ATLETEN

De Nederlander die bij de meest tolerante club van Israël speelde

“In Jeruzalem is homoseksualiteit niet compleet geaccepteerd, maar bij ons zwaaiden fans vaak met regenboogvlaggen op de tribune.”

door Dave Aalbers
16 januari 2019, 12:08pm

Foto's door Dave Aalbers of via Jeroen Tesselaar. 

Jeroen Tesselaar (30) stapt met een dikke bontjas Café Stam binnen, in zijn woonplaats Wognum. De linksback speelde in Nederland voor Telstar en De Graafschap, maar was de laatste jaren vooral in het buitenland te vinden. Hij bracht vier jaar door in Schotland en speelde de laatste twee seizoenen op het tweede niveau van Israël, voor de clubs Hapoel Ramat Gan en Hapoel Katamon. Nu is hij herstellende van een ontstoken kniepees en transfervrij. De clubs staan natuurlijk niet in de rij voor een geblesseerde linksback, maar hij hoopt desondanks snel weer aan de bak te gaan.

Voetballen in Israël is op zich niet zo bijzonder, maar zijn laatste club, Hapoel Katamon, is dat zeker wel. De club wordt volledig geleid door de fans en staat bekend om zijn tolerantie. Waar het in de rest van Israël verre van zelfsprekend is, is iedereen hier welkom op de tribune, ongeacht welke religie je aanhangt. Daarnaast zet de club zich in voor homo-emancipatie: de fans zwaaien op de tribunes regelmatig met een regenboogvlag. Tesselaar kwam zelf ook met meerdere culturen in aanraking: hij sprak mensen die in het Israëlische leger hebben gevochten, en deed zijn boodschappen in een moslimwijk. Dit is zijn verhaal.


“Ik woon nu tijdelijk bij mijn schoonouders. Ik zit veel in de sportschool en train twee keer per week mee bij de plaatselijke amateurvereniging SV Spartanen. De afgelopen tijd ben ik nog benaderd door meerdere zaakwaarnemers, ook eentje die me eerder in Israël heeft geholpen, maar ik heb tegen hem gezegd dat ik in de zomer weer verder kijk. Mijn vrouw is net bevallen van ons zoontje, dus het buitenland werd hem even niet. Als ik die blessure van de zomer niet had opgelopen, zouden we in Israël zijn gebleven en was onze zoon daar geboren. We vonden het leven heerlijk daar.

Twee jaar geleden kwam ik terecht bij Hapoel Ramat Gan. Toen mijn trainer Lior Zade na een jaar overstapte naar Hapoel Katamon, wilde hij me graag meenemen. Je zou verwachten dat ik dan wel een heel bijzondere klik met die man had, maar we hadden eigenlijk amper een woord met elkaar gewisseld. Hij sprak geen Engels en ik geen Hebreeuws. Als we wonnen kon hij eigenlijk alleen ‘I love you’ in het Engels zeggen. Als het minder ging, dan was het altijd ‘fuck you.’”

1547638791585-IMG_4962

“Hapoel Katamon is een bijzondere club in Israël, aangezien het volledig in handen is van de fans. Het is in 2007 opgericht door supporters van Hapoel Jerusalem, die ontevreden waren over de manier waarop hun club toen werd gerund. Naast deze clubs heeft Jeruzalem ook nog Beitar, de grootste club van de stad, die bekendstaat om zijn extreemrechtse supporters. Bij Hapoel Katamon is juist iedereen welkom, en zwaaien mensen in het publiek regelmatig met regenboogvlaggen. Het is bijzonder dat de club daar zo mee bezig is, vooral als je bedenkt dat Jeruzalem heel gelovig is en homoseksualiteit er nog weinig wordt geaccepteerd.

Doordat fans de club runnen, staan de spelers van Katamon heel dicht bij de supporters. Van de harde kern kende ik bijna iedereen. Als mijn familie op bezoek was, nam ik ze vaak mee naar hun vaste stamkroeg. Die gasten vonden het dan echt mooi als ik daar als speler kwam. Dat café was symbolisch voor de tolerantie bij de club. In die bar kwamen ook veel orthodox-joodse jongeren, die dan hun pijpenkrullen onder een muts hadden opgebonden. Zij mogen praktisch niks, en thuis wisten hun families waarschijnlijk niet dat ze naar dat café gingen. Er kwamen in die kroeg ook moslims, het was er echt een wirwar van culturen.”

1547639745191-DSCF3284
Foto gemaakt door Jeroen Tesselaar.

“Alle supporters droegen op een bepaalde manier wat bij voor de spelers. Een supporter hielp me bijvoorbeeld nadat iemand vol op de zijkant van mijn auto was geknald – ze rijden daar echt als gekken. Mijn auto was compleet bekrast en er zaten deuken in. Maar die supporter had een eigen garage en zei: ‘Breng hem maar langs, dan kun je hem over een paar dagen weer ophalen.’ Dat deed hij gratis en voor niets.

Een andere fan runde een restaurant met een Michelinster. Als ik daar ging eten hoefde ik maar de helft van de rekening te betalen. En een andere supporter verzorgde weer rondleidingen in de Oude Stad, het historische deel. Hij nam mijn schoonouders en vrouw zes uur lang gratis mee, puur omdat ik een speler van Katamon was. In Nederland kan weinig tegenwoordig nog gratis, maar dat is daar wel anders.”

"De club was ook veel bezig met sociale projecten in de stad. Soms gingen we langs bij de supporters, de andere keer trapten we een balletje met kinderen. Ik ging ook weleens wat eten met joodse en islamitische kinderen. De een at dan halal en de ander koosjer – ze vinden op hun leeftijd nog niets van elkaar. Al gaan de volwassenen over het algemeen ook goed met elkaar om. In Nederland hebben mensen vooral in hun hoofd dat ze hier recht tegenover elkaar staan, maar dat is echt maar een klein groepje. De rest leeft gewoon in vrede met elkaar samen.”

“In Jeruzalem zijn er verschillende gedeeltes met orthodoxe joden, moslims of christenen. Ik vond het interessant om al die verschillende wijken te bezoeken en te fotograferen. Mijn vrouw en ik hebben ons ook nooit onveilig gevoeld. Ik ben niet joods en mijn vrouw is lang en blond, dus we werden gewoon als toeristen gezien. Het zou natuurlijk compleet anders zijn als we Hebreeuws zouden praten en er extremisten in de buurt zouden zijn.

De club regelde een gloednieuw appartement voor me, vlak bij de grens tussen Israël en Palestina. Vanaf mijn balkon kon ik de muur zien die ertussen staat. Het is een beetje eenzelfde soort muur als Donald Trump tussen Mexico en de Verenigde Staten wil bouwen. Ik ben ook een keer naar Ramallah geweest, een Palestijnse stad. Het ligt op zo’n vijftien kilometer van Jeruzalem en toeristen vermijden die plek vaak. Ik weet niet eens of joden daar mogen komen, maar dat durven ze in ieder geval niet. Toen ik een foto op Instagram postte van mijn bezoek aan Ramallah, dachten mijn teamgenoten dat ik gek was geworden. ‘Wat doe je daar, wil je dood?’, reageerden ze.”

1547639841413-DSCF0587-2
Een foto van de muur door Jeroen Tesselaar.

“Uit Ramallah kende ik ook compleet andere geluiden. Mijn fysiotherapeut vertelde me het afgelopen jaar bijvoorbeeld een heftig verhaal. Hij was een vrij rechtse kerel met enorme armen, en toen hij het leger in ging – dat moet iedereen in Israël tussen zijn achttiende en eenentwintigste – zat hij bij een speciale eenheid, waarmee hij undercover naar Ramallah ging.

Hij reed in een busje met een commandant en een collega met een walkietalkie. Ze waren op zoek naar een Palestijn – ik weet niet precies met welk doel – en op een gegeven moment zagen ze een paar mensen wegrennen, dus gingen ze er te voet achteraan. De man met de walkietalkie kon het al snel niet meer bijhouden, maar hij en de commandant kregen op een gegeven moment wat mensen te pakken. Mijn fysio hield een man onder schot en de commandant ging achter iemand anders aan. Daar stonden ze dan in een wijk met alleen maar moslims, met de kans dat er ook extremisten in de buurt zouden zijn.

De fysio hoorde ineens schoten uit de richting van de commandant komen. Op het moment dat hij door zijn vizier wilde kijken wat er gaande was, probeerde de jongen die hij onder schot hield zijn wapen af te pakken. De fysio maakte zich los en sloeg die gast met zijn pistool op zijn hoofd – op de training had hij helemaal uitgebeeld hoe hij dat precies deed. Terwijl die jongen al half dood op de grond lag, ging hij richting de commandant, die inmiddels midden in een vuurgevecht zat. Daar hebben ze er nog twee doodgeschoten – die jongen op de grond haalde het uiteindelijk ook niet. Dat vertelde de fysio dan met zo veel trots. Ik begrijp daar helemaal niks van.”

1547639861521-ramallah
Een foto van de stad Ramallah door Jeroen Tesselaar.

“Ik ben iemand die daar vol tegenin gaat, waardoor we interessante discussies kregen. Dan leerde ik ook wat hun perspectief op het verhaal was. En als ik boodschappen ging doen in een moslimwijk, kreeg ik ook weer te horen hoe zij het ervaren. Dit soort voorvallen maken het extra bijzonder dat bij Katamon iedereen op de tribune welkom is. Of je nou joods, islamitisch of whatever bent. Doordat veel mensen sympathie voor de club hebben, krijgen ze ook veel geld binnen voor projecten om joden en moslims dichter bij elkaar te brengen.

Eigenlijk bereiken vooral de negatieve berichten Nederland. Ik heb het er weleens over gehad met de Israël-correspondent van het NRC. Wat Katamon allemaal deed als club wordt niet zo interessant gevonden, terwijl een bommelding altijd het nieuws haalt. Het beeld dat we in Nederland van Israël hebben is daardoor een beetje eenzijdig. Voor mij is het een prachtig land. Woestijn, strand en groene bergen; alles is er.

Ik zou graag terug naar Israël willen, maar ze moeten natuurlijk maar net ergens een linksback nodig hebben. Een stage in Europa of Nederland zou ik nu ook erg interessant vinden. Tot die tijd train ik hard, zodat ik klaar ben voor een volgende stap. Omdat ik verder toch tijd genoeg heb, help ik af en toe vrienden met hun werk. Ik heb bijvoorbeeld een dagje op de markt en een dagje in de bouw gewerkt, puur om nieuwe dingen te leren. Dankzij de kennis die ik heb opgedaan, heb ik laatst iets geïsoleerd bij mijn moeder thuis. Dat is leuk, maar het is de bedoeling dat ik snel weer ga voetballen. De stages bij De Graafschap, in Schotland en Israël waren meteen goed uitgepakt, dus ik maak me totaal geen zorgen. Het komt echt wel goed.”

1547640116388-IMG_4930

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij , waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.