Kunst

Ik werd op de Dutch Design Week opgeleid tot oorlogshond

Ontwerper Yarden werkte als hondenbegeleider in het Israëlische leger met in Nederland gekochte vechthonden. Uit zijn installatie blijkt dat mensen en vechthonden meer met elkaar gemeen hebben dan je denkt.

door Tim Fraanje; foto's door Kas van Vliet
23 oktober 2019, 3:19pm

Alle foto's door Kas van Vliet

Designers bedenken vaak slimme en mooie oplossingen voor de toekomst, en op Dutch Design Week in Eindhoven zijn er genoeg om optimistisch van te worden. Toch zijn er ook dingen die je niet zomaar oplost. Zoals het Midden-Oostenconflict, bijvoorbeeld. Yarden Colsey (29) studeerde dit jaar af aan de Design Academy en ontwierp een installatie die inzicht geeft in de complexe absurditeit van oorlog. In Old Dog New Tricks ondergaat de bezoeker een puppycursus die is gebaseerd op de training van Nederlandse K9-vechthonden.

In het Israëlische leger werkte Yarden namelijk als hondenbegeleider. Hij was onder andere verantwoordelijk voor Henkie, die in Nederland werd opgeleid tot vechthond en door het Israëlische leger werd gekocht. Na het voltooien van zijn dienstplicht merkte Yarden dat hij was veranderd van naïeve jongen naar soldaat: iemand die is geprogrammeerd om te vechten. Met zijn installatie wil hij laten zien dat mensen, net als honden, met de juiste training kunnen worden getransformeerd tot vechtmachines. Ik probeerde de installatie uit en sprak er daarna over met Yarden.

1571839064909-KVV_20191015_KVV_20191015_395A8469

Yarden geeft me het stokje voor in mijn mond, doet een soort tuigje bij me om, en dan moet ik gebukt de trainingsbaan op. Door aan allerlei hindernissen te snuffelen kom ik steeds meer te weten over Yarden en Henkie. Yarden zegt waar ik heen moet en via een luidspreker op het stokje laat hij me audioverhalen horen, mits ik de hondentrucjes juist uitvoer en enthousiast genoeg snuffel aan de objecten op de trainingsbaan. Het is de bedoeling dat je je zoveel mogelijk beweegt als een hond. “Sommige mensen doen het goed en duiken meteen met hun neus naar beneden. Die moet ik als trainer een beetje hun gang laten gaan. Andere mensen hebben meer begeleiding nodig,” zegt Yarden. Ik behoor tot de laatste categorie. Het leven als een actieve, energieke vechthond komt mij niet aanwaaien.

1571839555568-KVV_20191015_KVV_20191015_395A8559

Ook honden zijn niet binnen een dagje veranderd. Op zo’n trainingskamp worden de lieve lobbesen in ongeveer acht maanden opgeleid tot vechtmachines die explosieven en narcotica op kunnen sporen, en zo nodig ook mensen kunnen opjagen en bijten. Toen Yarden in het Israëlische leger diende, was er minstens één Nederlands bedrijf dat zich bezighield met het trainen van dit soort K9 honden. “Ze werden verkocht als politiehonden, maar ook als wapens. Het Amerikaanse leger werkte ermee, ze gingen naar Afrikaanse landen en naar Israël,” vertelt Yarden. “Wapens verkopen aan landen waar mensenrechten geschonden worden is verboden. Je mag niet eens gezichtsverf verkopen aan zulke landen. Daarom verkochten ze de vechthonden alsof het huisdieren waren. Alsof het poedels of chihuahuas zijn. De Nederlandse douane maakte geen onderscheid.”

1571839421678-KVV_20191015_KVV_20191015_395A8603

De Nederlandse overheid is ermee bezig geweest om te voorkomen dat de honden geëxporteerd worden naar de bezette gebieden, maar dat is nog altijd niet gelukt. Huisdieren zijn nog altijd legaal, zelfs als ze gebruikt worden om burgers te bijten. “Een paar jaar geleden is er een 16-jarig Palestijns jochie gebeten door een Israëlische legerhond,” vertelt Yarden. “Hij had het Nederlandse bedrijf dat de hond had verkocht voor de rechter gesleept, omdat je het Israëlische leger niet kunt aanklagen. Het liep uit op een schikking: de jongen kreeg compensatie om zijn herstelproces voor een deel te kunnen betalen. Het hondenbedrijf zei dat ze niet verder gingen met verkopen van bijthonden, maar er zijn zoveel bedrijven die dat wel doen.” Yarden ging voor dit project langs bij een Brabants bedrijf dat honden traint tot K9’s en verkoopt aan legers wereldwijd. “Het is big business. Zo’n hond kan tussen de 1000 en 50.000 dollar opleveren, en de honden die ook kunnen bijten leveren het meeste op. De trainer die ik bezocht heeft in totaal 500 honden in zijn kennel, en verkoopt ze continu, hij kwam aanrijden in een dikke Jeep. Maar de trainer ziet niet het hele plaatje. Hij ziet alleen de Brabantse trainingswei, niet het conflict waar de honden in terecht komen. Die trainers vinden het leuk om met die honden te werken. En het is ook een interessante baan.”

1571843304812-KVV_20191015_KVV_20191015_395A8695

Yarden vertelt over zijn eigen K9, Henkie. “Je gaat een speciale relatie aan met zo’n hond. Je kunt hem niet te veel affectie geven, je kunt hem niet de hele tijd aaien. Je moet heel assertief zijn en aanwijzingen geven. De hond heeft maar twee standen: aan of uit. Als hij aan staat, reageert hij overal direct op, zonder te twijfelen. Voor Henkie maakte het niet echt uit of hij in een rubberen bal beet of in een mensenhand. Een hond begrijpt geen consequenties, hij volgt zijn instinct.”


Soldaten wordt ook geleerd om niet te veel na te denken tijdens het gevecht, maar anders dan honden hebben ze wel allerlei gedachten. Yarden vertelt hoe hij al sinds zijn vroegste jeugd werd klaargestoomd voor het Israëlische leger. “Een van mijn eigen motivaties om in het leger te gaan was om deel uit te maken van het verhaal van Israël. Je groeit op met dat verhaal. De helden van Israël zijn altijd generalen. Het is militant, zelfs als je er maar zijdelings mee te maken hebt. Ik ben in een hele linkse, liberale omgeving opgegroeid, maar wel in Jeruzalem.”

In Israël is er bovendien nog altijd een dienstplicht, dus je hebt geen keus. “Je komt er alleen onderuit door te zeggen dat je gek bent. Meer mensen doen dat tegenwoordig, maar dan ben je toch een beetje een B-burger in Israël. Als je solliciteert voor een baan bij de overheid heb je een probleem, want je geldt als een gek. Veel privébedrijven weten wel dat het gebeurt, en houden er rekening mee. Ik zou er, met de kennis van nu, alles aan doen om niet het leger in te hoeven. Maar als je achttien bent is het moeilijk om de dienstplicht te weerstaan.” Yarden wist wel al dat hij liever niet wilde vechten. Hij probeerde legerfotograaf te worden, maar daar was hij te fit voor. “Ik heb gedaan alsof ik een slechte rug had, maar daar trapten ze niet in.” Hij liet zich toen opleiden tot vechthondenbegeleider, een specialisatie binnen het leger. “Anders had ik bij de gewone cavalerie gezeten. Dan moet je bij grensposten staan, en de hele tijd mensen arresteren. Echt vreselijk. Als specialist heb je wat meer afstand.

1571839351059-KVV_20191015_KVV_20191015_395A8658
Yarden werd alsnog fotograaf in de hondeneenheid en maakte dit soort heroïsche foto's

Plicht en verplichtingen zijn niet genoeg om goede soldaten te kweken. Ook paraatheid, zoals de honden die aangeleerd krijgen, wordt er in Israël al vroeg ingeramd. Toen Yarden jong was waren er veel zelfmoordaanslagen en daarop volgden represailles. “In Jeruzalem hebben moslims en ultra-orthodoxe joden soms prachtige vriendschappen, je kunt heel veel leren van mensen met andere opvattingen. Maar die harmonie kan in één keer omslaan in extreem geweld. Je bent continu om je heen aan het kijken. Die snelle omschakelingen zijn heel erg ingebed in de samenleving, en het leger maakt het erger. Tijdens de training maken ze je een paar keer per week midden in de nacht wakker en dan moet je in volle wapenuitrusting verschijnen. Zo snel mogelijk. Je moet altijd alert zijn.”

Ik heb ondertussen nog altijd het stokje in mijn mond, en word naar een gipsen mensenromp gestuurd, die langzaam via een mechaniek omhoog en omlaag gaat. Ik ben bang dat hij tegen mijn neus aan komt, maar dat is natuurlijk weer precies verkeerd. Ik moet eraan wennen. Vechten gaat allemaal om spiergeheugen, legt Yarden uit. Hij vertelt dat de Amerikanen er na de Tweede Wereldoorlog achter kwamen dat helemaal niet zoveel soldaten raak probeerden te schieten. “De soldaten werden hierover geënquêteerd en er werden veel geweren met volle magazijnen aangetroffen.” Kleine aanpassingen in de training hielpen: “Eerst schoten ze bijvoorbeeld op silhouetten van mensen, die aan de muur hingen. Die werden vervangen door full body-torso’s, die ook omvielen als je ze raakte. Dat traint je om eraan te wennen dat als je iets raakt, dat het dan valt. Het maakt je comfortabeler met dat idee. De legerleiding zegt niet: schiet gewoon raak! Ze leren je hoe het voelt om raak te schieten. Die aanpassingen werkten, want later doodde ineens 90 procent van de soldaten.” Hij gaat verder: “Het is ook belangrijk dat je nooit weet wat er gaat gebeuren. Dat noemen ze ‘de mist’. Ze vertellen je niet wanneer een actie eindigt, je moet het gewoon doen. In extreme oorlogssituaties moet je leren om niet te bevriezen.”

“Pas later, wanneer je een tijd in dienst bent, komen de vragen: wie ben ik? Wat ben ik eigenlijk aan het doen?” Yarden heeft zelf niet hoeven vechten, en geen oorlogstrauma opgelopen. “Maar de training heeft ook al een bepaald effect. Het stopt je in een mal. Alle soldaten zien er hetzelfde uit en dragen hetzelfde. Het leger heeft van mij een gereedschap, een product gemaakt, net zoals ze van de hond een product hebben gemaakt. Daar gaat mijn installatie over. Opeens heb je een stok in je mond en kun je niks meer zeggen, en je gedraagt je als een hond. Het is eng om te merken hoe erg het leger je kan veranderen.”

“Gelukkig heeft Henkie niemand gebeten in de tijd dat hij met mij was,” verzucht hij. Al scheelde het niet veel. “In mijn eerste week als soldaat op de Gazastrook werden we opgeroepen. Er waren twee gewapende mannen gesignaleerd in een dorp, dus ik moest in actie komen. De hond rende 200 meter vooruit, ik liep achter hem aan, en achter mij de hele eenheid, met volledig doorgeladen geweren. We werden gestopt: de mannen in het dorp bleken waren alleen maar twee ongewapende jongens van zeventien te zijn, die de grens overstaken om een baan te zoeken. Als de hond een van hen had gepakt, dan had hij een arm eraf kunnen bijten. En hij laat nooit los.”

1572274562100-IMG_2438-1
Yarden en Henkie op één van zijn eigen foto's. Foto via Yarden Colsey
Tagged:
oorlog