Creators

Het jaar 2018 in ophef over kunst in de openbare ruimte

Van razernij op het Museumplein tot gekibbel over ‘De Piemel van Udenhout’: het afgelopen jaar hebben kunstprojecten voor flink wat reuring gezorgd.

door Yoran Custers
29 december 2018, 10:43am

Een man met een missie. Screenshot via AT5

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Kunst kan een hoop met je doen. Kunst kan je inspireren, en je op ideeën brengen. Kunst kan je positieve energie geven, of het beginpunt zijn van een goed gesprek. Kunst kan je opvrolijken als je het even niet meer ziet zitten. Maar er is ook iets anders waar kunst uitstekend tot in staat is: mensen tot op het bot verdelen.

Vooral kunstwerken in de openbare ruimte weten regelmatig voor heibel te zorgen. Waar kunst in musea tenminste nog bekeken wordt door mensen die daar vrijwillig voor gekozen hebben, aangezien ze er een kaartje voor hebben gekocht, is kunst in de buitenlucht overgeleverd aan de grillen van voorbijgangers, buurtbewoners en andere mensen met een mening. Zoals over een videokunstwerk dat er beslist niet (!) mocht komen omdat het misschien wel tot epileptische aanvallen zou kunnen leiden, of een beeld dat volgens dorpsbewoners maar op een "tros lullen" leek en dus absoluut (!!!) geen plekje op het dorpsplein verdiende.

Dit soort heisa laat niet alleen zien dat mensen vaak meer verbeeldingskracht hebben dan ze zelf doorhebben, maar ook dat kunst leeft. En wat dat betreft was 2018 een gedenkwaardig kunstjaar. Hier een greep uit de meest opvallende momenten.

De bouwplaats die toch geen bouwplaats bleek te zijn

In mei ging het plein Neude in Utrecht op de schop: er zou een groot beeld komen te staan van een kale man die van zijn sokkel was gevallen. Althans, dat leek zo, want als je een tijdje bij de bouwwerkzaamheden bleef staan, kon je zien dat de bouwvakkers eigenlijk een toneelstukje aan het opvoeren waren, en steeds exact hetzelfde deden. Ze liepen steeds dezelfde rondjes, en verplaatsten delen van het beeld, om ze vervolgens weer op dezelfde plek terug te zetten.

Het was een performancekunstwerk van Dries Verhoeven, genaamd Sic Transit Gloria Mundi – “Zo vergaat de wereldse grootheid.” Met dit werk stelde hij de vraag of het Westen zijn macht langzamerhand kwijtraakt aan andere grootmachten als China, Rusland en het Midden-Oosten. De omschrijving van dit werk was daarom ook in het Chinees, Russisch en Arabisch te lezen.

Maar goed, daar hadden de uitbaters van de café’s op Neude verder totaal geen boodschap aan. Ze waren boos omdat hun terrassen voor het project moesten wijken, en de mensen die nog wél op de terrassen konden zitten een schitterend uitzicht hadden op een stel bouwhekken. GeenStijl voegde daar nog aan toe dat het werk de moord op Pim Fortuyn leek te vieren – een kale leider die op de grond ligt, een Arabische tekst over het vergaan van de westerse hegemonie, je snapt 'm.

In werkelijkheid is Dries Verhoeven zelf ook kaal, en was het eerder een gigantisch zelfportret. Maar eerlijk is eerlijk: de reaguurders van GeenStijl gingen wel een stuk inhoudelijker in op het thema dan de vraag of café ‘t Neutje nu niet al te veel omzet misliep:

Dinges

Grote verwarring op het Museumplein

Nog geen paar uur nadat de slogan ‘I Amsterdam’ bij het Museumplein in Amsterdam werd verwijderd, stond er alweer een ander woord voor in de plaats: 'Huh'. Het was een actie van designer Pauline Wiersema, die de “leegte wilde opvullen” die er was achtergelaten. Sommige omstanders vonden het wel geinig, anderen snapten het punt niet helemaal, maar er waren ook mensen die er serieuze moeite mee hadden, zoals een man die door AT5 werd geïnterviewd. Hij noemde het werk de “ziekte van het geld” en zei dat het “weer een nederlaag op de overwinning” was en hij “de neiging had om het weg te halen”. Hij voegde de daad bij het woord en duwde omstebeurt de letters tegen de grond, waarna hij zijn tirade afsloot met een weinig subtiel gebaar richting Wiersema:

Museumplein
Dat ze het maar even weet. Screenshot via AT5.

Het is de vraag of hij doorhad dat de letters er niet waren neergezet door Amsterdam Marketing, maar door iemand die net van de Design Academy was afgestudeerd. Zoals het ook gissen is op welke nederlaag hij precies doelde, en op welke overwinning. Wie was deze meneer überhaupt? Een toevallige passant die gewoon niet zoveel op had met het kunstwerk? Een felle tegenstander van stadspromotie? Een getergde ziel die met diezelfde ziel onder zijn arm loopt? Eigenlijk vatten die drie letters de situatie nog vrij goed samen ook.

De piemelfontein van Friesland

Afgelopen jaar was Leeuwarden de culturele hoofdstad van Europa, wat onder andere gevierd werd met het project 11 Fountains . Dat hield in dat er in elf Friese steden elf fonteinen kwamen te staan, gemaakt door elf kunstenaars uit elf verschillende landen. De Friese kunstenaar Henk de Boer was niet zo blij met dat laatste, en vroeg zich af waarom er voor dit Friese project geen enkele kunstenaar uit Friesland was gevraagd.

Hij toonde zich strijdbaar, en besloot geld in te zamelen voor een mobiele fontein, die hij naar verschillende Friese dorpjes zou laten rijden – een fontein die wél in ‘mienskip’ (gezamenlijkheid) zou zijn gemaakt. Officieel heette het werk de Pauperfontein, naar muziektheatergezelschap de Paupers, maar in de volksmond werd het al snel omgedoopt tot de Piemelfontein. En dat had een reden:

Piemelfontein
Hier is de Piemelfontein nog in aanbouw.

Zelf sprak de kunstenaar ook van penissen, wat hij “de oervorm van de spuitende fontein” noemde. Hij was tevreden over het eindresultaat, omdat beneden “alle piemeltjes netjes in het gelid” stonden, en je daarboven de “hotemetoten van ons land" kon zien, "die overal overheen willen piesen.” De organisatoren van Leeuwarden-Fryslân als Culturele Hoofdstad konden de actie wel waarderen, en schonken hem alsnog 10.000 euro subsidie.

De piemelfontein van Antwerpen

Ook in Antwerpen was er een zeikend kunstwerk waarop flink wat werd afgezeken. Het beeld Arc de Triomphe was nog niet eens geplaatst of mensen waren er al ziedend over. Dat het tot veel bombarie leidde is ook best te begrijpen, want waar de plassertjes van de Pauperfontein nog best abstract zijn, laat de jongeheer in Arc de Triomphe een stuk minder over aan de verbeelding:

Het beeld is gemaakt door het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Gelitin, en stelt een naakte man voor die galant achterover leunt. Sara Weyns van het Middelheimmuseum, waar het beeld te zien was, had meerdere verklaringen voor de controverse die het had opgeroepen. Ze hadden wel vaker naakte lijven geëxposeerd, maar dat waren meestal vrouwen, en die “lokken blijkbaar minder reacties uit” dan mannen. En het ging hier “natuurlijk om een werk in plasticine en niet in brons, waardoor het levensechter overkomt.”

Het werk werd ondanks de ophef gewoon geëxposeerd. Wel werd in de bezoekersgids vermeld dat het parcours van de buitententoonstelling langs een “mannelijk plassend naakt leidt” en dat “wie deze ervaring liever vermijdt, een alternatieve route kan kiezen.”

Het veel te dure 'gedrocht' Ida

Een impressie van Ida
Een impressie van Ida.

Conflicten over kunstwerken gaan in de praktijk vaak over het geld dat die kunstwerken hebben gekost, en wat je daar allemaal wel niet nog méér van zou kunnen doen. Van de 750.000 euro die de sculptuur van Tom Claassen moest kosten, zou je bijvoorbeeld net zo goed de volledige gemeente Haarlemmermeer kunnen grasmaaien, zei een raadslid van Forza! Haarlemmermeer. Hij vond het onzin om zoveel geld uit te geven aan “een kunstwerk dat er niet uitziet, en dat naar onze mening een hoop mensen niet zien zitten.”

Nu kun je je afvragen sinds wanneer feitelijke dingen als ‘aantallen van mensen’ per mening kunnen verschillen, maar uiteindelijk doet dat er toch niet meer toe, want de komst van het kunstwerk is niet meer terug te draaien. Tom Claassen zelf zei de ophef wel te kunnen begrijpen, aangezien kunst nu eenmaal een “kwetsbaar gebied” is. Dat weerhoudt hem er verder trouwens niet van om toch nog wat extra geld binnen te harken bij fondsen, zodat hij er een nog grotere sculptuur van kan maken.

Het kunstwerk dat ineens een kerstboom was

Als je kunstwerk ook wel bekendstaat als ‘De Piemel van Udenhout’ (ja, het kunstjaar 2018 had onmiskenbaar een thema) dan zou je best vroeg of laat kunnen verwachten dat er een carnavalsvereniging langskomt die er voor de grap een condoom overheen trekt. Maar die haal je er ook zo weer van af. Een stuk lastiger is dat wanneer je werk zonder enig overleg is aangekleed met 20.000 ledlampjes, omdat een stel lokale ondernemers een ‘leuke’ kerstactie wilde ondernemen.

Dat overkwam de Zeeuwse kunstenaar Marius Boender in november bij zijn kunstwerk, dat officieel trouwens De Toren van Udenhout heet. Hij was zich van geen kwaad bewust toen hij het totaal onherkenbaar aantrof, maar kwaad werd hij des te meer. Vanwege de schade die zou kunnen ontstaan, het feit dat het zonder zijn weten voor commerciële doeleinden werd gebruikt, en ook de auteursrechten die ermee waren geschonden. “In wat voor een land leven wij?”, foeterde hij.

Een woordvoerder van de gemeente Udenhout liet weten dat ze vergeten waren de kunstenaar te benaderen, en dat dat “verwijtbaar” is. Boender was inmiddels wat afgekoeld, en aanvaardde de diepe excuses die waren gemaakt. Hij liet weten niet over te zullen gaan op juridische stappen, zolang het niet nog eens zou gebeuren. De kerstverlichting mocht blijven tot de jaarwisseling.