Wampie2
Sport

Hoe Wamberto een nieuw leven opbouwt tussen de koeien en paarden

We spraken hem over zijn leven in Brazilië en zijn jaren bij Ajax.
8.12.20

Een Braziliaan van 1.68 meter meldde zich in de zomer van 1998 bij de Amsterdam Arena. Wamberto de Jesus Sousa Campos maakte de overstap van Standard Luik naar Ajax. Bij het Ajax van coach Morten Olsen waren Edwin van der Sar, de broertjes De Boer, Jari Litmanen en Danny Blind nog over van het gouden team dat in 1995 de wereld had veroverd.

Nadat Marcio Santos als eerste Braziliaan bij Ajax alleen naam had gemaakt door de snelste rode kaart ooit in de Eredivisie te pakken, dribbelde Wamberto zichzelf in de basis. De aanstekelijke lach van zijn concurrent Tijani Babangida klonk daardoor steeds minder in de Arena. In de donkere Ajax-jaren rond 2000 zorgde Wampie nog voor wat vrolijkheid in Amsterdam. Zoals wanneer hij in zijn beginjaren in het Nederlands werd aangesproken, en daarop vaak antwoordde door zijn duimen op te steken en te lachen, ongeacht de boodschap van de ander. Tot januari 2004 bleef Wamberto bij Ajax, daarna ging hij via België terug naar Brazilië. 

Advertentie

Terwijl zijn drie zoons profvoetballer werden, bouwde Wamberto de afgelopen tijd een nieuw leven op in Brazilië. De laatste tijd deelt hij op Instagram foto’s waarop hij op een paard zit, met een cowboyhoed op, terwijl hij koeien drijft. Of hij poseert met twee gigantische vissen in zijn handen. Om erachter te komen hoe het leven van Wamberto er nu uitziet, belden we naar Brazilië.

VICE Sports: Ha Wamberto, op jouw Instagram zie ik foto’s waarop je met een hoed op je hoofd op een paard zit bij koeien in een stal. Ben je boer geworden?
Wamberto
: Klopt, een soort van boer, haha. Ik heb een aantal jaar geleden samen met mijn zoons Wanderson en Danilo een fazenda - een plantage uit de koloniale tijd - gekocht in Coroata, in de buurt van de stad Sao Luis, waar ik met mijn vrouw woon. De koeien die hier rondlopen gaan uiteindelijk voor de vleesindustrie naar Europa en Rusland. Braziliaans vlees is erg populair bij jullie.

Blijven de paarden waar je op rijdt wel in leven?
Jazeker, daar rijden we graag op. Ik leerde al op jonge leeftijd paardrijden. Mijn vader deed soms wat werk op een boerderij met paarden. Daar mocht ik op zitten. De eerste paar keer doet het echt pijn aan je billen, later word je één met een paard. Paarden zijn voor mij als familie. We hebben hier veel ruimte om te rijden met 800 hectare, ik ben er vaak te vinden. Bij de fazenda hebben we ons eigen voetbalveld. Ik blijf voetbalgek. In Sao Luis leid ik ook een amateurclub. Ik wil de kinderen daar helpen om via voetbal een fijner leven op te kunnen bouwen.

Wampie3.jpg

Wampie te paard. (Privéfoto)

Ik zag dat je er ook een eigen kinderopvang hebt.
Klopt, de kinderopvang heet Centro Educational Wamberto Campos en bestaat nu zo’n vijftien jaar. Die ben ik in mijn tijd bij Ajax gestart. Ik wilde iets terugdoen voor de favela waar ik ben opgegroeid. Er komen 180 tot 200 kinderen die thuis wat problemen hebben of in sommige gevallen zelfs beide ouders hebben verloren.

Je bent zelf inmiddels opa, hè. Hoe is dat?
Fantastisch. Ik ben er vroeg bij, hè. Ik ben pas 44 jaar en heb al twee kleinzoons. Ik probeer veel leuke dingen met hen te doen, misschien ook om de tijd in te halen die ik met mijn drie zoons heb gemist door het voetbal. Ik werd op mijn vijftiende al vader. Op dat moment schrok ik me kapot. Ik zat net als mijn vrouw nog op school. Ik kwam uit een hele arme familie, mijn vrouw uit een iets beter gestelde familie. Mijn familie accepteerde de zwangerschap, maar haar familie eerst niet. Ik was namelijk een jongen uit de favela, wat kon ik haar bieden? Het was een moeilijke tijd. Uiteindelijk draaiden ze bij.

Je hebt een roerige jeugd gehad voordat je naar Europa ging.
Ik zou een boek of documentaire kunnen maken over wat ik heb meegemaakt. Ik kwam uit een gezin van tien jongens en was de jongste. Mijn moeder ging elke dag langs de deuren om te kijken of ze kon helpen met schoonmaken, koken of afwassen. Ze was altijd op zoek naar werk, mijn vader ook. Hij deed soms verkeerde dingen. Laat ik het zo zeggen: hij kocht bepaalde zaken in, en verkocht die dan weer. Dat deed hij vooral om ons eten te kunnen geven. Er was altijd criminaliteit om ons heen, maar onze ouders wilden mijn broers en mij daarbij vandaan houden. Mijn oudste broer is later politieagent geworden, na jaren van survivallen.

Hoe kwam je begin jaren negentig vanuit de favela als voetballer naar België, voordat je naar Ajax ging?
Op mijn twaalfde ging ik pas voor een voetbalclub spelen. Daarvoor voetbalde ik vooral met vrienden in een zaaltje. We speelden op blote voeten. Niemand had geld voor voetbalschoenen. Het was mijn oudste broer die mijn met zijn hard verdiende geld een paar voetbalschoenen schonk. Doordat ik later bij mijn club Sampaio Correa opviel, werd ik geselecteerd voor Brazilië Onder 17. Op een WK in Italië werd ik gescout door Seraing in België. Ik werd zo de grootste hoop van mijn familie om voldoende geld te kunnen verdienen voor een beter leven. Mijn vrouw en onze oudste zoon bleven eerst achter in Brazilië. Ik woonde in België samen met elf Braziliaanse jongens. Gelukkig had de voorzitter van Seraing een Braziliaanse kok ingehuurd om te helpen met het avondeten.

Wampie6.jpg

Het voetbalveld bij de fazenda en Wamberto met zijn familie en werknemers. (Privéfoto)

Na vijf seizoenen bij Seraing in de Belgische Tweede Klasse en twee seizoenen bij Standard Luik in de Eerste Klasse, klopte Ajax bij jou aan. Hoe vond je dat?
Ik kon niet geloven dat zo’n grote club interesse had. Ik had mijn kwaliteiten, maar Ajax had een paar jaar eerder twee Champions League-finales gespeeld. Ik zag wedstrijden van Ajax in België op tv en genoot daar altijd van. Ik zei toen tegen mijn zaakwaarnemer: ik wil naar Ajax, het maakt niet uit hoeveel ze bieden.

Hoe vond je de stap van Luik naar Amsterdam?
België was mijn tweede thuis geworden, ook doordat ik al redelijk Frans sprak. Amsterdam was een nieuwe wereld en ik begreep niets van de Nederlandse taal. Ik ging in het begin veel om met Sunday Oliseh, die Frans sprak, en Dani, die Portugees sprak. Maar Edwin van der Sar hielp mij ook. Ik heb hem later ook een keer geholpen toen hij naar Brazilië kwam. In 1999 kwam hij met het Nederlands elftal naar Bahia voor een oefenwedstrijd tegen Brazilië. Ik had vakantie en zocht hem op. Edwin vroeg: “Wampie, waar kunnen we lekker eten en wat moeten we nemen?” Ik zei: “Neem acarajé, een traditioneel gerecht uit de streek. En pas op met de peper, die uit Bahia is heel pittig.” Edwin bestelde acarajé zonder pepers, maar bij andere jongens stond hun mond in de fik.

Je speelde bij Ajax ook samen met Zlatan Ibrahimovic. Hoe was jouw band met Zlatan?
Zlatan vond het grappig om foto’s van dieren uit te printen, vervolgens plakte hij die papiertjes op de kleedkamerkastjes. Voor iedereen had hij een ander dier. Bij mijn kastje hing een muis. Zlatan noemde mij een Braziliaans muisje, haha. We wilden hem een keer terugpakken en printten een foto van giraffe uit. Die plakten we bij hem op zijn kastje. Hij was woest en wilde weten wie dat had bedacht. Als je Zlatan in die tijd boos wilde maken, moest je hem giraffe noemen. Bij die ruzie met Mido sprong ik nog tussen die reuzen. Andere jongens moesten daarna nog regelmatig lachen om dat beeld van mij als vredestichter.

Op het veld konden Zlatan en jij elkaar ook prima vinden, zoals in de bekerfinale tegen FC Utrecht in 2002. Hoe kijk je terug op die wedstrijd?
Dat was een van de mooiste wedstrijden uit mijn carrière. Ik scoorde en gaf een assist bij de golden goal van Zlatan. Gelukkig was er geen VAR in die tijd, anders had mijn doelpunt niet geteld. Het was niet één centimeter buitenspel, maar een paar meter, haha. Dat zag ik later pas op de tv. Ik ben God dankbaar voor de prijzen die ik heb gewonnen en al het moois dat ik bij Ajax heb beleefd.

De bekerfinale was een van de weinige momenten dat je in de periode van Ronald Koeman bij Ajax beslissend was. Je belandde op de bank en keerde in januari 2004 terug naar België. Hoe was dat voor jou?

Ik was graag nog langer gebleven, maar meneer Koeman koos voor andere, jongere spelers. Maar het veranderde niets aan mijn liefde voor Ajax. Ik ging naar België en heb later nog kort bij FC Omniworld gespeeld. Zo kon ik dichter bij mijn zoon Danilo zijn, die in Jong Ajax speelde. Ik wilde bij hem zijn om te helpen bij de start van zijn carrière. Nu speelt Danilo op Cyprus. Mijn jongere zoon Wanderson speelt nu bij Krasnodar in Rusland, waar mijn andere zoon Wambertinho bij hem woont, om hem te helpen.

Vond je het jammer dat zowel Danilo als Wanderson het eerste van Ajax niet haalde?
Het was mooi geweest, maar ze bewandelen hun eigen pad in het leven. Wanderson speelt nu in de Champions League met Krasnodar en is niet ver verwijderd van een uitnodiging voor de Rode Duivels. Mijn zoons hebben net als ik een Belgisch paspoort. Ik ben trots op mijn drie zoons. En mijn kleinzoons. In de toekomst neem ik ze een keer mee naar de talentendag bij Ajax. Wie weet horen jullie later meer van hen.

Wampie5.jpg

Wamberto met een vis, en zwemmend met zijn vrouw. (Privéfoto)

Een paar jaar terug zagen we je weer bij Ajax rondlopen. Toen heb je David Neres geholpen toch?
Klopt, Edwin van der Sar belde mij of ik David wilde helpen om zijn weg te vinden in Nederland en bij Ajax. Ik heb nog altijd een woning in Amstelveen. Ik heb veel met David gesproken over het leven in Nederland en wat hij kon verwachten bij Ajax. Hij vond dat heel fijn. Nu zijn z’n moeder en broer ook in Nederland, en heeft hij een vriendin en een kindje. Ik vind het mooi om te zien dat hij nu Antony helpt om te settelen. Ook in Danilo, die nu bij FC Twente speelt, heb ik veel vertrouwen. Het zou mij als Braziliaan er trots maken als ze ooit met z’n drieën de aanval vormen bij Ajax. In Brazilië krijgt Ajax dankzij Neres en Antony nu ook veel aandacht. Toen ik bij Ajax speelde, wist niet eens iedereen in Brazilië dat ik Braziliaans was.

O, hoe zat dat?
Ik speelde met Ajax een keer in de Champions League tegen AC Milan, waar mijn landgenoot Cafú speelde. Ik sprintte hem voorbij. Hij zei met handgebaren en in het Italiaans dat ik niet zo snel moest rennen. Ik lachte en reageerde in het Braziliaans. Toen was hij wel verbaasd. Hij dacht dat ik net als Clarence Seedorf uit Suriname kwam. Mijn naam komt niet veel voor in Brazilië. Ik ben vernoemd naar een bekende voetballer uit de regio Sao Luis, waar vroeger Nederlandse kolonisten zaten. En Suriname is niet ver bij ons vandaan. Misschien is mijn naam door Nederlandse invloeden ontstaan. Ik ben ook een beetje Nederlander geworden. Na de coronatijd zoek ik mijn vrienden in Amsterdam snel weer op.

-

Dit is een verhaal uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin we gestopte profvoetballers interviewen over de levens die ze opbouwen na hun voetbalcarrières. Check hier alle verhalen uit deze serie. Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify: