Foto’s van de menselijke kant van Koerdische strijders in Syrië en Irak

Het nieuwe boek van fotograaf Joey Lawrence richt zich op de persoonlijke verhalen van de Koerden die tegen IS vechten.

door Pierre Longeray
24 juli 2019, 12:20pm

YPG-strijders voor Al-Hawl in Syrië, 4 december 2015. (Foto door Joey Lawrence)

De Canadese fotograaf Joey Lawrence vloog in maart 2015 naar Suleimaniya, een stad in de Koerdische Autonome Regio in het noordoosten van Irak, om foto’s te maken van de Koerden die tegen IS vechten. Hij wilde zich niet richten op alle vernietiging, zoals traditionele oorlogsfotografen meestal doen, maar juist de menselijke kant van de strijders laten zien.

Nu – vier jaar en vier reizen later – heeft dat geleid tot de publicatie van We Came From Fire. Het boek is gevuld met intieme foto’s van Koerdische strijders, en het reisdagboek van Lawrence.

Ik belde hem om erachter te komen hoe hij in Syrië en Irak terechtkwam en hoe het dagelijks leven is voor de strijders aan het front.

1557999634851-We-Came-From-Fire-Web-Resized-06
Perwîn, een Koerdische strijder in een verlaten kerk in Sinjar, 11 november 2016.

VICE: Hoi Joey, waarom besloot je dit verhaal te vertellen?
Joey Lawrence: Toen het Syrische conflict in 2011 begon, volgde ik het gewoon net als iedereen. Ik keek naar het nieuws en verdiepte me in de Arabische Lente. Eén ding viel me al heel snel op: dit was de eerste keer dat je een conflict van deze omvang direct kon volgen op Twitter. Er waren veel burgerjournalisten actief op social media, maar ook jihadistische groepen. Ik keek eind 2012 een paar video’s van Koerdische strijders en bleef maar denken: wie zijn deze mensen die zich verzetten tegen de overheid, de rebellen en de jihadisten? Mijn werk heeft zich altijd gericht op bedreigde taalgroepen en culturen, en ik zag overeenkomsten tussen de Koerden en de projecten die ik met Ethiopische stammen heb gedaan.

Hoe ging je om met je onervarenheid als oorlogsfotograaf?
Ik vloog eerst naar Suleimaniya, een volledig veilige stad. Daar ontmoette ik mijn fixer en kreeg ik een eerste indruk van de mensen. Toen heb ik alles heel langzaamaan gedaan, stap voor stap, totdat ik aan het front was. Het hielp echt dat ik het Koerdische volk heel betrouwbaar vond en ik me beschermd voelde. Elke fotograaf die naar Rojava [een autonome regio in het noordoosten van Syrië] gaat, ontwikkelt een liefde voor de mensen daar. Zelfs journalisten worden haast activistisch als het over hen gaat.

1557999261720-We-Came-From-Fire-Web-Resized-02
Koerdische strijders in Makhmoer in Irak, 3 maart 2015.

Wat motiveerde je uiteindelijk om te gaan?
Ik besloot in 2015 te gaan, nadat ik in contact was gekomen met een heel goede fixer. Ik ben eigenlijk helemaal geen oorlogsfotograaf, dus tijdens mijn eerste reis maakte ik me veel zorgen om alles en wist ik niet wie ik moest vertrouwen. De enige dingen die ik wist, had ik online gelezen – maar als je er daadwerkelijk bent, is alles heel anders.

1557999333263-We-Came-From-Fire-Web-Resized-13
In de verte staat een standbeeld ter ere van de martelaren van Kobani in Syrië, 13 november 2016

Hoe ging je om met je onervarenheid als oorlogsfotograaf?
Ik vloog eerst naar Suleimaniya, een volledig veilige stad. Daar ontmoette ik mijn fixer en kreeg ik een eerste indruk van de mensen. Toen heb ik alles heel langzaamaan gedaan, stap voor stap, totdat ik aan het front was. Het hielp echt dat ik het Koerdische volk heel betrouwbaar vond en ik me beschermd voelde. Elke fotograaf die naar Rojava [een autonome regio in het noordoosten van Syrië] gaat, ontwikkelt een liefde voor de mensen daar. Zelfs journalisten worden haast activistisch als het over hen gaat.

1557999397173-We-Came-From-Fire-Web-Resized-08

Was het moeilijk om bij de Koerdische strijders te komen?
Het was toentertijd veel makkelijker dan nu. Het enige dat je nodig had was een fixer met goede connecties, die je project kon uitleggen en als ‘culturele brug’ kon optreden. Ik had alleen een iPad vol met foto’s van andere projecten. Mijn fixer zei: “Dit is een culturele fotograaf, en hier zijn wat van zijn foto’s van Afrikaanse stammen.” Dat was echt anders voor de strijders, denk ik. Ze hielpen me enorm en lieten me letterlijk alles zien wat ik wilde zien.

1560248302152-2019-06-11
Cudi Serhed, commandant aan het front van de gewapende tak van de PKK in Sinjar in Irak, 22 november 2015.

Toch zou je kunnen zeggen dat Koerdische strijders wel iets beters te doen hebben dan poseren voor een vreemdeling.
Het grootste deel van de oorlog is eigenlijk vrij saai. Alleen als ze een offensief organiseren is er echte actie. De meest accurate weergave van oorlog is letterlijk iemand die tegenover iemand anders zit en diegene aanstaart. Dus het is best makkelijk om tussen zo’n groep te komen, als je het op de juiste manier doet. Je gaat bij de commandant zitten, je laat je oude werk zien en je maakt duidelijk dat je weet waar hun beweging voor staat. Zodra die persoon akkoord gaat, vindt de rest het meestal ook prima.

Ik herinner me één ding heel goed: het was een van de eerste dagen dat ik er was en ik maakte individuele portretten van iedereen. Terwijl ik aan het fotograferen was, merkte ik dat de andere strijders rondhingen en toekeken. Toen ik klaar was, zeiden ze: “Kun je een foto van ons samen maken? We willen een groepsfoto, omdat we een eenheid zijn. We zijn geen individuen.” Dus maakte ik een enorme groepsfoto van hen in een loopgraaf. De Koerden zien zichzelf als een collectief. De reden waarom ze zo effectief zijn, komt door hun ideologie, maar ze zijn ook erg onbaatzuchtig en werken als een groep.

1558001234504-We-Came-From-Fire-Web-Resized-07
PKK-strijders naast hun loopgraaf in Makhmoer, 4 maart 2015

Hoe was de stemming aan het front?
De strijders hielden de sfeer er goed in. Er is veel kameraadschap: het zijn niet alleen collega-strijders, maar ook vrienden van elkaar, omdat ze de hele dag samen doorbrengen. Als je een foto ziet waarop ze aan het front aan het lachen zijn, is dat echt. Ze lachten niet omdat ik een foto van hen nam.

1558001032874-We-Came-From-Fire-Web-Resized-04
Silava en Berivan lachen samen in een verlaten IS-basis in Sinjar in Irak, 23 november 2015

Is het niet raar om dit soort foto’s in een oorlogsgebied te maken?
Mensen vinden het lastig om eindeloze stromen oorlogsbeelden te zien. Dat heet compassiemoeheid. Na verloop van tijd schakelt je geest zich gewoon uit, omdat we die dingen als mensen gewoon niet aankunnen. De portretten die tegen een neutrale achtergrond zijn gemaakt, zijn bedoeld om dat te veranderen. Als je naar zo’n foto kijkt, zie je alleen de strijder. Je kunt je meer concentreren op hun kleding en gezichtsuitdrukkingen.

1560794250925-We-Came-From-Fire-Web-Resized-01
Portret van Sarya in Makhmoer in Irak, 4 maart 2015.

Met behulp van een portrettechniek heb je het project menselijk gemaakt. Maar betekent dat niet dat het conflict op de achtergrond verdwijnt?
Nee, omdat er ook veel beelden van de oorlog in het boek zitten. Het is eigenlijk meer een project over de Koerdische cultuur, en een van de beste manieren om de Koerdische cultuur te laten zien, is om de strijders die hun cultuur verdedigen te fotograferen. Als zij naar het front gaan om te vechten, vechten ze niet alleen voor hun land. Ze beschermen hun cultuur, die IS van de aardbodem wil vegen. We moeten de oorlog niet proberen te verbloemen, maar voor dit project was de oorlog niet het belangrijkste.

1557999363081-We-Came-From-Fire-Web-Resized-09
Een gezin kijkt toe terwijl brandweerlieden de vlammen uit de buurt van hun huis proberen te houden in Qayyarah in Irak, 26 oktober 2016.
Tagged:
ISIS
Syrie
Fotos
Irak
oorlog
joey lawrence