Hoe het is om verpleegkundige te zijn terwijl je depressief bent

Als verpleegkundestudent wilde ik niets liever dan goed zijn in voor zieke mensen zorgen. Maar toen ik niet meer voor mezelf kon zorgen, werd dat steeds lastiger.

|
14 november 2018, 2:48pm

Foto door Miquel Llonch via Stocksy

Het was inmiddels al laat, maar ik had later die week een tentamen waar ik nog voor moest leren. Ik keek op van mijn studieboek chirurgie, en zag de troep in mijn kamer. De schone was lag rommelig in de wasmand, de afwas opgestapeld in de gootsteen, ik kon de salontafel niet eens meer zien en mijn stethoscoop lag ergens onder mijn rugzak verstopt. Die had ik de volgende dag nodig en bedacht me dat ik ‘m niet moest vergeten. Maar eerst moest ik alles over de ziekte van Graves in m’n hoofd stampen, met die enorme stapel wasgoed als een doorn in mijn oog. Als ik mijn volgende tentamen niet zou halen, was de kans groot dat ik niet verder mocht met mijn opleiding.

Zo ging het er zo’n beetje het hele laatste jaar van mijn masteropleiding Verpleegkunde aan toe, voordat ik in 2009 afstudeerde en begon met werken. Ik was net getrouwd, wat waarschijnlijk het stressvolste was wat ik ooit had kunnen doen tijdens het afronden van deze intense opleiding. Mijn man was al afgestudeerd en had een kantoorbaan bij een financieel bedrijf. De enige mensen die begrepen onder welke druk ik stond, waren mijn klasgenoten. Zij keken er niet van op als ik ze vertelde dat ik meer dan acht uur op een dag gestudeerd had, want dat deden ze zelf ook.

Zonder dat mensen het wisten, had ik het heel moeilijk. Ik huilde om de kleinste dingen. Liet ik tijdens het koken de kip te gaar worden, dan moest ik al huilen. Ik voelde me constant uitgeput, ook op de dagen dat ik niet naar school hoefde. Ook dan was ik met school bezig, want een dag vrij nemen van studeren voelde alsof ik het ging verkloten. Er zat een enorme woede in me opgesloten, waardoor ik al boos werd op mijn man als hij niet de juiste boodschappen mee naar huis nam, of als hij, bijvoorbeeld, verkeerd ademde. Maandenlang dacht ik dat dit allemaal kwam door studiestress.

Op een ochtend lag ik nog in bed terwijl mijn man zich klaar maakte voor werk – mijn eerste les begon wat later. Ik keek naar buiten en lag met mijn lichaam van hem afgedraaid. Ik lag te huilen, volgens mij alleen omdat ik wist dat k weer een dag moest zien door te komen. Toen hij me een kus wilde geven, zag hij mijn tranen.

“Ga alsjeblieft niet naar je werk,” vroeg ik hem. Maar hij moest wel. Hij gaf me een kus en ging de deur uit. Dit was het eerste moment waarop ik besefte dat ik depressief was. Die dag maakte ik een afspraak met mijn dokter en samen stelden we een behandelplan op voor het starten met antidepressiva.

Mijn studiegenoten begrepen misschien wel beter hoe ik me voelde dan ik op dat moment zelf kon: depressies komen meer voor bij verpleegkundestudenten dan bij de rest van de Amerikaanse bevolking. Het aantal depressies onder geneeskundestudenten ligt ook hoger: rond de 27 procent, zo blijkt uit een onderzoek uit 2016 in het Journal of the American Medical Association.

De cijfers laten zien dat er onder verpleegkunde- en geneeskundestudenten in de VS niet per se meer depressies voorkomen dan bij andere studenten, maar dat “de angst voor coschappen” de algemene stress van hoger onderwijs wel verhoogt, aldus een studie gepubliceerd in Nurse Education Today in 2018. Daarnaast laat volgens een onderzoek uit 2016, gepubliceerd in Frontiers in Psychology, het hoge aantal “studenten met een lagere sociaaleconomische achtergrond, eerste generatie studenten (die als eerste in hun familie naar de universiteit gaan), volwassen studenten en vrouwelijke studenten” zien dat zij, waarschijnlijker door verplichtingen naast hun studie zoals werk of mantelzorg, extra stress ervaren,

Rebecca Gilbert, een andere verpleegkundige die ik ken, kreeg een miskraam tijdens het laatste jaar van haar opleiding. “Ik was depressief, maar gaf het niet toe,” vertelt Gilbert. “Ik vond het heel moeilijk om te studeren voor tentamens, omdat de depressie me het gevoel gaf dat er geen hoop was om ooit af te studeren of een baan te krijgen. Nadat ik had ervaren hoe het was om zélf in dat ziekenhuisbed te liggen, in plaats van ernaast te staan, wilde ik niet eens meer in een ziekenhuis werken. Ik moest mijn hoorcolleges opnemen en mezelf forceren om er in de auto keer op keer naar te luisteren, om er überhaupt iets van te kunnen onthouden.”

De psychische problemen van mij en Rebecca tijdens onze opleiding worden ook weerspiegeld in de professionele verpleegkunde: depressie komt twee keer zo vaak voor bij verpleegkundigen als bij de gewone bevolking – 18 procent tegenover negen procent. Om hier wat meer over te weten te komen, sprak ik een aantal experts over hoe dit met elkaar in verband zou kunnen staan.

Dr. Rachel O’Neill is psycholoog bij Talkspace, een website voor online therapie. Ze is gespecialiseerd in angsten, depressies en stress, en heeft gewerkt als therapeut in verschillende educatieve en academische omgevingen. Volgens O’Neill kan de aard van het werk dat ik doe leiden tot psychische problemen. “Verpleegkundigen werken in een ‘high-touch’ vakgebied, waarin je constant contact hebt met mensen,” legt O’Neill uit. “Omdat verpleegkundigen zich richten op de zorg voor anderen, vergeten ze soms voor zichzelf te zorgen. Daarbij spelen ook onderbezetting, je overwerkt voelen, en omgaan met de realiteit van de gezondheidszorg een rol,” naast andere stressfactoren die kunnen voorkomen op een werkplek.

“Helaas is er aan het einde van de dag geen ‘laatste ronde’ voor verpleegkundigen,” voegt Dr. David Foley, universitair docent en faculteitsdirecteur aan de Frances Payne Bolton School of Nursing, toe. “We eisen voortdurend veel van onszelf, omdat we de zorg voor anderen zo belangrijk vinden. Niet goed voor jezelf zorgen, posttraumatische-stressstoornis, en verstoringen in het gezinsleven kunnen allemaal factoren zijn die bijdragen aan depressie.”

Ik was niet echt verbaasd toen ik dit hoorde. Als verpleegkundigen zijn we goed op de hoogte van ziektes, aandoeningen en psychische stoornissen. Verpleegkundigen weten net zoveel over de chemische disbalans in je hersenen tijdens een depressie, als over hoge bloeddruk. Maar hoewel we wel bereid zijn om over onze bloeddrukverlagende medicijnen te praten aan de lunchtafel, bespreken we liever niet hoe het is om behandeld te worden voor depressie of angst. Dus vertelde ik een aantal weken niemand over de antidepressiva die ik elke avond slikte. Ik had het gevoel dat mijn depressie een taboe was, juist omdat ik medisch professional ben. Hoe kon ik verpleegkundige zijn, als ik mijn eigen stressniveau niet eens onder controle had?

Het is overigens prima om niet aan je collega’s te vertellen dat je depressief bent, als jij dat niet wil. Voor sommigen is het stil houden van een diagnose een manier om hun eigen geestelijke gezondheid te beschermen – dat wil ik van niemand wegnemen. Maar ik hield het stil omdat ik me schaamde. Ik dacht dat ik mijn depressie geheim moest houden. Ik was er onzeker over, omdat de verpleegkundigen in mijn omgeving de neiging hadden om hun problemen als een ‘karakterfout’ te labelen, in plaats van een psychische ziekte. Ik dacht daardoor dingen als: ik moet gewoon meer sporten, ik moet sterker zijn en ik moet door mijn problemen heen werken en dingen makkelijker van me af laten glijden. Als verpleegkundige met veel stress ben je soms zelf je ergste patiënt.

De deskundigen die ik sprak stellen dat ons vakgebied een betere omgeving moet creëren voor mensen met psychische aandoeningen – zoals het verminderen van stress op de werkplek, en letten op onderbezetting en uitputting. “We leren medische professionals dat ze zich groot moeten houden,” legt O'Neill uit. “In plaats van te praten over hun eigen psychische problemen, wordt ze in feite gevraagd om te presteren alsof de stress van hun werk geen impact heeft.” Ze moedigt verpleegkundigen dan ook aan te praten over hun stress en depressie – een belangrijke eerste stap in het confronteren van het taboe rondom psychische problemen. Iets wat eerder zou gebeuren in een klimaat waarin verpleegkundigen en verpleegkundestudenten zich prettig genoeg voelen om hulp te vragen, en weten hoe ze psychische hulp kunnen krijgen via werk of school.

Sommige scholen zijn hulpverlenende instanties voor psychische problemen onder studenten gestart – New York University heeft bijvoorbeeld de Mental Health Advocacy Nursing Student Association in het leven geroepen. En zowel verpleegkundigen als verpleegkundestudenten met psychische problemen kunnen nu via door de overheid gefinancierde instellingen om aanpassingen vragen op werk, op grond van de Americans With Disabilities Act. Deze lijst met hulpbronnen voor mensen die kampen met een depressie, opgesteld door Job Accommodation Network en de U.S. Department of Labor, laat zien hoe dit er ongeveer uitziet.

Foley benadrukt dat elke verandering op werk stressvol kan zijn, en dat deze stress weer kan bijdragen aan de symptomen van een depressie. “Het kan voor verpleegkundigen voelen alsof ze tegen de stroom in roeien – ze proberen alle hindernissen het hoofd te bieden, en tegelijkertijd behulpzaam te zijn voor patiënten. Die gevoelens van machteloosheid kunnen weer leiden tot stress, angsten en depressie,” zegt O'Neill.

Hoewel institutionele verandering het belangrijkst is voor de vooruitgang van de geestelijke gezondheidszorg, en dus ook voor verpleegkundigen en verpleegkundestudenten, denkt Foyle dat hebben van een mentor op de werkplek heel nuttig kan zijn, met name voor nieuwelingen in het vak. “Mentoren kunnen helpen stress te verminderen door een verpleegkundige niet alleen de formele regels van de werkplek te leren, maar ook de informele regels en sociale structuur.” Persoonlijk is mijn stressniveau lager en zijn mijn depressiesymptomen afgenomen sinds ik een doorgewinterde verpleegkundige zich over mij ontfermt. Praten met iemand die vergelijkbare dingen heeft meegemaakt en het begrijpt, maakt werken in een stressvol beroep minder isolerend.

Een cruciale manier om het probleem van depressies onder medisch professionals aan te pakken, is door ervoor te zorgen dat studenten iemand hebben om naartoe te gaan als hun werk heel intens is geweest. Maar we moeten niet onderschatten hoe belangrijk de juiste behandeling is. Tijdens mijn opleiding probeerde ik mijn depressie lange tijd te onderdrukken – ik ontkende de chemische disbalans in mijn hersenen. Pas toen ik er eerlijk over was en de behandeling startte, begon ik me weer meer mezelf te voelen. Of in ieder geval: iemand die rationeler kan denken in tijden van extreme stress en emotionele dieptepunten.

Ik doe mijn best om meer over mijn depressie te praten en de schaamte en angst dat mijn collega’s me zwak vinden te overwinnen. Dat ik als medische professional met een depressie kampte, was uiteindelijk heel leerzaam. Ik heb nu meer empathie voor anderen die het moeilijk hebben. Ik ben in staat om er meer te zijn voor mijn patiënten met een psychische aandoening, en om beter voor ze te zorgen. Ik heb zoveel geleerd over geestelijke gezondheid en weet nu dat een depressie geen eigenschap is. Voordat ik mijn diagnose kreeg heb ik lang het gevoel gehad dat ik had gefaald. Met mijn verhaal wil ik aan anderen laten zien dat ze zich niet zo hoeven voelen.