange periode zag het ernaar uit dat er overslag van goederen plaatsvond.

Het toezicht op de visserij en de bescherming van onze oceanen wordt geregeld met een hoop complexe voorschriften. Kustlanden kunnen een exclusieve economische zone instellen over de wateren die tot 200 zeemijlen van hun kust liggen. Daar valt 42 procent van de oceanen van de planeet onder. De landen die zo’n zone instellen zijn verantwoordelijk voor het duurzame beheer van de natuur in het gebied. Overal buiten deze onzichtbare grenzen ligt de open zee, oftewel: de bijna volledig niet-bestuurde internationale wateren.

In een poging om orde in de totale chaos aan te brengen – de vangst op open zee is sinds de jaren vijftig met 400 procent gestegen – werden er een aantal regionale intergouvernementele instanties opgericht, die specifieke gebieden moeten beschermen. Ze zijn alleen niet echt succesvol, omdat het een gefragmenteerde oplossing is voor een overduidelijk wereldwijd probleem.

Het blauwe gat in de Zuidwest-Atlantische Oceaan, waar de Taganrogskiy Zaliv afgelopen januari en februari lag, is zelfs nog kwetsbaarder. Er is daar vrijwel geen enkele vorm van bestuur, en als boten er vissen – wat soms met meer dan 400 tegelijk gebeurt – is het iedereen voor zich.

1585150576401-GP0STUMVK_PressMedia

Alena Kislitsina traint aan boord van de Esperanza in het Beaglekanaal, op weg naar Antarctica

Schepen in het blauwe gat zijn afhankelijk van overslag. Gekoelde vrachtschepen (die ook wel ‘reefers’ genoemd worden), zoals de Taganrogskiy Zaliv, reizen de wereld rond om vissersboten te helpen in de meest afgelegen gebieden. Ze ruilen eten, brandstof en arbeiders voor vis. De reefer kan die vis aan land brengen en de vissersboten kunnen zo blijven vissen. Daardoor kan er allerlei wangedrag optreden, omdat er geen politie, controle of toezicht is. Er zijn veel gevallen van mensenrechtenschendingen bekend: in 2015 werden meer dan 2000 tot slaaf gemaakte vissers uit Myanmar, Thailand, Cambodja en Laos op trawlers (een type vissersschip) gered. Ze werden verhandeld via overslag, leefden in afschuwelijke omstandigheden en sommigen werden al meer dan 20 jaar op het schip gevangen gehouden. Nogmaals, er zijn geen aanwijzingen dat het bedrijf van de familie Laskaridis bij zulke activiteiten betrokken is.

Via overslag komt ook illegale, ongemelde en ongereglementeerde vis (die bekendstaat als ‘IOO’) op de wereldwijde markt.

Illegale en ongemelde vis verwijst naar vis die is gevangen in schending van staatswetten of internationale overeenkomsten. Maar de vis uit plekken als het blauwe gat is ongereglementeerd: niemand zal ooit weten wie de vis heeft gevangen, hoe ze dat hebben gedaan, en of het milieu daardoor verwoest is. En als die vis aan boord van reefers wordt geladen en in dezelfde vriezers als de gereglementeerde vis wordt gegooid, is alles witgewassen. Het is dan onmogelijk om de herkomst van de vis nog te achterhalen. Al met al wordt geschat dat IOO-visserij jaarlijks tussen de 10 en 23,5 miljard dollar waard is. Dat is dus tussen de 9,2 en 21,6 miljard euro.

Schimmige vissersboten zijn niet het enige probleem. De eigenaren van de reefers die hen operationeel houden, moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen. In de afgelopen drie jaar heeft Greenpeace ongeveer 1600 schepen geïdentificeerd die onderdeel lijken te zijn van dit wereldwijde netwerk.

De Taganrogskiy Zaliv is een van hen, en beweegt zich steeds dichter naar ons toe. Greenpeace heeft hun activiteit nauwkeurig bestudeerd en gelooft dat er ongereglementeerde vis aan boord van het schip is.

1585151646932-GP0STUN38_PressMedia

Alena Kislitsina van Greenpeace spreekt met de Russische reefer Taganrogskiy Zaliv, in de buurt van de Zuidelijke Orkneyeilanden

We zijn slechts 14 zeemijl verwijderd van de oevers van Coronation Island als ik plotseling een overweldigende stank in mijn hut ruik. Ik doe mijn pooluitrusting aan en loop het dek op om wat frisse lucht te halen. Er zwemmen een paar pinguïns naast onze boot. Aan de andere kant van de MV Esperanza heeft zich een kleine menigte verzameld: er is namelijk een handjevol enorme vissersschepen is aan de horizon verschenen.

De visserij op krill begon op Antarctica in de jaren zestig. De eerste schepen die hier op de kleine garnaalachtige wezens visten, kwamen uit de Sovjet-Unie.

Tegenwoordig bestaat de Antarctische visserij uit schepen uit Noorwegen, Oekraïne, Rusland, Japan en Zuid-Korea. Het komt vaak voor dat de drijvende fabrieken meer dan een jaar constant aan het werk zijn, omdat ze zo ver van land en mensen verwijderd zijn. Net zoals de schepen die in de Zuid-Atlantische Oceaan werken, is de krill-visserij in Antarctica afhankelijk van overslag – mogelijk gemaakt door schepen als de Taganrogskiy Zaliv. Het is namelijk bijna onmogelijk om een winstgevende visserij op Antarctica te hebben, als de boten regelmatig naar een haven zouden moeten terugkeren.

In 2018 had Greenpeace een doorbraak in hun Antarctische campagne. De organisatie ontdekte dat de krill-vissersboten dieren bedreigden door de krill voor de neus van pinguïns en walvissen weg te vissen. Greenpeace voerde harde actie tegen Aker BioMarine, het Noorse bedrijf dat in het Antarctische gebied vist. Door alle publiek druk voelde de industrie zich gedwongen om daarop te reageren. Uiteindelijk slaagde Greenpeace erin om Aker BioMarine ertoe te bewegen hun campagne te ondersteunen. Het bedrijf hielp mee een vrijwillige overeenkomst op te stellen, waarmee schepen niet-betreedbare zones kunnen opstellen – tot wel 40 kilometer van het dichtstbijzijnde land.

1585151771187-GP0STULW6_PressMedia

De bemanning van de Esperanza maakt een opblaasbare boot gebruiksklaar

Greenpeace hoopt dat een vergelijkbare actie ook z’n vruchten zal afwerpen bij overslagschepen. VICE schreef eerder dat er in de afgelopen drie jaar 26 reefers actief waren in het Antarctisch gebied. In die tijd wilden de havenautoriteiten die schepen 168 keer inspecteren. In minstens 119 gevallen mislukten die inspecties – een mislukkingspercentage van 70 procent. En juist in dit soort wateren kunnen de gevolgen catastrofaal zijn, als het misgaat.

Neem bijvoorbeeld de Uruguay Reefer, die in 2017 zonk na een overslag in Antarctica. De bemanning van 43 mensen werd veilig geëvacueerd, maar de reefer zonk naar de bodem van de oceaan – naar verluidt met 560 ton zware stookolie (HFO) aan boord. Het gebruik van HFO is in Antarctica verboden wegens de ernstige risico’s voor het milieu.

De Uruguay Reefer was ook eigendom van de familie Laskaridis, die eigenaar is van een van de grootste vloten van internationaal opererende reefers. De Uruguay Reefer was verreweg het grootste schip van Antarctica. En hoewel de regering van de Falklandeilanden aan VICE bevestigde dat zij van mening is dat de Uruguay HFO bij zich had, betwist de familie Laskaridis dat. Zij kon echter geen commentaar geven, wegens lopende juridische procedures.

Terug aan boord van de Esperanza praat Alena Kislitsina – een Greenpeace-activist die in Moskou woont – in het Russisch met de bemanning van de Taganrogskiy Zaliv. Het schip staat op het punt de zestigste breedtegraad over te steken, wat het begin is van de beschermde Antarctische wateren. Ze bevestigen dat er vis uit het ongereglementeerde blauwe gat in hun ruim zit. Kislitsina vraagt hen om terug te keren, maar dat verzoek dat wordt genegeerd.

“Als je schepen – waarvan sommige onbekende eigenaren hebben of varen onder vlaggen van landen die lagere gezondheids- en veiligheidsnormen hebben – toestaat om in de ongereglementeerde wateren van de Zuidwestelijke Atlantische Oceaan te opereren, kun je niet beweren dat de Antarctische Oceaan goed wordt gemanaged,” zegt Will McCallum, Head of Oceans bij Greenpeace, tegen me in de scheepslounge.

Elke visserij die duurzaamheid en transparantie serieus neemt, mag volgens McCallum niet toestaan dat schepen met ongereglementeerde vis aan boord en slechte gezondheids- en veiligheidsgegevens in Antarctica opereren. “Daarmee worden ze medeplichtig aan IOO-visserij en schendingen van het arbeidsrecht op zee,” zegt hij. De familie Laskaridis is het niet eens met de conclusies van Greenpeace en zegt dat veel problemen met hun schepen in Antarctica klein zijn en onmiddellijk worden verholpen.

1585151894104-GP0STUNKA_PressMedia

De Zuidelijke Orkneyeilanden

Buiten is het amper licht, maar om 6 uur ’s ochtends op de dag van de actie zindert het al op ons schip. We hebben dekking gezocht achter een ijsberg, in de hoop dat de bemanning aan boord van de Taganrogskiy Zaliv niet ziet wat we aan het doen zijn – en het Greenpeace-team dus wat kostbare extra tijd heeft om zich voor te bereiden. Er is een team dat een kraan gebruikt om een fender met de woorden ‘Ocean Destroyer’ in het water te laten. Een fender is een enorme rubberen bumper, die gebruikt wordt om schepen zo dicht mogelijk bij elkaar te laten komen als ze overslag willen laten plaatsvinden. Het Greenpeace-team heeft ‘m een nieuw doel gegeven, nadat ze ‘m aangespoeld en omringd door pinguïns op een Antarctisch strand vonden.

Ondertussen voert een team van klimmers, dat vanaf een speedboot zonder toestemming aan boord van de Taganrogskiy Zaliv zal gaan, de laatste controles uit. Het team van drie is al dagenlang aan het trainen voor deze lastige operatie. Met een volledige pooluitrusting aan zullen ze ladders aan de achtersteven van de reefer bevestigen, waarna het de bedoeling is dat ze aan boord van de reefer klauteren om het schip te inspecteren. Als ze vallen, komen ze in het ijskoude water onder hen terecht. Ze willen controleren of er aan de gezondheids- en veiligheidsnormen wordt voldaan en willen persoonlijk de IOO-vis zien, die het doelwit bij zich heeft.

Deze directe acties voelen vaak aan alsof Greenpeace het recht in eigen handen neemt. De organisatie is uiteraard van plan om een vreedzame demonstratie te houden om de aandacht van de wereld te trekken, maar de activisten willen ook echt graag het schip inspecteren. Er is hier tenslotte niemand anders die de moeite neemt om het te doen.

1585150320903-GP0STUNKC_PressMedia

Greenpeace-activisten gaan aan boord van de Taganrogskiy Zaliv, om een inspectie uit te voeren. De reefer was op weg om overslag uit te voeren.

Een drone stijgt op om van bovenaf te filmen. Fernando, de kapitein van de Esperanza, geeft via de luidspreker het signaal dat we gaan beginnen. Ik stap aan boord van een aparte speedboot, die vlak achter de klimmers aan racet, en kijk toe hoe ze – met behulp van palen, klemmen en karabijnhaken – aan boord van de reefer proberen te komen.

Na twee mislukte pogingen om hun ladders vast te klemmen, lukt het ze. Een voor een klimmen de Greenpeace-activisten omhoog. Hoewel hun verzoek om de boot te inspecteren uiteindelijk werd afgewezen, hopen ze dat voor iedereen aan boord – en voor de eigenaren en autoriteiten die later zullen horen wat er is gebeurd – de boodschap duidelijk is: ze gaan door met dit soort acties totdat de reefers eindelijk hun zaakjes op orde hebben.

“Het probleem met deze industrie is deels dat ze zo ver van land opereert,” zegt McCallum, die de reefer ook wilde inspecteren, als de actie voorbij is. “Je weet het: uit het zicht, uit het hart. Landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en hun wetten in internationale wateren gaan handhaven. We hebben ook een mondiaal oceaanverdrag nodig, waarmee de lacunes in de jurisdictie op volle zee kunnen worden gedicht. En we moeten dit allemaal echt snel doen.”

Afhankelijk van hoe het coronavirus zich ontwikkelt, zullen later dit jaar internationale afgevaardigden bijeenkomen op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, voor de Intergovernmental Conference on Marine Biodiversity of Areas Beyond National Jurisdiction. Na twee jaar werk is het de bedoeling dat dit de laatste bijeenkomst is, waarna er eindelijk een internationaal verdrag ter bescherming van de natuur op volle zee zal zijn.

1585152733657-GP0STUM1F_PressMedia

Greenpeace-activisten die een fender met de boodschap ‘Ocean Destroyer’ op sleeptouw nemen

Greenpeace beweert dat 30 procent van de oceanen in de wereld tegen 2030 moet worden beschermd, om ervoor te zorgen dat ze onze planeet van voedsel kunnen blijven voorzien. Ook kunnen ze dan een cruciale rol blijven spelen in het op peil houden van het mondiale klimaat. Om dit te helpen bereiken, wil Greenpeace dat er dringend actie wordt ondernomen tegen overslag. Volgens de organisatie zou geen enkel schip dat een bedreiging vormt voor het milieu of de veiligheid van werknemers aan overslag mogen doen.

Professor Rashid Sumaila, directeur van de Fisheries Economics Research Unit aan de Universiteit van Brits-Columbia in Canada, is van mening dat visserijen het beste helemaal kunnen stoppen met vissen op volle zee. “In ons laatste onderzoek hebben we ontdekt dat het de biodiversiteit radicaal zou verbeteren,” vertelt hij me via Skype. “En niet alleen in die gebieden, maar ook op visplekken die onder de nationale wetgevingen vallen.”

De wetenschap is over dit onderwerp duidelijk: als we delen van onze oceanen voorgoed met rust laten, hebben ze tijd om te genezen. En omdat vissen vissen zijn, zullen ze ook snel de gebieden in zwemmen waar ze met strengere controles kunnen worden gevangen. Dat zou volgens Sumaila ook een veel rechtvaardiger systeem opleveren. Op dit moment vissen de vijf grootste visserslanden meer dan 60 procent van de waarde uit de volle zee. Dat is natuurlijk niet eerlijk, omdat deze oceanen van ons allemaal zouden moeten zijn. Daarnaast zou dit plan ook goed zijn voor de arbeiders aan boord van vissersboten: dwangarbeid en moderne slavernij zijn veel moeilijker te verhullen als er autoriteiten zijn om de wet te handhaven.

Na mijn telefoontje met de professor wil ik het dek op. Een bericht in de whatsappgroep van het schip informeert me dat we tot stilstand komen. Ik stap naar buiten, de bittere kou in, en zie dat we aan alle kanten zijn omringd door walvissen. Ik tel er minstens veertig, die zich door de vallende sneeuw in alle richtingen verspreiden. Meer dan welke Greenpeace-stunt, grafiek of statistiek dan ook, zijn dit de dingen die ons er duidelijk aan herinneren wat we te verliezen hebben.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE UK