sekswerkers corona
Afbeelding door 
Henadzi Pechan en wildpixel, collage door de auteur
Seks

De coronacrisis kan ook op lange termijn problemen opleveren voor sekswerkers

Door een nieuw wetsvoorstel kunnen sekswerkers in Nederland binnenkort in de illegaliteit gedreven worden.
04 juni 2020, 1:10pm

De wereld ontwaakt langzaam uit zijn corona-slaap: de terrassen zijn weer open, we mogen weer in groepjes buiten samenkomen en mensen met contactberoepen zijn weer aan het werk. Nederlandse sekswerkers mogen daarentegen pas vanaf 1 september weer aan het werk, en dat terwijl veel van hen niet op overheidssteun kunnen rekenen.

Vorige week sprak VICE Marjan Wijers, jurist en lid van SekswerkExpertise. Wijers legde uit dat een groot deel van de sekswerkers in een penibele situatie is beland omdat ze niet in aanmerking komen voor de Tozo-regeling. Het gevolg is dat ze worstelen met het betalen van hun huur en eten. Hoe kan het dat er geen betere oplossingen worden bedacht door de overheid? En waarom worden sekswerkers niet vaker betrokken bij beslissingen over hun eigen werk?

Hierover spreek ik Yvette Luhrs, sekswerker, activist en maker van feministische porno. Luhrs zegt dat de politiek altijd al weinig interesse heeft gehad om sekswerkers te betrekken bij beslissingen over de branche. Het is een systematisch probleem, vertelt ze, terwijl die beslissingen een gigantische impact kunnen hebben op het leven van sekswerkers.

Luhrs legt uit dat SekswerkExpertise afgelopen april een brief stuurde naar verschillende ministers, met daarin een waarschuwing dat hoe de Tozo-regeling geregeld is, problemen zou kunnen veroorzaken. Daar kwam geen antwoord op. Op 13 mei probeerden ze het nog een keer, en stuurden ze een brandbrief naar de ministers van VWS, Sociale Zaken, Economische Zaken en Justitie en Veiligheid, met het verzoek om samen met de sector een stappenplan te maken om sekswerk op dezelfde voet en met dezelfde voorzorgsmaatregelen als andere contactberoepen vóór 1 september toe te staan. Ook werd gevraagd oplossingen te zoeken voor sekswerkers die uitgesloten worden van noodsteun en om gemeenten te stimuleren ondersteunende hulp en informatie te geven aan sekswerkers.

Naar aanleiding van de brieven zijn er kamervragen gesteld door Tweede Kamerleden Attje Kuiken (PvdA) en Achraf Bouali (D66). Ook de ChristenUnie trok aan de bel, maar uiteindelijk is er niemand van de sekswerker-belangenverenigingen gevraagd om op gesprek te komen. Ook is er nog geen reactie gekomen op de brandbrief. Er is op korte termijn dus geen oplossing. “Sekswerkers voelen zich verslagen,” vertelt Luhrs. “We weten al lang dat we niet goed behandeld worden door de overheid, maar het is verbazingwekkend dat we zo hard uitgesloten worden. Sekswerkers verliezen hun vertrouwen in de overheid, omdat we keer op keer uitgesloten worden als het gaat over beslissingen over ons vak.”

Maar die uitsluiting in crisistijd kan op lange termijn nog veel ernstigere gevolgen hebben. Volgens Quirine Lengkeek, socioloog en voorzitter van SekswerkExpertise, kan de precaire situatie van sekswerkers op dit moment leiden tot politieke beslissingen waar de branche zelf niet achter staat. In oktober vorig jaar werd namelijk flink gedebatteerd over een nieuw wetsvoorstel, de Wet Regulering Sekswerk (WRS). Met de WRS zou er een wettelijke, uniforme vergunningplicht komen voor alle prostituees en exploitanten van seksbedrijven. Het doel is de seksbranche te reguleren en misstanden tegen te gaan. Sekswerkers, exploitanten, klanten en faciliteerders van sekswerkers zonder vergunning zijn dan strafbaar. “We mochten hier online op reageren,” vertelt Lengkeek. “Uit die internetconsultatie kwam al erg snel naar voren dat sekswerkers absoluut niet achter dit voorstel staan, omdat er een hoop mis mee is.”

Lengkeek legt uit dat een van de voorwaarden om een vergunning te krijgen is dat ambtenaren moeten beslissen of de sekswerker in kwestie geschikt is om sekswerk te mogen doen. Niet enkel wordt er gelet op beheersing van de Nederlandse taal, maar ook of je weerbaar bent en voor jezelf op kan komen. Hoe dat getoetst gaat worden, is niet opgenomen in het wetsvoorstel. Zodra de ambtenaar, die dus zelf mag beslissen over de toekomst van de sekswerker, vindt dat iemand niet geschikt is, krijgt diegene geen vergunning. Bovendien zouden de gemeenten ook kunnen beslissen om simpelweg sekswerk niet toe te staan – iets wat onder de huidige wetgeving ook gebeurt, maar niet wetmatig is. Volgens Lengkeek zou deze wet sekswerk de illegaliteit in dwingen, omdat de verwachting is dat minder sekswerkers een vergunning zullen krijgen. Bovendien zou deze wet ervoor zorgen dat er een landelijk register van alle sekswerkers komt, iets wat volgens Lengkeek gevaarlijk kan zijn en de privacy van sekswerkers schendt. Er is, volgens haar, geen enkel bewijs dat registreren van sekswerkers een positief effect heeft op de branche. Het merendeel van de reacties in de internetconsultatie, was het met Lengkeek eens.

In de WRS wordt ook voorgesteld om een pooierverbod in te voeren. Het pooierverbod houdt in dat iedereen die betrokken is bij ‘onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening’ en daar financieel voordeel uithaalt, strafbaar wordt. Hier protesteerden in 2018 al veel sekswerkers tegen: uitbuiting was namelijk altijd al verboden, maar door het pooierverbod zou elk zakelijk contact met een sekswerker verboden zijn, waardoor sekswerkers geen beveiligers of chauffeurs meer zouden mogen aannemen. Ook dat is volgens Lengkeek een gevaarlijke wet die sekswerkers dwingt om ondergronds en zonder beveiliging te werken.

Toch wordt de wet, waar de branche zelf zoveel commentaar op heeft, alsnog voorgesteld aan de Tweede Kamer, vertelt Luhrs. De WRS staat namelijk nog steeds onveranderd in het coalitieakkoord. Luhrs, Lengkeek en sekswerkers die bij de belangenorganisaties werken, hebben nooit een reactie gekregen op de internetconsultatie. Ze vrezen dat de wet alsnog ongewijzigd bij de Tweede Kamer terecht zal komen. "We hebben nu geen inzicht in wat er wordt gedaan met de reacties, en hoe en wanneer het wordt voorgesteld aan de Kamer," vertelt ze. Er is dus nog steeds geen duidelijkheid over wanneer en hoe die wet doorgevoerd zal worden – en het gebrek aan duidelijkheid en transparantie beangstigt zowel Luhrs als Lengkeek. “De inhoud van deze wet komt rechtstreeks uit het programma van de ChristenUnie.” De ChristenUnie spreekt zich echter wel uit over het gebrek van overheidssteun aan de sekswerkers. “Maar in dezelfde adem zeggen ze ook dat er, samen met overheidssteun, meer gefocust moet worden op uitstapprojecten, waar weer de anti-sekswerkagenda van de partij uit doorschemert.”

Volgens Luhrs zullen de politieke partijen die koste wat het kost deze wet willen doordrukken de coronacrisis aanhalen om te illustreren dat het sekswerksysteem in Nederland kapot is. En hoewel zowel Luhrs als Lengkeek het erover eens zijn dat het seksswerksysteem aan verandering toe is, is de oplossing die deze partijen bieden het tegenovergestelde van wat volgens sekswerkorganisaties nodig is. “Onderzoek wijst uit dat voor iedereen – ook zij die onder het juk van een pooier zitten – volledige decriminalisatie juist de manier is om misstanden tegen te gaan. Zo krijgt iedereen toegang tot arbeidsrecht, zorg en respect van de overheid. Daarbij zouden we in principe nu met politieke partijen in gesprek moeten gaan over deze wet, zodat die herschreven kan worden naar wat sekswerkers en ondernemers zelf nodig achten. Maar omdat alles op dit moment stil ligt, en we niet samen kunnen komen, zien we dit niet gebeuren,” zegt Luhrs. “Ik zit nu in een luxepositie, want ik kan me nu vooral focussen op activisme. Ik ben echter niet representatief voor alle sekswerkers. Die moeten uitzoeken hoe ze hun huur kunnen betalen en hebben absoluut geen tijd voor activisme. De makkelijkste manier van verzet, zoals demonstreren of je vastketenen aan de muren van de Tweede Kamer, is nu onmogelijk voor sekswerkers. We kunnen dus nauwelijks laten horen dat we absoluut niet achter die wet staan.”

Volgens jurist Marjan Wijers van SekswerkExpertise is het gebrek aan inspraak van sekswerkers en het constante gevecht dat ze moeten voeren om niet de illegaliteit ingeduwd te worden, volledig te wijten aan het stigma dat nog steeds rust op sekswerk. “Afgelopen jaren werd er weer erg gefocust op mensenhandel in de discussie over sekswerk en dat heeft ervoor gezorgd dat sekswerkers nog steeds geen gelijke behandeling krijgen,” vertelt ze. “Een voorbeeld is het hardnekkige misverstand dat alle sekswerkers slachtoffer zouden zijn en dat geen enkele vrouw vrijwillig zou kunnen beslissen om seks te hebben tegen betaling. Je ziet dat ook bij politieke partijen, zeker de christelijke partijen die sowieso al tegen sekswerk zijn. Er is geen geld voor noodsteun, op onze brieven wordt niet gereageerd, maar de partijen roepen wel op om nog meer geld in uitstapprojecten te pompen. Deze crisis wordt door de politiek vooral gebruikt om hun eigen agenda door te drukken. Je hoort nu dan ook geregeld de vraag of dit niet het moment is om een einde te maken aan sekswerk. Die fixatie van de politiek op gedwongen sekswerk, dat slechts over vijf tot tien procent van de sekswerkers gaat, voedt het stigma op sekswerk.”