Stuff

Ik speelde Pokémon Go met een bejaard dametje om verleden en toekomst samen te brengen

Ik was benieuwd wat iemand die de allereerste telefoon nog bewust heeft meegemaakt zou vinden van augmented reality. Samen met Aldi (81) ging ik op Pokémon-jacht.
14.7.16

Aldi. (Alle foto's door de auteur)

"Dus dat is een smartphone?" vraagt Aldi (81) als ik haar thuis op kom halen en haar mijn telefoon geef. Mijn zoektocht naar een ouder persoon die niet op de hoogte is van alle hedendaagse technische snufjes is duidelijk geslaagd. Ik wilde graag weten hoe iemand die de opkomst van de vaste telefoon nog heeft meegemaakt een augmented reality-spel zou ervaren.

Aldi was 11 toen haar ouders in 1946 hun eerste telefoon kregen en heeft nu een oude gsm zonder internetverbinding, dus Pokémon Go is helemaal nieuw voor haar. De hype voelt voor mij een beetje alsof ik bewust kennis maak met de toekomst – daarom leek het me interessant om iemand met nog veel meer verleden dan ik ermee in contact te brengen. Om die stap nog groter te maken. Zou iemand uit het Interbellum eigenlijk nog enthousiast worden van zoveel technologische vernieuwing?

"Ik was net bij de tandarts, en daar hoorde ik dat dit een gevaarlijk spel is, dat mensen er van onder een auto komen omdat ze de hele tijd op hun telefoon kijken, dus laten we het spelen op een veilige plek," zegt Aldi voordat we beginnen. "Ik wil wel gewoon heelhuids thuiskomen." We besluiten naar een park vlakbij te gaan.

Op m'n telefoon zie ik dat er misschien een Pokémon te vangen valt aan het begin van het park. Ik wil er snel naartoe lopen, maar Aldi zegt dat ze me niet kan bijhouden. Wanneer we bij het park aankomen zit een groepje tieners op een bankje met hun telefoon in de hand. De Pokémon kunnen we niet meer vinden.

Gelukkig zitten er nog een hoop andere Pokémon in het park. Even verderop verschijnt een Shellder op het scherm. Ik help Aldi hem te vangen; we hebben maar twee Pokéballs nodig. Ik ben erg enthousiast, maar Aldi blijft vrij nuchter onder haar eerste gevangen Pokémon. Zelf heb ik ook nog niet zoveel gespeeld en ik ben dan ook pas bij level 3. Ik leg haar uit dat we daarom nog niet naar de gym verderop in het park kunnen, omdat je daarvoor minstens bij level 5 moet zijn, en dat we helaas dus niet kunnen vechten met andere trainers. "Tja, het zal allemaal wel," reageert ze na mijn uitleg.

Vervolgens lopen we een half uur rond zonder Pokémon te zien. "Misschien kun je fluiten en dan komen ze?" stelt Aldi voor. Ik zeg dat dat helaas niet gaat helpen. "Oh jammer. Ik weet verder ook niet hoe je die beestjes kunt lokken, ik loop gewoon mee."

De het-zal-allemaal-wel ik-loop-gewoon-mee-instelling van Aldi is tot nu toe de rode draad van onze zoektocht. Een spel waarbij de realiteit en de digitale wereld in elkaar overlopen heeft op haar allesbehalve een 'WOOOW'-effect, wat ik zelf toch nog steeds best wel ervaar. Ze heeft het tussen het speuren door veel liever over haar vakantie naar Malta ("deze keer toch maar een groepsreis geboekt, anders merkt niemand het als ik niet meer wakker wordt"), haar kleinzoon ("slimme jongen, houdt van boeken") en haar dagelijkse bezigheden ("ik heb het niet zo druk"). Ik besef dat dit spel voor iemand die al ruim acht decennia lang op deze aarde rondloopt gewoon weer de zoveelste triviale gebeurtenis is, en dat je op die leeftijd dondersgoed weet wat je wel en niet belangrijk vindt. Pokémon Go is voor Aldi zeer, zeer onbelangrijk.

Ondanks dat het Aldi niet echt veel kan schelen wil ik toch nog minstens één andere Pokémon met haar vangen. Met het gevaar overreden te worden besluiten we daarom het park uit te lopen, waar we al snel een Rattata tegenkomen.

Aldi vangt hem met één enkele Pokéball, zonder mijn hulp. Ze mag dan niet dolenthousiast zijn over deze hype, toch lijk ik een vleugje trots te bespeuren. "Als je me als tiener had verteld had dat ik nu zo'n spel zou spelen op een telefoon, en zo'n beestje zou vangen, dan had ik me daar niks bij kunnen voorstellen. Jeetje, je kunt echt van alles met die telefoons tegenwoordig."

"Daar zie ik een beestje," zegt Aldi als we teruglopen naar haar huis. Ik kijk op het scherm en zie niks, maar als ik goed kijk naar de plek waar ze op doelt, zie ik een konijntje hupsen. "Ik vond het heel gezellig om met je te wandelen vandaag, maar dat spelletje doet me niet zoveel. Ik vind een echt beestje toch leuker dan op de telefoon."