Identiteit

Hoe je de angststoornissen die je leven bepalen kunt accepteren

In haar boek 'First, We Make the Beast Beautiful' vertelt Sarah Wilson over haar worsteling met extreme angsten en hoe ze die probeert te temmen.
23 juli 2018, 7:30am
Foto door Chelsea Victoria via Stocksy
Foto door Chelsea Victoria via Stocksy 

Ik kan niet slapen. Ik ben net 21 en heb nog nooit zulke moeite gehad met in slaap vallen als nu: mijn huid kriebelt, mijn hoofd denkt aan alles en niks tegelijk en ik ben misselijk. De laatste tijd lig ik iedere nacht tot vier uur ’s ochtends wakker. Om mezelf te kalmeren lees ik urenlang de blog van Roxane Gay, en wanneer ik alles heb gelezen kijk ik naar de sciencefictionserie Orphan Black. Het geeft allemaal geen echte rust, maar het is tenminste afleiding tot het moment dat al het gepraat en gekraak in mijn hoofd is veranderd in achtergrondgeluid, zoals het testbeeld op een televisie. Ik ben altijd een piekeraar geweest, maar dat voelde eerder nooit als een probleem. Nu heb ik geen idee wat er aan de hand is, tot een vriendin met een angststoornis me vertelt dat zij vergelijkbare dingen ervaart als ze haar medicijnen niet neemt. Na haar verhaal valt het kwartje, al duurt het even voor ik er volledig aan toe kan geven.

Hoe een dagboek kan helpen bij angsten en depressies

Dit hierboven was allemaal in 2014. Ondertussen slaap ik iets beter, maar ik zie mijn angst nog steeds als onderdeel van wie ik ben. Soms uit het zich in een ongegronde angst, soms voelt het als intuïtie, maar zelden voelt het als een onoverkomelijk probleem. Op de meeste dagen weet ik mezelf wel te kalmeren. Ik mediteer en probeer elke ochtend te schrijven. Ik probeer toe te geven aan alle onzekerheden in mijn leven, in plaats van me vast te klampen aan dingen waarvan ik denk dat ik er controle over heb.

Tegelijkertijd besef ik dat ik ooit dat meisje was dat niet kon slapen, en dat ik haar zomaar weer kan worden. Ik weet dat ik iemand ben die diep in haar eigen gedachten leeft, of dat nou door angst komt of door iets anders. Ik maak daar verder geen probleem van, maar er zijn mensen die denken dat mijn angst een beest is dat getemd moet worden.

Om die reden was ik aangetrokken tot het boek van Sarah Wilson, First, We Make the Beast Beautiful, dat begin 2018 werd gepubliceerd. De titel is gebaseerd op een Chinees spreekwoord, dat ongeveer zo luidt: “Om een beest te temmen, moet je het eerst omtoveren tot iets moois.” In het boek van Wilson is haar angst het beest, en probeert ze te begrijpen waar het beest vandaan komt, wat het betekent en hoe ze het moet temmen.

Wilson lijdt aan depressies, dwangneuroses, een bipolaire stoornis, een schildklierziekte, en andere aandoeningen die haar normale leven beïnvloeden, naast haar angststoornis. Maar ze gelooft dat de angststoornis aan de basis ligt van alles, vandaar dat ze veel tijd heeft geïnvesteerd in het nadenken, onderzoeken en schrijven over haar angst.

Ze begint het boek met persoonlijke verhalen over haar worstelingen. Daarna deelt ze anekdotes van bekende mensen en hun ervaringen met hun angststoornis, schrijft ze over wetenschappelijk onderzoek naar angst en legt ze uit welke oefeningen kunnen helpen bij het omgaan met paniekaanvallen.

Het boek geeft zeker geen antwoord op al mijn vragen. Wel heeft het voor mij bevestigd dat sommige dingen waar ik tegenaan loop uit mijn angststoornis kunnen voortkomen, terwijl je dat in de eerste plaats helemaal niet zou denken. Zoals mijn grote hekel aan mensen die afspraken niet nakomen, en mijn neiging om mijn angst intern te verwerken in plaats van een paniekaanval te krijgen. Omdat mijn ervaringen vaak niet overeenkomen met wat Google of populaire media over angststoornissen zeggen, lijkt het soms bijna alsof mijn ervaringen niet echt zijn. Wilson erkent dat die standaard definities en diagnoses vaak tekortschieten, en dat wetenschappers nog lang niet weten hoe het brein precies in elkaar steekt.

"Ik denk dat angst ons vooruit duwt. Daar is het voor gemaakt – om een beetje peper in onze reet te stoppen."

Wilson schrijft ook over de veranderende kijk op ziektes door de jaren heen – hoe de gevoelens die we nu met angst of depressie associëren, vroeger gewoon als een normaal onderdeel van het leven werden gezien. Dat is fijn om te lezen, omdat zo wordt erkend dat niemand in een vacuüm leeft. Onze mentale staat wordt gevormd door onze ervaringen, wat we meemaken – of dat een onbeleefde sneer is van een vreemde op straat, het opgroeien met een gewelddadige ouder, of gemarginaliseerd worden door een kapitalistische, racistische, seksistische en homofobische maatschappij. Maar zelfs als we toegeven dat angst en de bijbehorende problemen vaak reacties zijn op ons leven, kan het nog steeds moeilijk zijn om ermee te dealen.

Wilson noemt een paar dingen die kunnen helpen bij het omgaan met angst, zoals het vermijden van suiker, mediteren en je houden aan een dagelijkse routine. Ook denkt ze dat het helpt om regelmatig even te checken bij je ‘innerlijke zelf’ (even stilstaan en vragen: ‘zijn we oké hier? Voelen we ons comfortabel? Slaat dit ergens op?’). Dat betekent overigens niet dat de suggesties van Wilson voor iedereen zullen werken. Daarbij zijn veel van de dingen die zij heeft gedaan om haar eigen angst onder controle te krijgen, zoals het verblijven in ashrams en verlaten boshutjes, niet voor iedereen zomaar toegankelijk. Wilson lijkt te begrijpen dat haar leven anders is dan dat van de meeste mensen, maar soms heb ik het idee dat ze onrealistische adviezen geeft, in plaats van open suggesties. Toch biedt het boek zoveel informatie dat er voor iedereen wel iets uit te halen valt, zolang je op zoek bent naar mogelijkheden en niet naar oplossingen.

Het overwinnen van angst gaat uiteindelijk vooral over het accepteren ervan, volgens Wilson. “Ik denk dat angst ons vooruit duwt,” schrijft Wilson. “Daar is het voor gemaakt – om een beetje peper in onze reet te stoppen. Zelfs als we bevroren zijn door paniek, kan het de omstandigheden zo ondraaglijk maken dat we een nieuwe weg inslaan die belangrijk voor ons is. Uiteindelijk.” Ik denk dat als ik mijn eigen ervaringen eens goed van dichtbij zou observeren, ik tot dezelfde conclusie zou komen.

Tegen het eind van het boek schrijft Wilson dat ze heeft geleerd dat ze niet kan blijven wegrennen – van liefde, van het leven, van nieuwe ervaringen: “Waar ik ook ga, daar zal ik zijn.” Dit gevoel is eigenlijk de essentie van het boek. Het leren omarmen van jezelf en het leren dealen met alles wat de wereld je brengt. En daarmee richt ze zich tot mensen met een angststoornis, maar ook tot mensen zonder. Naar haar idee is het één niet beter dan het ander, het zijn gewoon verschillende vormen van het menselijk bestaan. Zo wil ze ons laten weten dat iedere vorm, hoe moeilijk ook, mooi kan zijn.