Ik las een jaar lang alleen maar boeken van vrouwen en dat zou jij ook moeten doen

Kayleigh van Oorschot

Bestaat er zoiets als een typische vrouwenstem in de literatuur? Daar worden vrouwelijke schrijvers namelijk al eeuwenlang van beticht.

ILLUSTRATIE DOOR TITIA HOOGENDOORN

Al jarenlang houd ik in mijn boekenboekje bij wat ik allemaal lees, ik stel jaarlijkse 'leesdoelen' vast, en ik heb Ulysses van James Joyce zonder al te veel moeite gelezen. En behalve boekenwurm ben ik ook feminist: in mijn tinderbio omschrijf ik mezelf als intersectionalist, mijn hele familie heeft We should all be feminists van Chimamanda Adichie van me cadeau gekregen, en ik haat het als mensen spreken over 'typisch' vrouwen- of mannengedrag.

Maar op een avond in januari van vorig jaar stond ik naar mijn boekenkast te kijken en zag ik dat er aanzienlijk minder vrouwelijke dan mannelijke auteurs in stonden. De gedachte die daaruit volgde: zou dat ook betekenen dat ik minder boeken van vrouwelijke auteurs lees, zonder dat ik het doorheb?

Omdat ik een vrouw van aanpakken ben, besloot ik een experiment aan te gaan: een jaar lang zou ik alleen maar boeken lezen van vrouwen. Wat zou ik daarvan merken? Bestaat er inderdaad iets als een typische vrouwenstem in de literatuur? Daar worden vrouwelijke auteurs namelijk al eeuwenlang van beticht, en het wordt vaak aangevoerd als argument om geen 'vrouwenboeken' te hoeven lezen. In het voorwoord dat Charlotte Brönte in 1850 voor Wuthering Heights schreef (een boek van haar zus Emily), legt ze uit waarom ze allebei vaak onder een mannelijk pseudoniem schreven:

"…without at that time suspecting that our mode of writing and thinking was not what is called 'feminine' – we had a vague impression that authoresses are liable to be looked on with prejudice; we noticed how critics sometimes use for their chastisement the weapon of personality, and for their reward, a flattery, which is not true praise."

Dit was natuurlijk in de negentiende eeuw, toen vrouwen sowieso nog een status aparte genoten. Maar zijn de tijden wel veranderd? Niña Weijers schreef in 2014 een essay voor NRC, waarin ze zei:

"Toen ik het zelf overigens waagde een aantal ideeën over het leven en de wereld in mijn roman te verwerken, werd ik door een handjevol mannen beschuldigd van prietpraat en 'Viva-filosofietjes'. Van schrijfster Esther Gerritsen vernam ik later dat feitelijk iedere vrouwelijke schrijver dit overkomt op enig moment, het hoort erbij, pas na wat serieuze prijsnominaties ebt het weg."

Ook als kind had ik al een hekel aan spelen en wilde ik niets liever dan lezen

Ook als kind had ik al een hekel aan spelen en wilde ik niets liever dan lezen

Vrouwen worden er dus nog altijd van beschuldigd een 'vrouwenstem' te hebben, en blijkbaar is dat iets negatiefs. Zou ik zelf die 'vrouwenstem' kunnen achterhalen als ik een jaar lang geen mannen zou lezen? En zou ik van al die vrouwelijke auteurs een wijzer mens worden, of juist prietpratiger? Gelukkiger wellicht, of juist niet?

Vragen waar ik geen antwoorden op had, dus ben ik het maar gewoon gaan doen. In totaal las ik in een jaar tijd 26 boeken van vrouwelijke auteurs, om de week een nieuwe, van zowel Nederlandse als internationale schrijvers – de lijst met titels vind je onderaan dit artikel.

Ik ben niet de eerste die dit doet: de Amerikaanse journalist Rachel Perkens schreef voor de blog xoJane al eens over haar bevindingen van een vergelijkbaar experiment, en Lilit Marcus ging haar voor in 2013. Maar lezen over iemands ervaringen is anders dan het zelf ondergaan. En bovendien: ondanks deze veelgelezen artikelen, ondanks het feit dat de feministisch-literaire organisatie VIDA het jaar 2014 al uitriep als 'het jaar van de vrouwelijke auteur', en ondanks mijn eigen feministische inborst, stond mijn boekenkast vol mannen.

Dus was het tijd om aan de slag te gaan. Hieronder vind je de meest opvallende praktische en inhoudelijke zaken waar ik tegenaan liep.

Ik moest boeken gaan kopen

Dit bedoel ik niet gierig, maar boeken kopen was gewoon iets wat ik al best een tijd niet had hoeven doen. In voorgaande jaren waren mijn boeken nooit 'uit' of 'op' – ik woonde een jaar geleden namelijk nog samen met mijn ex, en hij houdt zo mogelijk nog meer van lezen dan ik. Dus hadden we zes Billy's vol staan met boeken, maar dus met te weinig titels van vrouwelijke auteurs om een jaar mee vooruit te kunnen.

Hoe dat mogelijk is, zelfs in mijn (en zijn – de ex kan prima door voor feminist) boekenkast? Dat heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met het simpele feit dat vrouwen in de boekenwereld ondervertegenwoordigd zijn. Om die verhoudingen te onderzoeken, heeft de Lezeres des Vaderlands een jaar lang (in 2016) acht Nederlandse en Vlaamse boekenbijlagen in kranten en tijdschriften bijgehouden. De tot nu toe anonieme blogger turfde welk geslacht de auteurs van gerecenseerde boeken hadden, en welk geslacht de recensenten hadden. Vrouwen zijn in beide categorieën ondervertegenwoordigd: terwijl 40 procent van de in 2016 uitgegeven boeken door vrouwen zijn geschreven, was de gemiddelde aandacht voor vrouwelijke auteurs slechts 30 procent. Boeken van vrouwen worden minder besproken, zijn daardoor minder prominent aanwezig in boekwinkels, en komen dus minder snel terecht in mijn of jouw boekenkast.

Ik hoefde me niet te verplaatsen in een mannelijk perspectief

In de boeken die ik las van vrouwelijke auteurs, kwamen relatief veel vrouwelijke hoofdpersonen voor. Hierdoor realiseerde ik me dat ik vóór dit experiment gewend was om me in te leven in voornamelijk mannelijke hoofdpersonen. Ik stelde aan mijn toenmalige geliefde voor of hij om die reden ook niet eens wat vaker vrouwelijke auteurs zou moeten lezen. Zijn reactie: "Nee, vrouwelijke hoofdpersonen interesseren me gewoon minder." Hij kon zich zogenaamd minder goed inleven in vrouwelijke personages en was niet bereid om daar meer moeite voor te doen. Terwijl dit andersom dus wel van mij wordt verwacht. De aanname is: boeken van mannen en over mannen zijn voor iedereen, boeken van vrouwen over vrouwen zijn alleen voor vrouwen.

Zonde, want zo zet je universele verhalen buitenspel die net zo goed interessant en prachtig kunnen zijn voor mannelijke lezers. Nog nooit heb ik een vriendschap tussen twee vrouwen zo mooi en diepgaand omschreven gezien als in de Napolitaanse romans van Elena Ferrante bijvoorbeeld. Ze omschrijft een onomkeerbare vriendschap, ontstaan toen de hoofdpersonen jong waren; Molly Fisher omschreef het in The New Yorker als een 'elastische' vriendschap, eentje die uiteindelijk altijd terugspringt naar de oorspronkelijk vorm. Het deed me denken aan mijn eigen beste vriendin, die ik sinds de middelbare school als onlosmakelijk aan me verbonden zie – door alle ruzies en hoogtepunten heen.

In het dystopische The Handmaid's Tale van Margaret Atwood maakte de stem van verzet van Offred veel indruk op me. Voor degenen die het boek nog niet gelezen hebben: het gaat over een recent ontstane wereld waarbij vrouwen als fokmachines worden gezien en gebruikt. Offred denkt vaak terug aan haar vorige leven, maar de manier waarop ze veerkrachtig blijft vechten voor een betere toekomst, is noch melancholisch noch nostalgisch.

In The Argonauts laat schrijver Maggie Nelson zien hoe ze denkt over gender en geslacht, aan de hand van haar relatie met haar genderfluïde partner. Ik merkte dat ik tijdens het lezen een aantal keer dacht: ja, maar is het nou echt een vrouw of een man? Ik schrok daarvan, want ik wil helemaal niet iemand zijn die op die manier denkt over gender, omdat het volgens mij irrelevant is. Dit boek gaf me dat inzicht.

Ook in de trein – vooral in de trein – is het lezenlezenlezen

Ik las boeken waarin vrouwen net mensen zijn

De meerderheid van de boeken die ik las slaagden met vlag en wimpel voor de zogenaamde 'bechdeltest' – een test die oorspronkelijk is ontwikkeld voor films en die kijkt of er überhaupt wel volwaardige, vrouwelijke karakters in een verhaal voorkomen. Je 'test' de film (of het boek) op drie criteria: komen er minimaal twee vrouwelijke karakters in voor? Voeren zij een gesprek met elkaar? En gaat dat gesprek over iets anders dan over mannen?

Van de fictieboeken die ik voor het experiment las (dat waren er 16), slaagde 75 procent. Als ik dat vergelijk met de boeken die ik in de drie jaar hiervoor toetste (met scores van 50, 42 en 30 procent), is dat een hele verbetering. Dus vrouwelijke schrijvers zijn sneller geneigd om van vrouwelijke hoofdpersonen een volwaardig karakter te maken. Of moet ik zeggen: een hoop mannelijke auteurs zijn het (bewust of onbewust) gewend om vrouwen niet echt mee te laten tellen in hun verhalen?

Maar een vrouwelijk auteur is ook weer geen garantie voor vrouwelijke karakters met een eigen identiteit en een andere interesse dan mannen. Het Nederlandse Pussy Album van Stella Bergsma gaat over een vrouw die de hele wereld aan flarden neukt en drinkt; tot zover de verpulvering van het stereotiepe idee dat vrouwen netjes en beschaafd moeten zijn. Maar aan het eind van het verhaal blijkt de hoofdpersoon liefdesverdriet te hebben – al haar acties leiden tot de conclusie dat ze eigenlijk niet zonder hém kan, en daarmee zijn we weer aanbeland bij een klassiek narratief.

Ik bedoel hier niet dat alle boeken met een vrouwelijke hoofdpersoon die gaan over liefde, niet slagen voor de bechdeltest: vrouwen kunnen ook onafhankelijk en op zichzelf staande karakters zijn en los van de liefde een leven hebben. Chris Kraus omschrijft in I Love Dick een onbeantwoorde liefde, maar dat liefdesverdriet dient als vehikel om over haar eigen gedachtes en leven te schrijven – ze kwijnt niet alleen maar weg omdat Dick haar niet wil. Dit is ook aan de hand in The Pumpkin Eaters van Penelope Mortimer : in eerste instantie lijkt dit een verhaal over liefde en kinderen te zijn, maar als je doorleest wordt heel duidelijk dat het eigenlijk gaat over onafhankelijkheid. Niet over hoe de hoofdpersoon zich verhoudt tot de mannen in haar leven, maar hoe ze zich verhoudt tot zichzelf en de keuzes die ze heeft gemaakt.

De typische vrouwenstem bestaat – natuurlijk – niet

Ik heb geen typische vrouwenstem kunnen ontdekken: daar waren de boeken die ik heb gelezen te divers in toon en thematiek voor. Probeer zelf maar eens de overeenkomsten tussen het schrijven van Phoebe Robinson en Lize Spit te zoeken, of tussen Emily St. John Mandel en Joan Didion: dat kan niet, ze zijn onvergelijkbaar. Terwijl Robinson met enorm veel humor en luchtigheid schrijft over het leven van een woman of color, schrijft Spit een doortastend boek over een verschrikkelijke zomer waarbij je na het uitlezen van de laatste pagina even stil blijft zitten en voor je uit blijft staren. Didion neemt je mee in haar eigen en soms saaie en langdradige rouwproces, terwijl St. John Mandel een snelgeschreven science-fictionverhaal vertelt – waarin ik zo gehaast door wilde lezen dat ik tegen het einde de details van het begin alweer was vergeten.

De hele vraag of er een vrouwenstem bestaat is me ook gaan vervelen. We vragen ons toch ook niet af hoe de mannenstem klinkt, en of die wel interessant genoeg is?

Dit ga ik vaker doen, en dat zouden jullie ook moeten doen

Door een jaar lang aan den lijve de effecten van een scheve vertegenwoordiging in de literatuur te ondervinden, probeer ik ook dit jaar, zonder experiment, veel diverser te lezen. Ik ben er namelijk een empatischer mens van geworden, en dat is een eigenschap die we dit jaar (en de komende vier) allemaal heel hard nodig zullen hebben. Niet alleen let ik nu bewust op geslacht, maar ook op kleur: ik wil meer niet-witte auteurs lezen. Misschien wordt dit mijn volgende experiment, want ook die verhoudingen zijn nog verschrikkelijk scheef en nog lang niet representatief.

Ben ik een gelukkiger mens geworden? Ook dat. Door al die vrouwelijke personages ben ik anders naar boeken gaan kijken en ben ik mijn eigen vooroordelen, over bijvoorbeeld gender, gaan toetsen. Je eigen aannames onder de loep nemen is niet makkelijk, het schuurt vaak een beetje, maar zo maak je groei voor jezelf mogelijk. En daar word ik in ieder geval gelukkig van.

Dat ik nu proefondervindelijk heb uitgevonden dat vrouwelijke auteurs niet beperkt zijn tot prietpraterig gebrabbel, stemt me ook vrolijk. Ik ben een vrouw en ik schrijf en nu kan ik gefundeerd een mentale middelvinger opsteken naar iedereen die zegt dat ik VIVA-wijsheden verkondig omdat ik een vrouw ben.

En misschien wel het belangrijkste: het was een jaar van fantastische boeken. Iedereen zou meer vrouwelijke auteurs moeten lezen, alleen al omdat er zo verdomd veel goede tussen zitten – ze staan alleen nog niet in je boekenkast.

De boeken van het experiment, in de volgorde waarin ik ze heb gelezen. Ze zijn het allemaal waard, lees ze!

  1. Er moet iets gebeuren – Maartje Wortel
  2. We should all be feminists – Chimamanda Adichie
  3. The year of magical thinking – Joan Didion
  4. Het kleine leven van Norbert Jones – Marloes Kemming
  5. Not that kind of girl – Lena Dunham
  6. A little life – Hanya Yanagihara
  7. My beautiful friend – Elene Ferrante
  8. The life-changing magic of tidying up – Marie Kondo
  9. Het smelt – Lize Spit
  10. The Handmaid's Tale – Margaret Atwood
  11. The story of a new name – Elena Ferrante
  12. Those who leave and those who stay – Elena Ferrante
  13. The story of the lost child – Elena Ferrante
  14. I love Dick – Chris Kraus
  15. The pumpkin eaters – Penelope Mortimer
  16. Gij nu – Greet op de Beeck
  17. Netwerken, de fijne kneepjes – Bo van Houwelingen & Caroline van Keeken
  18. The girl with the lower back tattoo – Amy Schumer
  19. The Argonauts – Maggie Nelson
  20. Orewoet – Emy Koopman
  21. Mensen zonder uitstraling – Jente Posthuma
  22. Transit – Hella S. Haasse
  23. On beauty – Zadie Smith
  24. You can't touch my hair – Phoebe Robinson
  25. Station Eleven – Emily St. John Mandel
  26. Pussy Album – Stella Bergsma
Meer VICE
VICE-kanalen