peter bergmann
Peter Bergmann buiten het Sligo City Hotel
vermist

De mysterieuze dood van een man die zijn eigen verleden heeft uitgewist

Tien jaar nadat het lichaam van een zekere ‘Peter Bergmann’ naakt werd aangetroffen op een Iers strand, weet nog steeds niemand wie hij was en wat er precies gebeurde.
19 oktober 2019, 4:45am

In juni 2009 stapte een zwartgeklede, grijze man op de bus naar Sligo, een klein kustplaatsje in Ierland. Drie dagen later werd zijn dode lichaam naakt op het strand aangetroffen. Hoe dit precies was gebeurd wist niemand. Tien jaar later is het nog altijd een mysterie waar politieagenten, journalisten, filmmakers en het internet zich het hoofd over breken.

Het verhaal begint in het Noord-Ierse Derry, waar de man in de bus stapte. Nadat hij de grens had gepasseerd kwam hij iets voor half zeven ‘s avonds aan in de haven van Sligo, waar hij een taxi naar het centrum nam. Later werd dit gegeven voor veel mensen het teken dat hij onbekend was in de regio – het is namelijk tien minuutjes lopen. Al is het ook wel weer begrijpelijk als je bedenkt dat hij twee tassen moest dragen en niet al te jong meer was.

Het eerste hotel waar de man heen ging zat vol – het was vrijdagavond en midden in de zomer – maar bij het Sligo City Hotel op Quay Street had hij meer succes. Hij betaalde gelijk voor drie nachten vooruit. In het register schreef hij zijn adres op: Ainstettersn 15, 4472 in Wenen – wat overeenkwam met zijn Oostenrijkse accent. Bij zijn naam schreef hij ‘Peter Bergmann’ op. Hij werd verder niet gevraagd om zich te identificeren.

De volgende dag gebeurde er niks noemenswaardigs. Bergmann ging om tien voor elf ‘s ochtends naar het postkantoor. Hij deed wat boodschappen en ging terug naar het hotel, waar hij af en toe buiten een sigaretje opstak. Hij gedroeg zich vrij normaal en was voornamelijk op zichzelf.

Op zondag ging hij aan het eind van de middag naar de taxistandplaats, waar hij vroeg waar het dichtstbijzijnde strand was. De chauffeur bracht hem naar Rosses Point, een schiereiland op een kwartiertje rijden dat bekend staat om zijn schitterende uitzicht. Eenmaal daar bekeek hij de uitgestrekte zee en knikte hij tevreden. Maar in plaats van uit te stappen en een duik te nemen, vroeg hij om gelijk weer terug te rijden naar het hotel, waar hij wederom de avond alleen doorbracht.

De volgende dag checkte hij iets na één uur ‘s middags uit bij het hotel, en liet hij de sleutel achter bij de receptie. Hij liet ook een van zijn twee tassen achter – een paarse plastic tas waar ‘bag for life’ op stond – en een zwart koffertje, dat hij tot dan nog niet eerder leek te hebben gehad. Vervolgens liep hij via een omweg naar het busstation. Toen hij langs de ingang voor een winkelcentrum liep stond hij even stil, alsof hij terug wilde gaan. Maar hij liep door, en toen hij aankwam haalde hij wat stukken papier uit zijn broekzak, die hij las en vervolgens in de prullenbak gooide. De bus naar Rosses Point vertrok om 14.20 uur.

Later werd vastgesteld dat minstens zestien mensen hem die middag op het strand hadden gezien. Het was dus niet zo dat hij zichzelf probeerde te verbergen. Ze herinnerden hem als een vriendelijke, goedgeklede man die iedereen netjes begroette.

De volgende ochtend, iets na zessen, jogden een man en zijn zoon op het strand – de zeemist was net wat opgetrokken. Daar zagen ze het aangespoelde lichaam van een slanke man van middelbare leeftijd en kortgeknipt grijs haar. Peter Bergmann was dood, en een mysterie was geboren.

peter bergmann cafe sligo

Bergmann in een cafe in Sligo

Ik bezocht Sligo voor het eerst in mei, in 2019. Ik vloog naar Dublin en zat vervolgens drie uur in de trein, en na een hoop grasvlaktes en dorpjes te hebben langs zien komen kwam ik aan op het treinstation, dat direct boven het busstation ligt waar Peter Bergmann destijds ook aankwam. Het was een mooie dag, dus ik maakte een wandelingetje door het centrum. Ik liep langs een muurschildering van William Butler Yeats, de beroemde Ierse dichter en toneelschrijver die een groot deel van zijn leven in Sligo doorbracht.

Ik ging naar het Sligo City Hotel. Net als Bergmann wilde ik mijn verblijf daar beginnen. Het afgelopen jaar heb ik me voor mijn werk veel beziggehouden met vermiste personen. Hun verhalen kunnen ons soms dingen vertellen over hoe we ons leven leiden, over eenzaamheid en pijn. Maar uiteindelijk zeggen ze meestal vooral iets over de persoonlijke mysteries van deze mensen zelf.

Het lichaam van Peter Bergmann lag naakt op het strand. Zijn kleren lagen her en der verspreid over het zand. Zijn zakken waren leeg: er was geen geld, portemonnee of identificatiebewijs. Al snel werd vastgesteld dat hij was verdronken. Zijn lichaam zag er gehavend uit, en bij de autopsie bleek dat hij er slecht aan toe was: hij had uitgezaaide prostaatkanker en bottumoren en hij miste een nier. Het zag ernaar uit dat hij eerder al meerdere hartaanvallen had gehad. Er werden geen sporen van medicatie in zijn systeem gevonden, ondanks de pijn die hij moet hebben geleden.

Het was een merkwaardige situatie. Hij had geen eigendommen bij zich, en de labels van zijn kleren waren ruw afgeknipt met een schaar. Toen zijn adres werd gecontroleerd kwamen de autoriteiten uit bij een stuk braakliggend terrein in Oostenrijk, en hoewel er uitgebreid gezocht werd, kon er geen ‘Peter Bergmann’ worden gevonden die met zijn uiterlijke kenmerken overeenkwam. De brieven die hij vanuit Sligo wilde versturen zijn nooit gevonden.

De laatste dagen van Peter Bergmann werden gereconstrueerd aan de hand van camerabeelden. Elke dag liep hij met zijn paarse plastic tas uit het hotel, die gevuld was, maar leeg toen hij weer terugkeerde. Wat er in de tussentijd gebeurd was wist niemand. Het bleek dat hij zijn eigendom in verschillende prullenbakken in Sligo had gegooid, en er goed op lette dat dit niet werd vastgelegd door beveiligingscamera’s. Het was best gek om deze flarden aan beeldmateriaal te bekijken – alsof je een geest door de wereld van de levenden ziet voortbewegen. Uiteindelijk is de identiteit van de man nooit boven water gekomen.

In september spreek ik op een zaterdagmiddag af met detective-inspecteur Ray Mulderrig bij het politiebureau. Hij is de derde die de volledige verantwoordelijkheid over de zaak Bergmann heeft gekregen. In 2009 was het nog John O’Reilly, die na zijn promotie naar een ander district was overgeplaatst. Wanneer ik Ray vraag of hij gefascineerd is door Peter Bergmann, corrigeert hij me voorzichtig: “We raken nooit gefascineerd door zaken. Ze doen zich voor en wij moeten ermee aan de slag.”

Ray denkt niet dat Sligo een willekeurige bestemming was. “Het lijkt erop dat er een idee achter zat,” zegt hij. “Overal lijkt een idee achter te zitten. De vraag is vooral: waarom Sligo? Als je op een mooie plek wil sterven is er keuze zat hier aan de westkust van Ierland. Iets moet hem hier gebracht hebben, maar we hebben geen flauw idee wat.”

Hoewel er nog altijd veel vragen niet zijn beantwoord, zijn er al veel uren gestoken in het onderzoek. Ze hebben bijna alles onderzocht wat ze konden, maar het is de vraag of de zoektocht ooit zal eindigen. “Het is net een computer die in de slaapstand is gegaan,” zegt Ray. “Als er ineens iets nieuws op ons pad komt, bewegen we de muis en kunnen we weer verder.”

Ondertussen gaan er allerlei theorieën rond, vooral online. Op het moment van schrijven heb ik negen afzonderlijke Reddit-draadjes gezien over dit mysterie. De een zegt dat hij van de geheime dienst was, of een gangster die op de vlucht was voor een schimmige criminele bende. Anderen denken dat hij een levensverzekering voor zijn geliefden probeerde te regelen.

Er is ook een theorie dat het gewoon één grote hoax is, bedacht door de Ierse filmmaker Ciaran Cassidy, die in 2013 de documentaire The Last Days of Peter Bergmann maakte. Tot voor kort had de zaak eigenlijk niet veel meer media-aandacht gekregen dan deze film, waardoor sommige mensen denken dat het een soort avant-gardistisch commentaar is op onze fascinatie met waargebeurde verhalen. Toen ik Ciaran hier op Twitter naar vroeg, reageerde hij een paar minuten later: “Het is gewoon echt. Geloof niet in die onzin.”

peter bergmann cigarette

Bergmann rookt een sigaret

Vorige maand ontmoette ik Treasa Nealon, schrijver van A Dream of Dying, een toneelstuk uit 2017 waarin het verhaal van Bergmann omgekeerd wordt verteld. Door dat stuk raakte ik in de eerste instantie gefascineerd door de zaak.

We ontmoetten we elkaar in de vroege ochtend bij het Riverside Hotel in Sligo. We hadden elkaar al veel tweets over en weer gestuurd, maar nu kon ik haar eindelijk vragen hoe zij in aanraking was gekomen met de zaak. Treasa groeide op in een klein dorpje op een paar kilometers afstand van Sligo, maar toch had ze nog nooit van Bergmann gehoord, voordat ze aan haar toneelstuk begon. Ze ontdekte hem toen ze “niet-geïdentificeerde vermiste mensen, westkust Ierland” googelde, en kon vanaf toen niet meer stoppen met lezen.

“Het is te indringend om te zeggen dat ik het verhaal vanuit zijn perspectief heb geschreven,” zegt ze. “Je kunt hem geen gedachten toedichten. Maar door zijn achtergrondverhaal te bedenken, kreeg ik in ieder geval een beeld van hem. Ik hoop dat hij een goede jeugd en een mooi leven heeft gehad, maar dat kunnen we nooit zeker weten. Alles wat hij ons heeft achtergelaten is gewoon zo triest. Ik ben blij dat jij het stuk hebt gezien en dat het iets in je heeft losgemaakt, want ik wil dat hij een identiteit heeft. Natuurlijk willen mensen een antwoord, maar hij wilde niet geïdentificeerd worden. Misschien dacht hij wel dat het niemand iets zou uitmaken.”

We praatten over wat we over de zaak wisten: de verknipte kleren, de spookachtige kamer in het Sligo City Hotel en de korrelige bewakingsbeelden van het hotel. Daarnaast heb je natuurlijk de documentaire, het toneelstuk en alle theorieën en speculaties van de mensen op het internet, die alle concrete details omvormen tot ingewikkelde complottheorieën. Ten slotte heb je nog de mensen die hij heeft achtergelaten, wie ze ook mogen zijn.

Als iemand als vermist wordt opgegeven, zijn we eraan gewend dat hun rouwende familie en geliefden op de voorgrond treden. Er worden zelfgemaakte posters gedrukt en mensen organiseren en coördineren zoektochten. Lang nadat de politie zijn mankracht op andere zaken richt en de media geen interesse meer heeft, blijft er iemand achter met hartzeer.

In het geval van Peter Bergmann waren er voor zover we weten geen naasten. Er werd alleen naar antwoorden gezocht door mensen die dat voor hun werk moeten doen. In plaats van verdriet en een liefhebbende nagedachtenis bestaan er alleen toevallige herinneringen. De taxichauffeur die zich zijn hoffelijke, zachtjes pratende passagier herinnert. De mensen op het strand, die niet hebben geweten dat ze de laatste momenten van de vreemde man meemaakten. Er zijn mensen die geloven dat de zoektocht te snel werd afgebroken. Dat ergens iemand moet zijn die zich iets concreets herinnert of de sleutel heeft tot zijn echte identiteit. Laatst verscheen er nog een podcast van The Irish Times over de zaak, maar ondanks de voortdurende interesse in Bergmann, is er volgens Ray Mulderrig nog nooit iemand geweest die met overtuigende informatie op de proppen kwam.

“We volgen een standaard procedure als iemand vermist is,” zegt hij. “Soms verdwijnen mensen gewoon voor een korte periode. Maar er zijn ook mensen die op zo’n manier zelfmoord plegen dat het lichaam nooit gevonden wordt. Er was hier eens iemand vermist vanaf 2008, waarvan we vermoedden dat diegene vermoord was. Acht jaar later hebben we die persoon geïdentificeerd met hulp van de politie in Wales en vingerafdruktechnologie. Peters zaak is ongewoon. Hij is nooit opgegeven als vermist en dat is nog steeds niet gebeurd. Niemand heeft ooit gezegd dat hij weleens iemands vader, broer of neef zou kunnen zijn.”

Peter Bergmann, de man die zichzelf in een geest heeft veranderd, tart onze verwachtingen van hoe een zaak over een vermist persoon eruit zou moeten zien. Er is een onofficiële schaal, die loopt van alledaagse vermissingen tot de gevallen die mythes worden, of waarvan wordt verondersteld dat ze iets groters vertegenwoordigen.

In Sligo heeft elk onopgelost geval dezelfde prioriteit en lopen er altijd verschillende onderzoeken tegelijkertijd. “Een langetermijnzaak als die van Peter wordt hetzelfde behandeld als elke andere,” zegt Ray. “Op dit moment lopen er vier of vijf langetermijnzaken, waaronder eentje van een vrouw uit 2011, die we behandelen als moordonderzoek. We gaan op pad, we kijken, we zoeken. En in sommige gevallen vinden we de persoon nooit.”

peter bergmann sligo

Bergmann in het Sligo City Hotel

In Ierland wordt elk uur iemand als vermist opgegeven. Er zijn ongeveer 9000 meldingen per jaar. Volgens gegevens uit 2015 is de gemiddelde duur dat iemand officieel als vermist wordt beschouwd door de gardaí meer dan tien jaar. De oudste onopgeloste zaak dateert uit 1967.

In 2015 werd bekend dat niemand precies kon zeggen hoeveel niet-geïdentificeerde lichamen in Ierland begraven zijn of in mortuaria liggen. De meeste zaken van vermiste personen in het land worden binnen een paar uur of dagen opgelost – net zoals in de rest van de wereld. De weggelopen tiener komt weer thuis, de kwetsbare volwassene wordt gevonden, de dingen zijn weer zoals ze waren. Maar dat is geen excuus om de mensen te negeren die nog niet gevonden zijn. Voor elke Peter Bergmann die volop aandacht krijgt is er een andere zaak die niet in de schijnwerpers heeft gestaan. In februari werd er bijvoorbeeld een mannelijke schedel in zee gevonden. Volgens schattingen was hij tussen de 25 en 45 jaar toen hij stierf en kwam hij waarschijnlijk uit het noorden van Afrika. De schedel lag minder dan een jaar in het water. Interpol werd ingeschakeld en er is een DNA-profiel rondgegaan, maar er is niets teruggekomen en de zaak is nog steeds onopgelost.

Het verhaal van Peter Bergmann voelt zowel nieuw als vreemd aan. We weten dat hij alles heeft uitgekozen: van zijn pseudoniem tot de plaats en tijd van zijn dood. Misschien was het wel een extreme manier om de controle terug te nemen. Hij was terminaal en wilde sterven, dus deed hij dat – met een soort voorbedachte rade die je zelden ziet. Er zat een doodvonnis in zijn botten en zijn hart, maar zijn resterende tijd was van hem en van hem alleen.

Voor mijn tweede bezoek aan Sligo ontmoette ik Tosh Lavery, een ex-politieagent die 30 jaar bij de waterpolitie heeft gezeten. Hij heeft op een paar van de meest beruchte zaken over vermoorde of vermiste mensen gezeten. Sinds hij een paar jaar geleden met pensioen ging, werkt hij samen met de gezinnen van vermiste personen door het hele land. Hij wil hun benarde situatie uitlichten en de publieke belangstelling vergroten als die afneemt. Tosh heeft ook zijn eigen gedachten over Peter Bergmann. Hij vindt het een morele kwestie om een zaak op te lossen. Niet alleen die van Peter, maar alle zaken. Hij vertelt me hoe erg hij het woord ‘afsluiting’ haat. Het woord wordt vaak gebruikt in gesprekken over vermiste personen, waaronder die over Bergmann.

“Ik weet niet wat het betekent als mensen dat zeggen,” zegt hij over de telefoon tegen me. “Zelfs als we de persoon vinden en achter het hele verhaal komen, betekent het nog niet dat alle onzekerheid waar mensen mee te hebben gehad ineens is goedgemaakt.”

Hoe meer ik denk aan de man die zichzelf Peter Bergmann noemde, hoe meer ik begon te twijfelen aan de motieven voor mijn eigen onderzoeken. Hij heeft geprobeerd om zijn identiteit zo grondig te verbergen dat die nooit zou worden ontdekt. De forensische omstandigheden van zijn dood duiden erop dat het een man was die niet herinnerd wilde worden – om welke reden dan ook.

Had ik, of wie dan ook, het recht om dat alsnog zijn identiteit te achterhalen, alleen omdat ik nieuwsgierig ben? En wat hoopte ik nou eigenlijk te vinden? Net als Tosh vroeg ik me af wat ‘afsluiting’ zou betekenen voor Peter Bergmann. Weegt onze drang om achter zijn identiteit te komen zwaarder dan zijn recht om vergeten te worden? Er zijn veel verschillende antwoorden, elk met hun eigen gedeeltelijke en onbevredigende waarheden. De zaak van Peter Bergmann is hierin niet alleen: zijn verhaal deed me denken aan een ander geval uit de 21e eeuw die de aandacht van het internet trok en agenten verbouwereerd achterliet.

In september 2001 checkte een 25-jarige man in bij een motel in een dorp op het platteland van Washington. Hij gebruikte de naam Lyle Stevik. Zijn lichaam werd een paar dagen later ontdekt, en men ging ervan uit dat het een zelfmoord was. Hij had een briefje en wat kleingeld achtergelaten, maar het was opmerkelijk dat hij veel moeite had gedaan om zijn identiteit te verbergen. De jaren gingen voorbij en niemand schonk er nog aandacht aan, behalve een toegewijde gemeenschap die de puzzel wilde oplossen.

In 2018 was er een doorbraak in de zaak. Een DNA-analyse leidde agenten tot de familie van de man, met wie hij veel jaren voor zijn dood het contact had verloren. Zijn familie dacht dat hij nog leefde en dat hij gewoon de banden met hen had verbroken om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Ze pleitten voor zijn privacy en de details van de zaak zijn op hun verzoek nooit vrijgegeven.

In mijn laatste paar uur in Sligo deed ik wat ik van mezelf moest doen: ik ging naar Rosses Point. Ik vroeg me af hoe het was geweest voor de man die zichzelf Peter Bergmann had genoemd. Ik keek naar de zorgvuldig gekozen plek waar de onbekende man zijn laatste momenten had doorgebracht. Het was moeilijk om het gevoel van me af te schudden dat ik een indringer in zijn verhaal was.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE UK.