Identiteit

Slimme mensen zijn liever alleen dan met hun vrienden

Als je liever een weekendje alleen doorbrengt dan afspreekt met vrienden, is dat volgens een wetenschappelijk onderzoek waarschijnlijk omdat je slimmer bent dan zij.

door Diana Tourjée
03 augustus 2016, 8:40am

Foto via Pexels

Als je ooit een bezorgd sms'je van een vriend hebt gekregen die wilde "praten" — omdat je te afwezig was ofzo — dan heb je je waarschijnlijk ook afgevraagd waarom je eigenlijk vrienden hebt. Misschien ben je gewoon liever alleen, om een selfie te maken waar de Mona Lisa bij verbleekt of om je volgende geweldige blog te schrijven. Een onderzoek dat afgelopen februari werd gepubliceerd, toont aan dat het verlangen om jezelf van de buitenwereld af te sluiten erop wijst dat je ontzettend slim bent. Satoshi Kanazawa en Norma Li, twee evolutionair psychologen uit Londen en Singapore, zijn verantwoordelijk voor deze resultaten. Hoewel de meeste mensen zich gelukkiger voelen bij een lagere bevolkingsdichtheid, maar ook wanneer ze veel contact met geliefden hebben, zijn "extreem intelligente mensen" volgens het onderzoek veel gelukkiger als ze geen tijd met hun vrienden doorbrengen.

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar als ik aan een genie denk, denk ik aan Mensa— 's werelds grootste en oudste vereniging voor mensen met een hoog IQ. Ann Clarkson, de communicatiemanager van de Britse afdeling, vertelde me dat je de bevindingen van de twee psychologen eigenlijk niet los kunt zien van persoonlijkheid — "Je hebt sociale mensen met een hoog IQ, maar ook introverte mensen die uitermate slim zijn."

Maar Clarkson sprak niet alles tegen. "Heel intelligente mensen voelen zich soms geïsoleerd omdat ze de wereld anders bekijken. Het kan lastig zijn om iemand tegen te komen die op dezelfde manier als jij informatie verwerkt," zegt ze.

Dr. Robert Sternberg is een professor aan de Cornell University die gespecialiseerd is in relaties en intelligentie. "De term hoogbegaafd heeft geen psychologische betekenis," zegt hij in een interview met Broadly. Psychologen, legt hij uit, hebben verschillende, tegenstrijdige opinies over wat hoogbegaafdheid precies is, en hoeveel verschillende "soorten" intelligentie er zijn. "In mijn eigen theorie onderscheid ik analytische intelligentie (IQ), creatieve intelligentie en praktische intelligentie (gezond verstand). En een hoog IQ is geen garantie voor creatieve en praktische intelligentie. Ons schoolsysteem beloont kinderen met een hoog IQ heel erg, waardoor ze helaas niet aangespoord worden om hun sociale/emotionele/praktische intelligentie te ontwikkelen."

De zogeheten "savannah theory of happiness" van Kanazawa en Li kun je vergelijken met de evolutiepsychologie. De situaties van vandaag de dag worden in de context van eeuwenoude ervaringen bekeken. Volgens de Washington Postzijn de onderzoekers ervan overtuigd dat de jager-verzamelaartheorie de basis vormt van wat ons nu gelukkig maakt. Slimme mensen kunnen uitdagingen makkelijker alleen aan dan minder slimme mensen. Relaties zijn dus minder belangrijk voor hen. "Maar," merkt Dr. Sternberg op, "het lastige van de evolutiepsychologie is dat we ons moeten inbeelden hoe het leven in de prehistorie was, terwijl het al moeilijk genoeg is om je de middeleeuwen of zelfs de jaren veertig voor te stellen."

Hij zegt dat het verdedigbaar is dat hoogbegaafde mensen minder naar hechte vriendschappen verlangen, omdat ze anders dan anderen zijn en vaak door hun omgeving naar beneden worden gehaald. Je ziet bijvoorbeeld dat slimme studenten vaak liever alleen werken dan met een groepje. "Het is niet altijd de slimste persoon in een groep die de overhand heeft, dus soms wordt hij door minder slimme mensen een bepaalde richting op gestuurd. Maar een hoogbegaafd persoon is misschien ook gewoon te druk met zijn carrière om intensief met vrienden te praten."

Maar dat is slechts één kant van het verhaal. Dr. Sternberg zegt ook dat bovengemiddeld intelligente misschien juist veel behoefte aan hun vrienden hebben, omdat hoge academische intelligentie niet altijd garant staat voor hoge sociale/emotionele/praktische intelligentie. En dat brengt ons bij de verschillende soorten intelligenties. Je kunt bijvoorbeeld vreselijk slecht zijn in toetsen, maar uitblinken in het manipuleren van docenten waardoor je uiteindelijk toch een goed cijfer krijgt. Of misschien ben je enorm slecht met cijfers maar een creatieve duizendpoot. En er zijn mensen die technisch heel sterk zijn, maar wiens interpersoonlijke capaciteiten zo ondermaats zijn dat ze hun doelen niet bereiken. "Een slim persoon kan falen omdat hij niet weet hoe hij met anderen moet omgaan of iemand succesvol kan overtuigen," legt Dr. Sternberg uit.

"Ironisch genoeg heeft een slim persoon die liever zo min mogelijk contact met anderen heeft, juist anderen nodig om succesvol te zijn. Er zijn genoeg mensen met een hoog IQ die dat IQ niet in succes om weten te zetten."

Net als Mensa heeft Dr. Sternberg dus zijn twijfels bij de bevindingen van de twee psychologen. "Catchy headlines staan niet altijd gelijk aan goede wetenschap."