Sport

Hoe Martin Koopman bondscoach werd op de Malediven

"Ik heb me ook eens laten onderdompelen door een voodoo-priester."

door Guus Hetterscheid
19 februari 2020, 12:00pm

Als ik denk aan de Malediven, dan denk ik aan resorts, hagelwitte stranden en idyllische duikspots waar het wemelt van de manta’s en walvishaaien. Een land waar voetballers komen om te relaxen. Wat blijkt? Op de Malediven – 155ste op de FIFA ranking, tussen Maleisië en Nieuw-Caledonië – nemen ze voetbal bloedserieus.

Martin Koopman (63) uit Wezep is sinds een paar weken bondscoach van het nationale mannenelftal op de Malediven. René Hiddink (de broer van) is zijn rechterhand. Koopman begon zijn trainerscarrière in de jaren negentig gewoon in Nederland, bij clubs als FC Den Bosch en SC Veendam, maar de afgelopen decennia trekt hij de hele wereld over. Als ik hem bel om te praten over zijn nieuwe avontuur, heeft hij anekdotes over het Caribisch gebied, Congo, China en Saoedi-Arabië en een rollebollende Aad de Mos.

VICE: Ha Martin, hoe bevallen de eerste weken op de Malediven?
Martin Koopman: We zijn heel goed ontvangen. Maar google de Malediven eens; hier zijn echt de mooiste stranden. Hoewel ik nu als ik naar buiten kijk vooral beton zie. René en ik verblijven in een hotel op het hoofdeiland Malé, een soort betonnen jungle met veel hoogbouw. De straten stromen hier elke ochtend vol met ronkende auto’s en scooters. Het enige groen op Malé zijn drie voetbalvelden. Maar de Malediven bestaan uit 1200 eilandjes. Als we vrij hebben, maken we een boottocht en nemen we een duik tussen van die grote vissen.

Hoe is het om bondscoach te zijn van de nummer 155 op de FIFA-wereldranglijst?
Ik ben aangenaam verrast door hoe professioneel alles geregeld is bij de voetbalbond. Ze houden van doorpakken. Als ze zeggen dat er iets wordt geregeld, gebeurt dat direct. Ik was in de afgelopen drie jaar technisch directeur en bondscoach bij de voetbalbond van Aruba, en daar gaan alle ideeën de kast in. Dat was ook een van de redenen dat ik daar weg ben gegaan.

Koopman op de Malediven
Koopman tijdens zijn presentatie op de Malediven.

Hoe kwam je terecht bij de Malediven?
Dat contact ontstond via een makelaar. Ik dacht: de Malediven, daar ben ik nog nooit geweest. Waarom niet? Ik heb wel even met mijn vrouw gesproken. Zij is een Arubaanse. We zijn al veertig jaar samen, dat hoor je niet meer zo vaak hè? Maar goed, voor haar was Aruba thuiskomen, dus ze woont er nog steeds. Ze gunt mij dit nieuwe avontuur.

Op de site van de voetbalbond van de Malediven las ik dat president Bassam Adeel Jaleel hoopt dat René en jij ‘total football by Johan Cruyff and the Barcelona way’ gaan invoeren bij de nationale ploeg. Is dat mogelijk?
De bond wil meer voetbal in de ploeg krijgen, maar ze beseffen ook dat we het WK niet gaan halen. René en ik willen ze helpen om een goede organisatie neer te zetten voor de komende jaren. Onze eerste wedstrijd voor WK-kwalificatie is in maart tegen China. Dan zien we hoe we ervoor staan. Het was eerst nog maar de vraag of die wedstrijd doorging, vanwege het coronavirus, maar we spelen de wedstrijd nu in Thailand.

Technisch directeur Judan Ali heeft, zie ik op de site van de voetbalbond, een verleden in de jeugd bij Arsenal en Barcelona. Is hij een grootheid op de eilanden?
Ja, hij is hier wel bekend. Ik heb ook gehoord dat hij bij Arsenal en Barcelona heeft gespeeld, maar ik kan het nergens terugvinden. Ik ga er maar vanuit dat het zo is. Anders heeft hij een goed verhaal, haha.

Hoe begin je als de bondscoach van de Malediven aan het opbouwen van je selectie? Je kende vast niet alle spelers toen je begon.
Niemand. Ik kreeg een lijst van spelers die al eerder zijn opgeroepen en die nodigde ik uit voor een training. Het zijn allemaal semiprofs. Die jongens werken in de toeristische sector of het zijn vissers. We trainen nu drie keer per week, maar vanaf maart elke dag. Het niveau op de training valt me reuze mee. Er zit een aantal technische, snelle jongens bij. Fysiek en tactisch moet er nog wel wat gebeuren. De competitie ligt nu stil. Als die start, gaan René en ik ook op de andere eilanden scouten. Hup een vliegtuigje in, of op de boot. Wie weet nog door de jungle.

Hoe ziet het dagelijks leven van jou en René er nu uit?
We beginnen ons te settelen en hebben al gekeken naar een appartement. Ik ken René al lang en we hebben eerder samengewerkt in Ethiopië en Ghana. We zijn inmiddels goede vrienden. Vanwege de hitte trainen we om zes uur ‘s ochtends. Dan stappen we met een banaantje in de taxi, naar het trainingscomplex. Het restaurant in het hotel is zo vroeg nog niet open. In de middag gaan we lunchen. Als je een stukje wandelt is je shirt direct drijfnat. Met die temperaturen kun je beter aan het water liggen. ’s Avonds gaan René en ik buiten de deur een hapje eten, maar daarna laten we elkaar met rust – we zitten niet continu op elkaars lip.

1582113488805-PHOTO-2020-02-14-03-09-44
Koopman aan het relaxen op de Malediven.

Leeft het voetbal op de Malediven?
De mensen hier volgen vooral de Premier League. Maar er staan nu al meer toeschouwers tijdens de trainingen dan bij de vorige wedstrijden. Ik zei al dat ze entree moesten heffen. Aan de hoeveelheid pers merk ik ook dat voetbal hier leeft. Op Aruba zat ik tegenover vier journalisten, hier zijn er meer dan twintig bij de persconferenties. De een weet het beter dan de ander. Sommigen dragen zelfs spelers aan die ik moet oproepen. Ik laat ze maar hun gang gaan.

Hoe verloopt de communicatie met de spelers?
Niet iedereen spreekt Engels, maar we hebben een assistent van de Malediven die helpt. René en ik willen niet als strenge docenten voor de groep staan. Wij willen de jongens op een plezierige manier helpen om beter te worden. Aan onze humor moesten ze even wennen. Ik zei tegen een speler op de training: “Pas op, achter je! Een bal!” Hij bukken, kwam er niets aan. “Alert zijn,” zei ik. Zo hou ik de boel zo luchtig. Ze leren mij en René nu ook beter kennen. Als buitenstaander moet je je ook aanpassen aan het land en de cultuur waar je bent. Flexibel zijn. Als je rechtlijnig bent en blijft, red je het niet. De kunst is om in oplossingen te denken als je in andere landen en culturen werkt.

Jouw eerste avontuur in het buitenland, in Congo, was van korte duur. Wat gebeurde daar precies?
Dat was een wereld van verschil met hier. Ik was ook niet goed voorbereid. Het was mijn eerste klus in het buitenland. Ik was trainer van Vita Club en keek mijn ogen uit. Voor uitwedstrijden stapten we vaak in gammele vliegtuigen. Dan zag ik vanuit het raampje mensen op de trap vechten om binnen te komen. Ik had dan al het idee dat er veel te veel man aan boord waren. Op weg naar een wedstrijd scheerde het vliegtuig tijdens de landing nog weleens over de boomtoppen. Ik had normaal gesproken doodsangsten uitgestaan, maar dit keer dacht ik: dit kan er ook nog wel bij. In die maanden heb ik me ook laten onderdompelen door een voodoo-priester. Hup, zo een emmer water over me heen. Daar moet je maar in meegaan. Ik kreeg na een aantal maanden in Congo mijn salaris niet meer uitbetaald en werd ook nog uit m’n hotel gezet. Toen ben ik maar naar de Nederlandse ambassade gegaan, en weer terug naar huis.

Koopman op de Malediven
René Hiddink en Koopman samen.

Je kreeg wel de smaak te pakken: daarna ging je naar China, Griekenland, Ghana, Ethiopië, Oman en Aruba.
Ik zou er een boek over een kunnen schrijven. Ik heb zoveel moois beleefd en gekkigheid gezien. Als trainer van Shenyang Ginde in China heb ik nog eens op een vliegveld naar mijn vijf beste spelers gezocht in alle winkeltjes. Ze waren nergens te vinden. Zoeken, zoeken, maar ze bleven spoorloos. Toen zei de teammanager dat ze niet wilden bijtekenen en waren vertrokken. Dus stapten er vijf jeugdspelers die ik niet kende in het vliegtuig. Griekenland was ook bijzonder met Aad de Mos, bij Kavala. De eigenaar van de club had vaak een lange leren jas aan en een pistool in z’n binnenzak. Een onderwereldfiguur. Hij kwam de wedstrijdpremies in envelopjes rondbrengen. Aad en ik waren niet bang voor hem. Integendeel. Aad speelde ook met hem. Hij wilde altijd de opstelling weten. Dan vroeg hij Aad op maandag: “Wie spelen er?” “Woensdag hoor je het,” zei Aad. Woensdag zei Aad: “Ik weet het pas voor tachtig procent.” Dan zag je die man koken. “Als ik het vrijdag niet weet schiet ik je neer,” zei die man. “Doe maar,” zei Aad.

Hoe liep dat af?
We speelden uit tegen Panathinaikos en op de wedstrijddag hoorde die man dat we zonder spits zouden spelen. Hij zei dat-ie ons neer zou knallen als we verloren. Wij kwamen 0-1 voor. Aad rende het veld op, je kent het wel. Kreeg-ie een rode kaart. Aad de tribune op. We wonnen met 0-2 en ik hoorde van Aad dat de eigenaar hem om de nek vloog bij de 0-2, waardoor ze rollebollend over de tribune gingen. Daarbij viel het pistool uit zijn jas. Commotie alom. Die man naar dat pistool zoeken. Gelukkig raakte niemand gewond.

Je bent nu 63 jaar. Wordt de Malediven jouw laatste avontuur?
Nou, dat denk ik niet. Ik heb zoveel plezier in het verkennen van nieuwe landen en culturen, zeker in combinatie met voetbal. Het lijkt mij nog weleens mooi om bij een topclub in het Midden-Oosten te werken. Australië trekt mij ook. Er zijn ook landen waar ik zeker niet aan de slag ga, zoals Jemen. Ik ga niet in een kogelvrij vest aan het werk. Als er iets moois uit Nederland komt, zeg ik ook geen nee. Ik laat me graag verrassen.

Dit is een verhaal uit de serie VICE Sports Avonturiers, waarin Nederlandse sporters vertellen over hun ervaringen in het buitenland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

-

Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify:

Tagged:
Malediven