Social Media

Social media maken ons geheugen kapot

De manier waarop we ons hele leven vastleggen op social media maakt het moeilijker herinneringen aan goede momenten op te slaan in ons geheugen.

door Eda Yu; illustraties door Ben Giles
11 april 2019, 11:38am

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Als ik doelloos door mijn eigen instagrampagina scroll, eindig ik op de een of andere manier altijd helemaal onderaan, bij de eerste foto’s die ik ooit online heb gezet. Juni 2016, de laatste zomer waar ik duidelijke herinneringen aan heb.

Ik heb daarna veel mooiere foto’s geplaatst, maar die oude foto’s maken me enorm nostalgisch. Als ik er goed naar kijk, besef ik dat de momenten die ik me herinner juist de dingen zijn die ik niet op social media heb gezet, omdat ik veel te druk was met het allemaal meemaken.

Ik was me toen nog niet bewust van de manieren waarop social media mijn geheugen beïnvloeden.

Het aanmaken van een herinnering begint bij perceptie. Je hersenen registreren de input van al je zintuigen, en die informatie komt terecht in de hippocampus. Daar wordt bepaald of het een korte- of lange termijn-herinnering wordt, afhankelijk van dingen als herkenbaarheid, herhaling en emotionele opwinding. In zijn onderzoek uit 2013, Making Lasting Memories: Remembering the Significant, merkte neurowetenschapper James L. McGaugh op dat als je tijdens een ervaring emotioneel opgewonden raakt, dat de amygdala stimuleert (het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor emoties, overlevingsinstinct en geheugen) en stresshormonen produceert, waardoor de kans groter wordt dat die ervaringen worden opgeslagen als lange termijn-herinneringen.

McGaugh’s onderzoek lijkt steeds relevanter te worden. De stortvloed aan digitale technologie maakt het alleen maar moeilijker om emotioneel verbonden te zijn met je ervaringen. Achteraf gezien was de zomer van 2016 een cruciaal moment, toen de invloed van social media steeds groter begon te worden.

Hoewel Snapchat al succes had met tijdelijke berichten, waren de Stories – foto’s en video’s die 24 uur bleven staan en daarna verdwenen – pas echt een gamechanger. Drie jaar later jatte Instagram de functie. Hoewel veel mensen in eerste instantie sceptisch waren, groeiden de gebruikersaantallen van Instagram na de introductie van Stories van 500 miljoen naar 700 miljoen in acht maanden.

Stories waren losser en minder formeel dan de statische, overdreven opgepoetste beelden die je doorgaans op Instagram zag. Het nadeel is dat ze druk veroorzaken om vaker te willen posten, vooral tijdens opwindende ervaringen, waardoor je zo’n moment onderbreekt om het vast te leggen voor je volgers.

Julia Soares en Benjamin Storm, onderzoekers aan de Universiteit van Californië, bestuderen de invloed van digitale technologie op onze herinneringen al jaren. In maart brachten ze een onderzoek uit dat suggereert dat je de connectie met een moment verliest als je het fotografeert, waardoor de herinnering minder diep wordt opgeslagen. Hun paper Forget in a Flash: A Further Investigation of the Photo-Taking Impairment Effect vergeleek het geheugen van mensen in drie scenario’s: na enkel iets observeren, na het vastleggen van een moment met een camera-app, en tot slot na het vastleggen van een moment, maar dan zonder dat de foto werd opgeslagen. Eerder onderzoek wees al uit dat een betrouwbare geheugenbron, zoals een camera, het geheugen van mensen slechter maakt. Dat fenomeen wordt het ‘photo-taking impairment effect’ genoemd. Onderzoekers schreven dit effect grotendeels toe aan iets wat ‘cognitieve ontlading’ wordt genoemd, waar mensen herinneringen opslaan op een externe geheugenbron in plaats van ze zelf op te slaan. Soares en haar team onderzochten dit verder, door te testen of cognitieve ontlading de enige reden was dat het geheugen minder goed werkt als je iets fotografeert. Dat bleek niet zo te zijn.

“Ons onderzoek liet zien dat de negatieve effecten van iets fotograferen niet lijkt af te hangen van het feit of die foto wordt opgeslagen of niet,” vertelt Soares via de telefoon. “Anders zou het effect verdwijnen als mensen weten dat ze een camera niet kunnen vertrouwen om hun foto’s te bewaren.”

1554187415227-1551921942109-Viceidea2

Ze stelde een nieuwe hypothese voor: ‘attentional disengagement’, waarmee ze suggereerde dat het gebruik van een camera mensen zo erg uit het moment haalt, dat de negatieve effecten op het geheugen nog doorwerken nadat je telefoon weer in je zak zit. Gek genoeg bleken deelnemers daar meer last van te hebben als ze Snapchat gebruikten, dan wanneer ze alleen foto’s namen, wat misschien komt door alle filters en effecten die je in die app vindt.

Met dit nieuwe inzicht en McGaugh’s vorige bevindingen wordt duidelijk dat het toevoegen van Stories aan een platform als Instagram impact kan hebben op een hele generatie; op hun vermogen om in het moment aanwezig te zijn en op hoe ze ervaringen onthouden. (Toen ik contact opnam met Instagram en Snapchat voor commentaar op het onderzoek weigerde Snapchat. Ze wilden wel via een woordvoerder iets zeggen over hun waarden. Ze vertelden dat sommige aspecten van de app, zoals het ontbreken van likes en comments, bedoeld zijn om het gebruikers mogelijk te maken om zichzelf te uiten en in het moment te leven. Instagram heeft tot op heden niet gereageerd op ons verzoek om commentaar.)

In het moment leven en mindfulness zijn vandaag de dag veelbesproken onderwerpen, en toch wordt het steeds moeilijker om losgekoppeld te zijn van social media. Misschien is het goed om de volgende keer dat je je telefoon erbij pakt om iets op Insta te zetten, even twee keer na te denken. Of je er in elk geval bewust van te zijn dat het misschien een negatieve impact heeft op je geheugen.