Illustratie van het Coca Buton logo.
Illustratie: Juta.

De Italiaanse likeur die gemaakt is met cocabladeren

Eind 19e eeuw vond niemand het raar om sterke drank te maken met cocabladeren, maar aangezien het ingrediënt ‘cocaïne’ toch wel een ding bleek, hebben maar weinig cokedrankjes het overleefd. Dit is een daarvan.
Giorgia Cannarella
Bologna, IT
Juta
illustraties door Juta
20.5.21

Toen ik voor het eerst hoorde dat iemand een sterke drank had gemaakt op basis van cocabladeren, zag ik een illegale stokerij voor me in een of andere aftandse kelder, met hippies die net een geestverruimende reis in de Andes hadden gemaakt. Het bleek toch net wat anders in elkaar te zitten. Er zit namelijk een hartstikke legitiem bedrijf achter Coca Buton, zoals dit likeurtje heet. De makers ervan hebben zich gevestigd in San Lazzaro di Savena, een stadje vlak buiten Bologna.

Advertentie

Het bedrijf is onlangs gekocht door Amaro Montenegro, een bekend Italiaans drankmerk. Het verhaal achter dit drankje begint aan het einde van de negentiende eeuw, toen er in de Europese en Amerikaanse keukens al druk geëxperimenteerd werd met cocabladeren. Een handjevol reizigers was geïnspireerd geraakt door de manier waarop inheemse volken in Peru, Bolivia en Colombia de plant gebruikten tegen vermoeidheid en dus besloten ze aan de slag te gaan met de energieverhogende bladeren.

In de jaren vijftig van de negentiende eeuw wisten scheikundigen het actieve ingrediënt van cocabladeren te extraheren, wat de Duitse scheikundige Albert Niemann in 1860 ‘cocaïne’ zou noemen. Rond dezelfde tijd begon de Franse scheikundige Angelo Mariani wijn te infuseren met cocabladeren, wat hij later zou verkopen onder de naam Vin Mariani. Er waren die tijd wel meer cocawijnen, maar deze werd erg populair binnen de adel, in de literaire en artistieke wereld en zelf bij paus Leo XIII.

De Amerikaanse farmaceut John Pemberton raakte geïnspireerd door dit succes en ontwikkelde iets soortgelijks: Pemberton’s French Wine Coca. Maar hij had zijn drankje amper op de markt gebracht of de county waarin hij woonde verbood de verkoop van alcohol – dat er coke in zat was verder prima. Pemberton probeerde het in 1885 opnieuw met een ander recept, een zoetere variant zonder alcohol, wat uiteindelijk de basis zou vormen van  Coca-Cola.

Advertentie

“Cocabladeren waren een beetje de Red Bull van de negentiende eeuw,” zegt Fulvio Piccinino, voormalig barman en oprichter van Sapere Bere, een Italiaanse website die gewijd is aan sterke drank. Oftewel: als je eind negentiende eeuw toevallig een drankje wilde maken waar je veel energie van kreeg, sprak het redelijk voor zich dat er ook cocabladeren in verwerkt waren.

Binnen deze context werd ook Coca Buton uitgevonden door Jean Bouton, die zelf in Frankrijk geboren werd en afstamde van een Franse familie die in de buurt van Bologna woonde. Wanneer dat precies gebeurde is niet bekend, maar dankzij deze reclameposter weten we dat het drankje in 1876 in ieder geval al in omloop was.

Tegenwoordig begrijpen we al veel beter wat cocabladeren precies doen met het menselijke brein: we weten nu dat cocabladeren niet verslavend zijn wanneer je erop kauwt, terwijl cocaïne dat wel is. Maar in de achttiende eeuw was dat nog niet zo bekend. In Vin Mariani zou bijvoorbeeld een combinatie zitten van cocabladeren en daadwerkelijke cocaïne. Pas begin twintigste eeuw realiseerde men zich dat je er verslaafd aan kon raken, met alle gevolgen vandien.

Ondertussen was Coca-Cola overgekocht door de zakenman Asa G. Candler, die het goedje ook per fles ging verkopen. Het was al populair in de witte middenklasse, maar door die beslissing werd het ook toegankelijk voor de zwarte gemeenschappen. Historicus Grace Elizabeth Hale schreef in 2013 in The New York Times dat de witte middenklasse zich zorgen maakte dat Afro-Amerikanen er opstandiger van werden en in een soort verkrachters zouden veranderden. Of in “negro cocaine fiends”, zoals sommige kranten schreven.

Advertentie

Als gevolg van deze ophef – en het feit dat de wet rond cocaïne werd aangepast – besloot Candler het recept in 1903 te veranderen en de cocaïne te vervangen door meer suiker en cafeïne. Elf jaar later werd cocaïne officieel verboden in de Verenigde Staten. Het bedrijf probeerde in de jaren hierna de sporen van de psychoactieve effecten van deze plant zo veel mogelijk te elimineren, al gaat er een theorie rond dat de coke pas echt volledig uit het drankje was verdwenen in 1929. Het verbeterde recept maakte nog steeds gebruik van extracten uit cocabladeren en het aroma 7X.

Hoewel de gevaren van cocaïne al bekend waren, werd het pas in 1961 internationaal verboden. Maar in het geval van Coca Buton hoefde er eigenlijk niet zoveel aan het recept te worden aangepast, aangezien de psychoactieve effecten tijdens het distilleerproces al op een natuurlijke wijze geëlimineerd werden.

Een voormalige werknemer van Amaro Montenegro, die wegens privacyredenen niet met haar naam in dit stuk wilde, zegt dat er strak wordt toegezien op het productieproces. “De cocabladeren worden geïmporteerd uit Bolivia en Peru en vervolgens in een kluis bewaard,” zegt ze. “Zodra we het aroma hebben geëxtraheerd, worden ze teruggebracht naar de Guardia di Finanza [een afdeling van de Italiaanse politie]. Daar worden ze stuk voor stuk geteld.”

Dat strenge toezicht bestaat niet alleen bij Coca Buton. Ook absint valt in deze categorie, omdat er in absintalsem – een van de hoofdbestanddelen – een substantie zit die thujon heet en giftig is in grote hoeveelheden. Daarom kreeg deze drank begin twintigste eeuw ook een wat slechte reputatie. Maar dat je er bij langdurig gebruik van kunt hallucineren komt waarschijnlijk eerder door het hoge alcoholpercentage, dat meestal op zo’n 70 procent ligt.

In Europa mag drank met absintalsem niet meer dan 35 milligram thujon bevatten, en in de Verenigde Staten zelfs maar 10 miligram. Daarom mag sommige Europese drank niet naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd, zoals de Alpenlikeur Genepy, die ook extracten bevat van het geslacht alsem (waar absintalsem een soort van is).

Advertentie

Coca Buton is tegenwoordig niet per se populair. Het is lichtgroen, dik, erg aromatisch en zoet. “Het is een beetje zoals absint. Mensen verwachten er veel van vanwege het verhaal dat erachter zit, maar uiteindelijk is het ook maar gewoon een digestief,” zegt Piccinino. “En je marketing puur baseren op de verboden allure is geen goede langetermijnstrategie.”

Coca Buton is dus zeker niet zo riskant als het misschien klinkt. Wel heeft het een paar neven en nichten in het buitenland, zoals Agwa de Bolivia, dat in Amsterdam wordt gemaakt van Boliviaanse cocabladeren, en Amuerte, een gin met cocabladeren die in België wordt gestookt. In 2017 maakte Vin Mariani zelfs nog een comeback – maar dan zonder cocaïne – nadat het 102 jaar niet op de markt was verschenen.

Dat neemt niet weg dat Coca Buton staat voor een periode uit onze geschiedenis waarin druk werd geëxperimenteerd met cocabladeren, in plaats van dat het in het verdomhoekje werd gedrukt. In 2009 verzocht Bolivia – waar de cocaplant legaal verbouwd en geconsumeerd mag worden door inheemse mensen – bij de Verenigde Naties of het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen uit 1961 herzien kon worden, zodat cocaïne wel verboden zou blijven maar cocaplanten niet. Belangenorganisaties hebben er ook op gewezen dat het verbod op cocaplanten gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs dat achterhaald is, en dat er een racistische blik van uitgaat ten opzichte van inheemse tradities.

Misschien dat we er op een dag niet zo moeilijk meer over doen, maar in de tussentijd kun je in ieder geval prima van je Coca Buton nippen. Puur of met ijs, voor en na het eten, warm en koud. Ook kun je de Saigon-cocktail proberen, wat eigenlijk een Siciliaans recept is waarbij de likeur gemengd wordt met wodka, vermouth en citroengranita. Of het heel lekker is, is een tweede, maar ieder zijn smaak, zullen we maar zeggen.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Italië.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.