FYI.

This story is over 5 years old.

Hé, is er toevallig nog wat poep- en scheetonderzoek?

Jep. Wetenschappers hebben gekwantificeerd wat verschillende mensen nou vinden van poepen en scheten.

​Als iets me gelukkig kan maken, dan is het wel wetenschappelijk onderzoek naar de schijnbaar triviale, maar niettemin grote problemen des levens. Wetenschappers keren deze problemen meestal de rug toe, vaak omdat ze bang zijn om in de ogen van hun familie, collega's of de media "die snotguy" of "die poeponderzoeker" te worden. Maar soms, heel soms, zijn er wetenschappers die hier schijt aan hebben en gekwantificeerde antwoorden gaan zoeken voor alledaagse dingen. Dingen als poepen. En wat mensen daarvan vinden. Waar ze bang voor zijn en wat erger is: als iemand je poep ziet of als iemand de geur ruikt die je achterlaat. Real shit.

Advertentie

Onlangs kwam ik weer zo'n onderzoek tegen. Fecal Matters: Habitus, Embodiments and Deviance is de titel van een paper dat in 2005 gepubliceerd werd in het journal Social Problems door onderzoekers van Indiana University.

De wetenschappers gingen op zoek naar wat het nou precies is dat mensen zo eng, vervelend of erg vinden aan poepen in het openbaar – waar ze zich het meest voor schamen, of ze scheetgeluiden geinig vinden en wie ze écht niet mag horen kakken.

Voor het onderzoek vroegen ze 176 deelnemers om openhartig te praten over het breien van bruine truien, in ruil voor $10 beltegoed. De deelnemers werden verder gecategoriseerd op gender en seksuele voorkeur (mannen, vrouwen, non-heteroseksuele mannen en non-heteroseksuele vrouwen), omdat de wetenschappers om verschillende redenen geloofden dat dit invloed zou hebben op de manier waarop deze groepen dachten over menselijke behoefte. Vervolgens werden ze in een interview gevraagd naar hun gedachten en gevoelens over hun poep.

Behalve dat het mijn kinderachtige gevoel voor humor prikkelt om een onderzoek over poepen en scheten te lezen, is het ook erg leuk om te lezen hoe de onderzoekers wetenschappelijk taalgebruik aanwenden om hierover te praten. Zo valt vrij vertaald in de methode van het onderzoek te lezen "Er werd ook gevraagd naar de specifieke strategieën die aangewend worden om te vermijden dat verschillende zintuigen aanstoot nemen aan ontlasting" en moest ik ook erg lachen om een stuk waarin ze proberen uit te leggen dat het normaal is onder jonge mannen om "pis- en scheetwedstrijden te houden en scheten in de fik te steken." Maar misschien ligt dat aan mij.

Advertentie

De wetenschappers probeerden met hun interviews de verschillen te kwantificeren tussen de verschillende genders en seksuele voorkeuren. Dat resulteerde in de volgende grafiek:

Omdat je op internet zit en niet betaald krijgt om naar dit soort grafieken te kijken, destilleer ik er wel wat conclusies er voor je uit. We zouden bijvoorbeeld kunnen concluderen dat niet-heteroseksuele vrouwen scheetgeluiden echt niet geinig vinden. En dat heteroseksuele mannen extreem ongemakkelijk worden van vrouwen die ze horen kakken. En dat non-heteroseksuele mannen het minst vaak opzettelijk scheten laten.

Tevens onderzochten ze bij wie de meeste mensen zich schamen bij het poepen, waar de volgende tabel uit voortkomt:

De resultaten zijn niet bepaald verrassend: mensen schamen zich het meest om te poepen in de buurt van mensen waar ze verliefd op zijn, net mee daten, of niet goed kennen. Poepen in de buurt van je geliefde is voor iedereen best wel prima.

Dat is allemaal redelijk interessante info, maar waarom zijn zoveel mensen zo ongemakkelijk over iets dat iedereen zo vaak doet? De onderzoekers stellen in het begin van het onderzoek de term 'Body betrayal' voor, wat zich laat vertalen tot lichaamsverraad – de controle verliezen over je lichaamsfuncties, iets dat je als kind wordt afgeleerd.

Volgens hen ligt dit verraad aan de basis van poepschaamte, naast de 'afstand' die je in de ogen van andere mensen tot je ontlasting hebt. Een drol die doorgespoeld wordt, wordt niet gezien en is niet bij je in de buurt – blijft de drol echter liggen omdat de wc niet doorspoelt, en je komt iemand op weg uit de wc tegen, dan is de drol toch ineens heel 'dichtbij.' Het beeld wat de ander op dat moment van je heeft rijmt niet met het beeld dat je wil projecteren, en daardoor voel je volgens de onderzoekers schaamte. Hetzelfde geldt trouwens voor geur en geluid.

Heteroseksuele vrouwen kampen daarnaast ook nog eens met het culturele beeld van 'vrouwelijkheid,' waar poep en scheten niet bij horen. In het geval van wc-bezoek is "gender veel meer dan alleen een oppervlaktefenomeen, het is verweven met de meest intieme lichamelijke functies," aldus het paper.

De resultaten lijken misschien niet superrelevant of vernieuwend, maar​ zoals ik rond kerst betoogde, blijft het belangrijk om met een wetenschappelijke bril te kijken naar alledaagse dingen. Misschien is het tijd om het taboe dat op dit soort onderzoek – en poepende vrouwen – rust, te doorbreken. Iedereen poept. En iedereen wil lezen over onderzoek naar poep.