FIGHTLAND

Het leven van kickbokser Hamza ‘Soesi’ Essalih in De Pijp

“Als ik als puber dure Prada-schoenen wilde, moest ik werken of op straat geld verdienen.”

door Dave Aalbers
14 maart 2019, 2:41pm

Foto's door auteur.

De regen komt met bakken uit de hemel als ik Hamza Essalih (26) begroet op straat in de Amsterdamse wijk De Pijp. “We kunnen wel even naar huis gaan?,” stelt de kickbokser voor. “Welkom man, wel graag even je schoenen uitdoen,” zegt hij als ik even later zijn ouderlijk huis binnenstap, waar hij zelf ook nog woont. In de woonkamer staan lange banken en grote tafels. Er hangen witte gordijnen voor het raam, op de vloer ligt een grijs tapijt en op een kastje in de hoek van de kamer staat een koran. Hamza zet thee, dadels en andere lekkernijen op tafel.

Hamza vocht in februari zijn laatste partij bij Enfusion in Eindhoven. Zoals bij bijna al zijn gevechten werd hij daar aangemoedigd door een fanatieke groep vrienden en familie uit De Pijp. Vanavond loop ik met hem door zijn geliefde buurt, waar hij opgroeide in een gezin van acht kinderen.

1552572912572-fullsizeoutput_fa4

Het huis ziet er nu erg netjes uit, maar dat was wel anders toen Hamza nog een klein kind was. “Vroeger kon je hier echt geen dure dingen neerzetten, alles werd kapotgemaakt,” lacht hij. Ze waren vaak met z’n allen aan het spelen, en er werd regelmatig binnen gevoetbald en gekickbokst. Zijn moeder was niet bepaald blij als er weer eens iets sneuvelde. “Maar ze is heel lief verder.”

Zijn vader werkte altijd hard om de acht kinderen te kunnen voeden. Hij had verschillende banen, bijvoorbeeld in de fabriek en als schoonmaker. “Alhamdoelillah, gelukkig hebben we altijd eten op tafel gekregen,” zegt Hamza. Toen hij elf jaar oud was, stopte zijn vader met werken omdat hij ernstig ziek werd. “Volgens mij was het kanker, maar ik weet het niet zeker,” zegt hij. “Ik was nog jong en had niet precies door wat er aan de hand was. Hij moest in ieder geval erg vaak naar het ziekenhuis.” Inmiddels is zijn vader er weer helemaal bovenop gekomen.

1552572945683-fullsizeoutput_fd6

Hamza’s ouders zorgden er altijd voor dat de kinderen niks tekort kwamen. De kleren die ze destijds droegen waren vrij simpel, en dat vond Hamza helemaal prima, tot hij rond zijn veertiende begon te puberen. “Toen wilde ik ineens kleding van Evisu en schoenen van Prada,” weet hij nog. Nike-schoenen kon hij nog wel aan zijn vader vragen, maar voor die dure merken hoefde hij niet bij hem aan te kloppen. “Voor die kleertjes moest ik toch echt zelf gaan werken of op straat mijn geld verdienen.”

Vanaf zijn vijftiende begon hij aan een krantenwijk in De Pijp. Daar moest hij eigenlijk zestien voor zijn, maar onder de naam van zijn oudere broer kon hij eerder beginnen. Dat deed hij onder andere samen met Othman, een van zijn beste vrienden, die naast hem op de bank is komen zitten. Hij draagt een zwarte Nike-jas en een bril. “Dat rondbrengen van die kranten was geen werk, man,” lacht Othman. “Dat was gewoon een activiteit, iedereen uit de buurt deed het.”

1552572815343-fullsizeoutput_fde
Othman, de goede vriend van Hamza.

Othman en Hamza kennen elkaar al vanaf hun vijfde. Hamza weet nog dat ze altijd om drie uur ‘s middags de kranten moesten ophalen, en de kunst was om zo snel mogelijk weer klaar te zijn. “Dan konden we weer chillen.” Hamza had me graag het kantoor waar hij de kranten altijd ophaalde laten zien, maar dat is helaas in de avonduren gesloten. Naast zijn krantenwijk had hij nog allerlei andere bijbanen: bij de Albert Heijn, C1000 en in de fruitkraam op de markt.

Othman weet nog goed dat ze vroeger vaak kattenkwaad uithaalden in De Pijp. “Belletje trekken en dat soort geintjes,” zegt hij. “Maar we waren ook boefjes, eerlijk gezegd,” voegt Hamza toe. “Fietsen jatten en bij auto’s inbreken, we deden van alles.” Hij heeft nog genoeg vrienden in de buurt die nog steeds het verkeerde pad bewandelen. “Gelukkig ben ik kickbokser geworden, anders was ik nu misschien nog steeds wel een boef.”

1552573203641-fullsizeoutput_fdb
Othman en Hamza in zijn woonkamer in De Pijp.

Hamza werd als kind door zijn vader op karate gezet, en op zijn tiende ging hij voor het eerst kickboksen bij het buurthuis in De Pijp. Vanaf zijn zeventiende ging hij vol voor de sport. “Ik heb mezelf van de straat weggeschoven,” vertelt hij. “Ik ga nu de goede richting op en blijf die kant opgaan.” Het was niet altijd makkelijk voor hem om de deur naar snel geld verdienen op straat definitief achter zich dicht te slaan. Zeker niet toen hij als beginnende kickbokser nog amper wat verdiende. “Gelukkig heb ik nooit echt lang vastgezeten,” vertelt hij. “Weleens een maandje, maar niet voor zware misdrijven. Iets stelen of een vechtpartijtje. Kattenkwaad, zeg maar.”

Die tijd ligt inmiddels ver achter hem en als kickbokser heeft hij tegen veel toppers gevochten. Zijn laatste partij bij Enfusion in Eindhoven won hij op punten van Lofogo Sarour, die volgens Hamza vooraf erg veel praatjes had. Voor de partij plaatste Sarour bijvoorbeeld een foto op Instagram, waarop hij sushi aan het eten was. “Voorbereiden op 23 februari, want dan eten we ook Soesi,” schreef hij bij de foto.

Hamza wordt door zijn vrienden Soesi genoemd, wat een verwijzing is naar het volk Soesie in het zuiden van Marokko. Daar liggen zijn roots. Hamza schuift zijn telefoon onder mijn neus en laat een snapchatfilmpje zien. Hij kwam Sarour na de winst tegen op een ander gala. “Hey Lofogo, wanneer gaan we eindelijk sushi eten?,” vraagt Hamza op het filmpje. Hij kan nog altijd smakelijk lachen om zijn actie en ook Sarour zag er wel de humor van in.

1552573267803-fullsizeoutput_fda

Tussen het gesprek door komt een van Hamza’s broertjes de kamer binnengelopen. Hij heet ook Othman en vertelt dat hij eigenlijk wilde zaalvoetballen vanavond, maar last heeft van een knieblessure. Ik vraag Hamza of hij ook nog weleens met de jongens uit de buurt een balletje trapt. “Nee liever niet, die jongens zijn wild man,” zegt hij. Zijn broertje begint te lachen. “Wij kunnen juist beter niet met jou voetballen,” countert hij. “Jij doet voetbal en kickboks in één. Jij komt zo hoog met je been, dan kom ik liever niet te dicht bij je in de buurt.”

Vooraf had ik met Hamza afgesproken om buiten wat belangrijke plekken uit zijn jeugd in De Pijp te bekijken, maar het weer is nog altijd niet zo best. “We kunnen ook een visje gaan eten?,” stelt hij voor. Voordat we richting de viszaak gaan, wil Hamza nog even proberen om een foto te maken op zijn balkon, met op de achtergrond de Van Woustraat. Hij is trots op de straat waar hij is opgegroeid en wil deze graag representen.

1552572310219-fullsizeoutput_fd2

Buiten wijst Othman – de vriend, niet het broertje – naar een tunneltje vlak bij het huis van Hamza. “Als het vroeger regende stonden we daar altijd gezellig met een man of twintig te chillen,” zegt hij. Iets verderop nemen we afscheid van Othman en loop ik achter Hamza aan de viszaak binnen. Hij bestelt twee keer vissoep en een visschotel, en wijst een voor een aan welke vis hij in die schotel wil. Hij vraagt vriendelijk of het wel een beetje snel kan, want hij moet zo kickboksles geven aan jongeren in de buurt.

De werknemer van de viszaak heeft de opdracht begrepen, want de soepen en de schotel komen al snel op tafel. Er ligt van alles op, van inktvisringen tot kibbeling. Hamza slurpt de soep naar binnen en prikt tussendoor de vis van het bord. Ondertussen haalt hij herinneringen op aan zijn schooltijd. Hij vertelt dat hij een rustige en leergierige jongen was. “Maar ik was ook wel een mannetje dat al vroeg van stoeien hield.” Hij en zijn broer kozen tijdens de les weleens allebei drie sterke jongens uit, die in hun klas zaten. “En dan in de pauze knokken op de binnenplaats,” herinnert hij zich.

1552573745907-fullsizeoutput_fa6

Terwijl hij nog wat inktvisringen in de saus dipt, vertelt hij dat hij wel altijd goed wist waar de grens lag op school. “De leraren waren altijd wel blij met mij, dan hadden ze tenminste wat gezelligheid.” Behalve de gymleraar, die was een keer minder blij dat Hamza in zijn klas zat. “Mijn vrienden en ik kregen van hem een onvoldoende, en toen hebben we hem bekogeld met alle ballen die er in de gymzaal te vinden waren. Dat was lachen, maar als er geleerd moest worden, werd er geleerd.” Na de middelbare school rondde hij ook zijn mbo-opleiding in administratie af.

Als de kommen soep leeg zijn en een groot deel van de visschotel is weggewerkt, is het tijd om naar zijn kickboksles te lopen. Onderweg vertelt Hamza dat hij De Pijp door de jaren heen sterk heeft zien veranderen. “Ze maken er echt een yuppenbuurt van. Er zitten nu veel rijke kakkers van buiten Amsterdam die van papa en mama een koopwoning hebben gekregen.” Hamza vond de buurt mooier toen hij een kind was en alles nog iets rauwer was dan tegenwoordig.

Als we net een stukje onderweg zijn, begint het weer hard te regenen en te waaien. Terwijl we even onder het afdakje van een woning schuilen, vertelt Hamza dat zijn les niet in een sportschool plaatsvindt, maar dat hij een gymzaaltje huurt. De mensen die komen betalen een contributie van dertig euro per maand, en kunnen daarvoor lessen volgen op dinsdag, donderdag en zondag. “Het levert niet zoveel op en soms betaal ik wat bij uit eigen zak,” zegt hij. “Dit doe ik ook niet voor het geld, maar voor de buurt.”

1552572584987-fullsizeoutput_fb1

Het weer wil niet echt beter worden, maar gezien de tijd hebben we geen andere keuze dan door te lopen. Na een korte wandeling stappen we de gymzaal in Sportcentrum De Pijp binnen. Er staan al twintig man klaar voor de training, maar een aantal zit nog in de kleedkamer. Hamza gooit zijn jas uit, zijn tas in de hoek en gaat meteen over tot actie: “Jongens, acht uur is de afspraak hè.”

In de groep zitten volwassen mannen, jongeren, maar ook jonge kinderen die net komen kijken. Hamza loopt de zaal rond, doet wat oefeningen voor en maakt links en rechts een praatje. Als een van de leerlingen even met tegenzin tegen een bokszak staat te trappen, zit hij erbovenop. “Harder trappen, voordat ik jou eruit trap,” zegt hij. Een oudere jongen die aan de zijkant zit te kijken, moet meteen lachen. “Dat is ook Hamza,” zegt de jongen die zich voorstelt als Abdel.

1552572684115-fullsizeoutput_fb6

Abdel is een flinke gozer, draagt een pet en heeft een baardje. Hij vertelt dat hij normaal gesproken ook meetraint met de groep, maar deze training aan zich voorbij laat gaan omdat hij net terug is van vakantie. Abdel zit ook weleens in de hoek bij gevechten van Hamza om als leerling de gevechten van dichtbij te zien. “Hij is echt een voorbeeld voor de jeugd hier,” vertelt Abdel. “Die man wint bijna alles en komt zelfs op tv. Hamza komt van de bodem en heeft alles zelf moeten doen.”

Ondertussen staat Hamza in de zaal en is iedereen om hem heen aan het opdrukken. Een aantal van hen kreunt van vermoeidheid. Na iets meer dan een uur, als Hamza een eind aan de training heeft gemaakt, vertelt hij dat hij zelf niet meer zoveel traint als vroeger, omdat hij het kickboksen niet zo uitdagend meer vindt. “In mijn gewichtsklasse ben ik gewoon de beste,” zegt hij. Hij baalt ervan dat hij al jaren geen titelpartijen of toptegenstanders van de promotors krijgt. “Eigenlijk vecht ik alleen voor het geld. En om mijn vrienden uit de buurt een leuke avond te bezorgen.”

1552572741471-fullsizeoutput_fbe